Aan het sterfbed van mijn moeder.

Je oude bevende handen tasten in de lucht al die van een marionet naar door ons ongeziene naald en draad. Met vermoeide maar sierlijk bewegingen steken ze de draad door het niet bestaande oog van de laatste naald. De handeling schier eindeloos herhalend die zij hun leven lang hebben uitgevoerd. Het zijn niet de spieren en gewrichten maar enkel de gedachten die ervoor zorgen dat het hun lukt.

Eenmaal draad en naald verenigd in een streng van gedachten zoek je met onverwacht zekere blik de ogen van één van ons, de handen reikend naar diegeen van wie je afscheid neemt. Je kinderen, schoonkinderen, kleinkinderen. Zonder uitzondering geeft je iedereen een draad gesponnen van gedachten en voorzien van een naald om jouw gedachten te hechten aan die van ons. Om het breiwerk van je leven te ontvlechten alsof je een borduurwerk uithaalt. Voor iedereen één draad en één naald als dank, als afscheid, als opdracht in onbepaalde volgorde want ieder van ons is je even dierbaar. Het is jouw manier waarop je iedereen beloont met je volle aandacht, zelfs op je sterfbed is jouw afscheid er niet een van nemen maar van geven. Met je laatste dagen of uren die op je wachten, met het ongeduld om naar boven te willen en met je drang omdat pas te doen als alles klaar is en je de aanwezigheid van niemand meer nodig hebt. Een ons vreemd maar o zo passend en dankbaar afscheid waarbij jij alleen de regie voert. Zoals zo vaak door niet op de voorgrond te treden maar simpelweg door je aanwezigheid nu het nog kan.

Je ogen versluieren met steeds groter regelmaat het leven dat nog in je is. Je moede hoofd laat je soms rusten maar er is nog geen ontspanning. Alsof je er nog niet aan toe bent. Je wilt wel maar je kunt het nog niet. De donkerte van de nacht en het licht van de dag wisselen zonder nog van belang te zijn, zonder dat jij ze nog ervaart als relevant. Je bent tijdloos aan het worden. Je door ziekte geschonden lichaam zo klein en breekbaar gekleed in het wit van de lakens van je bed. De armen met regelmaat in beweging want handen moeten doorgaan. Precies zoals je altijd gezegd hebt. Tot ook die handen, zelfs die handen berusten in wat komen gaat.

Stil zit ik naast je, we spreken niet. Af en toe wisselen we een blik, soms kijk ik naar jou zonder dat je het merkt en soms ontdek ik jouw blik op mij gevestigd. Geen woorden zijn er meer nodig. Het grote wachten op dat waarvan jij en ik niet weten wat het is en wanneer het komt zal nog even doorgaan totdat misschien straks, misschien morgen of overmorgen je niet meer hoeft te wachten. Lieve moeder, ga maar vast vooruit, er wordt op je gewacht.

Niet mijn tekst maar de best passende tekst geschreven door de door mij zo bewonderde Frederique Spigt: ‘Ga maar vast vooruit’ van het album ‘Droom’.

Kun je mij wel horen
Kun je mij nu zien
Als ik zacht je handen streel
Voel je me misschien
Kun je ze ruiken
De rozen die hier staan
Als je ogen open zijn
Kijk je mij dan aan

Ga maar vast vooruit
Wees maar niet bang
Ga maar liefste
Ga maar vast
Je ligt hier al zo lang
Ga maar vast vooruit

Zie je ze bewegen
De wijzers aan de muur
En hoor je dat de klok steeds slaat
Elk half uur
Ik kus je droge lippen
En hoop dat jij het voelt
Alle woorden die ik zing
Zijn voor jou bedoeld

Ga maar vast vooruit
Wees maar niet bang
Ga maar liefste
Ga maar vast
Je ligt hier al zo lang
Ga maar vast vooruit
Ga maar vast vooruit
Vooruit

Alice Verheij © 2010

About these ads

3 thoughts on “Aan het sterfbed van mijn moeder.

  1. Correct Helena, want ik leef ook mee…..

    Heel prachtig beschreven
    stil zit ik naast je
    we spreken niet.

  2. WE leven met je mee en ik schrijf hier bewust WE omdat ik zeker weet dat ik niet alleen ben hierin. xx

Reacties zijn gesloten.