Runaway bus

2008 augustus 2
by Alice Verheij

Het is een lange rit aan het worden. De wegen zijn mijlen lang en kaarsrecht om dan ineens onverwacht in een opeenvolging van s-bochten en haarspelden te meanderen als een beekje. De bus is vandaag een rammelkar met een koffiemolen als motor. Maar voor vierduizend dollar konden we aan niks beters komen en hij rijdt in ieder geval. Wat meer was dan we van onze oude van konden zeggen. Het wrak stond nu ergens in de woestijn van Nevada uiteen te vallen in stukken ijzer, hout en leer. Roesten kon ie daar niet. Onze ‘nieuwe’ aanwinst was nog wel felgeel en van het bekende model maar daarom niet minder oud en versleten. Shit, wat maakte dat ding een lawaai. Je kon de assen horen draaien in hun lagers met een snel schurend geluid. Het zal me niks verbazen als we ineens langs de weg gaan en weet niet verder kunnen. En we moeten nog zo’n eind door dit verlaten land. Het hete Nevada hebben we nu al uren achter ons gelaten, het nog hetere Death Valley ook. Via Mono Lake zijn we de Tioga Pass al gepasseerd. San Francisco is nu nog maar een halve dag rijden, als we tenminste blijven rijden.

Mark en John zitten wat op een gitaar te tokkelen achter in de rammelende bus terwijl ik het ding over de wegen manouvreer op een manier die de lokale sheriff waarschijnlijk nog net kan tolereren. Zo’n kar rijdt niet al te hard en de andere weggebruikers kijken vanzelf een beetje uit in de buurt van een schoolbus. Dat er een stel halfgare veertigers er in rondrijden maakte daarbij niets uit wat mijn werk in ieder geval gemakkelijker maakt.

‘Hey Alice, what do you say? Let’s get a beer or something don’t you think?’. ‘Sure, next stop is Tuolumne. You guys can entertain the hikers there.’ Na een paar mijl zijn we er. Ik draai de bus over de linker weghelft de parkeerplaats op en de jongens springen er uit zodat ik de banaan verderop kan parkeren terwijl zij alvast kijken wat er te halen valt. Op de parkeerplaats is geen plek meer dus ik draai opnieuw de weg op om even verderop aan de rechterkant het ding in de berm te zetten. Even later zit ook ik achter een veggieburger en een Coke. Mark speelt wat voor de hikers aan de andere tafels en de andere jongens trommelen op de houten banken, een drumstel imiterend. Het klinkt wel aardig maar het mist duidelijk mijn zang. Zodra ik mijn burger op heb val ik in. ‘Brown eyed girl’, ze mogen dan wel blauw zijn bij me maar het klinkt er niet minder om. Het publiek vindt het allemaal ook wel leuk. Na een klein uurtje plezier maken, eten en drinken stappen we aan de weg weer in om verder te gaan.

We rijden verder richting Colfax Spring. Net nadat we de Tioga Pass Road hebben verlaten voor de Big Oak Flat Road gaat het mis. Na de vierde of vijfde bocht, precies weet ik het niet meer, horen we een knal onder de bus en geratel. Direct merk ik dat er geen tegendruk meer op het rempedaal zal. Shit, de remmen! Ik pak de handrem en trek er aan. Het stomme ding springt veel te soepel omhoog, de kabel is gebroken. Dat kan niet waar zijn, de remmen én de handrem. Fuck, hoe krijg ik dit ding dan tot stilstand. De weg draait onder me een haarspeldbocht in die ik natuurlijk te snel neem. Ik hou het gele gevaarte met moeite op de weg. Mark en John zijn opgesprongen en naar me toe gerend in de bonkende en slingerende bus. Weer een bocht en de weg gaat omlaag. We blijven dalen en de bus gaat harden. Remmen op de motor is niet genoeg om tot stilstand te komen, meer terugschakelen heeft geen zin meer. De motor giert als een speenvarken, of zijn het de banden? John en ik draaien samen aan het stuur en de bus schuurt rechts tegen de rotswand. Het gekraak is zo hard dat we denken dat als een sardienblikje open gescheurd te worden maar de bus houdt het. Een scherpe bocht naar links dwingt ons om mee te sturen anders komen we met de neus op de harde rotsen en is de kans groot dat we omslaan en het hele gevaarte over de kop vliegt. De weg gaat eventjes omhoog en de bus vertraagd wat. Op een vlak stuk slingeren we met een paar bochten mee en even lijkt het goed af te lopen. Bocht naar rechts en o shit, de weg gaat stijl naar beneden. Dat moet minstens acht procent zijn. Dat houden we nooit… Mark! John! hou je vast, dit gaat hard naar beneden! Ik klem me nog harder aan het stuur vast maar het heeft geen zin meer…

En dan schiet ik wakker.

Alice © 2008

No comments yet

Leave a Reply

Note: You can use basic XHTML in your comments. Your email address will never be published.

Subscribe to this comment feed via RSS