‘Wiki’s waarheid’ betwijfeld - ‘Wiki’s truth’ doubted.
Vanavond heb ik in het goede gezelschap van een vriendin naar ‘wiki’s waarheid’ gekeken. Een documentaire uitgezonden door VPRO’s TegenLicht. De docu ging over de waarde, waarheid en onwaarheid van Wikipedia en en passant over de invloed van Web 2.0 op de samenleving. Andrew Keen, de auteur van het boek The Cult of the Amateur; how todays Internet is Killing our Culture and Assaulting Our Economy (uitgegeven als ‘de Apencultuur’ door Meulenhoff.) houdt er morgenavond in Felix Meritis de Globaliseringslezing over.
Zie ook mijn blog ‘Why does Andrew Keen never smile’ voor een verslag van die lezing.
Het moet me van het hart dat ik met zeer gemengde gevoelens naar de uitzending gekeken heb. Andrew Keen waarschuwt - en zelfs meer dan dat - voor de bedreiging van de democratie en de vrijheid die Web 2.0 mogelijkheden bieden. Zo geeft hij aan dat door het ontbreken van controle en beheersing op de via deze technologische mogelijkheden gepubliceerde informatie leidt tot onbetrouwbare informatie. Immers eenieder kan publiceren wat hij of zij wil. Bij Wikipedia is het zelfs zo dat die publicaties in een online encyclopedie terecht komen. Die content is dan niet op kwaliteit en waarheidsgetrouwheid gecontroleerd en beheerst. Een gruwel voor de traditionele academicus en de traditionele journalist. Andrew Keen propageert angst en komt op mij ook angstig over. Hij gaat voorbij aan de mogelijkheden van wetenschappelijke en journalistieke vernieuwing die deze nieuwe media verschaffen. Hij gelooft niet in een zelf corrigerend vermogen van het medium. Immers foute informatie kan gecorrigeerd worden en vervolgens opnieuw verontreinigt worden.
Toch zie ik dat anders. De tijd dat wetenschap alleen bedreven werd in wetenschappelijke instituten is langzaam aan het voorbijgaan. Het interessante is dat die geïnstitutionaliseerde wetenschap een typisch westerse invulling van de wetenschap is. Vroegere wetenschappers hadden geen instituten en werkten veel meer op zichzelf of in eigen netwerkverband. Zo ook bij de journalistiek. De tijd dat er vòòr publicatie uitgebreide studie en hoor-wederhoor aan de orde waren is ook voorbij aan het gaan. Tegenwoordig vindt veel van de inhoudelijke verrijking van een publicatie plaats nà de publicatie. De discussie rond een publicatie op het web is vaak nog informatiever dan de publicatie zelf. In die zin kan je publicaties via het net niet loskoppelen van de reacties en de discussies die er rond die publicatie zijn. Tenminste via internet. Traditionele media hadden die mogelijkheid onvoldoende. Internet is directer, sneller.
Hij heeft een punt met zijn zorg maar in plaats van kijken naar alternatieven en verbeteringen blijft hij in de documentaire hangen bij de doemdenkerige benadering dat dit alles zal leiden tot een verarming van de informatie, een daling van de inhoudelijke kwaliteit, teveel ruimte aan het plebs om maar wat onzinnigs te schrijven alsof het de waarheid is. Dat is dan de bedreiging van de samenleving, de democratie en de vrijheid die het interactieve internet ons brengt.
Zelf zie ik het helemaal niet zo somber in. Ik onderschat het vermogen van de mens niet om te oordelen over kwaliteit en waarheidsgehalte van de informatie die via het interactieve internet tot ons komt. In plaats van informatie en kennisconsument worden we informatiedeler, kennisdeler en vooral ook ervaringsdeler. We krijgen nu de gereedschappen om ons te ontworstelen aan de vaak elitaire wetenschap en de over intellectuele journalistiek. Meningen kunnen gemakkelijker bekend worden. Bij gebrek aan kwaliteit worden ze ook vanzelf weer weggefilterd want ze trekken dan niet of nauwelijks publiek. Zijn het dan de bezoekersstatistieken die de kwaliteit bepalen? Welnee want dan zouden het net kijkcijfers zijn. Ik denk dat het vooral een kwestie is van opleiden van de jeugd in het omgaan met de informatie die op ze afkomt. Het aanleren van een basishouding van het ‘challengen’ van die informatie door zelf verder te zoeken en graven in dat internet naar aanvullende en contrasterende informatie. In het leren van eigen oordeelsvorming en het aanleren van een ethiek als het gaat om het gebruik van informatie.
