Return

It’s certain now. Even before years end I shall return to Nepal. To my friends, my loved ones. To that special young woman who I am so fond of and without who it is difficult to live. To that amazing young man who has helped me so much while filming in difficult circumstances earlier this year. To all those people living in the refugee camps which I have become so familiar with. To the elderly whom I have had the honor to visit their simple homes and share a meal, or tea or just a conversation.

To the colors of the clothes the woman wear wether they live in poverty or not. To the smells in the streets that one can only value properly when experienced in person. To the rivers, the streams, the mountains and the wildlife. To the crowded Kathmandu city and the so silent and tranquil rice fields. I wish there were fireflies in winter. To the temples to do Puja, to the Buddhas, the Hindu Gods and Goddesses and to my personal lama in the amazing Boudha quarter of Kathmandu, who I started to like.

But most of all, really, to that one person who has touched my heart with her smile, her joy, her wit and her love.

It’s only weeks from now and I can’t believe it to be true. I can’t comprehend the wonders and amazement I shall – again – experience. Hopefully not only in Nepal but also in the Indian state of Sikkim. That former smallest of three Himalayan kingdoms which is now part of that enormous India. To visit the temples and stupas and to feel like home again. Of course I’ll carry my cameras with me and return with hours of footage for the Headwind Documentary and possibly other work as well. And again with hundreds if not thousands of photos of which I am sure already that there will be many great pictures. This time the balance is tipping more towards holiday and less to work but even now there is work to be done.

I cannot wait to embrace Nepal, my friends there and my Bhutanese family. And you my dear. Because if you read this you know it’s you that I long to see. And this time maybe we can together see a glimpse of the future.

Alice © 2011

Budapest blues

Het zit er al op. Nu alweer. Mijn reisje naar Budapest (om te schrijven, de stad in me te laten komen en om gedoe van me af te zetten nu het nog kan) is achter de rug. Terug in Den Haag voel ik me vreemd en een beetje ontheemd. Mijn eigen huis was koud en dat kapotte ruitje is ook niet zo handig. Tijdens de ochtend koffie dwaal ik terug naar die vreemde stad. Budapest is vooralsnog ongrijpbaar.

p2280017

Hongaren lachen niet. Het is een depressief volk. De taal heeft een zachte klank waardoor er zacht gesproken wordt. De enige Roma die we gezien hebben schreeuwden hard en schel en tegen elkaar. De buitenlanders die er rondliepen waren Frans, Amerikaans en soms Belgisch. De bruggen zijn mooi en imposant. Budapest bestaat uit steen, hout en gietijzer. Met koffiehuizen en badhuizen. Het vervoer is er gemakkelijk en goedkoop. De ondergrondse is efficiënt en lekker ouderwets. Met knipkaartjes. Tram, trolleybus en bus zijn doorgaans oud maar het is er allemaal. Er wordt gebouwd en er komen nieuwe zielloze maar comfortabele trams die niet rammelen en ratelen. Alles wat je maar kunt bedenken aan openbaar vervoer is er. Metro, tram, trein, bus, trolleybus en taxi. Alles is er en voor de rijke westerlingen goed betaalbaar. De stad is gemakkelijk om je weg in te vinden. Pest is overzichtelijk, Buda iets minder maar vervoer is er altijd en overal. Het is een stad met een negentiende eeuws concept dat in tact is gebleven. Misschien maar goed ook dat het communisme als een diepvriezer heeft gewerkt. Niet kapot gemaakt door nieuwbouw, hier en daar vervallen maar nog vol met trotse oude structuren.

p3010040

Budapest is een samenstel van Parijs en Florence met imposante brede avenues en wegen, pleinen en prachtige fin-de-siecle gebouwen. Groot, hoog en indrukwekkend. Het kasteel in de bovenstad Buda is vooral groot maar heeft een vreemd suikertaart gehalte dat me afstoot. Het uitzicht is er trouwens fantastisch en de blik op Pest aan de andere kant van de Donau lokt je als vanzelf naar beneden door de kronkelige straatjes richting een brug. En ineens komt ze dan om de hoek en wandelt gedecideerd en statig naar de bushalte. Filmsterrenlook en toch gewoon met de bus. Ze is zo tegenstrijdig als de stad. En ze weet dat ze mooi is. Verkeerd woord, ze is prachtig.

p3030293

De glanzend zwarte pumps, het zwarte haar en de knalrode lange jas schudden iedereen wakker in haar buurt. Ik trek me na een uitwisseling van een lach terug en daal af naar de Donau om na een sigaretje me aan de brug te wijden. Hard staal en oude kracht. De brug vraagt een flink half uur mijn aandacht en ik verdiep me in grote ijzeren moeren en stalen kabels terwijl ik langzaam de rivier oversteek. Zo af en toe laat ik een blik over het water gaan om de enkele boot die voorbij vaart van boven te beschouwen. Ze zijn zonder uitzondering zo goed als leeg. Vreemd.

