Als Odysseus

Soms voel ik me als Odysseus. De mooie Griekse held die alles moest overwinnen om bij zijn geliefde te komen, om thuis te komen. Zijn verhaal heeft me al geboeid van jongs af aan. Niet wetend dat het bijna metaforisch is voor mijn leven. Allerlei volken, heksen, tovernaressen, monsters en natuurverschijnselen belagen hem. Ik ken er ook een aantal die ik ben tegengekomen. Geen van allen echter overwint Odysseus, of mij.

De Kikonen in mijn leven zijn de mensen die me bespot of afgewezen hebben. Ze bestaan niet meer. Op eentje na misschien maar die heeft me de kracht gegeven om me te weren in mijn leven als het nodig mocht zijn. Misschien geen zakken bedwelmende wijn maar wel de weerstand om me mondig en krachtig te maken.

De Cycladen (lotuseters) zijn de verleidingen van drank en drugs. Ze zijn mij grotendeels bespaard gebleven. Net als Odysseus’ mannen vluchten veel mensen daar in. Net als hij doe ik dat niet.

De cycloop Polyphemus het eenogige monster ken ik goed. Ik ben hem tegengekomen op de treinrails. Twee keer. Mij kon die niet pakken, ik was op tijd, hij gelukkig blind.

Aiolus, de god van de wind staat voor de kansen die ik gemist heb. De momenten dat ik misschien eerder had kunnen beginnen aan mijn reis naar mijn thuis. Maar toen ging de zak met de ongunstige wind open om me verder af te drijven van mijn doel. Maar nooit definitief.

De Laistrygonen, de reuzen in mijn wereld die mij soms dreigden te verpletteren zijn er niet in geslaagd. Die reuzen zijn de wanhoop die me soms diep getroffen heeft. Donker, sterk en peilloos diep maar niet sterk genoeg gelukkig.

Circe, de tovenares die mij met haar verleidingen probeerde te bekoren. De verleidingen waar ik soms voor zwichtte, me aan overgaf alsof het een bestemming was. Maar het was mijn bestemming niet, de verleidingen waren precies dat wat Kirke deed, betoveringen.

De onderwereld, de geesten uit het verleden die me in lange nachten belaagden. Me onzeker maakten en bang. Die me aanpraatten dat mijn leven geen zin had, ik nooit mezelf kon worden.

De Sirenen, ik kom ze nog geregeld tegen. De ultieme verleiding die je wel wilt horen en zien maar alleen als je zeker bent er niet voor te kunnen vallen. Ze staan voor de moeite en de volharding die ook ik nodig heb om vooral mezelf niet te verliezen in nieuwe ervaringen, in nieuw en onbekend leven. Maar het juist in alles rust op me af te laten komen. Ik ben niet bang voor ze maar ken ik mijn grenzen?

Scylla en Charybdis, de keuze tussen de twee kwaden. Het monster dat je opvreet of de draaikolk die je verzwelgt. Geen van beiden aanlokkelijk, niet beiden te omzeilen. En uiteindelijk lukt het dan toch om mijn eigen monster kwijt te raken en niet te vallen in de draaikolk die een veelheid aan problemen soms lijkt. Ook ik laveer er toch weer tussendoor.

Helios, het eiland met de runderen die je noodgedwongen moet slachten en eten. Om er later achter te komen dat daar een zware straf voor staat. Het zijn de keuzes die ook ik gemaakt heb waarvan ik wel aanvoelde dat ze niet goed waren maar die me uiteindelijk opgebroken zijn. De fouten die ik in mijn leven gemaakt heb waar altijd een rekening tegenover staat. Ik heb mijn runderen geslacht en de rekeningen zijn me bekend. Toch ontsnap ik ook aan de wraak van Helios de zonnegod.

Calypso, de naam zo aantrekkelijk is, de godin die me verleid om bij haar te blijven terwijl het me niet vergund is. Ken ik haar? Zal ik haar kunnen verlaten om mijn bestemming te vinden.

