White storks are migrating birds, not migrants, refugees or exiles on a one way trip but travelers of continents who fly triggered by the seasonal change. During the northern hemispheres summer they populate Russia and northern Europe including the Netherlands. They arrive in april for breeding and leave at the end of summer for the south. As the arms of the city I live in suggest we have storks living in the city with nests high up in the trees at some places and watching over us ground dwellers from lampposts and high risers.
Just like the white storks some people are travelers and drifters by nature. Only feeling well when they can follow the seasons and shift the domicile for sometime. In earlier times people like that were named bohemians. Lonely travelers but always in the company of others. At home in every place they travel, citizens of the world. National boundaries hinder them just as much as psychological boundaries like prejudice and cultural codes. They are the curious ones, the creators with backpacks and suitcases full of stories and memories pick up underway.
When I look at migrating birds I feel almost jealous of them. Flying free, living where they can do best and moving constantly with eyes focussed on horizons and the world beneath. The closest I can get to that is in an aeroplane as only artificial wings are able to transport me at an altitude. And when I do fly then along I see my friends flying and hovering, landing and taking off from the north to the south and vice versa. Without a timetable, without borders and customs officers and without the need for a passport.
I am by no means a drifter, I know to well what I want from this life. But I certainly am just like a stork longing for remote lands behind horizons and mountains whenever the seasons change. That is why I work hard to be able to do what I like best: travel, write and film. Preferably in cultures less familiar and more remote. It is also why for my new endeavor I chose the white stork as a metaphorical image of me and the people that I like to work and travel with, hence White Stork Films.
White Stork Films is intended as a platform for creative professionals, all but the odd exception women, focussing on creating great films, exciting photography and compelling new media content. A platform of free-lancing professionals who join up because they want to and because they add value to each others lives. The focal point being the production of documentaries, preferable in cross media projects. White Stork Films starts today and was invented by me and Eveline van de Putte who is besides creative soulmate a great travel companion, amazing photographer and wonderful friend.
Ik schrijf. Romans, soms een toneelstuk, liedjes of cabaretteksten. En stukjes. Korte teksten van een pagina (of twee) die soms de vorm van een column hebben en soms een andere vorm. Stukjes schrijven is leuk en dat is de reden waarom ik het doe. Al jaren. Deze plek is bedolven onder een tsunami aan teksten van me (wel opvallend trouwens dat et zoveel soorten tsunami’s bestaan tegenwoordig). De teller heeft de 1000 gepasseerd en de meeste teksten sta ik na jaren nog steeds achter. Niet allemaal overigens. Er zijn teksten bij die ik tegenwoordig niet meer zou schrijven, wat niet een reden is om ze hier weg te halen overigens. Ik haal geen teksten weg tenzij het echt niet anders kan.
Soms trap ik op tenen in mijn teksten en soms beschadig ik iemand met een tekst. Woorden kunnen hard zijn. In het algemeen is dat niet mijn bedoeling maar een onbedoeld gevolg van een tekst. Daar zit dan een dilemma voor me omdat ik bij het schrijven soms weet dat iets voor sommigen niet fijn zal zijn om te lezen. Dat heeft dan steevast te maken met een mening die ik geef over een onderwerp waarbij die mening niet gedeeld wordt. Zo af en toe gebeurt iets dergelijks op Facebook. Meestal in groepen of in mijn eigen status tijdlijn. Ongeveer zoals op Twitter er weleens ongelukkig getweet wordt.
Facebook is op sommige plekken een soort knullig discussieforum. In discussies hanteer ik doorgaans dezelfde schrijfstijl als in mijn stukjes hier. Ik ga voor de inhoudelijke discussie waarbij ik geen rekening houdt met de gevoeligheden van individuen. Net zoals ik dat hier ook niet doe en in mijn eigen FB tijdlijn net zo min. Dat wordt nogal eens verkeerd geïnterpreteerd want er zijn nog al wat mensen die zich reacties op een discussie persoonlijk aantrekken. Dat is een misser van de lezer en niet van de schrijver. Ik blijf op de inhoud reageren en pas wanneer een ander dat onmogelijk maakt door grofheden, het off topic gaan en daarmee de discussie frustreren of de zaak persoonlijk maakt, haak ik af. Dat zeg ik dan ook altijd.
Desalniettemin zijn er mensen die dan ervoor kiezen om me te ‘defrienden’ zoals dat bij de sociale media heet. En dat vind ik prima. Graag zelfs. Want ik voel me niet thuis in ‘vriendenlijstjes’ (wat ik toch al een achterlijke benadering vind van groepjes mensen die enige interesse in elkaar hebben) van mensen die me daarin opnemen maar ondertussen niet tegen mijn stijl van communiceren, reageren en schrijven kunnen. Het brengt me wel op het dilemma dat veel schrijvers kennen.
Wil ik aardig gevonden geworden door mijn lezers of wil ik schrijven wat ik nodig vind om te schrijven?
Het eerste is leuk want dat kan zelfs fans opleveren (het schijnt dat ik die ook heb). Het tweede vind ik belangrijker, waarmee het antwoord gegeven is. De consequentie is duidelijk natuurlijk. Ik schrijf wat ik wil schrijven en kan me daarbij niet richten op wat de lezer wil lezen of kan hebben. Dat geldt niet voor mijn romans waarbij ik natuurlijk probeer een literair aantrekkelijk werk te creëren dat zoveel mogelijk lezers aanspreekt. Maar dat geldt dus zeker wel voor mijn stukjes, mijn journalistieke teksten en mijn reacties op discussieplaatsen online. Dat geldt ook voor mijn tekstjes in mijn Facebook en Twitter tijdlijntjes.
Is het schrijversdilemma daarmee opgelost? Ik denk het wel. Maar is het eenduidig opgelost voor al mijn schrijfwerk? Nou, nee dus. Blijkbaar is mijn overweging verschillend als het gaat om literaire kunst ten opzichte van stukjes schrijverij en gedrag op sociale media. Bij de eerste weeg ik woorden, balanceer ik zinnen, componeer ik alinea’s, construeer ik hoofdstukken en weef ik verhalen en gedichten. Bij de tweede reageer ik vanuit mijn buik: direct, zonder omhaal en doelgericht. Voor degenen die zich geraakt voelen daardoor is er de troost dat ik slechts een schrijver ben en het iedereen is toegestaan om het volstrekt oneens met me te zijn. Graag zelfs want een beetje polemiek is heerlijk.
This fall WoordenStorm Publications will publish the novel ’Headwind Laxmi’s Story’ by Alice Verheij. The novel is written in English to be able to distribute it in the Bhutanese and Nepalese communities globally. There will also be an edition published in Nepal for south Asia and global distribution.
About the story.
‘Headwind, Laxmi’s Story’ is a beautifully crafted and compelling novel about a young girl who was born in exile, resettled to the Netherlands and had to fight for both her place in society as her independence from her own society.
Laxmi, who names herself Cindy now was born in a Bhutanese family in a refugee-camp in Nepal. At a very young age she learns about the dangers in the camps as she is attacked and raped violently. But she also befriended Jigme, a Dalit (low caste) boy as a child and there friendship becomes more intimate over the years and grows to real love.
