The End.

Beste lezers,

Vandaag is er een einde gekomen aan mijn publicatiestroom op deze website. Writer’s Block is niet meer. Na zeven jaar en zo’n 1550 teksten is het tijd voor iets anders. Het stopzetten van Writer’s Block valt samen met veranderingen in mijn leven en werk die ik al heel lang wens. Soms komen dromen uit.

Mijn werk zal voortaan, voor zover ik daar behoefte aan heb, ontsloten worden via reguliere media en mijn geheel nieuwe persoonlijke website www.aliceannaverheij.nl. Writer’s Block zal als archief van mijn werk tot op heden beschikbaar blijven. Dit echter is de laatste tekst hier, nummer 1548.

Ik dank jullie allemaal voor het bezoek hier, het lezen en reageren en de vele vriendschappen die Writer’s Block mij bracht. Ik zie jullie graag weer tijdens exposities, via mijn boeken, social media of www.aliceannaverheij.nl. Voor informatie over mijn werk en bedrijf verwijs ik graag naar www.woordenstorm.nl.

Den Haag 12 juli 2013,
Alice Anna Verheij

Dear readers,

Today, Writer’s Block has ceased to exist. After seven years of writing in this place and almost 1550 publications its time for something else. Stopping with my Writer’s Block coincides with major changes in my life and work that I’ve always dreamt of. Sometimes dreams do come true.

From now on my work will, when I desire so, be brought to you through regular media and my completely new personal website www.aliceannaverheij.nl. Writer’s Block will stay available as an online archive of my work until this date. This is the last contribution to Writer’s Block, number 1548.

I thank all of you for reading and responding, for the friendships that Writer’s Block has brought me. I would love to see you again at my exhibitions, through my books, social media and www.aliceannaverheij.nl. For information regarding my work and company I gladly refer to www.woordenstorm.nl.

The Hague, July 12, 2013

25 juli: optreden bij poëziecafé De Leestafel

25 juli treedt ik op bij poëziecafé De Leestafel in de literair legendarische Posthoorn aan het Lange Voorhout in Den Haag.

Of eigenlijk, vòòr de Posthoorn want het is immers zomer. Mijn optreden zal plaatsvinden in het illustere gezelschap van Djoa van Oostenrijk en Dean Bowen. Gedrieën hopen wij u te vermaken, raken en inspireren. Daarna is er een open podium, dus kom en geniet!

De Posthoorn is te vinden op het Lange Voorhout nummer 39a.

de posthoorn

Meer informatie is te vinden op facebook.

Alice Anna Verheij

Nog even.

Sinds 2005 schrijf ik aan Writer’s Block, mijn continue te(kst)periment. Niet een blog, zoals zo vaak wordt gedacht, maar een scharrelplek, woorden laboratorium of tekstatelier. Kiest u maar. Acht jaar schrijven op een plek als deze is heel wat. Ik ben hier opgegroeid als schrijfster, heb er mijn diepste gevoelens, ellende, vreuge, liefde en verdriet gedeeld. Met als uitgangspunt dat ik mijzelf geen beperkingen op zal leggen in wat ik schrijf en op welke wijze.

Writers’ Block bracht mij een nieuw leven, een nieuw vak, nieuwe mogelijkheden bovenal nieuwe vriendschappen met heel bijzondere mensen. En een enkele ‘hater’. Zo gaan die dingen soms. De balans na al die jaren stukjes schrijven hier is in hele grote mate positief. Na 1.542 teksten en een dikke 416.000 bezoekjes is het echter welletjes. Writer’s Block houdt op te bestaan.

Tenminste, in deze vorm en onder deze naam. De website wordt een archief en er komt iets anders voor in de plaats.

Waarom stoppen met zoiets dat zo belangrijk in mijn leven is?

Omdat het nu nog gaat maar ik ook merk dat de inspiratie afneemt terwijl ik mijn creatieve bron nodig heb voor de boeken die ik maak, de foto’s, de exposities en de optredens. Omdat creatieve bronnen niet onuitputtelijk zijn en ik dat ook niet ben. Omdat ik van schrijven en documentaire kunst mijn beroep gemaakt heb en daar een ander soort benadering voor nodig is. Omdat het gewoon hoog tijd is om door te pakken en omdat ik een nieuwe fase in mijn leven in ga.

Binnenkort verlaat is, als alles goed gaat en daar ga ik wel vanuit, mijn geboortestad. Ik vertrek naar een plek in het land die mij beter past voor wat betreft rust, levensritme en inspiratie. Ik houdt van Den Haag maar de stad heeft voor mij ook een donkere kant in zich. De mogelijkheid om een verse start te maken op een plek waar ik geen persoonlijk verleden heb is er een die ik niet zal laten liggen maar die ik juist omarm.

Bij een nieuw begin hoort het afsluiten van zaken die daar aan toe zijn. Zoals mijn Writer’s Block.

Na Writer’s Block zal er onder deze domeinnaam een nieuwe persoonlijke website ontstaan waarin mijn andere uitingen worden ontsloten. WoordenStorm en Anna Ros zullen er deel vanuit gaan maken, net als het archief van Writer’s Block. Ik verdwijn dus niet van het toneel als het gaat mijn werk maar ik kom wel in andere gedaante terug. Hoe? Dat wordt de komende maanden wel duidelijk.

Alice Anna Verheij

Leraren

De Huffington Post herpubliceerde het verhaal uit de Dallas Post van een Amerikaanse leraar op haar website die 40 jaar lang in het jaarboek op de foto hetzelfde overhemd en dezelfde spencer (zo’n archaïsch armloos truitje) droeg. Het is een prachtverhaal en zoals iemand schreef, het is de leraar die we allemaal gehad hebben op school.

Dit is de man met zijn kleding.

Bij mij heette de man Teerink en hij gaf Scheikunde aan het al lang ter ziele gegane liberale bolwerk van de Thorbecke Scholengemeenschap. De saaiheid van zijn lessen was als die van kledingvariatie van zijn Amerikaanse collega. De lessen van meneer Teerink verliepen in wanorde en dat zorgde voor de nodige hilarische momenten. Ik denk trouwens nog best vaak aan die docenten van die middelbare school. De school zelf werd door ons Colditz genoemd naar het krijgsgevangenkamp uit de gelijknamige BBC televisieserie uit die dagen. Het was een hele rare school achteraf bezien. Drugshandel tierde er welig en volstrekt niet uitwisselbare groepen stadskinderen bevolkten het gebouw. Wat de nodige problemen gaf en de reden was waarom ik het er niet uithield. Pesten werd niet tegengegaan, het werd niet eens geregistreerd door de docenten en in een aantal gevallen door hun manier van lesgeven zelfs versterkt. Zoals mij overkwam in de Franse les van mevrouw van Heijningen. Hoog op de poten Française die getrouwd was met een klein wat dikkig mannetje die meen ik aardrijkskunde gaf. Het was een feeks als je niet goed Frans sprak. Ik sprak die taal slecht.

Dan was er die mevrouw Kerpel. Oud, met tropenkolder, pruik die altijd een beetje scheef zat en stok. Daarmee stamptte ze op de vloer van het lokaal om de meute stil te krijgen. Ze was zo doof als een kwartel dus muiten was een kunst. Maar als Indische dame was ze streng, heel streng. Eigenlijk was iedereen een beetje bang voor haar. Ze maakte deel uit van het KNIL-docentenkorps, mensen die terug uit Indië het onderwijs in waren gegaan en daar hun trauma’s uitleefden op de jeugd die wat hun betreft het nooit goed deed. Het boekje dat favoeriet was bij mevrouw Kerpel heette als vanzelfsprekend dan ook ‘Struikelblokken’.

