Een vriendin van me wil niet met een dichter leven, dichtte ze.
Dat vraagt om een antwoord.
Want dichters zijn me lief.
Ik zou met een dichter willen vrijen
en na het hoogtepunt
met hem, of is het haar,
in een koets door de straten rijenGewoon met passioneel gemoed
tegen de klippen op
en over de randen van vulkanen
verzuipen in wat hij, of is het zij, met mij doetVerdwalen in gedroomde ogen
met zigeunermuziek als begeleiding
en een kaars naast ‘t bed
dat kraakt zonder mededogenEn in de morgen een ontbijtje
met een sonnet op bed
of een triest lied als brunch
en nog een orgasme voor een tijdjeDie koets die er even later is
getrokken door twee witte paarden
heeft banken met rood fluweel
en een gordijntje voor wat duisternisAl rijdend door de straten dan
verleid ik hem, of is het haar, opnieuw
bedrijf hobbelend de liefde
totdat hij, of is het zij, niet meer dichten kan© 2013 Alice Anna

Mijn antwoord gedicht ging niet over leZen maar over ‘leVen met een dichter’. Typo’s leveren dan weer grappige misverstanden op. Desalniettemin een pracht gedicht van Eveline dat direct inspiratie geeft.
Het gedicht waarop deze tekst van Alice geïnspireerd is, gaat niet over lezen, maar wonen met een dichter, Ik schreef dit een paar jaar geleden.
Of ik met een dichter wil wonen
In oud vervallen buitenhuis
Of op een duintop met uitzicht
Door beslagen ramen
Is niet de grootste vraag
Wel wie het hout kapt
Wie de vuren stookt
En hoe ik ooit zou durven slapen
Angstig wakend over
Zinnebeelden droomfiguren
Stel dat onze woorden paren
Buiten in de nacht
Dan is de eigen vorm verloren
Nee, nooit bij een dichter
Hoog uit dichter bij.
Eveline van de Putte
2009