Julia en Katrina (aflevering 7)

vorige aflevering

Verstrengeld in elkaar werden ze wakker. Veel te vroeg. Het eerste geluid hadden ze niet gehoord maar nu hoorden ze allebei zachtjes kraken alsof er iets losgewrikt werd. Katrina keek Julia met grote ogen aan. ‘Mijn God, inbrekers, Julia!’ Tot Katrina’s verbijstering reageerde Julia heel anders dan ze verwacht had.
Julia stond rustig op, legde haar wijsvinger over haar lippen en keek Katrina strak aan. ‘Ssssssst.’ Ze liep naar de kledingskast in de hoek van de kamer, deed het smalle deurtje open en tastte met haar linkerhand in de kast.

Ze vond de Magnum die ze twee dagen terug had gekocht toen het haar duidelijk werd dat het wel eens gevaarlijk kon worden. Beter jezelf verdedigen dan weerloos blijven had ze gedacht toen ze in Antwerpen het wapen kocht. De vergunning had ze al jaren, het was één van haar gekke hobbies geweest om zich op de schietbaan te bekwamen in het scherpschieten.

Om de hoek in de gang hoorde ze heel zacht geschuifel en nog zachter ging ze in de stoel tegenover de deur zitten, in het donker zodat de insluiper niet kon zien dat ze er zat. Ze was vast van plan niet te doden maar in de benen te schieten en de man, want dat zou het vast zijn, zo weg te jagen. De deurkruk ging langzaam geluidloos omlaag en er kwam een kleine kier tussen de deur en de post. Een paar vingers grepen zacht om de rand van de deur en de klink veerde terug. Toen de kier breed genoeg was schoof een lange schim tussen de deur en de muur de kamer in. Eenmaal voor de helft in de kamer met de deur deels weer dicht achter zich knipte Julia de lamp aan die ze zo gedraaid had dat die recht op de deur gericht was. Ze was zelf niet zichtbaar.

De man stond met de ene voet voor de andere en bevroor. Grote ogen keken achter een sjaal in de lamp en de man sloot ze direct. Zijn hand met het mes voor zijn ogen houdend. Julia schoot.

Met een brul van jewelste viel de man op de grond. Ze had hem in zijn onderbeen geraakt en hij bloedde behoorlijk. Het mes was uit zijn hand gevallen en Julia was als een razende opgestaan en had het ding door de kamer weggeschopt, de man onder schot houdend. Katrina was de kamer in gerend en samen bogen ze zich over de man. Hij kroop op zijn billen tegen de muur en mompelde ‘niet schieten, alsjeblieft niet schieten’. ‘Wat doe je hier, wie ben je?’ vroeg Julia.
‘Ik kom van Janosz, ik moest zijn zus bang maken zodat ze weg gaat. Ga weg hier anders overleef je het niet.’
‘Wie ben je?’
‘Jan Simeck uit Warschau, Janosz’ knecht. Ik moet hem helpen want hij heeft in Polen mijn zusje gevangen.’
‘De klootzak!’ riep Katrina.
‘Ik geloof dit tuig niet Kat, hij had een mes in zijn handen en niet om appeltjes te schillen. Weet je wat we doen? We gooien hem het huis in zijn blote kont. Dan weten die rotzakken wat ze aan ons hebben.’
‘Jezus Julia, dat kunnen we toch niet doen, ze komen vast achter ons aan.’
‘O nee, let maar op.’

De man lag nog steeds tegen de muur gedrukt en had behoorlijk pijn. De kogel was dwars door zijn onderbeen gegaan zonder het bot te raken, dus het bloedde flink.
‘Stilliggen, dan verbind ik je. Kat, hou hem onder schot als ik met hem bezig ben.’
Vaardig legde Julia een verband aan rond de beenwond en direct daarna dwong ze de man op te staan.
‘Omdraaien, gezicht tegen de muur en je shirt uit doen.’ De man deed het want hij was behoorlijk bang geworden inmiddels. Julia pakte een watervaste stift en schreef op de man zijn rug: “Hier is je mannetje terug. Volgende keer heb je een leger nodig. Rot op uit ons leven anders weten we je te vinden. En niet alleen wij…”
Katrina schoot in de lach. De man probeerde van de muur af te komen maar Julia gaf hem meteen een trap tegen zijn gewonde been, hij kromp direct in elkaar van de pijn.
‘Wees blij dat die kogel niet in je hoofd terecht is gekomen, klootzak. Doe je broek uit.’ Voorover gebogen deed de man langzaam wat ze hem opgedragen had.

‘Zo, en nu de trap af.’ In alleen zijn onderbroek en schoenen daalde de man voorzichtig met een van pijn vertrokken gezicht de trap af. Eenmaal beneden moest hij de voordeur open doen van Julia en toen er niets op straat te zien was gaf ze hem een duw naar buiten en deed de deur dicht.
‘Zo zet je het vuilnis buiten Kat.’ Ze zei het met een brede lach. Katrina keek haar even aan en barstte toen in schaterlachen uit.

(M)alice © 2008

2 Responses to “Julia en Katrina (aflevering 7)”

  1. Ehm, bod=bot lieverd ;o)
    Leuk, al kan het wat stilistische verbeteringen gebruiken. Je moet meer spannende (nee niet die spannende) verhaaltjes lezen ;o)
    Leuke aflevering dus :o)

  2. Niet goed nagelezen dus. We blijven bijleren…

Leave a Reply