Wiskunde kregen we afwisselend van Sanders, de man van de knoflook en waarbij je dus pas op rij drie veilig was. De toko om de hoek was in de lunchpauze te dichtbij dus na de lunch was je voorin de klas de pineut. Zijn collega Eelvelt was aardig, lang, slungelig en zat in een spijkerpak dat alle dagen hetzelfde was. Witte tennissokken en sandalen incluis. Van der Deyl, nee: Leo!, was de leukste leraar vond ik. Hij gaf Engels en met een paar in de klas maakte hij theatervoorstellingen voor sociale werkplaatsen. ‘The taming of the shrew’ met derdeklassers is dan een memorabele exercitie kan ik u zeggen.

Zo hadden alle leraren wel iets. Meneer van Veen, de rector, was vooral rectorisch. Afstandelijk en teruggetrokken op zijn kamer. Vermoedelijk lid van de KNIL fractie in de lerarenkamer. Net als die andere aardrijkskundedocent Birkenfeld. De naam als net zo hard als de knal van de bordenwisser die een put in de muur achter in het lokaal maakte wanneer hij met rechtshandige strekworp het ding gelanceerd had in de richting van één van de grootste ettertjes die hij altijd op de achterste rij zetten. Want dan kon hij bordenwissers gooien. Zijn schoolbord was ook eht enige waar nooit een krijtje tegen uiteen gespat is. We keken wel linker uit. Toen wij eens de traditionele 1 april actie bij het naburige oer Christelijke Zandvliet hadden uitgevoerd (‘s nacht alle cola en gevulde koeken uit de kantine daar jatten) en de schoolbevolking vandaar ons Colditz probeerde binnen te dringen was Birkenfeld in de deur aan de achterzijde en onze gymleraar (ijshockeyer en dus net zo breed als hoog) aan de voorzijde voldoende om dat grauw terug te laten afdruipen richting Bezuidenhoutseweg.

O ja, van der Valk, die jonge hond. Koppelde niet aan met de Indiërs maar organiseerde wel de fotoclub. Ik maak nog steeds foto’s en daar mag hij best krediet voor krijgen. Natuurkunde vind ik ook nog steeds leuk dankzij hem. En zo waren er een lange lijst van leraren en leraressen, de namen van de meeste ben ik kwijt. De school brak ik na een paar rampzalige jaren af maar ze zitten nog wel in mijn hoofd. De school heeft nog maar een paar jaar bestaan maar ging tenonder aan de gevolgen van herverdeling van stadsvolk als gevolg van stadsvernieuwing en een lerarenkorps dat in samenstel niet veel voorstelde.

En die docent van die overhemden en spencers? Ik had hem in alle klassen en hij gaf Engels, tekenen, scheikunde, muziek en Duits. Het was eer eentje die zijn vak goed verstond maar wiens vaardigheden aan mij niet altijd wel besteed waren.

© 2013 Alice Anna Verheij

Dove

Op de website van Rop Gonggrijp, misschien wel de belangrijkste voorvechter van het goede gebruik van internet, waar ik terecht kwam door een facebook bericht, staat een postje over een reclame campagne van Dove (van de smeerseltjes, shampoos en doucheschuim). Het filmpje confronteert en net al bij eerdere campagnes doet het dat op het gebied van beeldvorming van vrouwen. In dit geval gaat het dan om het zelfbeeld van vrouwen. Dit is het filmpje.

Ik besef dat ook ik een issue heb met mijn zelfbeeld, een flink probleem.

Ik heb veel foto’s van mijzelf. Bijna allemaal gemaakt in de afgelopen acht jaar. Foto’s van voor 2005 zijn er amper meer, ze zijn gewist, verknipt, vermalen, verbrand, weggegooid, vernietigd. Omdat die foto’s mij wanneer ik ze zie herinneren aan een verleden waar bij zo goed als iedere foto ik mij herinner wat de pijn is die verbonden met me was op het moment van die foto. Zo af en toe op een onbewaakt moment wordt ik ongewild geconfronteerd met die oude foto’s. Er komen foto’s of negatieven boven of oude cd’s met foto’s. Soms een mapje of een brief met een bijgesloten foto. Die confrontaties zijn uiterst pijnlijk en nooit fijn.

Is dat normaal? Nee, dat is niet normaal.

De pijn van het moeten kijken naar een ongewenst verleden in die zin dat ik dan iemand zie die ik niet wens te zijn geweest is niet goed uit te leggen. Na 2005 veranderd alles in mijn leven en ook de foto’s veranderden. Waar op foto’s uit het verleden mijn lach in de loop van de jaren verdween en vervangen werd door een masker is op de foto’s na 2005 te zien dat er een nieuwe lach voor in de plaats is gekomen. Eigenlijk worden er zelden meer foto’s van me gemaakt waar ik niet op lach, zelfs al is die lach soms een minimale glimlach. Maar ben ik dan blij met die foto’s van tegenwoordig? Ja en nee.

Als fotografe is het beeld een essentieel deel van mijn bestaan, van mijn werk. En in de komende jaren zal het dat ook zeker blijven waarbij ikzelf dan ook nota bene onderwerp of lijdend voorwerp zal zijn in die beelden. Wat betekent dat ik mij comfortabel moet voelen bij afbeeldingen van mijzelf. Maar ik voel me lang niet altijd comfortabel met die afbeelding. Net als de vrouwen in het filmpje kan ik mijzelf niet als mooi zien. Dat is me nooit gelukt in het verleden en dat lukt me nog steeds niet. Ik kan mijzelf niet als aantrekkelijk zien. Dat komt door mijn verleden en door de codering die de samenleving in zich heeft en oplegt aan mensen, vrouwen in het bijzonder.

Over het geheel genomen ben ik niet echt heel erg ontevreden over mijn lijf, maar ik ben me maar al tezeer bewust van de beperkingen die structuur en operaties op het begrip schoonheid hebben gelegd. Als het om mijn gezicht gaat zie ik vooral de ‘foutjes’. De rimpeltjes die sneller zichtbaar worden dan ik wil, de plekjes die daar net als op andere plaatsen op mijn lijf te zien zijn, de wallen onder de ogen en hangende oogleden, de asymmetrie van mijn mond, mijn slechter wordende gebit en de leeftijdsonderkin veroorzaakt door overtollig vel. Ik zie een vrouw die snel ouder wordt, haar ‘prime’ voorbij is (wetende dat die er nooit geweest is), en die een toekomst voor zich heeft waar dat beeld niet aantrekkelijker wordt. Lelijk vind ik mezelf niet, maar aantrekkelijk beslist ook niet.

Ook ik ben gevoelig voor wat de wereld vind van het uiterlijk van vrouwen. Uiterlijk is belangrijk voor mij. Kleding, make up, het is voor mij essentieel om mijzelf goed te voelen. Zonder make up over straat gaan is iets dat ik niet wil en de kleding moet mij goed staan en zeker niet ouwelijk zijn. Terwijl ik nota bene mijzelf nu regelmatig in een kledingstijl hul van meer dan honderd jaar geleden. Mijn gevoeligheid op dit punt, mijn verleden ook, maken dat mijn zelfvertrouwen over mijn uiterlijk niet groot is. Het is zelfs zo sterk dat het soms minderwaardigheid oproept. Mijn angst om omwille van mijn uiterlijk, om de bouw van mijn lijf waar een schaduw van een ongewenst leven in te zien is, om mijn ouder wordend gezicht, afgewezen te worden in zoiets essentieels als de liefde is groot. Het is me een paar keer overkomen.