In 2008 Laxmi’s parents opt for resettlement, so Laxmi and Jigme have to part. Indefinitely. The life in her new homeland is difficult. But Shreeni learns to adjust. She is even able to find a job and after a few years she actually starts her own flower shop. But the cost is high as she has to break with her family not being able to feel part of their strict Hindu culture anymore. After a terrible row she finally takes her life in her own hands.
Then, a few years later she gets an invitation from her uncle who now lives in Chicago to come to his house for a holiday. She decides to go not knowing that her life will take a decisive turn.
Headwind, Laxmi’s Story is both a novel that is critical about the situation of the exiles form Bhutan as a great love story.
About the author.
Alice Verheij is a Dutch writer who started writing at a later age. After a theatre play in 2007 and a few yet unpublished novels she had her first novel published in 2010. She prefers to write about social and cultural issues in present day using the novel as a form to let people understand the challenges of the characters in her books.
Since 2010 she is involved with the exiles from Bhutan who had to leave their country as a result of horrific discrimination and ethnic cleansing in the early nineties of the last century. Until this day these people face many challenges and disregard for their situation by the international community.
About the Headwind project.
‘Headwind, Laxmi’s Story’ is the third part of the Headwind cross media project focussing on the situation of the Bhutanese exiles and refugees. In 2012 the feature length documentary, titled ‘Headwind’, will be released at the international documentary and human rights focussed film festivals.
The novel has been written in the summer of 2011 in between the shootings for the documentary in Nepal. Thereby the author has been able to capture the specific nature of the life of a young refugee girl, living in a camp in the Terai region in the subtropic southeast of Nepal. Having visited the camps many times the author’s descriptions of these camps and the live within are as close to reality as possible. This novel not only tells the tale of an original love story but also gives an inside look at the lives of the exiled Bhutanese. By that it is an unique work worth reading. For more information on the Headwind project please surf to www.headwindfilm.org.
Paperback Approximately 310 pages Full color cover High print quality Price: €19,95 including taxes excluding shipping Availability: Internet, Publisher
For more information about this novel, the upcoming documentary or the Headwind Project please contact:
WoordenStorm Publications
Mient 247 2564 KM The Hague, Netherlands
Phonenumber +31 (0)6 1738 5526
Email contact@woordenstorm.nl
Website www.woordenstorm.nl
Het is grappig om te merken dat het begrip ‘werk’ zo’n andere invulling heeft gekregen. De oude invulling: baan – salaris is vervangen door: dingen maken en daarmee mijn leven overeind houden.
Het filmen van ‘HEADWIND’ (www.headwindfilm.com) is dezer dagen mijn hoofdwerk. Belangrijk voor me en nuttig voor anderen. Door de opzet om er een serieus goede film van te willen maken is het ook meer ‘werk’ geworden dan het oorspronkelijk was toen ik er aan begon. En dat werk brengt me dus in Nepal voor een tijdje. Als vrijwilliger uitgezonden om de vergeten vluchtelingen uit Bhutan te filmen in de omstandigheden waarin zij moeten leven.
Maar naast de documentaire doe ik ook nog wel andere dingen. Ik hou bijvoorbeeld van het rommelen met vormgeving. Film flyers en poster ontwerp ik zelf en zo kan ik hier dus de filmposter aan jullie laten zien. De poster die hierboven is afgebeeld zal binnenkort beschikbaar komen. De flyer is er al en het T-shirt ben ik aan het ontwerpen. Naast dat ontwerp werk dat verbonden is met de film houd ik me ook bezig met ontwerpen voor anderen. Voor Eveline van de Putte ontwerp ik op dit moment de layout van haar nieuwe, inmiddels vierde, boek ‘Oude Hoogte’. Een fotoboek over ouderen in de Himalaya. Eveline is een geweldig mens én begaafd fotografe van met name portretten van ouderen. Ze weet dicht op de huid te kruipen van deze mensen en ze vast te leggen op een hele integere en mooie manier. Het maken van een layout voor een boek met haar geweldige foto’s is een fantastische klus. De mock-up van ‘Oude Hoogte’ is er nu en op basis van deze mock-up is de voorverkoop van start gegaan. Het gaat om een serieuze oplage die op de markt gaat komen. Vormgegeven en (mede-) uitgegeven door mij onder mijn WoordenStorm label.
Heb je interesse in dit prachtige boek? Neem dan contact op met Eveline. Ze is te bereiken via eveline@empowermentfoundation.nl.
Voor nu, namaste lezers! De volgende tekst zal uit Nepal komen.
Vandaag kwam de meneer met het pakketje. Inmiddels niet meer werkend voor TNT maar voor een koeriersdienst. Hij verdient nu 30% meer en hij heeft een zoen van me gekregen! Hij herkende me van het programma van Sophie Hilbrand maar nog veel belangrijker: hij was een week eerder dan verwacht mét de proefdrukken van mijn roman.
Nu moet ik een gat in mijn plafond gaan repareren want ik ben heel erg tevreden over het resultaat. Het is geweldig mooi geworden. Reken maar dat het best een emotioneel moment is om je eigen debuutroman in de handen te kunnen houden. Vanaf het schrijven de eerste woorden op 1 november met slechts en begin van een plot tot nu dus het vasthouden van het fysieke boek op 8 december is het allemaal als een razende verlopen.
Het was de eerste keer dat een verhaal zich zo gemakkelijk ontwikkelde dat ik het gevoel hield constant achter dat verhaal aan te moeten rennen om het vast te leggen. Daarna de correcties verwerken wat alles bij elkaar slechts een week gekost heeft omdat Heleen van der Vlist in België keihard gewerkt heeft om die eerste correctie door te voeren. Dan de herschrijving van een paar stukken en met name het einde van het boek. Vervolgens de vormgeving voor de cover die ik toch ook maar zelf gedaan heb en waar ik erg tevreden over ben, het lay-outen van het boekblok, de ISBN registratie, de barcode en het gedoetje wat daarbij hoort. En dan op het eind de definitieve bestanden maken voor de upload naar de drukker na alles nòg een keer van begin tot eind door te hebben gelezen en de laatste vuiltjes te hebben weggewerkt. En dan slechts drie dagen later en een week eerder dan verwacht het resultaat dus hier op tafel naast mijn laptop. Het maakt me hartstikke blij en trots en dus gaat er een fles wijn aan vanavond.
Dus, lieve lieve lezers, koop dat boek gewoon! Orders die deze week nog binnen komen worden, bij betaling voor de kerst, meegenomen in de eerste lichting die van de drukker komt. Begin januari hebben jullie dan het boek. Als cadeautje krijgen jullie daarbij een toegang tot de besloten website waar de e-book versie in PDF formaat kan worden gedownload. Iedere koper van een hardcopy krijgt zo’n e-book dat voorlopig niet op een andere manier beschikbaar gaat komen. Gewoon omdat ik het leuk vind om te doen.
Enne, van de prijs van 18 euro gaat 5 euro naar de Empowerment Foundation ter ondersteuning van het Atma Project en het maken van een documentaire en boek in 2011 en 2012 over de vergeten vluchtelingen uit Bhutan.