p3030314

Eenmaal aan de andere kant van de stad laat ik me meevoeren aan met mijn voeten richting weer een plein, weer een gebouw, weer een koffiehuis. Ik dwaal wat, dolen is er een beter woord voor denk ik. De kromme straatjes van Buda zitten nog in mijn hoofd en de vrouw in het rood ook. Lopend door Pest wil ik naar Buda terug terwijl toen ik in Buda liep het liefste snel naar Pest ging. Zo gespleten als de stad is, zo gespleten voel ik me er zelf in.

p3030255

Ik kom in een koffiehuis terecht en laat me door het interieur honderd jaar terugbrengen in de tijd. Geluiden, muziek en mensen zijn hier tijdloos. De koffie niet want die doet met de laatste mode mee. Er is WiFi zoals in vrijwel elk café. Zo oud als de stad oogt, zo modern is ze in gedrag.

p3020174

Plotseling ben ik in een jazzclub vol met lachende Hongaren. Ze kunnen het toch blijkbaar. Er is iemand vijftig geworden en de dames / meiden in zijn omgeving vinden het een prima gelegenheid voor een feestje. Ik doe een beetje mee en het levert me een avond plezier op. Om twaalf uur eindigt het, de stad is als elke avond snel weer stil.

p2280021

De plaatsen waar er nog wat bruist liggen in de achteraf straatjes. Maar ik ben moe geworden van de stad en zoek de weg naar de plek waar ik logeer. De lift in het oude gebouw is klein, rammelt en heeft de simpelste bediening die ik ooit gezien heb. Grote ijzeren knoppen want Budapest bedien je met ijzer. Budapest is immers een ijzeren stad maar dan wel mooi en eerlijk ijzer.

p3010031

En nu ben ik dus weer thuis in mijn eigen Den Haag. Het weer is slecht en er wacht veel werk op me. Van alles moet er geregeld worden, van alles georganiseerd, ingekocht en afgesproken. De geluiden van die Hongaarse stad moet ik nog verwerken, het interview uitschrijven en de schetsen voor het boek nog maken. Maar de reis is geslaagd geweest alleen al omdat ik het materiaal heb gevonden waar ik op hoopte.

Nog een paar dagen heb ik over voor mijn andere reis. De angst druk ik weg met foto’s van Budapest en stilletjes verlang ik terug. Ik heb de Budapest blues.

Alice © 2009

‘Feest’ maand

piet

Vanmorgen drong het pas echt tot me door. Geholpen door een avond / nacht met teveel wijn had ik een slaperig doch helder moment. Lekker tegenstrijdig maar zo ben ik nu eenmaal. Maar goed de harde werkelijkheid drong dus tot mij door: het is december. De letterlijke tekst van die gedachte was overigens: ‘Fuck! December. Waarom nou? Ik haat dit. Help, ik wil niet. Geen stomme kadootjes, geen bomen, ballen en kransen, mijters en rendieren. Ik wil weheg.’

Kortom een acute diep depressie is mijn deel geworden. Ik ben meteen anderhalve centimeter ingezakt onder de loden last van het besef dat ik weken ‘gezelligheid’ moet doormaken. Het enige lichtpuntje dat ergens schemert lijkt de oudejaarsavond te zijn. Vooral omdat ik dan zonder schroom met vriendinnen dronken mag worden en op de bar dansen. Het zal inmiddels wel duidelijk zijn: ik hou niet van december. De wereldwijde rampenmaand die de media beheerst alsof er een oorlog is uitgebroken. De maand van vreselijk oude en slechte liedjes waarmee je doodgegooid wordt. De orgastische reclames die je oproepen vooral maar lief voor elkaar te zijn door het uitgeven van sloten geld aan onzinnige presentjes. De maand waarin hele volksstammen aan de slag gaan met papier, plakband, papier maché, linten en allerlei vage materialen om die afgrijselijke kadootjes in te pakken. De maand waarin er weer miljoenen keren volslagen ongemeend prettige *%$&*dagen en gelukkig nieuwjaar wordt geroepen. Tegen vaak nog volslagen vreemden ook nog. De maand waarin andere volksstammen zonodig ineens naar de kerk moeten en dat ook nog allemaal tegelijk op dezelfde avond. Waardoor die kerken op die avond rieken naar een mengsel van kaarslucht, zweetlucht en natte paraplu’s. De maand waarin ik het koud heb, nat wordt van de regen, de lucht loodgrijs is en er regelmatig vieze natte sneeuw in mijn gezicht waait, zoals vandaag. Gatver.

Het goede nieuws is dat er nog maar een paar weekjes te gaan is en dan is die maand weer voorbij. Op de gevaarlijke (lees: feestdagen) kruip ik wel weg in bed of weg bij vrienden of ga ik heel veel schrijven of tekenen of harde muziek draaien of naar slechte films kijken. Maar ik ga zeker NIET naar de ‘Top2000′ luisteren want eigenlijk wil ik gewoon ‘er’ even niet zijn. Misschien moet ik maar eens heel stout gaan doen vanavond of morgen en wordt ik dan door een lieve (vrouwelijke) Piet met krulletjes in een zak gestopt en meegenomen naar Madrid want dat vindt ik zo’n leuke stad. Zelfs in december.