Ik besef dat ik voor wat betreft lijf, uiterlijk en mijn eigen beleving daarvan, een beschadigd mens ben.

Om die reden ben ik heel erg blij met de reclamecampagnes van Dove. Zeker met deze. Want het laat zien dat ons zelfbeeld bijna zonder uitzondering negatiever is dan het beeld dat anderen van ons hebben. En toch, ondanks het prachtige filmpje blijft er dat gevoel fysiek niet aantrekkelijk te kunnen zijn voor een ander. Zoals een vrouw in het filmpje zegt: I have work to do with myself. Ze heeft gelijk.

© Alice Anna Verheij

Woensdagmorgen

NewWomanScribnerJune

Woensdagmorgen na de regen laat
schreeuwen meeuwen in mijn straat
er licht wat voedsel op een dak
en ergens bij een portiek een zak.

Voor de meeuwen is het nooit genoeg
en ik voel de zon, het is nog vroeg
drink melk, eet toast, een appel en een ei
met een kop koffie toe en daar ben jij.

Het warme water van de douche
gevolgd door het kopje van de poes
ze dempen even mijn gedachten
tot zacht voelen en verwachten.

Bij de deur krijg ik een zoen
ik streel je wang en denk aan toen
loop dan maar naar mijn fiets
en ach, ik zeg maar even niets.

Mijn rok is wat te lang vandaag
onder mijn blouse een extra laag
en dat slot dat kraakt nog steeds
mijn voorband is alweer wat sleets.

Dan komt er plots een man voorbij
hij veegt wat bladeren opzij
en fluitend schudt de stakker
de nat geregende stad wakker.

Wanneer ik dan eindelijk weg trap
onderweg naar nergens en niet te rap
op zo’n woensdagochtend na de regen
weet ik, ik heb te lang gezwegen.

© 2013 Alice Anna Verheij

Het is om te janken.

Het is om te janken, het is om te janken zo mooi.

Maarten Roozendaal is niet meer. Gewoon, zomaar. In korte tijd, een half jaartje of zo, kantelde zijn leven naar het niet leven.

Als een leeftijdsgenoot sterft, Maarten was van het mooie jaar 1962 dat ook mij voortbracht, als een leeftijdsgenoot sterft dan krijg ik een klap in het gezicht van mijn zelfvertrouwen. Zoiets zet me op mijn plaats. Doet me beseffen dat sterven misschien gewoner is dan leven. Er zijn immers meer gestorvenen dan levenden. Het maakt dat ik nog nadrukkelijker de angst voor het niet voluit leven voorbij wil. Zo ongeveer als de yellow roman candles van Kerouac. Maarten was een dichter. Sommigen zeggen liedjesschrijver of kleinkunstenaar. Maar voor mij was hij een dichter. De melodie immers was ondergeschikt aan de teksten die hij schreef en met zo’n aantrekkelijke intensiteit er uit gooide. Rock & roll is niet voorbehouden aan musici.

Trouwens, volgens mij zit Maarten nu ergens tussen die Nijgh en Vinkenoog ons te bekijken. Met een glas in de ene en een sigaret in de andere hand. Nijgh plagend om zijn softe teksten en door Vinkenoog geplaagd wordend want hoewel die twee voor mij op dezelfde eenzame hoogte van de Nederlandse poëtische ladder staan was Simon toch net even complexer. De drie kijken naar ons en zitten vast grappen en grollen te maken over die rare Hollanders die zich druk maken over wat er niet toe doet en ondertussen vergeten te doen wat zij deden: leven. Want geleefd heeft Maarten. Gezopen, gerookt en vast de rest ook wel. Ach, daar komt Martin Bril ook even. Ramses zit op een bankje aan de zijkant en kijkt koninklijk toe. Aan de andere kant zit Toon, met een glimlach. Hij schrijft een lief gedichtje.

Het is druk geworden daarboven. Alle mooie mannen van de taal lijken zich er verzameld te hebben en dat betekent als vanzelf dat het hier beneden verdomde leeg is geworden. Het gat dat al geslagen was in de afgelopen jaren is weer een beetje groter gemaakt door het vertrek van Maarten. Met stille trom, zonder al teveel gerucht. Gewoon uitgedoofd in een half jaar. Weg. Old soldiers fade away immers.

Het maakt het er niet leuker op hier en precies om die reden denk ik dat we maar een beetje ons best moeten doen om ons niet te laten afleiden door het gesodemieter van de politiek, de crisis, het geweld en de oorlogen en wat God, Joost of wie dan ook nog meer weet. Misschien moeten we maar wat gemakkelijker worden en onszelf het leven toestaan. Verliefd worden omdat dat zo lekker is, drinken als we willen drinken en met hedonistisch genoegen de bohémien uithangen. Want uiteindelijk doet het er allemaal niet zoevel toe. Voor ons vele anderen, of eigenlijk na ons vele anderen. Misschien moeten sommigen van ons meer een Maarten worden. Want hoewel zijn leven te kort was, was het wel een leven. In alle opzichten. Met passie, met woorden, met poëzie, met liedjes. Die allemaal achter gebleven zijn als een groot kado aan een wereld die er allemaal geen donder van begrepen heeft.

Maarten, het ga je goed daar man. Doe die andere mannen de groeten. Ik neem er eentje op je ondanks dat ik het flauw vind dat je vertrokken bent. Dat, Maarten, is gewoon helemaal niet leuk van je. Maar het is je vergeven. Want al valt het niet mee, het lukt ook zonder jou.

© Alice Anna Verheij

Brief aan mijn moeder.

Den Haag , 1 juli 2013

Mam, lieverd,

Op de een of andere wijze, en ik weet niet precies hoe dat werkt, mis ik je ieder jaar meer dan het jaar er voor. Drie jaar geleden was je er nog. Je vocht voor je leven. Nou ja, eigenlijk vocht je om dat leven te laten eindigen. Het was begonnen rond deze tijd in het jaar. Juli zou je in gaan maar niet uit komen. Je was te ziek. Het was alsof je kromp, afnam in proporties tot er uiteindelijk een mens over was die transparant geworden was. Zelfs je ogen.

Het duurde nog geen twee weken maar toen had je gerealiseerd wat je besloten had te doen. Je was verstorven. Ongelijk kan ik je natuurlijk niet geven maar ik moet je wel laten weten dat het de vreselijkste ervaring in mijn leven was. De laatste dagen mocht er niemand bij je komen. We, ik, mochten niet aan je bed komen. Sterven deed je alleen. De laatste adem van pa hebben we niet meegekregen, dat ging te plotseling. De laatste adem van jou heb ik ook niet meegekregen. En dat doet pijn. Heel erg veel pijn. Het is alsof je me ontstolen bent en in zekere zin is dat ook zo. Er is niets zoveel ergers te bedenken dan je moeder langzaam te zien sterven door een rond raampje in de deur van een kil ziekenhuis.

Ieder jaar als juli komt ben je er weer, ieder jaar nadrukkelijker.

