Essay: ‘Mooi is goed’.
Hier kunt u het essay lezen dat ik naar aanleiding van het professional program ‘Van verwondering naar inspiratie’ heb geschreven. Het behandeld de visie die ik ontwikkel waarbij ik streef naar begrip voor de noodzaak van een herwaardering van de esthetiek bij de inrichting van onze samenleving. Dit vanuit de observatie dat de esthetiek een bij uitstek menselijke waarde – of deugd – is die bijdraagt aan geluk.
Mooi is goed.
Naar een herwaardering van de esthetiek in de hedendaagse samenleving.
Waarde lezer, de schoonheid is in de verdrukking gekomen. Door allerhande ontwikkelingen in politiek, technologie en economie, door veranderingen in het denken en handelen in de samenleving en door veranderingen in onderwijs en bij de media, is het begrip schoonheid – of beter nog esthetiek – gedevalueerd. Met alle gevolgen van dien. In dit essay zal ik proberen duidelijk te maken wat ons in het westen is overkomen en wat andere samenlevingen lijkt te gaan overkomen. Ik zal de begrippen schoonheid en esthetiek volledig naar willekeur door elkaar gebruiken ten behoeve van de leesbaarheid.
Waar meet men in het westen persoonlijk en collectief succes aan af? En is daarbij oog voor alle aspecten die van belang zijn? Zijn belangrijke waarden naar de achtergrond verdwenen en is hun positie als kernbegrip voor succes en geluk overgenomen door andere waarden? Is het tijd om ons te herbezinnen op een nieuwe balans in normen en waarden, op een nieuwe inrichting van de samenleving wellicht. Of misschien zelfs op een nieuwe balans in ons persoonlijk leven?
Om op dit soort vragen antwoord te geven is het belangrijk om zowel inzicht te hebben in welke waarden – of deugden – er zoal zijn en wat hun relevantie is voor de inrichting van samenleving en het bereiken van persoonlijk geluk. Daarnaast is een waardering van de huidige samenleving en wellicht ook mijn en uw persoonlijke situatie in verhouding tot die waarden een goede manier om dieper inzicht te krijgen in de kwaliteit van het leven.
Deze vragen en overwegingen zijn bij mij aan de orde gekomen als gevolg van een grote verandering in mijn persoonlijk bestaan waarbij zelfs de meest fundamentele aspecten van het mens zijn én van de kwaliteit van de huidige samenleving een lakmoesproef ondergaan. Het gedachtegoed dat ik hier probeer vorm te geven is dus in hoge mate een persoonlijk gedachtegoed. Maar dan wel een dat ik in vele gesprekken heb kunnen toetsen aan de mening van anderen.Niet gebonden aan welk kader dan ook begin ik graag bij de recente publicatie van het laatste boek van Professor Deirdre McCloskey getiteld ‘Bourgeois Virtues’. De burgerlijke deugden die zij benoemt en laat samensmelten met de oude Christelijke deugden geven een boeiende draai aan het denken over ons zelf en onze samenleving. De Christelijke deugden ‘geloof’, ‘hoop’ en ‘liefde’ zijn ons allen bekend, maar is dat echt zo? Weten wij eigenlijk wel wat geloof, hoop en liefde inhouden? Ervaren we ze nog? Over die burgerlijke deugden moeten we wellicht nog langer nadenken. Ik ken weinig mensen die ze kunnen opsommen ondanks dat ze in verschillende van onze bekendste historische gebouwen zijn gebeiteld. ‘Rechtvaardigheid’, ‘moed’, ‘beleid’ en ‘prudentie’. De stelling van McCloskey is dat het samenstel van Christelijke en burgerlijke deugden in hun combinatie voorwaardelijk zijn voor succes en welbevinden, misschien zelfs voor geluk. Haar inzichten hierin spreken me aan want wat gebeurt er als we onze persoonlijke situatie of de huidige samenleving langs de maatlat van geloof, hoop, liefde, rechtvaardigheid, moed, beleid en prudentie leggen? De analyticus in mij verleidt me tot een grafiekje waarin je kunt ’scoren’ op deze zeven assen zodra je een thema onder de loupe neemt. De uitkomsten zijn verrassend te noemen als je dat daadwerkelijk doet.