Al met al ben ik optimistisch over de mogelijkheden van Web 2.0. Daar komt nog bij dat het enthousiasmerend werkt voor veel mensen om met die mogelijkheden om te gaan. Dat enthousiasme kan heel goed leiden tot kritische en mondige burgers in een samenleving die zich geen appelen voor citroenen laat verkopen.
Ik ben dus heel benieuwd wat de lezing morgen van Andrew Keen en de daarop volgende discussie gaat brengen.
(M)alice © 2008
- English version -
Wiki’s truth doubted
Tonight I watched ‘wiki’s truth’ in the good company of a friend. It’s a documentary broadcasted bij VPRO’s TegenLicht. The docu was about value, truth and untruth of Wikipedia and in the byline on te influence of Web 2.0 technology on society. Andrew Keen, the author of the book The Cult of the Amateur; how today’s Internet is Killing our Culture and Assaulting Our Economy, will lecture on it tomorrow evening in the ‘Globaliseringslezing’ at Felix Meritis.
To be honest, I viewed this documentary with very mixed feelings. Andrew Keen warns - and even more than that - for the threat to democracy and freedom that the Web 2.0 functionalities present. He points out that the lack of control on published information using these technologies will result in unreliable information. Anyone can publish whatever he or she desires. Within Wikipedia these publications even end up in an online encyclopedia. That content is in that case not checked and controlled on quality and truthfulness. A horror for traditional academics and traditional journalists. Andrew Keen presents fear and does somehow look scared to me. He ignores the possibilities of scientific and journalistic renewal that these new media deliver. He does not believe in a selfcorrecting power of the medium. Wrong information can be corrected and subsequently distorted afterwards
I do see things differently. The times that science was only practiced in scientific institutions are slowly passing. The interesting thing is that institutionalized science is a typical western approach to science. Early scientists did not work within institutions but were working on their own of within a self contained network. Same for journalism. The time that before publication one researched extensively and asked for feedback is also slowly passing. Nowadays much of the enrichment of the content takes place after publication. The discussion on a web published topic or article is many time much more interesting and informative than the article itself. In that sense a web publication cannot be seen as separate of the discussion on that publication. At least that’s how it works on the net. Traditional media did not offer that opportunity. The Internet is much more direct and faster in feedback and response.
He does have a point though with his worries but in stead of looking for alternatives and improvements he gets stuck in a negative view of the future: all of this will lead to deteriorating quality of information, to much room for the plebs to write nonsense as if it were the truth. That is the threat to society, democracy and freedom that the interactive Internet poses.
I do not see things as grim as that. I do not underestimate the ability of men to judge quality and truthfulness of information that is presented through the interactive Internet. Instead of information and knowledge consumers we become information, knowledge and above all experience sharing people. Now we get the tools to free ourselves from the often elite sciences and the over intellectual journalism. Meanings can easier be ventilated. If quality lacks content will get filtered because it wont draw public attention. Is it the visitor’s statistics that define quality? Hell no, because that would be regarding viewing figures as quality indicators. Didn’t work for tv, so wont work for the internet. I think that it’s our task to educate youth in the use and of information that they click on. Teaching them a basic approach of challenging the information they gather by re-searching (they do need search engines) and digging in the Internet for extra and contrasting information. In teaching them to make their own judgments and teaching them the ethics on information usage.
All in all I’m optimistic about the possibilities of Web 2.0. Add to that the enthusiasm that many people experience in handling these possibilities. That enthusiasm can very well lead to critical and empowers citizens in a society that does not take information for granted. It’s all in the education.
So, I’m very curious as to what tomorrows - sorry today’s - lecture of Andrew Keen and the following discussion will bring.
Filed under: Columns, Media, Proza, Verschenen bij anderen, Wetenschap

Ik heb een keer meegemaakt hoe klakkeloos HBO-studenten info van het web plukten om daar weer een nieuwe website mee te gaan vullen, dus ik ben wat minder optimistisch. Maar of een academisch klimaat nou wel een optimale omgeving is om aan waarheid en heilzame informatie is, daar zou een documentairemaker ook wel een doemdenkerig verhaal over kunnen vertellen. Professor Cornelis Verhoeven zei me eens dat de meeste proefschriften die hij onder ogen kreeg ’stijf stonden van de academische angst’. Dat vond ik wel een mooie uitdrukking.
Precies daarom vindt ik dat we onze kinderen bewust moeten maken van de mogelijkheden, onmogelijkheden, gevaren en voordelen van de technologie die ze beschikbaar krijgen.