Je begrafenis had je ook geregeld, weet je nog? Zo was je. Was het een soort revanche op het leven die je nam? Was het een terechtwijzing omdat wij, je kinderen, niet in staat waren om op een lijn te blijven in onze zo verschillende levens? Was het een verzetsdaad? Was het omdat je niet wou dat iemand iets in jou ogen verkeerds zei? We hielden toch van je? We mochten niet spreken op je begrafenis. Er mochten veel mensen niet bij zijn. Het moest snel en ongezien gaan. Achteloos. Zo voelde het. Maar ja als dochter van je moeder je niet kunnen uitspreken op haar begrafenis is een ontkenning van moederliefde. Voor mij voelde het alsof ik beschuldigd was van een misdrijf dat ik niet begaan had. Veroordeeld tot zwijgen en toezien zonder een kans op hoger beroep. Het was traumatisch die dag. Dat de doodgraver, of hoe heet zo’n man, je naam verkeerd uitsprak was een onvergetelijk en verschrikkelijk pijnlijk moment dat gebeiteld is in mijn geheugen. Maar ook een tekenend moment.

Nog steeds ben ik niet in het reine ermee. Ik kan niet begrijpen dat je me daags ervoor, toen je bewustzijn er nog was, een goed kind noemde, maar me wel postuum mijn rouw ontnam. Gerouwd heb ik toch, natuurlijk. Want mam, ik heb zoveel van je gehouden. Ik kon niet anders dan me in traditionele diepe rouw hullen, zoals ik ieder jaar op je sterfdag zwart draag. Ook straks weer. Je zal het misschien niet altijd gevoeld hebben en gedacht hebben dat ik vond dat je de goede keuzes maakte in je leven, maar dat is voor mij toch echt anders. Waar andere mensen zeggen dat ze geweldige ouders hadden zeg ik dat ook, maar ik zeg er wel bij dat ik vind dat ze grote fouten maakten. Zoals ieder mens in het leven fouten maakt en ik niet in het minst. Waarom dan die onvergeeflijke houding? Die onmogelijkheid om als iemand het verpest had ooit weer tot elkaar te komen. Mij heeft het niet getroffen behalve in die laatste dagen, maar anderen wel. Soms decennia lang. Was het dan echt zo moeilijk om mensen te vergeven? Ik begrijp dat niet. In mijn leven zijn er ook mensen die mij groot onrecht hebben aangedaan of tot in mijn ziel hebben gekwetst. En natuurlijk is er dan boosheid. Maar nooit genoeg om niet na een tijdje de deur open te zetten en te praten als die ander daarom vraagt. Het mentale corset wat je me omgedaan had die dagen was te strak, het benam me de adem en liet me achter met verdriet èn met boosheid en onbegrip voor je keuze. Vergeven is iets wat ik ieder mens toewens als capaciteit, zeker op het sterfbed.

Dat vermogen bezat je niet en dat vind ik tragisch maar ik kan je dat niet verwijten. Het enige dat blijft is het verdriet dat het zo was. Dat je jezelf en anderen zoveel ontzegd hebt terwijl je zo een lieve vrouw was, zo’n schat van een moeder. Het argument dat sommigen gebruikten dat het een gevold van je ziekte was is voor mij niet genoeg. Ik weet dat het niet waar is, ik ken je te goed. Natuurlijk, je was zo ziek die laatste jaren en vooral die laatste maanden, weken en dagen. Hartverscheurend ziek. En precies dat is gebeurt, mijn hart is toen verscheurd en ik ben nog steeds de stukjes bij elkaar aan het zoeken en aan elkaar aan het plakken. Maar er missen stukjes. Er zijn snippers weg en ik weet niet waar ik die moet zoeken. Ieder jaar, als juli komt, zitten de tranen dichter achter mijn ogen. Nu ook weer. Ik heb pijn mam want ik mis je zo verschrikkelijk. Ik mis de dagen dat we elkaar zagen en gewoon pleziertjes hadden, hoe klein ook. En ik mis je te kunnen vertellen wat voor gekkigheid ik nu weer doe. Ik mis dat je trots op me bent, dat heb je me te weinig laten weten en dat maakt een mens onzeker. Dat beschadigt.

Het is hoog tijd dat ik je dit maar eens schrijf want het zit me al zolang hoog. Alle afleiding in mijn leven ten spijt blijft deze tijd in het jaar me in toenemende mate bezwaren. Over zestien dagen ben je weer gestorven. Voor het derde jaar. En voel ik me weer een beetje meer verweesd dan het jaar er voor, want het wordt niet lichter maar zwaarder ieder jaar. Er is te veel onbeantwoord, het gat is te groot. Ik mis je teveel mam. Ik wou dat dat beeld van jou in die kamer, gezien door dat ronde raampje van die vreselijke deur, er niet meer was.

Heel veel liefs, waar je ook bent, ik weet dat je dit leest,

Alice Anna

Geleende gedachten.

Dezer dagen gebeurt er meer in mijn leven dan ik zelf wellicht doorzie. Aan veranderingen ben ik gewend. Aan nederigheid en het accepteren van iets wat men lot noemt ook. Ik ben gewend geraakt aan niet verwezenlijkt krijgen waar ik van droom. Aan niet verwerkt krijgen waar ik mee worstel. Ik ben gewoon om niet meer te kunnen leven op een wijze die voor de meeste mensen van mijn generatie eigenlijk de gewoonste zaak van hun wereld is.

Maar hun wereld is niet mijn wereld.

Ik ben gewoon te reizen in mijn hoofd en soms in de realiteit. Altijd speelt het verleden daarbij een rol in een soort samenhang met mijn heden op een vooral ondoorgrondelijke wijze. Ik ruil mijn verdriet, angsten en gebrek uit tegen passie voor wat ik schrijf of fotografeer en vooral met wie ik dat samen doe. Mijn pen, papier, computer, ze zijn mijn gereedschap. Een uitgestelde mond die pas spreekt wanneer een ander me leest. Nooit is dat op het moment dat mijn handen vastleggen wat mijn gedachten mij vertellen. En zelden spreek ik mijn diepste gedachten uit, hoe intiem mijn tekst soms ook lijkt te zijn voor wie mij leest.

Dat is mijn wereld.

Na jaren intensief schrijven en bouwen aan wat mijn droom is, vecht ik tegen slijtage. Tegen vermoeidheid. Ik vier de kleine victories en mijn ziel poogt zich te verbinden met andere zielen die zijn als ik. Om dat te duiden lees ik verhalen uit de tijd die mij als geen andere tijd intrigeert. Over mensen die mij door hun leefwijze aantrekken. Ik lees hun werk, hun gedachten, hun pijn, hun liefde. Ik lees liefdesbrieven.

Hun wereld is een beetje mijn wereld aan het worden.

vita virginia

Ik heb idolen. Dat is het goede woord. Ernest Hemingway natuurlijk, mijn eeuwige inspiratie. Sinds een tijdje lees ik de boeken van Vita Sackville-West en Virginia Woolf‘s werk. De afgelopen tijd heb ik hun liefdesbrieven gelezen en ben daar diep door geraakt. Want ik herken ze. Ik proef de stille liefde, de verhulde passie, de soms platonische maar o zo vaak nauwelijks verhulde liefde tussen hun geest, hun ziel. En ik herken het. Ik herken dat als mijn eigen gedachten, mijn eigen woorden en mijn eigen stille en ongeschreven teksten. Ik herken hun devote toewijding aan wat zij het liefste deden: schrijven. Ik herken dat zij dat konden door de verbinding die zij met elkaar hadden als vakgenoten, als geliefden hoewel die liefde lang niet geconsumeerd werd in de zin die men tegenwoordig maar al te gemakkelijk ziet als de enige basis waarop mensen zich verbinden met elkaar. Zij waren zo liberaal, zo gesofisticeerd in hun levenswijze. Zo niet angstig voor de consequenties van het helder willen zijn over hun gedachten, gevoelsleven, liefde en kunst.