McCloskey’s mening dat succesvolle bedrijven en organisaties deze waarden ook in enige mate (en soms zelf in hoge mate) omarmen. Dat een succesvolle organisatie naast voor de hand liggende waarden als geloof, moed, beleid en prudentie ook in zekere mate liefde, hoop en rechtvaardigheid in zich zal blijken te hebben is voor mij geloofwaardig Hoewel het vaak in de praktijk helaas nog wel goed zoeken is naar deze waarden.Maar zijn dit wel alle deugden die een voorwaarde voor geluk en succes zijn? Dimensies als ethiek en religie vinden we in verschillende vormen terug in de genoemde zeven deugden dus ook deze klassieke begrippen passen in McCloskey’s benadering. En toch mis ik iets essentieels.
De laatste jaren ben ik me zowel in mijn persoonlijk leven als in mijn werk steeds bewuster geworden van nog een belangrijke deugd. Eentje waarbij het in sommige situaties zelfs tot extreem geluk, ontroering en vreugde kan leiden. Het gaat om het begrip ’schoonheid’ wat ik voor het gemak – maar eigenlijk onterecht – gelijk stel met esthetiek. Inmiddels is er bij mij een filosofie ontstaan die het belang van deze uiterst menselijke deugd onderstreept. In directe zin ontbreekt het vaak aan deze ‘achtste deugd’ en in indirecte zin is het mij ook niet gelukt om de schoonheid als deugd terug te vinden in de groep van zeven. De titel van dit essay luidt ‘mooi is goed’ en als dat klopt dan is esthetiek eigenlijk een begrip dat binnen de ethiek valt of op zijn minst ethisch verantwoord is. De stelling gaat natuurlijk wel ver. Want mooi kan dan wel goed zijn maar hoe bepaal je dat dan? Kan je ethische waarde toekennen aan schoonheid of is het een op zichzelf staand begrip en niet zozeer een deugd? De klassieken maar ook de oosterse wereld wijzen op het laatste. Het esthetisch begrip van de oude Grieken is van groot belang geweest voor de westerse samenleving net zoals hun ethisch begrip dat voor de inrichting van hun democratie was, het is echter ogenschijnlijk niet bepalend geweest voor de kwaliteit van de samenleving. In later tijden zijn mensen als Leonardi da Vinci lange tijd – wellicht hun gehele leven – met de esthetiek bezig geweest. Da Vinci’s ‘gulden snede’ als model voor de esthetische kwaliteit van het ontwerp van de schepping is daar een prachtig voorbeeld van. En dat terwijl hij toch een overtuigde atheïst was. Nog steeds is de mens verwonderd over de vorm van een blad, de perfecte verhoudingen van een boom of de verhoudingen van het lichaam van de mens. Al is die verhouding wellicht mede bepaald door evolutie, het is toch op zijn minst prettig om je op je rug te kunnen krabben met armen die net lang genoeg zijn. Toch is ook dat niet bepalend voor het toekennen van het begrip ‘deugd’ aan de esthetiek. In het oude China is wonderschone kunst gemaakt en het is onmogelijk om bijvoorbeeld de verboden stad te beschouwen zonder overweldigd te worden door de esthetische waarde van de architectuur. Helaas is ook hier de ontnuchterende waarheid dat die esthetische waarde eerder een gereedschap is geweest van statusverhoging en machtsvertoon en daarmee heeft ze zelfs een repressieve en abjecte kant.
Nee, pas wanneer esthetiek verbonden wordt met begrippen als welbevinden en beleving wordt duidelijk wat het belang is. De kunsten hebben door hun aard en door hun esthetische waarde bijgedragen aan het welbevinden. Zowel collectief als individueel is de beleving van kunst, design en zelfs het menselijke schoonheidsideaal en de erotiek mede bepalend voor de geluksbeleving. Blijkbaar is er iets in de mens dat leidt tot bewustwording van het verschil tussen mooi en lelijk. Interessant genoeg is die beleving sterk cultureel bepaald en bij uitstek individueel van karakter. Wat ik mooi vindt kunt u afgrijselijk vinden. Het is daarmee wel een zeer menselijke eigenschap. Buiten de mens immers is er geen ondervinding van schoonheid. Maakt de esthetiek dan bij uitstek de mens tot mens? Het lijkt er wel op. Maar hoe zit het dan met de samenleving? En is er een ontwikkeling in de geschiedenis van de mens te ontdekken rond de esthetiek?
De laatste vraag wordt beantwoord door de cultuurhistorie en dus zal ik daar hier verder maar niet op in gaan. De vraag over hoe de esthetiek zich verhoudt tot de hedendaagse samenleving echter is zo boeiend en complex dat enige uitdieping hier geen kwaad kan.Wat is die plaats van de esthetiek in onze samenleving?