Niet snel val ik over een actie van een journalist. Vrijheid van meningsuiting, persvrijheid en zo. Maar vanmorgen werd ik ijskoud van het lezen van een ‘open brief’ in het Katholiek Nieuwsblad. Goddank kende ik die krant niet want wat ik er nu van gezien heb doet me beseffen dat er nog ergere fundamentalistische vodden dan Reformatorisch Nieuwsblad en Nederlands Dagblad van de persen schijnen te rollen.
Wat is het geval?
Mariska Orbán de Haas (@MariskadeHaas op Twitter), hoofdredacteur van dat Katholiek Nieuwsblad vond het nodig om via een open brief aandacht te vragen voor haar standpunt rond abortus. In reactie op een boze tweet van een vrouwelijk tweede kamerlid nadat die een brief had ontvangen vergezeld met een kleine plastic foetus verstuurd door de hulpbisschop van Roermond. Niets mis mee natuurlijk dat een hoofdredacteur schrijft. Tenminste, niets mis met het feit dat een hoofdredacteur de eigen mening over een onderwerp publiceert. Het past in de rol van een hoofdredacteur. Het standpunt zelf deel ik allerminst maar dat doet er niet toe. Maar een hoofdredactioneel commentaar zou uiteraard passender zijn geweest dan een open brief. Want een open brief is altijd gericht aan een persoon of organisatie. En daar is het dus mis gegaan. Mariska Orbán heeft ervoor gekozen om de brief rond abortus te richten aan dat vrouwelijke kamerlid. Een kamerlid dat zelf het verdriet moet dragen van kinderloosheid door miskramen. Ze heeft doelbewust dat kamerlid uitgekozen als geadresseerde en roept haar op om actie te nemen tegen de abortuswetgeving. Ethisch is het al op het kantje om dat bij iemand te doen met dergelijk persoonlijk leed maar deze ‘journaliste’ gaat verder. In de open brief richt ze zich als ‘vrouw tot vrouw’ naar het kamerlid en onderstreept dat persoonlijke verdriet en gebruikt dat vervolgens in haar eigen argumentatie. Daarmee overschrijdt ze de journalistieke ethische grenzen op een schandalige manier. Ze reduceert en passant zichzelf tot een Christelijk fundamentalistische hoofdredacteur van een katholiek dagblad. Niet sterk maar vooral ook onzuiver en lelijk. Het onthult de rücksichtslose aard van zichzelf en de krant waar ze hoofdredacteur is. Zich Christelijk noemend maar wel mensen schadend en beschadigend.
Het ergste is dat het slachtoffer in dit geval naar eigen zeggen al in contact met deze Mariska had aangegeven hier niet mee in zee te willen gaan omdat ze niet wil dat haar privé situatie misbruikt wordt en uiteindelijk zelfs gevraagd heeft om die brief niet te publiceren. Maar dat heeft Mariska Orbán niet tegen kunnen houden. Als rechtlijnig journaille doet ze gewoon wat ze wil. Dat ze daarmee persoonlijk leed onderstreept en mogelijk versterkt heeft ze voor lief genomen. Juist dat op de persoon gerichte handelen in een zaak van publiek belang, want dat is de abortuswetgeving dus zeker, is journalistiek en ethisch onverantwoord. Het is lettervandalisme van de bovenste plank. Iets waar wat mij betreft de Raad voor de Journalistiek maar een publiek oordeel over moet vellen.
Na de tientallen zeer afwijzende reacties op de website van de krant heeft de hoofdredactrice besloten een reactie daarop te schrijven en verblind als ze is maakt die de zaak alleen nog maar erger. Ze negeert de negatieve commentaren want ze vind dat de mensen niet goed lezen, ze negeert de oproepen tot excuses aan het kamerlid én ze negeert de overduidelijke afwijzing van dat kamerlid. Ze blijft het gelijk aan haar kant onderstrepen en haar eigen menselijkheid. Daarbij niet ziend dat al die mensen die zo fel reageren dat doen om de manier waarop ze schreef. Die houding is een journalist onwaardig. Die houding is ook de redactie en uitgever van een krant onwaardig. Het zou een reden moeten zijn om de gewraakte brief te verwijderen van de website van de krant en een publiekelijk excuus te plaatsen. Maar dàt is iets wat in de ethiek van het Katholiek Nieuwsblad blijkbaar niet past.
Nogmaals, ik deel het standpunt rond abortus van Mariska niet maar daar gaat mijn verontwaardiging niet over want ik voel niet de behoefte om het altijd eens te willen zijn met anderen. Ik word wel koud van de onmenselijkheid die spreekt uit de woorden en persistentie van deze vrouw. Ik word er koud van dat zij zich in haar teksten ook nog eens verschuilt achter vrouwelijkheid en moederschap en ik word er koud van dat ze dat doet als Christen in de wetenschap dat het niet prudent omgaan met het leed van een ander zondig is. Als ex-christen weet ik immers wat dat begrip zonde inhoudt voor Christenen. Maar ja ik was dan ook protestant. Mariska zal haar aflaatje wel een keertje na een biecht krijgen van die Roermondse hulpbisschop die kleine plastic foetussen verstuurd naar vrouwen. Ik word er ijskoud van. Dat deze Mariska uit haar reactie laat blijken het onderscheid tussen miskraam en abortus niet eens te doorzien (ze noemt in haar verdediging een miskraam een spontane abortus) is om het maar eens Haags te zeggen affreus. Dat een krant zoveel domheid tolereert van haar hoofdredactrice is alleen maar verbazingwekkend. Maar ja het is natuurlijk wel het dagblaadje van die lui die die rare paus volgen…
Naschrift: overigens maakt deze hoofdredactrice de zaak alleen maar ernstiger door vandaag in zowel ‘Dit is de dag’ van Radio 1 te komen als in ‘De Wereld Draait Door’. Onvoorstelbaar!
Naschrift 2: in ‘Dit is de dag’ (#DIDD op Twitter) heeft ze het allemaal nog erger gemaakt door allerlei valse excuses te verzinnen (ziek thuis, mail niet gelezen, niet over nagedacht, de hele redactie dacht dat het kon, kamerlid reageerde niet snel genoeg en ga zo maar door). Ter bewijsvoering voor de kwade opzet dan maar de mailuitwisseling met het kamerlid in PDF zoals gepubliceerd door ‘Dit is de dag’ op hun website. Mailconversatie Mariska de Haas en Jeanine Hennis-Plasschaert1
Noot: deze column is een reactie op de column van Karin Spaink in het Parool van dinsdag 22 juni 2010 met de titel ‘Maatschappelijk middenveld’ en daarop ontstane discussie op haar weblog.
Hoi Karin,
Je zorg over het gedrag van FaceBook omtrent het zonder toelichting uitsluiten van gebruikers deel ik. De reactie die sommigen daarop hebben door zich terug te trekken van FaceBook en andere sociale netwerken verbaasd me echter wel. Je als gebruiker terugtrekken, uit een soort angstspasme, van de verschillende of zelfs alle sociale netwerken is natuurlijk een flauwekul maatregel. Ten eerste zal er onvoldoende navolging zijn en ten tweede ben je zelf degene die dan vooral de contacten zult gaan missen. Overigens, mis je die dan niet dan was dat gebruik van sociale netwerken sowieso al niet zinnig.