En ik wil mijn wereld zelf ook zo graag zo ingevuld zien worden.

Niet in alle aspecten, maar wel in een aantal essentiële, is precies ook dat wat er gebeurt. Terwijl dat gebeurt en scheppen in vriendschap en samenwerking de basis is geworden van mijn leven voel ik ook de angst die in hun liefdesbrieven sluimert. De angst om het te verliezen. Wanhoop zelfs soms en vooral de vermoeidheid die het grootst is vlak na het gevecht. Vooral ook het besef dat achter blijft wanneer het gevecht tegen het verzwijgen van het eigen gevoel verloren is.

Dus ben ik gestopt met vechten, aanvaard mijn vermoeidheid na alle jaren, omarm mijn toekomst zoals die zich nu aan mijn ontvouwd en besef dat het mijn gedachten zijn die mijn grootste goed zijn. Tegen de stroom van de ratio in kan ik zeggen dat ik eindelijk van mijzelf hou. Genoeg om verder te kunnen en te willen. Die vermoeidheid zal minderen, de basis steviger worden en ik weet net zo min als Vita en Virginia wisten toen liefdesbrieven tussen hun wisselden hoe het zal eindigen. Ik weet hoe het hun verging. Toch ben ik mijn angst voorbij. Juist nu mijn leven eindelijk de vorm krijgt die het moet hebben, nadat mij na al die jaren en pijn mijzelf duidelijk is geworden wat mijn essentie is. Juist nu blijk ik te mogen vertrouwen op mijzelf, op wat ik maak en hoe ik dat zelf waardeer.

Dit schreef Vita aan Virginia, het passionele antwoord kwam later. Dat antwoord is bekend geworden bij de literaire liefhebbers maar de vraag die het antwoord ontlokte in mindere mate. Daarom citeer ik die tekst hier. Hoe het anderen vergaat die dit lezen weet ik niet maar ik begrijp het alsof ik het zelf geschreven had. Het zijn daarmee geleende gedachten. Ik sta mijzelf dat toe. Voor even. En leg dit opnieuw vast, in een andere tijd en een andere omstandigheid. Voor wie het aan gaat.

…I am reduced to a thing that wants Virginia. I composed a beautiful letter to you in the sleepless nightmare hours of the night, and it has all gone: I just miss you, in a quite simple desperate human way. You, with all your undumb letters, would never write so elementary a phrase as that; perhaps you wouldn’t even feel it. And yet I believe you’ll be sensible of a little gap. But you’d clothe it in so exquisite a phrase that it should lose a little of its reality. Whereas with me it is quite stark: I miss you even more than I could have believed; and I was prepared to miss you a good deal. So this letter is really just a squeal of pain. It is incredible how essential to me you have become. I suppose you are accustomed to people saying these things. Damn you, spoilt creature; I shan’t make you love me any more by giving myself away like this — But oh my dear, I can’t be clever and stand-offish with you: I love you too much for that. Too truly. You have no idea how stand-offish I can be with people I don’t love. I have brought it to a fine art. But you have broken down my defenses. And I don’t really resent it.

© 2013 Alice Anna Verheij

Het huisje aan de vijver.

Foto’s: Island Hideaway- jak w bajce

In dit huisje wil ik wonen
ver weg bij de vijver
tussen bomen en bloemen

Met een veranda
en een ligstoel voor jou
voor mij een keukentje

Ik bak dan appeltaart
van die lekkere met rozijntjes
en maak thee met honing

En als het regent
staan er binnen twee stoelen
waarvan er eentje schommelt

De bedden zijn zacht
in de nacht en verleidelijk
vooral bij kaarslicht

Daar in dat huisje bij de vijver
kunnen we dan dromen
over vroeger en later

Er staat een schrijfbureau
met helder wit papier
zodat we kunnen schrijven

Jij een verhaal
ik een gedicht
en samen een lied

© 2013 Alice Anna Verheij

ik houd van u

De Universiteit van Antwerpen, ik en Willem Elsschot.

Dan kom je na een moeilijke dag onverwacht een tekstanalyse programma (Stylene) van de Universiteit van Antwerpen tegen op facebook. Je doet die analyse op de laatst geschreven zeer persoonlijke en pure tekst die je schreef. En dan is de conclusie dat je noch man noch vrouw bent in je tekst, deze in hoge mate poëtisch / literair is en de dichtsbijzijnde auteur qua stijl Willem Elsschot is.

In de ogen van de algoritmes van de UvA (Niet die Amsterdamse maar die Antwerpse).
Ondanks de relativiteit van iets dergelijks ontkom ik niet aan een enorme glimlach. En dat had ik hard nodig.

Voor wie het zelf wil proberen, dit is de link naar de website.

tekststijlanalyse

Haat, liefde.

lovehate

Ik gebruik het woord zelden. Nou ja, nooit eigenlijk. Het is me te hard, te gericht op een ander, te agressief. Het is alles wat ik niet wil zijn, wat ik niet wil voelen. Maar er zijn soms momenten dat ik niet om het woord heen kom. Gewoon omdat het op de beste wijze verwoord hoe ik me voel, wat ik voel. Omdat het de beste omschrijving is die ik kan bedenken. Juist door die hardheid, de agressiviteit.

Haat.

Vandaag is de tegenhanger van dat woord de reden dat het zich in me naar boven gevochten heeft. Ik haat. Ik haat het om afscheid te nemen. Iemand te moeten laten gaan omdat dat nu eenmaal het enige is dat mogelijk blijkt. Zelfs als is het voor maar even. Want als je een belangrijk deel van je leven met iemand deelt, en ik bedoel echt deelt, delen in de zin van elkaars diepste en donkerste geheimen kent, elkaars tranen opvangt en samen onbegrensd plezier hebt, dan is het verdomde moeilijk om die persoon te laten gaan. Zelfs als die persoon niet je geliefde is maar misschien de zus die je je hele leven al wenste. Juist wanneer je een andere zus hebt die jouw bestaan in alles ontkent. Op zo’n moment haat ik. Dan haat ik dat moment dat het vliegtuig vertrokken is en de stilte van het niet kunnen delen zich onbarmhartig aan me opdringt.

Het is het haten van het zijn van de goede vriendin, misschien de beste vriendin maar niet dè vriendin. Het is het haten van het leven als een solitair wezen terwijl nu juist het samen leven en beleven zo kenmerkend, zo karakteristiek is voor wie ik ten diepste ben. Ik ben, dat weet ik maar al te goed, niet geschikt om solitair te leven. Dat soort leven is voorbehouden aan herten, gazelles en katten. Maar ik ben een mens. Ik leef bij de gratie van de interactie met anderen. Die interactie is bij sommigen intens en zonder uitzondering is er bij die intense verbinding die ik kan hebben met iemand sprake van liefde. Dat hoeft niet de liefde te zijn zoals geliefden die hebben en – als ze geluk hebben – consumeren. Het is de liefde voor de ander omdat die ander me teruggeeft wat ik zo gemakkelijk zelf weggeef: genegenheid, aandacht, respect, plezier en soms die schouder om even tegen te leunen of om op te kunnen steunen.