Deze vraag is bijzonder lastig te beantwoorden maar wellicht is een antwoord te vinden door naar de ontwikkelingen van vandaag de dag te kijken als het gaat om de inrichting van die samenleving. En dan doet het pijn. Want waarom benemen wij die arme automobilisten die dagelijks in files doorbrengen om hun bijdrage aan de economie te leveren van het uitzicht op de schoonheid van ons platteland? Nog erger, waarom benemen we dat uitzicht door middel van in grijs beton gegoten ‘geluidswallen’ die zo lelijk zijn? Kosten nog moeite worden gespaard om het geluid uit te bannen ten behoeve van het achterliggende grasland. Maar een paar euro extra besteden aan fantasierijker en mooier afscherming doen we niet. Zelfs een vrolijk kleurtje dat in de zon sympathiek ook is niet aan de orde. Hetzelfde geld voor de ‘corporate architectuur’ die zich vooral laat inspireren door megalomanie en de behoefte aan de boodschap ‘wij zijn rijk en u niet’. Ruimtelijke ordening is het verworden naar ruimtelijke wanorde. Computers blijven vooral grijs, grauw, beige of zwart en de bediening is nog steeds verwarrend en onprettig, als ze het al blijven doen. Succes van ondernemingen en mensen wordt over het algemeen niet afgemeten aan hun bijdrage aan de samenleving maar aan de hoeveelheid geld die zij weten te vergaren. We staan toe dat mensen in de tang worden genomen, gedegradeerd tot tikvee en we maken ons niet druk om hun geluk. De kasten naast de grijze bureau’s zijn ook grijs of zwart maar in ieder geval voorzien van een deprimerende kleur en gevormd als efficiënte maar ongeïnspireerde blokken. Meer abstract worden processen vormgegeven op basis van efficiëntie criteria en niet op communicatieve of sociale kwaliteiten. Ook een bedrijfsproces heeft esthetische kanten, vooral als we ze goed visualiseren. Waarom gaan we eigenlijk zo met onze middelen en omgeving om?
We denken niet meer na of wat we ontwerpen ook ‘mooi’ is. Het komt niet eens in ons op om te bezien of de dingen die we gebruiken wel mooi zijn. Goed ontworpen en aantrekkelijk. Vooral in mijn oude werkveld de bedrijfsautomatisering is de afweging dat een aantrekkelijke presentatie van die automatisering aan de gebruikers er van zal leiden tot een prettiger gebruik en waardering van het gemak iets wat vooral opgetrokken wenkbrauwen oplevert. ‘Het moet gewoon doen wat we willen en hoe het er uitziet is niet van belang’. Maar soms, soms is er die uitzondering. De veronachtzaming van esthetiek in de automatisering staat in schril contrast met de aandacht voor auto’s. Soms is er een fabrikant die moeite doet om hun producten niet alleen goed en functioneel maar ook mooi te maken. Of je nu van auto’s houdt of niet maar bij Ferrari doet men toch iets bijzonders met hun ontwerpen.In mijn optiek is het naast prettig ook gezond om aandacht voor schoonheid te hebben. Werken in een mooi ingerichte kantooromgeving werk positief op sfeer en welbevinden. Goed ontworpen gebouwen worden als prettig ervaren. Niemand wil in een ‘sick building’ werken of leven. (Alsof werken en leven verschillende zaken zijn.) Een computer kan mooi zijn als de ontwerpers oog hebben voor de kwaliteit van hun ontwerp in plaats van het op zo goedkoop mogelijke wijze produceren van hun product. Werken met mooie gereedschappen schept meer voldoening dan saaie onhandige spullen. Uiterste efficiëntie kan bijzonder lelijk zijn ten opzichte van de mens die in die efficiënte omgeving moet functioneren. Wat meer aandacht voor esthetiek kan dan niet alleen gezond zijn, het kan zelfs heilzaam werken in situaties waar men te lang is blootgesteld lelijkheid, gezond makend dus in zekere zin.