Alice © 2008

De gids

gizeh-guide

Het was er warm. Het heetste moment van de dag. Gizeh, vlak bij de sfinx op de hoek van de parkeerplaats. Nog net binnen het zwaarbewaakte en door toeristen bevolkte terrein van de piramides. Ik was moe geworden van de piramides en sfinx. Van het overweldigend zicht op die toch mysterieuze bouwwerken. Moe ook van de klim in de benauwde gang in de stenenstapel van Chefren. Een tocht die me binnen net als iedereen verstikte en deed zweten van de hoog opgelopen temperatuur. Een tocht die me zo’n tien meter voor de koningskamer het ijskoud deed krijgen gedurende een halve minuut. Alsof er een vreemde energie door me stroomde.

De dag was intensief zoals alle dagen van een reis naar Cairo in eigenlijk te weinig tijd. Een paar van ons groepje stonden samengeklonterd rond Midu, onze reisleider. De rest was nog aan het zwerven zo vlak voor we weer het busje in zouden klimmen voor een volgend hoogtepunt op onze reis. Mijn reisgenote had zich even teruggetrokken en ik stond er wat verloren bij, een beetje in de rondte kijkend naar de mensen.

En daar stond ze. Rustig leunend tegen een muurtje, de omstanders bekijkend zonder de ogen langer dan een enkele hartslag op een specifiek persoon te laten rusten. Ze had de tijd, haar groep liep nog wat rond en ze hoefde alleen maar te wachten. De halfschaduw maakte de plek waar ze stond aangenaam. Het was ook prachtig weer in oktober. Mijn ogen konden niet bij haar vandaan blijven. De casual kleding, een mix van Braziliaanse kleuren met Fidel Castro’s pet en een oosterse pashmina, was op het oog bij elkaar geraapt. Het stond haar fantastisch en haar houding straalde een zelfvertrouwen uit dat door de andere vrouwen om haar heen misschien nooit bereikt zou worden. Ik keek haar aan en als vanzelf dwaalde haar blik naar mij toe. We glimlachten allebei. God, wat was ze mooi. Haar ogen waren sterk opgemaakt, alsof ze een Egyptische prinses wilde uitbeelden. Tenminste dat was mijn gedachte toen ik haar aankeek. De zorgvuldig geëpileerde wenkbrauwen en het symmetrische gezicht deden me onmiddellijk denken aan de afbeeldingen van koninginnen in het oude Egypte. De omgeving maakte de associatie gemakkelijk. Ik twijfelde.

Het liefste had ik haar aangesproken maar ik was zo onder de indruk van haar verschijning dat aanspreken een soort ontheiliging zou zijn. Ze stond daar immers onaantastbaar te zijn. De zonnebril perfect op de pet geschoven alsof ze zo uit een woestijnjeep was gestapt. Een vrouw om voor te smelten en dat was ook precies het gevoel dat ik had. Ik bleef op een afstandje kijken, niet te dichtbij. Bang als ik was dat ze me weer aan zou kijken en ik me daarmee zou verraden of zij zich verstoord zou afwenden. Mijn reisgenote was inmiddels terug en sprak me aan. Ik onderbrak haar. ‘Op zes uur, zo mooi… Die ogen… mijn hemel.’ Mijn opmerking werd begrepen en een sluikse blik achterom zorgde ervoor dat ik niet meer de enige was die bewonderend keek. 

‘Ik wil een foto van haar.’ zei ik ineens. ‘Maar ik durf het eigenlijk niet te vragen.’
‘Doe niet zo gek joh, gewoon op afstappen. Is toch gewoon leuk?’
De verleiding was al snel te groot en het beeld wilde ik beslist vangen. Zo’n mooi gezicht zou in mijn herinnering gebrand blijven en zonder de ondersteuning van een foto wilde ik dat niet laten gebeuren. Ik twijfelde nog even maar overwon mijn schroom en stapte op haar af.

‘Hi, can I ask you something?’
‘Sure…’
‘Well eh, you might think I’m kind of silly. And I am. But eh, I’d love to take your picture as I think you’re gorgeous…’ 
Zo dat was er uit. Ik bloosde nog net niet, het was er vast te warm voor.
‘Oh, ofcourse. How nice of you.’
Ze zei het met een brede lach, de ogen stralend. 
Ik stapte iets naar achteren en ze ging er even voor staan. Een pose maar niet overdreven. De gulle lach vervangen door een wat neutraler blik. Alsof ze de lach voor mijn herinnering reserveerde en haar gezicht voor mijn foto. Ik drukte af. Eén keer, niet meer. Meer foto’s zou ik onbeleefd hebben gevonden. Wow.
‘Thank you so much.’ Ik liet haar het resultaat zien en daar was die lach weer terug. 
‘You really are beautiful.’ stamelde ik nog.
‘Well, eh, go to go now.’
Ik liep terug en ze lachte me na.
‘Bye, have a good time here.’ kreeg ik nog mee van haar. 

Weken later bekijk ik de foto’s van de reis. En daar is ze weer. Verstopt tussen wel duizend Egyptische beelden van piramides, gebouwen, mensen, markten en monumenten. In al haar schoonheid kijkt ze me weer aan. Ik droom weer even een onbereikbare droom en glimlach. Onze eigen gids Midu vertelde me toen ik de foto had laten zien dat het een gids was die hij vaag kende. Hoe ze heette wist hij niet, ik had het niet gevraagd. Ik heb geen naam voor haar bedacht, anders dan de onbereikbare. Een soort Isis, ze is er altijd geweest, nu vast ergens in dat verwarrende Cairo en van alle tijden. Mooi, mysterieus, vrouwelijk en verleidelijk.