Wat onverlet laat dat ik zoveel liever een ‘significante ander’ heb, iemand die onvoorwaardelijk voor me kiest. Maar dat genoegen heb ik niet mogen proeven. Dat is een situatie die ik mij niet meer herinner en die voor mij is gaan behoren tot een sprookje, een onwerkelijke utopie. Een gedroomd doel in mijn leven dat niet bereikt wordt. En dus leef ik als een gazelle of een kat. Ten lange leste, en in tegenstelling tot die gazelle en kat doe ik dat ongewenst. Het is dat leven dat zich manifesteert in een regelmatig terugkerend gevoel dat ik ten diepste haat, het gevoel van peilloze eenzaamheid. Eenzaamheid omdat niet ik degene ben waarnaar teruggekeerd wordt maar degene die uiteindelijk alleen zal staan. Die niet de armen van een ander om zich heen weet. Dat besef is het besef dat de belangrijkste bron in mijn leven niet uitgeput wordt, niet volledig aangesproken wordt. Het is het niet kunnen delen van wat mijn dierbaarste bezit en diepste wezen is:

Liefde.

En zo ligt haat onverbrekelijk verbonden met liefde. Maar er is een troost, al is het een zeer schrale. Die troost is dat ik pijn voel, dat ik mijn gevoel nog weet te vinden, dat ik een afscheid dus haat. Net zo zeer als dat ik het haat dat ik te bang ben om – in een ander geval, bij een ander mens – duidelijk te maken dat ik liefde voel. Iets dat, juist door dat gevoel nooit degene te zijn die verkozen wordt, zo kenmerkend is geworden. Ik ben net zo bang geworden voor liefde als dat ik voor haat al was. Daarover ben ik misschien nog wel het meest verdrietig want het schetst mijn eigen onvermogen. Een onvermogen waarvoor de basis stevig gelegd is door de wonden van mijn verleden, de incidenten in mijn jeugd en de nooit geheelde pijn van het zijn van de uitzondering, de kwetsbare, de onaantrekkelijke, de verlegen, de bange, de te serieuze, de stille en de teruggetrokkene. Degene die me zeggen dat liefde begint met het houden van jezelf hebben me vrees ik nooit echt begrepen. Immers, de meeste van die kenmerken mag ik overwonnen hebben in een gevecht dat al een leven duurt, maar de gevolgen lijken onoverkomenlijk geworden. Ze verwoesten me langzaam maar zeker, hebben een diepe wond geslagen die soms opengereten wordt. Dat is geen somberheid van me, dat is zoals het leven soms verloopt voor sommigen. En ondanks alles, ondanks dit alles, ga ik toch gewoon verder met leven. Morgen lach ik weer. God mag weten waarom.

© 2013 Alice Anna Verheij

Zomertijd

frida

Het is zomertijd
tijd om verliefd te zijn
niet meer gegriefd te zijn
Tijd voor iets nieuws
een nieuwe liefde
met nieuwe vlinders
dwarrelend in mijn buik

Het is zomertijd
tijd van zon en warmte
van armen om me heen
met een ronde schouder
om tegen te leunen
en om te verdrinken
in twee lachende ogen

Het is zomertijd
tijd van simpel plezier
en zonder nadenken
mijn hart weg schenken
om daarvoor in ruil
met me te laten dansen
en handen te laten dwalen

© 2012 Alice Anna Verheij

Vandaag

balkonfoto © 2013 Alice Anna Verheij

Vandaag is zo’n dag
zo’n dag van duizend kleuren
zoete bloemengeuren
en vlaggen in de wind
op een vissersboot
die schallend uitvaart
om haringen te vangen

Vandaag is een dag
voor koffie op ‘t balkon
met kinderen in de straat
die tikkertje spelen
of verstoppertje
of diefje met verlos
en steeds blijven lachen

Vandaag is de dag
voor een bakje yoghurt
met een aardbei er in
en veel slagroom er op
een zonnebril voor mijn ogen
of misschien wel een hoed
met een bloem en een strik

Vandaag is mijn dag
van rusten en bedaren
en benen ontharen
van een lekker geurtje
een zomers odeurtje
mijn mooiste bloes
en een zwierige rok

© 2013 Alice Anna Verheij

De ware romanticus

Christian Schloe - the pleasure to travelDigital art: The Pleasure of Travel – Christian Schloe

De ware romanticus
drinkt teveel
of vervalt in liederlijkheid
Is iedere dag gegrepen
ten prooi aan
een onmogelijke verliefdheid

De ware romanticus
schrijft telkens
wanneer het hart zeer doet
een gedicht, of twee
en denkt, o wee,
gelukkig dat die dat moet

De ware romanticus
is verloren
voor het nuttig mensenleven
want volgt de zinnen
wil beminnen
al is het maar voor even

De ware romanticus
zo een als ik
is steeds verloren
in woorden en zinnen,
en een belofte
gefluisterd in mijn oren

© 2013 Alice Anna Verheij

Momenten van geluk

Er zijn momenten dat geluk er al is terwijl ik het niet in de gaten hebt. Wanneer ik dat dan eindelijk inzie wordt me plots duidelijk dat hoe nauwkeurig ik ook de wereld observeer, mijn eigen wereld zal ik nooit helemaal doorzien. Gelukkig maar want dat maakt dat ik verrast kan blijven worden.

Op de achtergrond zingt Francis Cabrel ‘ Je t’aimais je t’aime je t’aimerai’ en zo is het.

Voor ieder van ons blijft de zon te lang weg en is de zomer een schim geworden van een herinnering en zelfs nauwelijks een beeld dat we ons nog kunnen voorstellen. De winter duurde te lang, het voorjaar was er niet en het sjagrijn in bijna alles lijkt te regeren. Toch is de werkelijkheid anders. Wanneer mijn kamerdeur openstaat zoals vandaag en de zon haar warmte laat voelen, hoor ik de wind door de bladeren van de berkenboom voor mijn deur ruisen. Sluit ik dan mijn ogen dan lig in het gras ergens in de vrije natuur en luister naar wat zoveel anderen voor mij hoorden en zoveel anderen na mij ook nog zullen horen. Dan besef ik dat deze wereld niet de onze is maar dat wij van die wereld zijn. Niets is mijn of jouw eigendom, we hebben alles te leen en tegelijkertijd is die vrije wereld, al dat moois jouw eigendom en het mijne tegelijk. Dat schept verplichtingen naar de natuur, naar jou en naar mezelf. Bladeren ruisen niet voor niets. Ze doen dat om ons te laten weten dat er iets groters is dan wij zelf. Iets veel belangrijkers. De boom voor mijn huis stond er al voor ik hier kwam wonen en zal wellicht zelfs ouder zijn dan ik zelf. De kans dat die er nog zal staan als ik hier niet meer woon of niet meer leef is aanwezig. Dat stelt me gerust.

home (1)

Ik ben een mens van verandering, zo schijnt. Althans, dat denken de mensen om mij heen vaak van mij en in zekere zin cultiveer ik dat beeld. Mijn geest dwingt mij immers mijn hele leven al naar voren, naar de toekomst. Verleden is niet iets waar ik met onbevlekte vreugde aan denk. Die eeuwige vlucht naar voren maakt dat voor sommigen ik onberekenbaar ben. Ze kennen mij niet echt. Anderen die ik reken tot mijn liefste vrienden weten beter hoop ik. Mijn drang om niet alleen naar de toekomst te kijken maar er ook naar toe te willen gaan lijkt in schril contrast met mijn behoefte om nu juist me te verdiepen in geschiedenis, in tijden van voor mijn bestaan. Die voorwaartse beweging gekoppeld aan een blik naar het verleden is misschien wel de belangrijkste karakteristiek van mezelf en in plaats van die te bestrijden door me te concentreren op het korte moment van het heden omarm ik die karakteristiek. Het is een wezenlijk deel van mij om te willen leven in het verleden maar daar vooral mijn toekomst op te baseren.