FaceBook en zijn web 2.0 soortgenoten zijn simpelweg een nieuw geavanceerder communicatiemedium dan email. Niet een volledige vervanger maar wel een beter alternatief voor wanneer je meer interactie zoekt dan email en maillijsten bieden. Netwerken, ook sociale netwerken, hebben een functie. On line sociale netwerken dus ook. Het grote aantal gebruikers is daarvoor voldoende bewijs.
Maar een beheerder van een netwerkplatform is geen eigenaar het netwerk. Hij is slechts de leverancier van de infrastructuur om te netwerken. Wanneer die beheerder zich als eigenaar gaat gedragen van de netwerken die op zijn infrastructuur draaien gaat hij een stap te ver. Er is bij die beheerder onterechte aanname dat hij de norm kan stellen en op basis daarvan netwerken kan ontmantelen of beperken. Dat is een enorme misvatting want veel on line sociale netwerken hebben of maken een off line spiegel van de kern van die netwerken. Even simpel: Twitter als on line vriendennetwerk heeft als off line spiegel de vele tweetups die georganiseerd worden. De bijeenkomsten van deelnemers van het on line netwerk die inmiddels een band hebben gebouwd die zo sterk is dat de overstap naar real life moeiteloos gemaakt wordt. Zou Twitter bijvoorbeeld die vriendengroepen de nek omdraaien dan is de kans groot dat deze een ander of eigen platform kiezen.
De wereld is open. De samenleving in grote delen van het westen is open. Het internet is open. Iedere poging van een netwerkbedrijf als FaceBook om een slot te gooien op de interactie in die open wereld is tot mislukken gedoemd. Wat niet wil zeggen dat als een individu van een netwerk wordt gegooid die persoon zelf onterecht beroofd wordt van de persoonlijke contacten in het netwerk waar die persoon deel vanuit maakte én dus mede eigenaar van was. Dat soort verbanning is iets wat bestreden moet worden (en vaak doodsimpel te omzeilen is door een andere account of gebruik van een proxy).
FaceBook gedraagt zich als Apple die zich als Microsoft gedraagt die zich als IBM gedraagt die zich als de automobielindustrie gedraagt en daarmee voldoet aan de ‘All American Repression’ van de eigen Amerikaanse ‘vrijheid’. Niks nieuws onder de zon en heel erg Amerikaans. Het is jammer dat door de grote invloed van de V.S. op de technologie van Web 2.0 en verder ook het Amerikaanse normen en waardensysteem in de functionaliteit en het beheer van die technologie terecht zijn gekomen. In die zin is Hyves wel leuk om te zien maar tegelijk ook jammer om dan te constateren dat ook daar dat normen en waardensysteem welhaast het kader lijkt te zijn voor het gebodene. Wat wij, de gebruikers en eigenaren van de netwerken, moeten doen is de discussie aangaan met de politiek en de bedrijven achter de on line sociale netwerken om ze te laten begrijpen dat een openbare infrastructuur met zich meebrengt dat er weliswaar regels zijn maar dat overtreding van die regels niet de ontzegging van het gebruik van die infrastructuur met zich mee kan brengen. Immers iemand met een rijontzegging mag nog steeds de weg op. In een ander vervoermiddel wellicht of met een andere chauffeur. Misschien ligt de oplossing in het door de sociale netwerk bedrijven leveren van quarantaine mogelijkheden of verschillende dimensies binnen hun netwerkplatform.
En verder, op wegen en pleinen en overal hangen camera’s. Het is een slecht maar (helaas) geaccepteerd alternatief voor een zich fysiek uitende politiestaat. De overheid is reactief en moet dat ook blijven. Anticiperen is prima maar ingrijpen doen we wanneer er zekerheid is van grensoverschrijding of als een incident daar is. Een beter alternatief hebben we nog even niet. Waarom zou internet en de sociale netwerken dat strenger beheerd moeten worden dat de straat?
Wat zou het mooi zijn als er een wat anarchistisch sociaal netwerk ontstond. Een on line cyber kraakbeweging of zo. Ik zou er direct lid van worden. Leve de vrijheid van netwerken!
Voor degenen die het filmpje nog niet gezien hebben moet het schrikken zijn. Privacy Matters… but does it really?
Het is een achterhoedegevecht geworden. Helaas. Om de een of andere reden zijn er te weinig mensen in Nederland ongerust geworden over de manier waarop de overheid onze privacy schendt. Nederland is bang gemaakt. Bang voor terreur en terroristen, bang voor criminaliteit, bang voor de ‘boogie man’. Sinds enige tijd slaan telecombedrijven in opdracht van de overheid allerhande gegevens op over onze communicatie. Het lijstje dat bewaard moet worden voor minimaal zes maanden is schokkend omdat het de overheid de mogelijkheid geeft om al onze gangen na te gaan.
Het plaatst de opmerkingen van Beatrix over sociale netwerken in een onprettig daglicht. Niet het gebrek aan contact door het gebruikmaken van social networks bedreigt een gezonde samenleving maar de door de overheid bewaarde informatie over de persoonlijke communicatie doet dat. Zoals met alles loopt die overheid gelukkig mijlen achter de feiten aan en richt zich vooralsnog alleen op die gegevens die te maken hebben met de internet- en telefoonverbindingen. Gebruik je Skype en sociale netwerken om te communiceren dan is niet meer traceerbaar met wie je communiceert. Juist die ongebreidelde overheidcontrole is een uitstekend argument om gewoon telefoonverkeer te vervangen door bijvoorbeeld Skype en email door de mogelijkheden die Twitter en dergelijke leveren. Die communicatie wordt immers niet tweezijdig vastgelegd en dus heeft die overheid geen inzicht met wie je via die mogelijkheden contact hebt.
Ik ben een via Internet erg gemakkelijk vindbaar mens. Het is niet moeilijk om ontzettend veel over mij te weten te komen en dat is een door mij geaccepteerd gevolg van een keuze die ik al jaren terug maakte. Het is mijn keuze en niet die van de overheid om me heen. Ik wil niet dat de overheid zelf bepaald wat ze allemaal van mij mogen vastleggen. Ik ben niet blij met de persoonsgebonden OV kaart en prefereer de anonieme. Ik ben niet blij met de registratie van telefoongesprekken waarbij ook wordt vastgelegd met wie ik bel of sms. Ik ben niet blij met het bewaren van mijn email. Het is verdorie alsof de overheid continu mijn briefgeheim schendt en stiekem kopietjes trekt van alle past die ik ontvang en verzend. Ze doet het bij email nog niet eens stiekem trouwens. Ik wil niet op voorhand als crimineel gezien worden omdat Nederland Paranoialand is geworden.
Natuurlijk is die overheid doorgeschoten in de controle behoefte. Natuurlijk kan een machteloze burger er niets meer tegen doen. Maar ik weiger dit allemaal te aanvaarden als een logische consequentie van technologische vooruitgang. Voor diegenen die denken dat dit allemaal niet zoveel voorstelt is het wellicht handig het volgende lijstje eens na te lezen. En dan te bedenken hoeveel die overheid in het afgelopen jaar over je te weten is gekomen. En of je dat dan wel wil.