Alice © 2008 

De parfummaker

Achter de Khan el-Khalili in Cairo is een straatje waar de mensen twee zaken verkopen. Kruiden en parfum. Het leven is er eenvoudig. Het gaat er om de handel en om de ontmoeting. Toen ik vorige week met Hannah door de straatjes liep, gesluierd zoals we dat het prettigst vonden, werden we opgevangen door een wat oudere man. We waren een beetje bedwelmd door de geur van de vele soorten kruiden. Sterk en gevarieerd en vooral ook smaakvol. De man liet ons de verschillende kruiden proeven, niet zozeer om ze te verkopen aan ons maar eerder omdat hij het leuk vond om dat te doen. Kaneelstokjes van formaten die wij niet meer kennen, komijn, hibiscus en een mix van pepers die werkelijk heerlijk was.

We werden meegetroond naar de straatjes achter het gebied waar je kunt kopen. De straatjes met de werkplaatsen waar die kruiden worden gemalen en verpakt. Het is wonderlijk om te zien hoe zo’n oud beroep als kruiden en specerijenhandelaar ondersteund wordt door de vele kleine maalderijen die nog volledig werken op een manier zoals dat al honderden jaren gebeurt. Nadat we daar gekeken hadden stelde de man voor om ons naar een parfummaker te brengen. Het andere ambacht waardoor dit deel van de oude markt in Cairo beroemd is. We lieten het ons welgevallen want de manier waarop we rondgeleid werden door deze mooie wereld was vriendelijk en niet opdringerig, tenminste niet zo opdringerig als in andere delen van de Egytische hoofdstad.

De parfummaker was een oudere wat magere man met vriendelijke ogen en een rustige, zelfs rustgevende blik. Zijn winkeltje, net groot genoeg om met drie mensen tegen elkaar in te zitten, puilde uit van de grote apothekersflessen met grondstoffen voor de parfums die hij maakt. Langs de straat staat een donker houten vitrine met mooie kleine parfumflesjes met veel goud. Het is een winkeltje dat als een jas voelde, alles paste precies. We gingen zitten om met de man te praten en kregen hibiscusthee aangeboden. De zoetige en frisse smaak maakt waarschijnlijk dat je reukorgaan beter gaat werken want de verschillende geuren in dit wonderlijke winkeltje bedwelmden ons. Al pratend probeerde de parfummaker er achter te komen welke geuren onze voorkeur hebben en tegelijk wat voor soort mensen wij eigenlijk waren. Het waren de ingrediënten die hij nodig had om de parfums te mengen die bij ons paste.

Ik hou van jasmijn en de geur van noten en hout. Na zo’n anderhalf uur praten, mengen, proberen (pas na drie minuten ruiken!), was mijn parfum klaar. Jasmijn, musk en sandalwood in een combinatie die precies afgestemd was op mijn huid en voorkeur. De oude man maakte het alsof hij de componist was van een geuren symfonie. Misschien was hij dat ook. Het kostbare flesje staat in mijn slaapkamer en de inhoud zal me nog lang aan die man doen denken. Elke keer als ik een beetje van de kostbare olie gebruik zie ik zijn blik weer voor me. De aandacht die hij voor ons had toen hij toverde. 

Alice © 2008

Stilte in Egypte?

 

Ik heb nu stilte nodig. In ieder geval stilte op zo’n manier dat ik uit mijn eigen hoofd even weg kan zijn. Soms is het leven een aaneenschakeling van vreemde gebeurtenissen. Geen ‘grand design’ of zo en al helemaal geen ‘intelligent design’. Nee, een opvolging van momenten in een continue en dus nooit aflatende stroom die zich gedraagt als een rollercoaster ride. Langzaam klimmen en pijlsnel dalen, onverwachte bochten, nieuwe uitzichten die net zo snel verdwijnen als ze komen. Dan weer links, dan rechts, omhoog, omlaag en over de kop. Aan het eind sta je dan duizelend op je benen, nauwelijks bekomen van die wilde rit. Dat eind zie je niet aankomen, tenminste meestal niet. Tenzij je er zelf voor kiest of gevoelig bent voor je eigen voorgevoel.

Maar ben je dat niet dan is die gekke rollercoaster rit van je leven niets anders dan de ketting van momenten, gebeurtenissen, gevoelens, vreugde, verdriet, liefdes, geluk en pech, die ieder ander ook meemaakt. De mindere momenten dwingen je om te genieten van de mooie kanten van dat leven. Van kinderen als je ze hebt, van liefde als die er is in wat voor vorm dan ook. Van andere mensen, culturen, landen, steden, verhalen, geluiden, geuren, smaken, trillingen en kleuren.