Mensen die dat herkennen zijn collega tijdreizigers.

Mijn punt is dat door mij zoveel minder met het heden bezig te houden ik vaak niet kan voldoen aan wat de maatschappij van mij verwacht. Die immers houdt zich bijna uitsluitend met dat heden bezig. Zaken worden belangrijk gevonden die dat helemaal niet zijn en vaak besef ik dat een probleem of situatie van het moment over een tijdje voorbij is. Verleden tijd is geworden. Onveranderlijk geworden en daarmee voor de toekomst niet relevant. Immers, de toekomst kan een mens beïnvloeden, het verleden niet meer. Maar om die toekomst te kunnen beïnvloeden zijn er wat mij betreft twee belangrijke zaken aan de orde die ik poog vast te houden: goed doen in het heden en het verleden kennen en begrijpen. Er van willen leren. In klein verband als het om mezelf gaat maar in groter verband is dat minstens zo belangrijk.

De maatschappelijke problemen van vandaag zijn gemakkelijker te duiden nu ik de Victoriaanse tijd bestudeer. De analogieën zijn veelvuldig en overduidelijk. Het fin de siècle gedrag van het einde van de negentiende eeuw kent zoveel overeenkomsten met deze zogenaamd moderne tijd. En deze tijd is zoveel behoudender en conservatiever dan die van pakweg dertig jaar geleden. Wellicht vreemd maar dat besef van hoe de maatschappij in het westen zo lang terug functioneerde in vergelijking met hoe die nu functioneert bepaald vaak mijn keuzes, mijn standpunten en vooral de zaken waar ik me mee bezig hou.

Waarmee ik weer terug kom bij die geluksbeleving. Want met de mooie zang van die Fransman in mijn oren vermengd met het ruisen van de wind door de bladeren van de berkenboom besef ik dat ik misschien wel de belangrijkste tijd in mijn leven doormaak. Besef ik dat ik dat wellicht iedere dag doe en dat het heden belangrijker is dan gedacht. Het dwingt mij om te kijken naar de zon die door de gebedsvlaggen op mijn balkon schijnt en mij trakteert op heldere kleuren en een zuivere blik. Een windhorse is niet een verzinsel van monniken maar een gebed, een zegen die ik op momenten als deze voel. Sommigen zullen dat geluk noemen.

Ik vandaag ook. De zomer komt er echt aan.

© 2013 Alice Anna Verheij

headwind front cover

Headwind, Laxmi’s Story – still available.

In 2011 and early 2012 I wrote the English language novel ‘Headwind, Laxmi’s Story’ about a young Bhutanese woman who was born in a refugee camp in Nepal after her parents were exiled from the supposed to be Shangri-La country Bhutan. Laxmi was resettled by the UNHCR (United Nations refugee agency) to the Netherlands. In her story she looks back at het past life in the camp and tells about her struggle to create a new life in a society that is alien to her. And all the time she longs for her true love, the boy she grew up with in the camp and who now lives in the United States as a resettler.

Headwind, Laxmi’s Story is about coming of age in between cultures, about the life as a refugee and a migrant. About having to struggle for a decent life and about a love that seems impossible. It’s about the caste system that is a fundament underneath the Hindu society and the changes that come when people are taken from their home, their country, culture an religion and implanted in a modern society. But above all it’s a story about a young woman with a difficult past who fights her way through life, like most refugees do.

Headwind, Laxmi’s Story is still available through mailorder in the Empowerment Foundation’s bookshop or directly through me. Here you’ll find the first chapter of the novel to get a grip with the story of Laxmi. Click here for Headwind, Laxmi’s Story Sample. You can buy the book here. All earnings are donated to the Empowerment Foundation in support of their empowerment project.

headwind front coverHeadwind, Laxmi’s Story Sample

 

 

alan road

First sentences when awake 1: “Where is Alan Road?”

I dream a lot. And I capture dreams. In contrast with many people I can recall my dreams for some time. That allows me to get inspired by the most wonderous stories that happen in my dreams. Most of my dreams have to do with traveling. Well actually almost all of my dreams. The explanation for that is that life for me is one big continuous process of change. Change I welcome and never am afraid of. It even drives me to write the way I do about the topics I choose. It makes me follow those dreams and makes me travel. As such my dreams are often the seed where new experiences and friendships derive from.

Being a dreamer is nothing like being unrealistic or a being out of reality. It merely is a mirror of my life combined with imagination, inspiration and experiences. My dreams tell me things I do not easily recognize when fully awake. They do change the coarse of my life and even the most important decisions in my life have been triggered by the subcontious reality of my dreams.

So I learned to value my dreams and to sometimes chase them. For me my dreams define me as a person and as an artist. As a writer.

Because of that I’ve been capturing the first sentence that pops in my mind as soon as I am waking up. I pen them down, for reference. It’s a way of capturing those dreams. Sometimes these sentences do not telle me that much, sometimes they explain themselves later. Sometimes much later. The moment I am really awake I try to spend half an hour writing down the dream I had based on that one sentence. And that way of handling my dreams sometimes brings me stories or poetry. Or the need to change someting in my way of life. I also log the time with that sentence that I pen down in those early hours. Somehow that seems important although I do not (yet) know why.

This morning’s sentence at 6.54 AM was: “Where is Alan Road?”.

Alan Road could of course be a road. But Alan Road wasn’t a road in my dream, it was a person. This Alan Road is someone I’m  searching for. I met him on a trainride from The Hague to London. He was a young man, a performer. A poet. He was on his way to perform in London in an old pub where they have poetry evenings where writers and poets come to listen to each other and enjoy each others company. Alan was a quiet man, I think around his thirties. With an unshaven face, like some guys think is looking cool. He was sitting there in the fast moving train quietly on his mental island. So was I. We didn’t talk at first.

It took us an hour before we exchanged words. He started first, I answered. We talked about how the landscape changes colour while traveling in a fast train. And how that seems like a film, a fast changing decor. Something that is not really out there but that’s projected. Alan started this game of imagining a world outside the train that was not real even though we were looking at it. I went along with him and we had a lot of fun thinking of all kind of situations and people inside that moving landscape. And what they did to each other, how the loved and cheated, what businesses they had and who killed who, where a little boy was about to be born and what that boy would later become. We envisioned people walking in the fields in northern France, hand in hand being romantic. And about a cyclist who tried to follow the train for a while abviously unable to keep up with us. Within mental minutes we were in Calais riding into to Channel Tunnel and quickly after that on our way on the English main land. We laughed a lot. Alan was a nice guy.