Ook hier is angst een slechte raadgever. Een onzinnige emotie zelfs want deze ontwikkelingen houdt je niet meer tegen maar worden (of zijn) een onderdeel van het dagelijks leven aan het worden.
Academische angst is net als journalistiek angst wijdverbreid en een zwaktebod. Het leidt tot wat ik wetenschappelijk oestergedrag noem.
Ja, het is wel één van de eerste dingen die ik mijn kinderen heb geprobeerd bij te brengen: meer bronnen zoeken en met elkaar vergelijken, voor een werkstuk. En toch echt wel een beetje terughoudend met het gebruik van wikipedia. Verder op het web: kijken wie het zegt en waarom.
De waarheid bestaat in mijn ogen niet, wel net zoveel waarheden als er mensen zijn. Misschien komen we daar nu juist wel achter, als het academisch bestel aan invloed verliest tegenover het web. Dan worden we meer op onszelf teruggeworpen. In de wetenschap, zeker in de hoek waar ik gestudeerd heb, geldt sterk dat je je boodschap krachtiger maakt door ‘autoriteiten’ achter je stellingen te verzamelen. Dat soort wetenschap mag van mij wel ten onder gaan.
Wikipedia is een mooi startpunt van informatie zoeken, en de discussiepagina kan nuttig zijn om je in te mengen. Maar je moet zeker niet alles voor waar aannemen. Het samenwerken binnen een wiki vindt ik erg mooi en ook het ontbreken van heel strenge academische regels. Maar binnen Wikipedia wordt er veel gecontroleerd hoor! Al kwam dat in de docu niet zo sterk naar voren vond ik. Ik hoop dat de lezing nuttiger is.
Zoals gezegd. Ik vindt dat er wel vanuit een angstbeeld gesproken werd. Dat is een benadering die de wereld niet veel verder brengt. Vooral de enkele wetenschapper die geïnterviewd werd viel in de categorie traditionele 20e eeuwse wetenschappers. We leven inmiddels in de 21e eeuw.
Met mijn oudste dochter nog eens over gesporken. Blijkt dat er op school heel weinig wordt gedaan aan de nodige training van het kritisch vermogen en ‘gevaren’ van internet als informatiebron niet besproken worden. Daar was ik wel bang voor.
Ik vind het prima als de gevestigde wetenschap van z’n voetstuk raakt, maar als het World Wide Web er vervolgens op gehesen wordt, tja, dan zijn we toch wel ver van huis. Vertrouwen in de klassieke informatievoorzieners vond ik vaak onterecht naïef, maar ik vind dat informatie op het web nog net iets meer kritisch vermogen behoeft.
Dat is waar het om gaat.
De lezing gisteren was van een angstige man die geen vertrouwen heeft in de mens. Dat is mijn beeld. Karin was vlijmscherp. Jammer genoeg werd er in de discussie door de benadering van Keen een soort overschreeuw strategie gevolgd. Heel jammer en een blamage voor het academisch niveau. De man plaatst zichzelf op een academisch voetstuk maar lacht nooit. Dat schept het beeld van een academische zuurpruim. Kritiek werd vooral met retorische truukjes gecounterd, een zwaktebod. Hij was sterk in de on-liners en weet verdomd weinig van de industrie waar hij uit komt (online music business). Geen notie van Podfree muziek, geen vermelding van de opkomst van Indy muziek. Alleen maar bitterheid over de ondergang van de traditionele business en een elitair begrip van kwaliteit. Er volgt nog een uitgebreid blog over in aanvulling op het eerdere.
Een man à la Dalrymple? Ik heb persoonlijk veel van die houding meegemaakt bij Klassieke Talen, toen daar onderwijsvernieuwing moest worden ingevoerd en sommige mensen er voor het eerst mee geconfronteerd leken te worden dat er ook nog een wereld vol andere culturen bestond. Het is natuurlijk altijd sneu om je alleen te voelen staan met de dingen die jij zelf waardevol vindt. Wat dat betreft zijn er wel overeenkomsten tussen elites en subculturen: de mainstream houdt er geregeld waarden op na, waar je niet vrolijk van wordt. Dat is ook altijd zo geweest, daar moeten we het gewoon mee doen.
Er blijven altijd plekken waar je weer gewoon in de zon kunt gaan zitten.
Om de een of andere reden wordt dit bericht sinds vorige week extreem veel gelezen. De vraag is nu: waarom en wie leest er dan?
Tijd voor Web 3.0 want dan kan ik dat tenminste achterhalen…