Opgeslagen gegevens van individuele communicatie volgens de telecomwet:
Bij internettoegang:
- Inlognaam (toegewezen gebruikersidentificatie)
- IP adres (gebruikersidentificatie van elke communicatie met het netwerk)
- NAW gegevens van de gebruiker en NAW gegevens van de beoogde ontvanger
- Datum en tijdstip van de log-on en log-off van een internetsessie (gebaseerd op bepaalde tijdzone)
- De gebruikte internetdienst
- Inbelnummer in het geval van inbelverbinding
- DSL of ander eindpunt van de initiatiefnemer van de communicatie, zoals bij:
* Inbellen – telefoonnummer waarmee wordt gebeld;
* WIFI – MAC-adres;
* DSL – telefoonnummer en/of poortnummer.
Bij e-mail, per mailbericht:
- IP-adres (waarmee mail wordt opgehaald en verstuurd)
- User ID
- E-mail adres verzender (ook het “FROM” veld) en e-mail adres beoogde ontvanger (ook het “TO”, “CC” en ” BCC” veld)
- Andere e-mailadressen/aliassen van de gebruiker
- Datum en tijdstip van communicatie
- NAW gegevens (indien aanwezig)
- Wijze waarop mail wordt verzonden/ontvangen (POP, webmail, etc.)
Bij internettelefonie:
- Telefoonnummer beller
- Telefoonnummer ontvanger
- IP adressen
- NAW gegevens
- Datum en tijdstip start en einde communicatie
- Welke protocol/telefoondienst wordt gebruikt
- Zowel van geslaagde verbindingen als van pogingen tot verbinden
Tsja, privacy. Het is een twintigste eeuws begrip geworden, helaas. Trouwens, al die data moet worden opgeslagen. Op hardware, heel veel hardware die bij de internetproviders staat opgesteld. Dat kost geld wat door de gebruikers opgehoest moet worden dus we betalen het ook nog zelf. En het belast het milieu met spullen die alleen maar nodig zijn om tegemoet te komen aan de paranoia van een volk.
De laatste dagen doe ik dat regelmatig. Vooral als ik in mijn hoofd aan het schrijven ben op mijn perkamenten hersenweefsel. ‘I chose the life that took me away from you’… Het zijn zinnetjes die gaan over de tocht die ik maakte en het programma waaraan ik werk. Onder invloed van mijn regisseuse is dat programma aan het verschuiven van cabaretesk en fragmentarisch naar theatraal, consistent en dicht bij me zelf. Autobiografisch in zekere zin. Niet dat iedereen in mijn omgeving dat als prettig zal ervaren of daar achter zal staan want het risico van het raken van mezelf is bijna honderd procent.
Zonder al teveel weg te geven van wat ik nu precies uitspook en schrijf wil ik hier wel kwijt dat ik teksten maak over een toekomstig leven, een alledaagse werkelijkheid, een verwrongen verleden en een gedroomd verleden dat tegelijkertijd een stukje heden is. Over vrouwen en mannen, over vrouwelijkheid en mannelijkheid, over verleiden en verliezen, show en realiteit. Het mooie van het werken aan dit stuk is dat ik er op een theatrale manier mijn eigen werkelijkheid in kwijt kan. Iets wat ik al heel lang wil zonder dat ik daar een geschikte vorm voor ter beschikking had. Uit ervaring (ik schreef al eens een toneelstuk) weet ik hoeveel tekst er nodig is voor een volwaardig stuk. Het programma neigt naar een eenakter maar in mijn hoofd, op dat perkament, staan ook cabaret, mime, zang en dans als bouwblokken. Geen eenakter in de zin van een traditioneel toneelstuk dus. Eerder een theatrale expeditie door heden en verleden en over de grenzen van gender en zelfs seksualiteit.
Het is spannend en er is afbreukrisico. Maar voor het eerst heb ik de belangrijkste zaken beschikbaar om daadwerkelijk tot een productie te komen. Goede begeleiders, een sterke, strenge en goede regisseuse. Repetitieruimte. Mensen die denken over podiumvormgeving en geluid. Zo langzamerhand komen de bronnen beschikbaar en bij elkaar. Het is me ook duidelijk dat er een nu of nooit situatie aan het ontstaan is. Alsof ik een vliegtuig ben dat alleen maar in één specifiek tijdslot mag opstijgen. Mis ik het momentum dan is het over en de kans om dan opnieuw te starten is heel klein, eigenlijk afwezig.
Sometimes I close my eyes and drift away… en dan realiseer ik me dat alles wat ik nu doe een samenkomst is van wat de laatste jaren ontsloten is en misschien mijn hele leven al ergens verborgen zat. Schrijven, spelen, presenteren… allemaal expressie. Expressie als bron van wat ik doe en nog ga doen. De band met mijn verleden verdwijnt steeds verder uit zicht, emotioneel maar zeker ook professioneel. Het is fijn dat ik mijn oude vak had want dat heeft me wel een paar dingen gebracht waar ik nu wat aan heb maar dat is dan ook alles. Het is nog fijner te ervaren dat ik weer aan het leren ben én dat me dat, hoe beperkt ook, redelijk af gaat. Naarmate ik verder kom met wat ik doe leer ik mijn grenzen te overschrijden en mijn blokkades te slechten en belangrijker nog: te ontdekken wie ik ben, wat ik kan en wat ik wil.
Van flowen naar driften, veel verschil maakt het niet. ‘Sometimes I wish a was a sailor…’ Heerlijk.
Het is weer zover. Opnieuw presteert de Buma/Stemra het om met een volslagen idioot plan rond muziekrechten te komen. Ongetwijfeld juridisch onhaalbaar maar los van dat al vooral een schadelijk plan om muziekrechten op internet ‘te reguleren’. Buma/Stemra leeft nog altijd in de twintigste eeuw. Er is niets geleerd van de ontwikkelingen op internet, de mogelijkheden van Web 2.0 en verder én de veranderingen in de muziekindustrie. Brochure_Digitale_Muzieklicenties_2010.
Wat wil het geval? Buma/Stemra heeft het onzalige plan opgevat om in 2010 een nieuwe regeling rond muziekrechten op internet te gaan hanteren. De regeling komt er op neer dat een ieder die muziek en muziekvideo’s ‘embed’, dat wil zeggen opneemt op de site in feite distribueert en dus moet dokken daarvoor. Iedereen, dus ook bloggers, festivalorganisatoren en theaters. De ‘paraplu’ waar onder gepubliceerd wordt (de hostingclub waar bijvoorbeeld een weblog draait) kan worden aangesproken door Buma/Stemra.
Het is een volslagen idiote regeling. Zie je het voor je? Buma/Stemra gaat WordPress, Blogger, YouTube en wie dan ook belasten voor het opnemen van muziek en video op de hun servers draaiende weblogs en andere sites. Praktisch volslagen onhaalbaar, juridisch niet in de haak en technisch gezien aanvechtbaar. Want wat is embedden eigenlijk? Volgens ondergetekende is dat het opnemen van een bestand in je website. Een link naar een elders gepubliceerd bestand valt daar natuurlijk niet onder en laat dat nu juist de meest gebruikte manier zijn waarop weblogs omgaan met materiaal op bijvoorbeeld YouTube. Wie moet in dat geval eigenlijk belast worden door Buma/Stemra?