Dat laatste is precies wat ik de komende week ga doen. Onderduiken omdat ik wil onderduiken in een andere wereld. Warm, zonnig, mysterieus, onverstaanbaar maar zo voelbaar en tastbaar. Met een hele lieve vriendin, de mooiste reisgezel die ik me kan wensen. Ik ga kwetsbaar én sterk zijn, ruiken, horen, proeven, kijken, denken en schrijven. Foto’s maken, video en geluidsopnamen. Oosterse klanken, kleren, sieraden, kruiden, stoffen, stenen, beelden, gebouwen, muziek, dans. Oosters leven, zo anders dan ik gewend ben.

De komende week kon op geen beter moment komen. Ben ik alweer op een draaipunt in mijn leven? Over ruim een week hoop ik weer terug te zijn, zeker weet ik dat niet. Want zekerheden bestaan niet. Maar als er niets vervelends gebeurt ben ik hier terug met verhalen, foto’s en misschien wel bewegende beelden en geluiden. Tot snel vrienden, ik ga naar mijn stilte in Egypte.

Alice © 2008

PS Ik ga natuurlijk wel back(b)loggen wat zoveel inhoud dat ik elke dag een verhaal, lied, gedicht, film of foto verzamel die ik met terugwerkende kracht na terugkeer hier laat zien.

‘Tertia’

Binnen twee dagen komt tante Pos (oom TPG) haar brengen. Mijn speeltje voor de komende tijd. En hoewel het plaatje op het scherm een gruwel laat zien ben ik er toch blij mee. Die gruwel kan er af en dan komt Pinguin Software in. Tux van Linux. Met een open kantoor in plaats van een minuscuulzacht kantoor.

Ik ben er vooral blij mee omdat ik én aan een kadootje toe ben na alle ellende van de laatste tijd én ik naar Egypte afreis heel binnenkort en wil blijven schrijven zonder dat ik een toch wel gewichtige laptop mee moet sjouwen. Ja ja, er is pen en papier en de firma Moleskin heeft prachtige boekjes. Maar ik ben een moderne tante en tik mijn teksten. Vandaar de typo’s dus…

Grappig genoeg is dit speelgoedje best wel een serieus ding dat voor mensen als ik die obsessief compulsief schrijven of simpelweg voor hun beroep met tekst spelen een geweldige uitkomst. Handtas vriendelijk formaat, vrouwelijk wit, lekker licht want maar 1 kilo en voorzien van alles wat draadloos moet zijn. Sterker nog, voorzien van solide toestand geheugen en dus geen harde schijf. Heerlijk. Lekker stil dus ook. Klein genoeg om een genoeglijke metgezel te worden. Genoeg stroom om een lange treinreis van Cairo naar Luxor van dienst te kunnen zijn en internationaal genoeg om over de hele wereld met me mee te mogen reizen. Een digitaal reisgezellinnetje.

Zo begrepen is het apparaatje dus in mijn bezit voordat ik afreis naar Cairo en Luxor en dat is natuurlijk fantastisch. Kan ze dus lekker mee en kan ik er foto’s op kijken. Joepie! Overigens is het dus een ‘ze’ vindt ik. Een naam heeft ze ook al: Tertia. Want mijn Macbookje heet Secunda en ik ben Alice. Een beetje literair typje begrijpt dit.

Enfin, ik kan niet wachten tot Tertia er is. Dan wordt ze ingewijd in de damesliefde voor het toetsenbord en de woorden. Ze krijgt de goede zachte waren in haar lijfje en haar geheugentje en dan is ze helemaal van mij!

Alice © 2008

Transgender Chronicles 45 (Confused? You will be after this …)

 

Jaren terug was er een televisieserie ‘Soap’. Aan het eind (of was het het begin) van elke aflevering sprak een voice over het zinnetje ‘Confused? You will be after this (the next) episode of Soap.’ Het zinnetje is me altijd bijgebleven omdat het zo ongeveer aangeeft hoe ik me voel in mijn leven.

Confused, dat ben ik zeker. Vooral denk ik omdat ik pas nu mezelf een beetje leer kennen. Deels doordat ik ouder wordt maar vooral ook door de veranderingen die ik het ondergaan de afgelopen jaren. Ik schrijf dat in meervoud want er zijn veel veranderingen. Voor de meeste mensen misschien teveel om te ondergaan. Voor mij vooral teveel om niet verward te zijn. Verandering van gender, werkkring, woonsituatie, vriendschappen, levensdoel, lichaamsbeleving, geluksbeleving en ga zo maar door. Allemaal veranderingen ik ondergaan ben. Sommige zeer welkom, anderen niet welkom maar onontkoombaar. En dat alles heeft me in verwarring gebracht. Zeker de laatste tijd.

