Jip en Janneke
Soms zit ik op een terras om mensen te kijken of te luisteren naar de gesprekken van anderen. Het zijn kleine inkijkjes in de werelden van mensen die ik niet ken maar die soms verrassend zijn. Zo af en toe komt het voor dat alles lijkt te kloppen. Vanmiddag was zo’n middag.
Mijn dochter is elders, ik ben alleen en het is te mooi weer om het huishouden te doen. De was kan vanavond nog wel worden gedaan en de afwas is geduldig. De stofzuiger in de hoek mag precies daar blijven: in de hoek. Ik ben naar buiten gegaan. Even weg met mijn tas, mijn laptop en de behoefte om neer te ploffen op het binnenterras van mijn inmiddels vaste hangout. Voorzien van een goeie latte macchiato, een zonnetje door het hoge glazen dak en het geroezemoes om me heen probeer ik me te concentreren op alles wat buiten mijzelf ligt.
De twee jongens links van me, zo te horen broers, die over hun vader praten. De verhouding tussen hun en hun vader is niet geweldig zo blijkt na een tijdje. Ze proberen de man te doorgronden maar vertellen elkaar dat ze niet veel begrijpen van zijn gedrag. Het raadsel blijft welk gedrag dat is.
Achter me zit een vader van ergens in de veertig met een dochtertje te genieten van een kop koffie terwijl zijn dochter de Fristi drinkt. Tussendoor leest hij voor uit Jip an Janneke. Annie M.G. Schmidt, ik mis haar nog steeds.
Ik droom weg en mijn gedachten gaan naar voorleesboeken. Grimm, Pinkeltje en Jip en Janneke. Heimwee naar een verleden dat nu zo ver weg van me staat. Eigenlijk zou ik heel graag weer Jip en Janneke voorlezen. Alles vertellen over de avonturen van de twee buurkinderen die op de liefst mogelijke manier ondeugend, speels en vooral kind zijn.
Patricia, de vrouw van de eigenaar van de lunchroom, loopt af en aan. Altijd druk maar nooit te druk voor een praatje met de vaste klanten. Deze plek is een verzamelplaats van mensen die uitblinken in gewoon zijn. Onopvallende mensen, mensen zonder complexiteit. Mensen die vaak lachen en soms huilen. Het kan hier allemaal. Iedereen kent iedereen, een beetje. Het is een plekje waar de papa en mama van Jip en Janneke niet te vinden zullen zijn. Want de twee lieve kindertjes wonen in een groot huis in een dure buurt in een sjieke plaats. Tenminste dat heb ik zo bedacht toen Jip en Janneke mij voorgelezen werd. Hoe lang dat ook terug is, nog steeds zijn de beelden even scherp.
Naast me komt een oudere vrouw zitten. Stil voor zich uitkijkend over de rand van een kop thee. Een tafeltje verder twee vrouwen. Moeder en dochter zo te zien. De moeder in de zeventig zo schat ik en dochter ongeveer van mijn leeftijd. Beetje ouder wellicht. Ze drinken thee. Als ik verder kijk zie ik een oudere man en een man van mijn leeftijd aan een tafeltje. Vader en zoon zo bedenk ik me. Zij drinken koffie.
Ineens bedenk ik me dat ik nooit met mijn vader of moeder zo aan een tafeltje zal zitten. Rustig genietend van het moment en het gezelschap zonder andere bedoelingen dan uitsluitend dat genieten. Zij drinkt thee, ik koffie. We praten over vroeger. Over hoe het was thuis, over de kinderen in de buurt, over toen ik klein was. Over plannen die niet slaagden, over levens die anders liepen dan we verwacht hadden. Het gesprek zal er niet meer komen. De keren dat ik alleen ben met mijn moeder zijn te tellen op één hand want meestal zijn er kinderen of is er mijn vriend. Misschien moet ik toch maar eens proberen mijn moeder haar huis uit te krijgen voor een kopje koffie in de zon. Vragen of het inderdaad Jip en Janneke was dat voorgelezen werd toen ik klein was. Of toch misschien Pluk en de Petteflet.
‘… mijn slaapkopje, ik hou heel veel van jou…’ zingt de vader achter me.
Ik pak Doeschka Meijsing’s ‘Over de liefde’, sla het open, begin te lezen en lees mijn leven op pagina tien. Ik schrik een beetje.
Alice © 2009

Kwam hier toevallig terecht en ben even blijven hangen. Mooi geschreven!
@Esther
dank je voor je lieve reactie. Ik hoop altijd dat mensen mijn verhaaltjes en gedichten mooi vinden of herkenbaar of zo.
groetjes,
Alice