Neem nu eens mijn eigen schrijfplek hier. Ik plaats geregeld links naar materiaal dat vrijelijk te zien is op sites als YouTube. Materiaal door anderen geupload naar die sites. Deze schrijfplek draait zoals bekend bij WordPress.com die dus mijn hosting provider is. Kortom als ik een YouTube video plaats gaat het om een link die op mijn blog geplaatst wordt dat draait op de servers van WordPress.com en verwijst naar een door een willekeurige ander naar YouTube.com geupload videobestand. Ga er maar aan staan Buma/Stemra. YouTube aanspreken voor materiaal dat door een ander elders op de wereld op een server buiten Nederland geplaatst is en waarnaar middels een link naar wordt verwezen vanaf een wederom in een ander land geplaatst blog? Omdat de inhoud gericht is op Nederland? Bullshit! Mijn blog is grotendeels op het Nederlandse taalgebied gericht, niet specifiek op Nederland. Het vaststellen van wie verantwoordelijk is voor publicatie van het betreffende bestand is welhaast onmogelijk en overschrijdt in ieder geval de jurisdictie van Buma/Stemra. Ook mijn internet provider (XS4ALL) kan niet aangepakt worden want die leveren mij connectie en zijn op geen enkele wijze betrokken bij publicatie van mijn schrijfwerk en de daarin gekoppelde bestanden. Kortom Buma/Stemra is in 2010 van plan om massaal op schaduwen te gaan jagen.
Maar het is nog veel erger. Ze willen bijvoorbeeld concertzalen, festivals en dergelijke ook ‘aanpakken’ als het gaat om audiovisueel materiaal dat gepubliceerd wordt. Materiaal dat notabene bedoeld is als promotie van de artiesten die daar optreden. Hier schiet Buma/Stemra in de eigen voet want hoe kunnen ze staande houden op te komen voor de rechten van de artiest als ze de promotie van die artiest zelf gaan belemmeren door kostenverhogende maatregelen?
Buma/Stemra probeert naar mijn mening mee te liften op de door de huidige repressieve regering aangevoerde strijd tegen piraterij op een manier die eerder zal leiden tot onderdrukking van de vrijheid van nieuwsgaring en vrijheid van publicatie. Het zou mij niet verbazen als de nieuwe regels van Buma/Stemra de toets ten opzichte van de Grondwet niet kan doorstaan. Het ellendig is natuurlijk wel dat diezelfde Buma/Stemra een organisatie is die het recht heeft gekregen van de overheid om een ieder te belasten voor de distributie van auteursrechtelijk beschermd materiaal. Een soort belastingdienst voor auteursrechten dus. Een taak die – als die al zou moeten bestaan – bij de overheid zelf thuishoort en niet bij een nauwelijks door het parlement gecontroleerd orgaan als Buma/Stemra is. Buma/Stemra toont met de nieuwe regels aan zelf een weeffout te zijn in de overheidsregulering. En daar is maar één antwoord op mogelijk voor een land dat vrijheid hoog in het vaandel heeft:
Ontneem de Buma/Stemra het recht op inning van gelden en laat beleidsvorming volledig in het parlement plaatvinden!
Ik bekijk geregeld de statistieken van deze schrijfplek en regelmatig verbaas ik me over wat er gebeurt hier. Gelukkig bieden de meisjes en jongens van WordPress de nodige analyses van de cijfertjes en grafiekjes zodat ik op zijn minst een beetje realistisch kan interpreteren wat zich laat zien.
Vandaag was een korte blik voldoende om een welgemeend ‘what the f**k’ te roepen. De maandcijfers van het bezoek aan deze schrijfplek laten – gelukkig – vanaf het prille begin zo’n twee en een half jaar terug een stijging zien. Meestal geleidelijk maar de afgelopen maanden bijna exponentieel. Bizar zo op het eerste gezicht. Meer dan vijfduizend bezoeken in één maand is niet gebruikelijk voor blogs. Nadere analyse laat zien dat er een behoorlijk vertekent beeld is ontstaan als het gaat om die bezoekjes. Immers het blijkt dat om de één of andere vage reden met name de afgelopen twee maanden slechts één schrijfwerk verantwoordelijk is voor een aanzienlijk percentage van de maandscore. Om precies te zijn is het werkje ‘Wereldkaart’ in één maand (september) twaalfhonderdzesenvijftig maal gevonden (en hopelijk ook gelezen). Grofweg een kwart van de bezoekjes in september. Is het dan zo’n bijzonder stukje? Nou nee, bepaald niet. Het is niet wezenlijk anders dan veel van mijn werk dat over mijn beleving van de wereld gaat. Het is eenvoudiger. De titel ‘Wereldkaart’ heeft als gevolg dat zoekmachines nogal snel met dat woord als zoekterm de argeloze bezoekers naar mijn schrijfplek verwijzen. Aangezien de bezoekcijfers nadrukkelijk explosief zijn in de afgelopen twee maanden kan ik me zo voorstellen dat het simpelweg de tijd van het jaar is waarin kids met dat zoekwoord op internet aan de slag zijn gegaan. De scholen zijn weer begonnen immers. Al met al bezoek dat ik dus maar beter niet kan meenemen in mijn eigen beeldvorming rond het bezoek hier.
Blijft over dat er dan in september toch altijd nog zo’n zevenendertighonderdenvijftig bezoeken zijn geweest op andere stukken dan dat vermaledijde ‘Wereldkaart’. Nog steeds is het dan een aanzienlijk aantal waar ik geen directe logische verklaring voor heb. Temeer daar doorgaans de zoekmachines verantwoordelijk zijn voor niet meer dan de helft van het aantal bezoeken hier.
Statistieken, ze blijven leuk om naar te kijken. Vooral als het om stijgende bezoekcijfers gaat. Maar enige nuance in de interpretatie is wel nodig. Het blijft een kwantitatief verhaal en hoe leuk ook, het helpt me niet zozeer met mijn verhouding tot mijn eigen schrijfwerk. Immers, uit de cijfers valt weinig te halen als het gaat om een beeld van de mening over de kwaliteit van mijn schrijven. En laat ik nu juist daar vooral behoefte aan te hebben.
Het bovenstaande filmpje over Ernest Hemingway laat mijn favoriete schrijver zien en zijn Nobel prijs speech horen.
Het schrijverschap dwingt me regelmatig tot reflectie. Reflectie op mezelf, reflectie op de wereld waarin ik leef en beweeg en reflectie op het schrijverschap zelf. Er is al veel over gezegd en ongetwijfeld ook geschreven maar het schrijven is een vreemde kunstvorm. De beleving van de schrijver, de creatie zelf en het publiek dat de pennenvruchten leest hebben allemaal hun eigen dynamiek. Regelmatig moet de lezer moeite doen om die in gedachten met elkaar te verbinden en nog regelmatig heeft de schrijven moeite om een verbinding niet al te nadrukkelijk tussen zichzelf en de tekst te laten ontstaan. Of juist wel.