De Faiaken, de laatste halte op de tocht naar huis. Het volk dat uiteindelijk Odysseus herkent en accepteert. De mensen om mij heen die van mijn houden, me niet alleen laten. Me hun vriendschap schonken en uiteindelijk gezamenlijk er voor zorgden dat ik sterk genoeg geworden ben om thuis te komen. Hun vriendschap en liefde is zo krachtig dat het me overeind heeft gehouden in moeilijke tijden, me sterk gemaakt heeft om te ondergaan wat ik moest ondergaan. Mijn vrienden en vriendinnen, mijn Faiaken. Ik ben ze veel verschuldigd en ze hebben een plaats in mijn hart. Zij hebben me naar mijn thuis, naar mijn Ithaca geholpen.

Ithaca, mijn beloofde thuis. Waar mijn liefde op mij wacht, waar de rest van mijn leven op mij wacht en waar ik mijn geluk vindt. Waar ik mezelf eindelijk heb gevonden.

Odysseus en ik, wij zijn niet zo verschillend. We hebben moeten vechten, veel (onbelangrijke zaken) verloren, mensen verloren en vrienden er bij gekregen. Moeilijkheden overwonnen en onze monsters bedwongen. Maar we zijn er wel gekomen, thuis op Ithaca. Thuis in mezelf.

Alice © 2008

5 Responses to “Als Odysseus”

  1. Kikonen, Cycladen, Aiolus, Helios, Calypso en Faiaken klinken zo bekend in de oren, als ik jouw interpretatie lees, maar wat is mijn Ithaca? En heb ik wel een schip om daar rerecht te komen?

  2. Mijn Ithaca ben ik zelf. Is dat bij jou niet ook zo? En mijn liefde heb ik natuurlijk bij mezelf gevonden. Wanneer en aan wie ik die schenk ligt in de toekomst en een beetje in het heden.

  3. Aiolus ken ik wel. De gemiste kansen. Zelfs ik had eerder willen beginnen. En ik had misschien graag meer begeleiding gehad in die eerste periode. Een psycholoog die vooral hm zegt en waarvan je afhankelijk ben om toestemming te krijgen om met hormonen te beginnen en geopereerd te worden, is niet iemand waarmee ik snel over problemen praat. Hij was het middel om het doel te bereiken. Het feit dat ik hem zelf moest betalen hielp ook niet echt.
    Het avondatheneum viel heel zwaar, niet vanwege de lesstof, maar door m’n eigen worsteling met het leven en de veranderingen die ik doormaakte. Ik heb het dan ook nooit afgemaakt.

    Mijn Faiaken waren m’n ouders. De enigen die er altijd voor me waren en die me nooit in de steek hebben gelaten. Nu is alleen m’n vader nog over.

    Mijn Ithaca? Dat weet ik niet. Soms denk ik dat ik daar pas ben als ik overleden ben (nee ik geloof niet in een hemel). Soms hoop ik dat ik dat ooit nog zal vinden.

  4. Mijn gemiste kansen liggen ook in het feit dat ik mijn vader nooit heb kunnen / durven vertellen wie ik werkelijk ben. Dat vreet nog altijd aan me en daar zit ook veel spijt in. Verder heb ik zoveel fouten gemaakt in mijn leven, privé, zakelijk en menselijk dat ik daar veel kansen heb laten liggen. Maar geen is zo zwaar als het besef dat bij leven mijn eigen vader me nooit echt heeft gekend.

  5. Mijn vader was de eerste die het wist. We wandelden veel en ik praatte dan met hem over m’n plannen. Met m’n moeder liep dat in het begin veel moeizamer, hoewel m’n band met haar altijd het sterkst was. M’n vader heeft echter altijd weer een sterke band met mij gehad.
    Later maakte m’n moeder veel kleren voor me. In het begin was het grootste deel van m’n garderobe van haar hand. Helaas heb ik er niets van kunnen bewaren.
    Met m’n ouders heb ik geluk gehad en ik mis m’n moeder nog elke dag.

Leave a Reply