Het lijkt soms alsof ik geen basis meer heb om plannen te maken. Ze worden toch wel verstoord door de werkelijkheid. Geen vakantieplannen dit jaar? Dus ben ik in Barcelona, Parijs en Los Angeles geweest en Cairo staat nog op de rol. Geen geloof in een nieuwe liefde en ja hoor daar is ineens een schat van een vrouw die van me houdt en waarvan ik ook zielsveel hou. Alleen leven? Niet dus. Mijn dochter is nu bij me en het gaat goed samen. Eenzaam thuis? Ook niet dus want mijn social life is soms drukker dan ik aan kan. Zulke lieve vriendinnen…

Toekomstplannen zijn moeilijk merk ik. Wordt de liefde een relatie die zo stevig is dat we samen verder kunnen gaan? Kan zij dat aan? En ik? Zijn mijn eigen ambities me duidelijk? Wat is belangrijker: mijn promotieonderzoek of mijn schrijfwerk? Allebei zal niet kunnen zonder allebei matig te doen. Op het moment is schrijven te belangrijk om opzij te zetten ten gunste van een promotie waar mijn hart ook ligt. Zal mijn werk aan slaan? Lukt het me die boeken er uit te persen die ik wil schrijven (en voor een deel al gedaan hebt)? En wat moet ik met die drive die in me zit om een duw te geven aan transgender emancipatie terwijl ik vaak fysiek en geestelijk te moe ben om me voldoende in te zetten. Of gebeurtenissen in mijn eigen leven me dwingen de priotiteitjes anders te leggen?

Het is allemaal verwarrend. De afgelopen week alleen al bestond uit een rocky relatie, rechtszaken, zakelijke perikelen rond mijn oude bedrijven, nieuwe klus voor mijn werk en (dus) een paar slapeloze nachten. Fysiek / medisch is het allemaal niet wat ik graag wil en als ik dat er dan bij tel dan merk ik dat het me zwaar valt mezelf te plaatsen. Ben ik vader of meer moeder? Ex directeur van een paar bedrijven of adviseur in loondienst, geliefde of slechts ‘vriendin’ of zelfs hulpverleenster (oei!), promovenda of schrijfster. De laatste dagen voel ik me nog nadrukkelijker een meervoudige persoonlijkheid dan gewoonlijk. Gelukkig strijden die persoonlijkheden nog niet met elkaar maar de conflicten liggen op de loer. En dat is onbehaaglijk. Steeds vaker wil ik er tussenuit knijpen maar dat kan nog even niet.

Over een paar weekjes ga ik met een geweldig lieve vriendin naar Cairo. Piramides bekijken, op kamelen rijden, zand happen en mezelf onder dompelen in een voor mij volslagen onbekende cultuur. Er even tussen uit knijpen zit er dus aan te komen. De komende tijd zoek ik mijn persoonlijk heil dan ook maar in het voorbereiden van die reis. Me verdiepen in Egypte en proberen vast te stellen wat ik in Cairo en Luxor in ieder geval niet wil missen. In de hoop dat de verwarring de komende tijd minder wordt. En na Cairo? Na Cairo wordt het hoog tijd dat mijn leventje wat rustiger wordt. Misschien ga ik moeite doen om een beetje saai te worden. Met dochter, part time met mijn jongens en vast ook met mijn geliefde. Alleen hoe dat er uit gaat zien weet ik echt niet. Wat is rust? Hoe doe je dat: saai leven.

Confused, I still am during this episode of my life…

Alice © 2008

Outta gas

‘Honey, we’re running outta gas…’. Na een paar weken in de States zijn we als vanzelf een taaltje tussen Nederlands en Amerikaans in gaan spreken. De boodschap is er niet minder duidelijk om. Op de grens van Californië en Nevada met Death Valley achter ons een niet al te geweldige tekst om te horen. Want reserve benzine hebben we niet en de dichtsbijzijnde pomp is volgens de kaart een mijl of 35 naar het noorden, Nevada in. De volgende ongetwijfeld te ver om nog te halen tenzij we de andere kant oprijden naar het zuiden waar we eigenlijk naar toe willen.

‘Eh shit, wat doen we? Nevada is close maar er staat niet op alle kaarten een pomp, naar het zuiden is te ver om te halen denk ik.’. Ik spreek zo mijn twijfels uit en realiseer me dat het hier wel heel erg kaal en droog is. Niet een plek om zonder benzine te komen staan. Zeker niet als je ook niet voldoende water bij je hebt. De enkele auto die voorbij komt is dan nog de enige redding. Geen aanlokkelijk idee.
‘Laat me de kaart eens zien? Oke, Nevada dan maar.’

Na een half uurtje rijden over de kaarsrechte licht glooiende weg is daar het tankstation van een meneer Goedhart. Dicht.
‘Shit! Niet zo’n goed hart die Goedhart. En nu?’

We overleggen met de kaart op schoot en zien geen oplossing. De volgende pomp is naar het zuiden en nu nog verder weg dan eerst. Dat halen we nooit. Een andere pomp staat er niet op de kaart. Wel zien we naast het verlaten tankstation een ogenschijnlijk verlaten saloon. Beetje verlopen maar wel open. We gaan naar binnen, het is er donker en je kunt er gokken en aan de heel lange bar hangen. Zo te zien niet de meest inspirerende tent die er te vinden is.
‘Anyone here?’
Na een paar minuten komt er een heuse indiaan van achter de bar aangelopen. Hij kijkt ons pijnzend aan en begint te glimlachen. Of het door ons voorkomen komt of door de situatie weet ik nu nog niet.
‘So, you guys are outta gas? Well you won’t find it here. Goedhart shut down some time ago. Guess you followed your navigation system?’

