Ik ben mezelf (gastblog op Cinephilia).

Verschenen op het Cinephilia blog:

Drie woorden gaf ze me. Gemene woorden in hun onderlinge samenhang. Ik – ben – mezelf – in deze volgorde. Ze zijn namelijk wel waar en tegelijk niet waar. Natuurlijk, het is een gegeven dat ik ben wie ik ben maar waarom brengen die woorden me dan meteen aan het twijfelen? Waarom maken ze dat ik me onbehaaglijk voel? Is het de impliciete zelfdefiniëring die ze inhouden? Is het dat als ik ze lees dat ik dan als vanzelf gedwongen wordt om na te denken wat ‘mezelf’ dan is? Is het dat ze een kader zetten om mijn persoon? Het voelt wel zo in ieder geval. Want aan mezelf kan ik niet ontsnappen. Ik ben mijn eigen gevangenis. Het rare is dat ik soms weleens verlang naar een meervoudige persoonlijkheid. Naar het vermogen een schakelaartje om te kunnen halen en dan ineens een heel ander mens te zijn. Met een ander verleden, een ander heden en een andere toekomst. Mits ik het schakelaartje ook weer in de beginstand terug kan zetten natuurlijk.

Mezelf. Dat is een soort uitgewerkte ik. Een ingevulde en omschreven vorm die bepaald wat ik ben, en hoe ik dat ben en wat ik kan en wat me onmogelijk is. Waar een talentje zit en waar de waanzin heerst. Is mezelf die vrouw die me in de spiegel aankijkt met regelmatig een rimpeltje meer? Of die vrouw met een roos in haar haar die theater wil maken? Of is ze die kwetsbare wat eenzame persoon die een diep verlangen koestert als een oester, gesloten in een krampachtige beklemming? Waarom roept dat woord vragen op en geeft het me geen antwoorden? Het is moeilijk om mezelf te omschrijven laat staan daar oprecht in te blijven. Het is me misschien wel onmogelijk om zonder verbloeming vast te stellen wie die ‘ik’ is die in mij huist. Ik kan er strikt visueel naar kijken en dan zie ik blauwe ogen en benen die er bepaald mogen zijn, maar ook een beetje overgewicht en de constante dreiging van een eerste grijze haar. Rimpeltjes om mijn ogen waar ik soms van hou en dat moedervlekje. O ja, die vlekjes en plekjes die ik zo goed ken omdat ze zo van mij zijn. Iedereen heeft dat en iedereen kent ze van zichzelf. De gelukkigen onder ons weten ze ook van een ander te vinden. Tenminste dat bedenk ik me nu.

Voorbij het uiterlijk ben ik misschien wat ik doe. Maar wat doe ik eigenlijk? Ben ik niet alleen maar aan het overleven op de mij best mogelijke manier? Natuurlijk, ik schrijf en film en fotografeer. Soms maak ik een lied en heel soms zing ik het ook. Ik hou er van om in het centrum te staan en als ik dit opschrijf haat ik dat als een narcistische eigenschap. Maar ik ben het wel. Praat ik teveel en luister ik te weinig? Ben ik te onrustig voor anderen? Is dat het waarom ik naast die buitenkant die altijd bezig lijkt dat eenzame binnenkantje heb? Maar iedereen is toch eigenlijk eenzaam. Iedereen moet het toch uiteindelijk zelf doen in dat gekke leven. Ik – ben – mezelf: die rotzin doet me graven en puzzelen, ze maakt me onrustig. Ik besef dat ik niet jong meer ben maar oud ben ik ook niet. Ik weet dat ik vrouw ben maar niet altijd of niet helemaal. Ik denk dat ik een kunstenares ben maar wordt bang van de consequentie. Wat weet ik nu helemaal van mezelf? Mijn imperfecties, ja die ken ik maar al te goed. Ik som ze maar liever niet op. Ik heb kinderen maar ben ik dan een moeder of een vader?

Ach, ik ben mijn boeken en mijn foto’s en ik ben mijn films. Dat is immers wat er van me te zien is. Wat ik wil dat er van me te zien is. Ik ben een denker en misschien piekeraar bij tijd en wijle. Ik ben dan misschien wel mezelf maar ik ben niet vanzelfsprekend. Wil dat ook niet zijn. Ik haat het gemiddelde, het grijze en grauwe, het simplisme in de taal, het kader van het beeld en het virtuele hok waarin de mens zichzelf plaatst of geplaatst wordt. Ik verafschuw de domheid en het gebrek aan moeite die veel geesten teisteren en laat verworden tot ‘de man in de straat’, die universele gemiddelde onnadenkende almaar consumerende en vegeterende beeldbuisslaven. Verdomme, ik ben mijn boze zelf. Nog steeds die boze, die gekwetste, kwade, verdrietige zelf. Maar dan kijk ik voor alle zekerheid nog even naar die foto van een zondag geleden.

Ik zie een vrouw van middelbare leeftijd. Het haar naar achteren in een soort wrong met rozen er in gestoken. Zorgvuldig gekleed en een klein beetje, niet opvallend, opgemaakt. Met een klein metalen brilletje. Het hoofd licht achterover gekanteld terwijl in haar hand een microfoon wacht op het aankomend gebruik. Ze geniet en dat is te zien. De ogen stralen rust uit en een lichte glimlach geeft de indruk van gelukzaligheid. Ze zit in een tuin, er klinkt muziek en poëzie. Er zijn vrienden en vriendinnen om haar heen. Ze is op haar plek. Ze is haarzelf. Ik ben mezelf.

© 2012 Alice Anna Verheij

About these ads