Fragment uit mijn roman ‘Sorpresa’ (werktitel).

Een woord vooraf:

De roman ‘Sorpresa’ is een relatieroman die het leven beschrijft van Gianna, Jakob, Anna, Isabella en Charlie. Eén Man, vier vrouwen, een verleden vol verwikkelingen, een ingrijpende persoonlijke verandering, ieders onomkoombare lot, de keuze van twee mensen die niet zonder elkaar kunnen en de onbegrensde liefde ondanks een tragedie. De roman speelt in Nederland en Toscane en hoop ik tegen de zomer van 2009 rijp te hebben voor publicatie.
Het fragment is een onaf deel van een boek in wording. Ondanks enkele autobiografische elementen is Sorpresa fictie. De personages bestaan niet in werkelijkheid, althans niet in de enkelvoudige personages in het verhaal. Sorpresa gaat vooral over de liefde tussen mensen.

Alice.

- begin fragment -

Hoofdstuk 1. Het welkom

Hobbelend en schokkend slingerde al dalend, de kleine blauwe auto over de almaar slechter wordende grindweg. De vlucht naar Pisa was mooi geweest, de autorit er na ook. Het zicht op de Alpen was bij het heldere weer adembenemend geweest. De Aletschgletsjer leek als een stroom gesmolten ijs met twee sporen van chocolade van het nu zo kleine drietal Jungfrau, Mönch en Eiger af te stromen. En boven de Tyrreense zee die met een flauwe bocht werd overvlogen zorgde de zon voor een zilveren schittering over het azuurblauwe oppervlak waar onder de groenige sluiers van de zeebodem te zien waren.

Na ongeveer vier en een halve kilometer over de grindweg die als een stroompje over de rand van de heuvel meanderde kwam het stenen gebouw in zicht. Fier gebouwd met stevige stenen en keien en beschenen door een gelige avondzon. Na nog een kleine kilometer kwam de auto knerpend op het grind tot stilstand. Vlak achter de de grote witte wollige hond, hij leek eigenlijk net een schaap, kwam de eigenaar snel naar buiten om zijn nieuwe gasten te verwelkomen. In de verte kon je een tractor de Toscaanse heuvelen horen pijnigen. Nog verder weg klonk een kerkklok. Het was zes uur.

Gianna vond het spannend. De eerste keer samen met een man weg. Met Jakob, de artiest en levensgenieter. Oude vriend. Jakob was groot en mooi met vierkante schouders en armen waarin je je wel veilig moest voelen. Bij Jakob voelde je je vrouw, daar zorgde hij wel voor.
Het was allemaal in een opwelling ontstaan. Spontaan na een gezellige avond met nét iets teveel wijn. Jakob was moe en melancholisch. De laatst tijd had hij dat wel vaker. Gianna wist niet waarom. Ineens vroeg hij of ze zin in een vakantie had. Gewoon even een week samen weg van het gedoe. Niet lang maar net genoeg om even bij te komen van de afgelopen maanden. Zonder er al teveel over na te denken had ze ja gezegd. Jakob liet haar een bestemming kiezen en het werd Toscane dat in de nazomer zo aangenaam kon zijn. Ze was er jaren terug eens geweest en de paradijselijke omgeving was nooit uit haar hoofd en hart verdwenen.

Gianna wilde de kinderen en vooral de kleine Isa, niet te lang missen en ze wist dat hun moeder Anna een paar dagen rust ook broodnodig had. Dus de volgende morgen spraken ze met Anna af dat zij en Isa voor drie dagen over zouden komen. De twee oudste kinderen, Jos en Annabelle konden voor die paar dagen best wel even voor zichzelf zorgen en anders was altijd oma nog in de buurt om een oogje in het zeil te houden. Jakob vond het ook erg leuk om een paar dagen Anna en Isa weer te zien. Anna had nog gevraagd of er een speciale reden was om elkaar op deze manier weer eens te zien, ze had Jakob immers niet meer gesproken sinds hij en zijn Charlie uit elkaar waren gegaan. En of het goed was dat haar wandelvriendin Isabel mee zou komen omdat ze eigenlijk afgesproken had met haar die week te gaan wandelen in de Achterhoek en ze het vervelend zou vinden om Isabel teleur te stellen. Gianna twijfelde even over Isabel, ze lagen elkaar niet zo, maar natuurlijk stemde ze in. Ze zou een volle week samen met Jakob hebben, een paar dagen aangename onderbroken door het bezoek van Anna en Isa. Het zou erg leuk zijn weer samen te zijn.

Na een korte rondleiding in de Podere, het was immers een verbouwde hoeve, nam Jakob het gebruikelijke sjouwen met koffers voor zijn rekening. Toen de koffers eenmaal boven waren vertelde de eigenaar wat er die avond gekookt zou worden en stalde zijn nieuwe bezoekers aan een klein vierkant tafeltje op het gras voor het huis. In gezelschap van een goede landwijn en een adembenemend uitzicht over het dal. Hun ogen gelden over de randen van de heuvels aan de horizon, via de pannen daken van de verlaten huizen verderop omhoog naar het dorpje in de verte. Langs de kerktoren die even terug nog de tijd over het dal galmde, door de onderbreking van de zwangere vijgeboom op de voorgrond heen om uiteindelijk tot rust te komen in het bos onderaan de heuvel waar het huis op gebouwd was. Alles straalde warmte en rust uit. Er was geen verkeer te horen behoudens nog steeds die langzaam werkende tractor in de verte.

‘Hoe lang is het nu geleden, Jakob’
‘Wat bedoel je?’
‘Hoe lang is het terug dat we elkaar de eerst keer zagen?’
‘O dat. Dat zal nu zo’n jaar of vijftien zijn. Ik dacht op Charlie’s premiere. Haar eerste echte rol, kan je je dat nog herinneren? Maar waarom vraag je me dat eigenlijk?’
‘Geen idee eigenlijk. Weemoed misschien? Het is ook zo mooi hier en ik moest ineens denken aan toen ik hier voor de eerste keer was. Toen alles nog anders was.’
‘Niet beter dan nu toch?’
‘O nee, niet beter. Anders. En zoveel moeilijker. Ik was niet gelukkig toen. Maar wel een stoere kerel, gek eigenlijk. Het is zo ver weg nu, net of ik een ander was.’
‘Dat was je ook, dat was je zeker. Lang niet zo leuk om te zien in ieder geval.’
Ze schoten in de lach. Jakob tikte met zijn glas het hare even aan. ‘Op je tweede leven, dame. Maak er wat moois van.’
‘Zie jij Charlie nog weleens, Jakob? Ik heb nooit begrepen dat ze bij je weg ging.’
‘Ik denk dat ik haar weggejaagd heb. Ik moest zo nodig de artiest uithangen en zij was daar zoveel beter in. Ik heb haar nu bijna zes jaar niet meer gezien. Ze zal het wel druk hebben met weer een bevlieging. Ach, ze was te vluchtig voor me. Telkens weer iets nieuws. Ik zal wel te oud voor haar geweest zijn of zij te jong voor mij. Op het eind voelde ik me oud en moe als ze weer met een “geweldig spannend idee” kwam. Ze zou me nu vast hoogbejaard vinden.
Gianna proestte het uit. ‘Jij te oud? Jij wordt nooit oud, je blijft gewoon die lieve jonge god en dat beginnende buikje zie ik heus niet hoor.’

- einde fragment -

September 2006 - © Alice Verheij
Sorpresa, except of the novel - English version

Leave a Reply