De navigatie was een kaart van Death Valley National Park en die blijkt dus niet de truth, the whole truth and nothing but the truth te laten zien. We kijken de man moedeloos aan en laten weten dat we niet genoeg benzine hebben om de volgende pomp in het zuiden te bereiken. Hij kijkt ons nog even gepuzzeld aan en laat dan een gulle lach zien vergezeld met pretoogjes.
‘Don’t worry. 13 miles north is a gas station. You can’t miss it…’
‘Oh thank God, I guess we can just make it there.’
We lopen de saloon uit, de indiaan achterlatend, stappen in de auto en vertrekken naar het noorden. Het is even rijden maar uiteindelijk komen we op de T-kruising waar naast een fors tankstation een roze saloon en een bordeel staan. Als ik een hoertje zou zijn denk ik dat ik hier in ieder geval niet zou willen werken. Niet bepaald ‘the best little whorehouse west of the Rocky’s’. Aan de andere kant van de weg is nog een tankstations maar dat is gesloten en ingenomen door grote amerikaanse trucks met tanks op de oplegger. Het landschap is inderdaad wat ik me van Irak voorstel. We gooien de tank vol en gaan nog even in de roze saloon kijken voor een brunch.

Die saloon is een apart geval. ‘Nevada Joe’ heet de tent. Direct er naast zit de ‘Cherry Patch Ranch 2′, open 24 hours per day. ‘House of prostitution’ staat er eufemistisch op het bord voor de deur. Het samenstel is eerder komisch dan wat anders. Je kunt er tanken, eten, drinken en dus ook neuken. Wow. Waarom Nevada Joe in roze gehuld is en pink ribbons op de gevel heeft geschilderd in een formaat dat ik nooit eerder gezien heb is me nog steeds een raadsel. Het zal geen campagne tegen borstkanker zijn en erg gay zal deze Joe ook niet zijn. Het is een nogal republikeins wereldje hier en dus lijkt het allemaal onvoorstelbaar displaced. Binnen blinkt de wereld uit in gezelligheid. Niet dus. Zeil op de grond, tl balken aan het plafond en een kaalheid die behoorlijk intimiderend is. De burger smaakt er niet minder om en de alien posters aan de muur geven het geheel een surrealistisch uiterlijk. We voelen ons alsof we in een road movie zijn beland en misschien is dat ook zo.

De dame die ons bediend heeft zo haar eigen kijk op klantvriendelijkheid. ‘Oh they can wait for their lunch. I’ve been waiting and still am. And I have all the time in the world.’. De afwezigheid van enige concurrentie in die zandbak van Nevada is zo afwezig dat je op deze manier je leven wel hanteerbaar kan houden. Ze straalt niet bepaald dynamiek maar juist sleur uit. Geen wonder dat er alien posters aan de muur hangen bedenk ik me. Als je hier maar lang genoeg zit ga je vanzelf ufo’s zien en aliens. Vanuit het restaurant kan je door naar het café dat gezien de ligging zal aansluiten op het naastliggende whorehouse. Na een uurtje wachten en kwartiertje brunchen met een grote Dr. Pepper naast de burger vertrekken we weer. Maag, tank en hoofd vol richting het zuiden. De kennismaking met Nevada is leuk maar heeft ook lang genoeg geduurd. Niet veel later passeren we de saloon van de indiaan en Goedhart’s failliete pomp.

Het is middag geworden en we hebben nog een lange rit voor ons naar Los Angeles…

Alice © 2008

Ice Pan

Het is een hit in West Hollywood (en op Redondo Beach vast ook). De shops van ‘Ice Pan’. IJs op een nieuwe manier aan de man, vrouw en trans gebracht. Hoezo dat dan?

Zodra je de winkel binnenstapt overvalt je de cleane moderne looks van het geheel. Het interieur is een kruising tussen Talamini en de Apple Stores. Er wordt vers ijs gemaakt en wel op een heel bijzonder manier. Je begint er mee om te kiezen voor de soort ijs die je wilt hebben. Op basis van volle melk, halfvolle melk, magere melk of sojamelk. Vervolgens kies je de smaak gevolgd door de topping.

Heb je dit keuzemenu doorlopen dan wordt het ijs vers gemaakt in een soort ijswok. Super vers ijs dus gemaakt van vers fruit en verse melk. Niks van tevoren klaargemaakt, gewoon ter plekke ijs maken. Het duurt dan ook wel even voor je het ijsje in je handen hebt. Maar dan heb je ook wat.

Dat ijsmaken is een vak apart. Zo wordt er eerst de basis van gemengd met de vruchten die vlak daarvoor door de blender zijn gehaald. Het mengsel wordt dan op de ijskoude roestvrijstalen plaat gegooid en onder voortdurend omscheppen wordt dat dan langzaam ijs. De (meest) dames zijn ware kunstenaars in het precies zo lang omscheppen en samenklonteren van het goedje zodat je uiteindelijk een prachtige grote schep van je favoriete ijs hebt gekregen. Tot slot gaat het in een beker en wordt de de gewenste topping overheen gedaan en klaar is Kees (of Casey). Het resultaat is een ongetwijfeld smakelijke ijsje dat het in de straten van het doorgaans warme Los Angeles graag gegeten wordt.

