Désordre
Vanmorgen stond ik in mijn eigen chaos. Chaos in mijn huiskamer na een lang weekend, rommel in mijn slaapkamer omdat ik nog steeds al dat wasgoed moet opruimen, de kamer van mijn dochter geheel overhoop zoals tienerkamers geloof ik horen te zijn maar vooral désordre in mijn hoofd. Désordre is nog wel het moeilijkst op te ruimen. Met een eenvoudig stoffer en blik of bezem lukt het gewoon niet. Met praten wordt die warboel wel wat minder maar er is altijd genoeg ‘dynamiek’ om me heen die in geen tijd er voor zorgt dat de chaos van mijn gedachten weer toeneemt tot nieuwe hoogten. Mijn hoofd klinkt dan als György Lygeti’s Etude Nr.1 ‘Désordre’.
Ik hou niet écht van rommel maar ik hou helemaal niet van een opgeruimd huis. Enige mate van chaos hoort bij me heb ik geleerd. Maar soms is er teveel en dan moet er flink de bezem door. Dat is zo voor mijn huis maar zeker ook voor mijn hoofd. Ga ik dan niet opruimen dan wordt het somberen en dat is niet zo goed voor me. Het probleem van opruimen is wel dat er een soort ordening moet plaatsvinden en in toenemende mate lukt me dat slechter. Soms denk ik dat het moeheid is, soms denk ik dat het de hormonen zijn maar meestal heb ik geen idee wat de achterliggende oorzaak is. Ach, moeheid is te verklaren na het ongewild intense leven van de laatste vijf jaren. Hormonen als verklaring doet het ook wel goed want ik schijn ergens in één of andere overgang beland te zijn. Inclusief redelijk explosieve opvliegers die voor behoorlijk wat ongemak zorgen.
Op zo’n dag als vandaag is het beste medicijn me niet al te druk maken, Franse muziek draaien (bij voorkeur Brel omwille van het drama in zijn stem) en koffie drinken in mijn eentje met een goed boek of blad er bij. Bijtanken dus. Dan een wasje draaien, het huis op zijn kop zetten totdat het er uitziet alsof het opgeruimd is, even wat schrijven, nog meer Brel of Dalida of zo, even rusten, een eitje bakken voor op brood, nog eens extra lekkere koffie maken, patronen tekenen en knippen en dus net doen alsof ik een rustig leven heb. ’s Avonds naar vrienden toe voor een social evening en dan laat terug komen om moe mijn bed in te kruipen. Tijdens al die activiteiten heb ik dan tijd om te denken, af en toe een traan te laten of mee te zingen. Heerlijk vindt ik dit soort dagen waarop ik kan flowen, me mee laten gaan op de stroom van gedachten, muziek en bezigheden. Niet nadenken over verleden of toekomst. Genieten van vriendschappen.
En van de geweldige Brel, van wie ik het erger vindt dat hij niet meer onder ons is dan Presley of Jackson. ‘L’amour est mort’, ik voel de rillingen weer over mijn rug, het kippenvel op mijn armen en de klop in mijn hart. Dan ineens halverwege dit mooie lied ga ik weer leven.
Het gordijn ritselt, ‘t is de kat
mijn ogen openen zich wat.
Ik denk niet, denk ik heel even
om mijn hoofd ruimte te geven.
Verwarring is alom aanwezig
buiten is iemand met iets bezig.
De wereld dringt naar binnen en
ineens weet ik weer waar ik ben.
Een flits later besef ik mijn taken
en wil ik liever niet ontwaken.
De chaos om mij heen wordt mild
‘t wakkere leven blijft ongewild.
Nog even draai ik me om
en strek mijn wervelkolom.
Ik sta op, gaap en denk na
‘t is tijd dat ik maar eens ga.
Inmiddels weet ik het wel
het is weer tijd voor mijn Brel.
Alice © 2009

auw, dat György Lygeti’s Etude Nr.1 ‘Désordre’ wil je echt niet in je hoofd hebben, uit de computerboxjes klinkt ‘t al afschuwelijk, wat een contrast met Brel… wel goed je best doen met je huiswerk (patroon) he
Inderdaad een prachtig lied van Brel om naar te luisteren. Jammer genoeg overleed hij vroegtijdig, een jaar na dat lied. Ben grote fan van hem.
@artgrrl. nou? netjes mijn huiswerk gemaakt toch? vanavond de tweede helft van de rok knippen en aangepasst lijfje tekenen. zo leuk !