Het ingewikkelde is dat het alle kanten op kan gaan. De onbegrepen schrijver is vaak de onbegrepen tekst van een schrijver die zelf wel begrepen wordt. De lezer slaagt er niet altijd in om het verschil te zien tussen een persoonlijke noot van de schrijver in het stuk en het stuk als een op zichzelf staand werk. Het gevolg laat zich raden: de verwarring wordt groter. Zoals veel anderen is er in mijn schrijfwerk soms expliciet en vaak impliciet een persoonlijke overweging te vinden die met mij of mijn leven te maken heeft. Stemmingen slaan neer op teksten en het is bijna onmogelijk om dat niet te laten gebeuren. Sterker nog, het vaak heilzaam om dat juist wel tot stand te brengen. Die verbinding dus.
Toch zou het verkeerd zijn als alle werk gelezen wordt als een persoonlijke overweging. Vaak genoeg is een gedicht of ander werk dat ik maak weliswaar doorspekt met persoonlijke gevoelens en ervaringen maar dan slechts als bouwblok van het werk. Als component, niet als fundament en zeker niet als ziel. Zo kan ik in opperbeste stemming een droef gedicht schrijven of een vrolijk anekdotisch verhaal terwijl ik in mineur ben. Wàt er op zeker moment uit de pen vloeit en publiek bezit wordt komt lang niet altijd overeen met mijn gedachten, gevoelens of overwegingen van het moment. Het kan heel goed zijn dat een tekst moet opgroeien in een aantal dagen of weken om dan ineens in kort bestek te landen. De enige nabewerking die ik doe is dan tekstcorrectie bij nalezing. Maar de bron van de tekst is verleden.
Natuurlijk is het mij net zo onmogelijk om delen van mijzelf uit mijn werk te houden als het de lezer onmogelijk is om delen van mijn teksten niet als een weerspiegeling van mijn gevoelens van dat moment te zien. Uiteindelijk is schrijven een asynchrone bezigheid. De lezer komt altijd te laat, net als de schrijver. In tekst gevangen gevoel is als dauwdruppels. Ontstaan in de nacht, neergeslagen in de ochtend en verdampend overdag. Ach, ik ontkom er niet aan om zo nu en dan juist wel mijn beleving te delen waarbij die beleving nog steeds bij mij is als de lezer die tot zich neemt. Intens verdriet of juist vreugde zijn emoties die ik – gelukkig – gemakkelijk in tekst uitstrooi. Die lezers die mij van nabij kennen kunnen dan schrikken of juist blij worden, de anderen hoogstens emoties krijgen over de tekst zelf.
In zekere zin hebben schrijvers en beeldende kunstenaars een sterke overeenkomst die hen bindt. Ze scheppen zonder publiek en het publiek ervaart zonder dat de kunstenaar er bij is. Zowel kunstenaar als beschouwer hebben een eigen context, een eigen tijdservaring en bijna per definitie is die kloof onoverbrugbaar. Zoveel anders is het bij de podiumkunsten. Wat er op het podium gebeurt wordt direct ervaren, de reactie is instant. Dat geld voor de waardering maar ook voor de afkeuring. De artiest heeft meestal een interactie met het publiek en voor de echte podiumartiesten geeft dat een kick. Zo niet voor de meeste schrijvers en beeldende kunstenaars. Zij werken, zweten en zwoegen in het verborgene en de reacties van hun publiek ervaren ze niet direct en soms bijna nooit. In zekere zin zijn het emotionele kluizenaars. Zelf voel ik me ook zo.
Het wordt spannend als de kloof moedwillig overbrugd wordt. Die sprong van schrijver of beeldend kunstenaar naar het publiek gebeurt doorgaans in het theater door middel van voordracht of performance of als deel van een gezamenlijk project. Inmiddels heb ik kunnen ervaren wat dat betekent. De directe reactie op een voordracht of ander optreden, de blikken van het publiek. De verveling soms of juist de bewondering of emotie die gespiegeld wordt. Het is een verrijkende ervaring die zo nu en dan opgedaan moet worden zodat ik er door gevoed wordt. Maar het echte werk gebeurt toch nog steeds binnen mezelf en op een beschermde plek waar ik alleen kan zijn, ongestoord door die verwarrende en veeleisende wereld.
Ik vindt schrijvers ingewikkeld, ik vindt mezelf ingewikkeld en ik vindt sommige beeldend kunstenaars die ik een beetje ken ook ingewikkeld. Het ingewikkelde zit hem denk ik in het alchemistische karakter van het creeëren én is het beschouwen van de kunst die zo vaak een warrig beeld geeft van de werkelijkheid van de kunstenaar. Beelden of teksten die je moet beschouwen, lezen, opnieuw bekijken en herlezen, verteren, herkouwen en uiteindelijk in je systeem laten opnemen. De waardering komt niet bij de eerste blik, net zo min als de juiste interpretatie. Het is die tweede blik, de moeite om te doorgronden die mij als lezer of beschouwer verteld waar ik mee te maken heb.
Dus, lief publiek, lees mijn teksten en vermaak je er mee, laat je raken, ontroeren, blij of boos worden. Maar weest voorzichtig om te snel conclusies te trekken uit wat je leest. Want wat er staat is niet de werkelijkheid of juist wel wel maar dan nooit volledig. Voor mij blijft mijn werk een kunstuiting, zelfs als het een column is waar ik inga op een maatschappelijke dwaasheid.
De komende weken zal het rustiger worden op deze schrijfplek. Mentale retraite en platweg vakantie gaan mij beroven van de mogelijkheid en de wil om veel te publiceren hier. Augustus wordt hopelijk een louteringsmaand om in september weer te gaan bloeien. In de komende weken worden mijn gedichten en verhalenbundels definitief samengesteld om ze daarna beschikbaar te stellen aan wie er interesse in mocht hebben. Daarnaast vergt het werk aan mijn roman meer inzet dan tot nu toe. Dus naast rust zal ik vooral offline mijn schrijfwerk voortzetten op een enkele oprisping na.
Allemaal een mooie zomer gewenst, wees voorzichtig, wees blij, hou van jezelf en de wereld en doe niets wat ik ook niet zou doen.
Zonder de naam van mijn werkgever te noemen én gebruik makend van mijn recht op meningsuiting vindt ik het wel nuttig om te melden dat diezelfde werkgever verder gaat met de pogingen mij om ‘bedrijfseconomische redenen’ aan de dijk te zetten, eh… afdanken dus. Die bedrijfseconomische redenen zijn een boeiend gegeven in deze tijd. Ze zijn namenlijk een flauw excuus voor iets geheel anders en worden door alles en iedereen gebruikt om de grootste onzin uit te spoken. Zo ook hier.