By the time we arrived at the trains destination we had exchanged phone numbers and plans for the coming days. I promised to come to his performance, somewhere in the Wimbledon area. So, a few days later I went there. There was indeed a poetry night going on in the Alexandra, the pub he told me to go to. He described the place accurately so I had no doubts. But Alan wasn’t on the program. I waited, searched, but didn’t find him. No Alan. Halfway the evening I asked a barkeeper wether he knew where Alan Road was. His answer was simply “Just around the corner miss, two blocks away.”

alan road

Only then I realized I had been in Alan Road years ago, to visit a friend who lived there. It must have been more than 30 years since, and I wonder why this place came back to me. I guess I’ll have to check it out someday or maybe another dream will explain this.

© Alice Anna Verheij

coming-out-day1

Coming out. Of niet.

Voor heel veel mensen is het begrip ‘coming out‘, het ‘uit de kast komen’, een zwaar beladen begrip. Voor diegenen die problemen hebben met andere dan mainstream identiteiten en geaardheden, voor hen die (nog) ‘in de kast’ zitten. Om verschillende redenen waarbij de tweede groep, die kwetsbaar is, mijn sympathie nadrukkelijk heeft.

Maar er is nog een derde groep en voor het gemak van argumentatie richt ik me in deze tekst op de LHBT (Lesbisch-Homo-Bisexueel-Transgender) gemeenschap. De gemeenschap in de sameleving die voornamenlijk bestaat uit hen die zelf wel uit de kast zijn gekomen.

Het probleem wat deze gemeenschap heeft is dat de algemene mening binnen de gemeenschap lijkt te zijn dat uit de kast komen een goede zaak is en dat iedereen die het betreft dat eigenlijk ook zou moeten doen. Om emancipatoire redenen. Want de communicatie van belangengroepen en organisaties lezend en kennend kan zonder meer vast gesteld worden dat ‘uit de kast’ komen een goede zaak is en het niet uitkomen voor sexuele geaardheid of genderidentiteit een slechte. Of in ieder geval een ongewenste. Zij die niet uit de kast komen zijn niet geëmandcipeerd en lijden onder de onderdrukking van hun omgeving. Onderdrukking in de vorm van potentiële afwijzing of erger.

253304_377786638994122_385859700_n

Heel vaak is dat ook zo. Heel vaak hebben ‘andersen’, mijn woord voor zij die niet binnen de algemeen geldende maatschappelijke kaders vallen, het zwaar. Haat-criminaliteit en de mildere vormen van afwijzing zijn aan de orde van de dag en de laatste jaren zijn die zelfs erger te zijn geworden. Zowel in onze westerse maatschappij als in andere samenlevingen zoals de Oost-Europese en Russische.

Zelf overigens, ben ik jaren geleden als toen transseksuele vrouw naar buiten gekomen. In een klein dorpje midden in de knellende Bijbelband van het land. Dat was, zo kan ik u verzekeren, geen pretje. De beschimpingen op straat, de afgewende blikken van mensen die eerder pretendeerden vrienden te zijn en de eieren tegen de ramen zal ik niet vergeten. Kan ik niet vergeten en mijn kinderen denk ik ook niet. Uiteindelijk ben ik de bekrompen hel van het dorpje ontvlucht en in mijn geboortestad gaan wonen. Een goede keuze.

Toch ben ik van mening dat de koers die veel belangenbertigende organisaties in het LHBT domein het op dit punt niet goed doen. Immers, de emancipatiedrang (die ik onderschrijf) vanuit die organisaties is groot. Dat uit zich in de algemen mores binnen de LHBT gemeenschap zoals eerder omschreven: uit de kast komen is goed, er in blijven niet. Daar nu ben ik het mee oneens. De aanleiding voor deze gedachte is het zoveelste facebook berichtje in mijn tijdlijn dat op ‘grappige’ wijze mensen er op wijst dat in de kast blijven, het niet uitkomen voor je geaardheid, niet goed is. Ben je gay of trans dan wordt je opgeroepen om daar voor uit te komen. Organisaties als COC doen dat nadrukkelijk. En dat bevalt me allerminst.

Als het zo zou zijn dat er aangegeven werd dat als je uitkomt voor je geaardheid of identiteit je erg welkom bent dan zou dat mooi zijn. Want dat is zo ongeveer het enige dat echt telt. Als er aangegeven werd dat je steun zou krijgen dan zou dat ook erg mooi zijn. Maar dat is niet wat er staat, dat is niet wat er gesuggereerd wordt. De suggestie is dat niet uitkomen voor geaardheid of identiteit slecht is. En dat is het niet. Integendeel. Als een mens besluit om de dagen te slijten zonder expliciet te zijn over sexuele geaardheid of (afwijkende) genderidentiteit dan is dat immers volledig des persoons. Een mens heeft gewoon het recht om zelf, zonder druk van buitenaf, te beslissen om expliciet te worden of dat na te laten. De sociale en morele druk vanuit de gemeenschap is in dat licht bezien immoreel. Want die druk, het constant drammen op de noodzaak tot coming out, ontneemt mensen het morele recht om dat nu juist niet te doen. Het is normatief en goed beschouwd zelfs contra-emancipatorisch. Het is, zo durf ik te stellen, een vorm van groepspressie op individuen die men niet eens kent en in specifieke situaties zelfs morele groeps repressie. De tolerantie voor mensen die om religieuze redenen hun geaardheid of identiteit niet op straat willen gooien is op zijn zachtst gezegd heel erg beperkt.

Ik ben blij dat ik de keuze heb gemaakt om expliciet te worden over mijn andere genderidentiteit dan welke men dacht dat ik had. Mijn coming out over het feit dat ik lesbisch ben overkwam me eigenlijk meer dan dat ik er ooit over nagedacht had. Het feit dat ik eigenlijk in zekere zin bisexueel ben vind ik zo weinig interessant dat ik niet de moeite neem dat te verhullen nog te bespreken. Voor mij zijn gender en sexuele geaardheid begrippen die fluïde zijn. Ja, ook gender. Ik voel me heus niet altijd vrouw. Ik weet zelfs niet wat het is om me man of vrouw te voelen. Het interesseert me ook niet als het om mezelf gaat, ik ben gewoon wie ik ben.

Toch vind ik beslist niet dat iedereen moet uit komen voor, publiek moet worden over, genderidentiteit en sexuele geaardheid. Wat mij betreft moet iedereen dat gewoon zelf weten en daar keuzes in maken of juist geen keuzes daarin maken. Ik kan me niet verenigen met de morele dwang die er vanuit de LHBT gemeenschap wordt gelegd op die mensen. Sterker nog, ik vind die morele dwang onethisch. Wil je in de kast blijven? Prima, dat is jouw keuzen en dat mag. Wil je dat niet? Ook goed, ook dat is jouw keuze en als je hulp nodig hebt om staande te blijven in de maatschappij die je (deels) zal afwijzen dan verdien je alle hulp. Natuurlijk.

Maar alsjeblieft zeg, laten we gewoon ophouden met die stomme berichtjes die mensen moreel onder druk zetten. Geef mensen echte vrijheid. Vrijheid inclusief het recht op de keuze om niet expliciet te zijn over zaken die nadrukkelijk strikt persoonlijk zijn. Uit de kast komen mag en verdiend steun. Maar het hoeft niet. Echt niet. Wat als die goedbedoelende organisatie ook zeggen.

© 2013 Alice Anna Verheij