Om de een of andere reden maken veel mensen voor de inrichting van hun werksituatie geheel andere afwegingen dan ze in hun privé situatie doen. Alsof het een ander leven betreft. Of ze leggen zich neer bij de vaak ogenschijnlijke onbeinvloedbaarheid van die werkomgeving.Maar is esthetiek dan iets wat altijd van belang is? Is het een ontwerpcriterium of zou het dat moeten zijn? Dat hangt naar mijn overtuiging af van de situatie. Soms, heel soms zijn er zaken te bedenken die je af mag handelen zonder een esthetische overweging. In situaties waar de mens niet geconfronteerd wordt met het resultaat of in situaties van leven of dood. Aan oorlog kan ik niets esthetisch ontdekken. Maar in bijna alle andere gevallen is esthetiek, ook zonder er bij na te denken, een begrip dat aanwezig is en van belang. Daarom is het opvallend om te zien dat ontwerpers van medische apparatuur tegenwoordig veel aandacht besteden aan de vormgevingskwaliteiten van die apparatuur. En heel soms leeft er bij die ontwerper de overtuiging dat een MRI scanner die fraai is vormgegeven voor de mens die er helaas gebruik van moet maken geruststellender is dan een volledig op functionaliteit vormgegeven apparaat. Waarmee met al zijn beperkingen het ontwerp een functie heeft in het verder klinische proces. Het is dus tijd voor een brede herbezinning op het belang van esthetiek als deugd die van invloed is de kwaliteit van leven en werken en niet slechts als een begrip dat de persoonlijke beleving van kunst beïnvloed. Zo’n herbezinning zou zich naar mijn idee moeten vertalen in hoe wij met onze samenleving en onze habitat omgaan.
Idealiter zou een beleidsmatige esthetische discussie moeten plaatsvinden op het moment dat we gaan sleutelen aan die samenleving of onze omgeving. Samen werken, samen leven en samen schoonheid creëren is wat mij betreft een veel interessanter uitgangspunt voor een nieuw kabinet dan het huidige uit een samensmelting van efficiëntiedenken en sociaal verantwoord regeren bedachte motto. Het leven zou meer moeten zijn dan werken en leven. Genieten, schoonheid ervaren zijn minstens zo belangrijk omdat ook dat ons welbevinden en onze gezondheid beïnvloeden.
Dit alles betekend wel dat we een grote psychologische draai moeten maken. Ingenieurs zouden in hun opleiding esthetiek als vak aantreffen en zij niet alleen. Al vanaf de middelbare scholen zouden we aandacht moeten geven aan het ervaren, waarderen, begrijpen en toepassen van het begrip. Waar brengt ons dit nu? In ieder geval bij kinderen en onderwijs maar ook bij beleidsuitvoering en besluitvorming maar bovenal bij ons zelf. Want al het genoemde kan iedereen zelf al in gang zetten. Breek uit de verdrukking van een te beperkt zicht op wat van belang is en wat goed voor je is. Sta toe om schoonheid te zoeken en na te streven. In wonen, werken, leven, opvoeden en vrijetijdsbesteding. Ga je te buiten aan ‘mooi’. Je wordt er beter van want mooi is goed.
Voorjaar 2007 – © Alice Verheij





Dag Alice,
Mooi, om meer aandacht te vragen vor esthetiek.
Vanuit mijn verwondering dat het in organisaties hoofdzakelijk over het goede gaat (”doen we de goede dingen (effectiviteit) op een goede manier? (efficiency)”) en we ons met name buiten ons werk omringen met dingen, mensen, reizen die we mooi vinde, schreef ik het boek ‘Schoonheid in organisaties. Op weg naar Esthetisch Verantwoord Ondenemen (EVO)’ (Eburon, 2007). Om antwoord te geven op de vraag of “doen we mooie dingen (schoonhedisproductie) op een mooie manier? (productieschoonheid)” iets kan zijn.
Gelijktijdig richten we het Genootschap ter bevordering van schoonheid in organisaties op (zie http://www.schoonheidinorganisaties.nl) en organiseren we op dit moment de wedstrijd ‘Mooiste organisatie’ ism het Ministerie van BZK en de Vakcentrale CNV.
Succes met je initiatief.
Groet Steven de Groot
Interessant verhaal.
Ik moest ineens denken aan een citaat van Mondriaan, dat een tijd op de gevel van een gebouw bij het Rijswijkse plein heeft gesiert: “Art has to be forgotten, beauty must be realised.”
De grote vraag is natuurlijk wat mooi is.
Mondriaan was een grootheid. Meer nog in zijn mening over kunst en beleving dan in zijn eigen kunst. Beauty is in the eye of the beholder, onbediscussieerbaar als ultiem streven van de mens, Het staat voor mij op gelijke hoogte met geluk. Misschien is het hetzelfde?
Geen idee, maar ik voel met het gelukkigst als ik iets gecreëerd heb.