Want wat is het geval? Deze dame is op dit moment in de ziektewet als gevolg van verschillende zware operaties en mijn werkgever is verzekerd tegen de salariskosten bij ziekte. Het zou anders een wel erg domme werkgever zijn, vooral als er enkele tientallen werknemers in dienst zijn bij het bedrijf. Door die verzekering kost het deze werkgever een zeer beperkt bedragje (want dat is het op de gehele bedrijfbegroting bezien) van de werkelijke kosten om mij in dienst te houden. De ‘economische omstandigheden’ worden in de communicatie echter zo loodzwaar én als enig argument aangezet alsof het bedrijf zou omvallen binnen enkele maanden. Op een enkele ander na wordt er bij mij wel behoorlijk druk op de ketel gezet om me toch maar de deur uit te werken. Het is een volslagen idioot verhaal natuurlijk want als het werkelijk voor dit bedrijf een probleem zou zijn om het niet door de verzekering gedekte salarisdeel uit te keren zou de liquiditeit nu al onder enorme druk moeten staan en ieder moment de bijl kunnen vallen en het faillisement moeten worden aangevraagd. Niets van dat al echter, er is slechts sprake van negatieve prognoses, niet van rode cijfers op dit moment. Sterker nog: het (uiteraard door mij afgewezen) ‘aanbod’ conform de welbekende kantonrechtersformule is op zich al dusdanig dat zolang ik in de ziektewet zit er al snel zo’n driekwart jaar vanaf nu nog een dienstverband aan de orde kan zijn voor hetzelfde geld. Vanwaar die haast vraag ik me dan af.
Alles overziend kan er maar één conclusie zijn: er is iets heel anders aan de hand. Uit dezelfde communicatie maak ik ondubbelzinnig op dat het niet te maken heeft met mijn functioneren, prestaties of persoon. Maar laat ik dat nu toch ongeloofwaardig zijn gaan vinden op grond van de brieven die ik heb ontvangen. Want wat doet een goede werkgever normaliter als iemand in de ziektewet zit?
In ieder geval zo af en toe wat van zich laten horen, vragen hoe het gaat en zo en of het herstel een beetje wil vlotten. De menselijke kant van de zaak ter harte nemen. Natuurlijk ook de ziektewet inclusief wet Poortwachter respecteren. Niets van dat al. Ze willen me gewoon kwijt en dat is een bittere conclusie.
En dus stel ik maar weer eens vast dat er naarstig gepoogd wordt deze dame af te danken en daarmee een harde breuk te maken in mijn loopbaan als projectmanager en adviseur. Met alle (ook toekomstige) gevolgen voor loopbaan en (toekomstig) inkomen. Met nog zo’n 18 werkbare jaren voor de boeg al snel een potentiële schade van enkele tonnen aan inkomstenderving. In mijn situatie (47 jaar, uitval door meer operaties dan mij lief is én een achtergrond als transgender vrouw) is er een fatale combinatie voor me ontstaan waardoor dit helemaal niet zo’n onwerkelijke stelling is. Tenminste als het om een faire kans op werk gaat. Dat ik door deze situatie nog verder geruïneerd zal worden is blijkbaar niet van belang. ‘No-one loves you when you’re down and out’. Voor zover het om werkgevers gaat blijkbaar. Want het mag duidelijk zijn: kans op een baan met enigszins vergelijkbaar inkomen is nihil. De werkloosheidscijfers onder transgenders en de daarmee samenhangende armoedeval zeggen genoeg. Ik zit in een te kwetsbare situatie en met de huidige economie heeft dat simpelweg enorme gevolgen voor het opnieuw intreden in de arbeidsmarkt, vooral vanuit een situatie waarbij ik uit de ziektewet kom over enige tijd. Als dat al gaat lukken want deze klap is keihard aangekomen.
Het wrange vindt ik dat toen ik zelf mijn eigen bedrijf moest opgeven wegens gebrek aan inkomsten ik en mijn zakenpartner door de rechter gedwongen werden nog maandenlang het salaris te betalen aan een werknemer. Dat terwijl we al enkele maanden onszelf geen inkomen hadden toegekend. We hebben fors moeten bijlenen om aan die verplichtingen te voldoen en tot op de dag van vandaag dragen we daar de negatieve financiële gevolgen van. En dat is wrang.
Natuurlijk zal duidelijk zijn dat dit niet zo kan. Natuurlijk zal duidelijk zijn dat ik me zal verdedigen tegen deze schandalige behandeling. En natuurlijk zal ik voor mijn rechten op laten komen door een advocaat. Maar ook natuurlijk zal ik verwijzen naar wat mij als ondernemer is overkomen toen het met mijn eigen zaak niet goed ging en hoe Kafkaesk deze situatie voor mij nu is. Hoe en waar dit eindigt is niet te overzien op dit moment maar een vlotte oplossing zie ik niet komen.
Ik begrijp best dat mijn werkgever het niet fijn vindt dat ik van het recht op meningsuiting gebruik maak om anderen te laten zien wat er kan gebeuren als je kwetsbaar bent, in de ziektewet zit, je een transgender achtergrond hebt en geen dertig meer bent. Maar nogmaals, de namen zijn door mij niet genoemd om repercussies voor het bedrijf te voorkomen en de feiten liggen wel degelijk daar. Ik moedig natuurlijk niemand aan om te onderzoeken wie de werkgever in kwestie is. Mij valt niet te verwijten dat mijn werkgever ernstig buiten de orde is getreden. Een eventuele discussie over ‘zorgvuldig werknemerschap’ verwelkom ik van harte wanneer er tegelijkertijd een discussie gevoerd gaat worden over ‘zorgvuldig werkgeverschap’. De uitkomst van die discussie is voorspelbaar en misschien moet het er dan maar van komen dat een rechter daar een uitspraak over doet. Daarbij: ik ben niet enige kwetsbare werkneemster die op een dergelijke afkeurenswaardige manier behandeld wordt. Juist in deze economisch lastige tijd zijn velen de pineut en lijkt de discussie rond het ontslagrecht een achterhoedediscussie te zijn geworden. Tenminste als werkgevers zich dit soort misstappen kunnen veroorloven. Ik vindt het belangrijk dat anderen zien wat er kan gebeuren, hoe je in de hoek gedrukt kunt worden en hoe mensen (want dat zijn werkgevers uiteindelijk ook) anderen met de rug tegen de muur kunnen zetten. Want wat kan het de heren met hun tweede huizen en dure auto’s schelen? De constructie van de B.V. redt ze van persoonlijke aansprakelijkheid. De kans dat zij persoonlijk een echte aderlating zullen gaan ondervinden is minimaal zo niet afwezig. Het is uiteindelijk het gedrag van de ‘have’s’ tegen de ‘have not’s’.
Voor de goede orde: ik hou van mijn werk, mijn klanten vinden me een goede projectmanager en adviseur. De ervaring leert dat ik wanneer ik op been ben weer vlot in klantopdrachten aan de slag ben. Maar ook voor de goede orde: deze situatie heeft een grotere impact op mij dat de meeste mensen zien. Afgedankt worden is niet alleen een klap in het gezicht maar vooral een schop tegen iemand die toch al op de grond ligt! Maar er is meer dan een klap en een schop nodig om deze dame er onder te krijgen. Hoewel ik voorlopig danig gevloerd ben, mede door deze rotsituatie. Ik red me wel want ik heb inmiddels al zoveel overwonnen dat dit – hoe groot ook – hoogstens een ‘minor injury’ oplevert op de lange termijn.
Vooralsnog voel ik me als Catwoman die zich irriteerd aan te harde muziek bij de buren, maar dat is een geheel ander verhaal.