Goedkoop is het allemaal niet, snel ook niet, maar je krijgt wel iets bijzonders en het is erg leuk om te zien hoe jouw ijsje gemaakt wordt waar je bij staat. Het is nog gezond ook want er zit weinig suiker, vet en cholesterol in en al helemaal geen kleurstoffen of conserveringsmiddelen. Echt puur vers ijs dus. Nu maar wachten tot dit ook in Nederland op de markt komt. Ben & Jerry’s: eat your heart out!

Alice © 2008

Transgender Chronicles 39 (shit happens)

Ik hou van reizen. Niet van douane’s. Het is nu de tweede keer in een paar jaar dat ik een vervelende ervaring bij een douane heb meegemaakt. Niks schokkends hoor deze keer, maar wel irritant. Ik noem zoiets ‘transgender momenten’. Dat zijn van die momenten waarop je er door iemand weer eens fijntjes op gewezen wordt geen vrouw van geboorte te zijn maar een ‘trans’. Zo ook deze keer dus.

Hoe ging het in zijn of haar werk? Welnu, het vertrek van Schiphol ging zo soepeltjes dat ik me eigenlijk niet zoveel meer herinner van het gedoetje daar. Anders dan twee jaar terug werd ik nu niet apart genomen voor een body search en het enige dat ik me nog goed herinner van deze keer is dus de opluchting dat dat niet gebeurde. De vlucht er na was lang maar genoeglijk en omdat we overdag vlogen was er genoeg te beleven. De ijsbergen bij Groenland, de bergen en meren boven Canada en tot slotte de landing met zicht op de skyscrapers van Chicago. Eenmaal aan de grond op Chicago O Hare moesten we door de douane. Niet alleen wij zelf maar ook onze bagage. Ondanks dat het een transfervlucht was is het zo dat je de douane perikelen krijgt zodra je voet op American soil gezet hebt.

De rij bij de douane verliep redelijk vlot. Iets wat zeker niet gezegd kon worden van de bagageafhandeling na de douane. Maar goed zover zijn we nog niet, eerst de douane nog. Nu moet ik er even bij vertellen dat ik weliswaar een post-opje ben volgens het transenjargon maar dat mijn paspoort nog steeds een ‘M’ vermeldt en geen ‘V’. Ik en mijn paspoort zenden dus nog steeds een dubbele boodschap uit. (Mijn vliegticket stond op naam van een zekere Mevr. Alice Verheij en de boarding passes benoemden ene Verheij/Alice zonder geslachtsaanduiding.) Ondanks dat die dubbele boodschapen vaker voorkomen loop ik dus het risico dat er bij grensoverschrijdingen grenzen worden overschreden. Zo ook deze keer.

Bij het loketje van de douanebeambte kwamen de bekende vragen langs als ‘waar gaat u naar toe?’, ‘waarvoor?’ en ‘waar logeert u?’ en vooral ‘wanneer vertrekt u weer?’. Niet het meest gastvrije vraaggesprekje dat ik me kan herinneren, maar goed ze moeten het nu eenmaal vragen in deze gevaarlijke tijden nietwaar? Na de vragen werden mijn vingertopjes gescand en ondertussen keek de douaneman nadrukkelijk in mijn paspoort. Er werd nog wat van dat paspoort ingescand, UV lampje er over heen en ga zo maar door. Ik dacht dat het allemaal wel achter de rug was en normaal gesproken zou dat ook zo zijn.

Geheel tot mijn verrassing kwam er nog één vraag uit de mond van de douanier, niet om hem beantwoord te krijgen overigens. Zijn ogen zeiden genoeg wat dat betreft. ‘So, you’re a guy?’. Ik heb hem alleen maar aangekeken en antwoordde zoiets als ‘Well, not exactly.’. Toen gebaarde hij dat ik door kon lopen.

Kijk het is niet dat er weer eens iemand het nodig vindt om me op die manier te laten weten wat voor mens ik in zijn ogen ben. Het is de inbreuk op je privacy die er weer eens gepleegd wordt dat me hindert. Want het hinderde me wel. Niet zodanig dat ik er iets mee wou doen of zo, teveel gedoe immers. Maar wel genoeg om me te irriteren. Het is gewoon niet leuk om weer zo’n ervaring op te doen. Het is ook allemaal niet erg hoor en ik kan er inmiddels mee om gaan. Maar je vergeet het niet, het blijft hangen zogezegd.

Verder is het me in de hele vakantie geen enkele keer overkomen dat ik verkeerd gelabeld werd. Het was toch vooral ‘Yes, ma’am’ en ‘No, ma’am’ wat ik te horen kreeg en dat klonk wel goed. Mijn vakantieplezier is er niet door beïnvloed, mijn gevoel voor eigenwaarde al helemaal niet. Alleen is er wel even die irritatie omdat ik ook wel weet dat de beste man geacht wordt dit niet te doen. Way out of line dus. Het is overigens wel iets waar ik voor de reis al rekening mee gehouden had en in die zin is mijn gevoel dan ook eerder te omschrijven als ‘well, shit happens’ in plaats van gekwetstheid.

Alice © 2008