Transgender Chronicles (slot)

De Transgender Chronicle aflevering 46 was de laatste. Honderd pagina’s leven, liefdes, pijn, vreugde, verdriet, verwarring, berusting, ergernis, geluk, twijfel, zwakte en kracht. Het is genoeg geweest. De Transgender Chronicles zullen de komende tijd een bewerking ondergaan zodat ze in boekvorm kunnen verschijnen. Voor wie er interesse in heeft. Ik ga me wijden aan een volgend boek waarin ik anderen aan het woord laat over hun levensverandering. De – nu nog conceptversie van het boek – ‘Transgender Chronicles’ kan hier gevonden worden. De daadwerkelijke uitgave volgt later dit jaar onder de definitieve titel en dus deels herschreven, het boek kan dan via mijn website aangeschaft worden.

Deze bundel van verhalen, belevenissen en gevoelens is ontstaan in iets meer dan één jaar. Een jaar dat in het teken stond van nieuw begin en einde van het een ongewenst verleden.
Nu de laatste fysieke fase min of meer is afgesloten, nu de pijn voorbij is maar vooral nu het ‘gewone leven’ de macht heeft over genomen is er geen reden meer om ‘Transgender Chronicles’ te schrijven.

Vooral het woord transgender, dat ik weliswaar met trots met me mee draag, speelt geen dominante rol meer in mijn leven. Hoewel de laatste Chronicle misschien iets anders suggereert. Toch denk ik oprecht dat er inmiddels iets heel anders een dominante rol speelt in mijn leven. Dat andere is het begrip ‘gewoon’. Gewoon leven, gewoon zijn net als ieder ander en vooral gewoon vrouw zijn. Bij een gesprek op de nieuwe school van mijn dochter was de verwarring compleet want ik was toch haar moeder? Op het werk bij mijn huidige klant heeft niemand in de gaten hoe mijn verleden in elkaar zit. Terwijl ik er toch behoorlijk open over ben en Internet al snel alles onthuld.

Na zesenveertig Chronicles is het mooi geweest. Mijn leven gaat verder. Het is net opnieuw begonnen, de wereld is hetzelfde gebleven, de meeste mensen om mij heen ook. Maar ik niet. Ik heb de verandering doorstaan. En ik ben er niet slechter uitgekomen dan dat ik er in gegaan ben. Door deze verhalen hoop ik natuurlijk anderen die deze moeilijke weg van persoonlijke extreme verandering nog moeten ondergaan een hart onder de riem te steken. Als je een beetje je best doet en wat geluk er bij hebt, als je lef hebt en lieve vrienden en vriendinnen om je heen. Als dat er is, dan komt het goed. Ik kan het weten.

Voor mijn lezers en lezeressen, deze schrijfplek van mij zal door het einde van de TG’s aanmerkelijk minder vaak over het leven en de moeilijkheden van transgenders gaan. Ik wil dat ook graag, toch zal bij tijd en wijle het onderwerp genderdiversiteit hier aan de orde komen. Het is een deel van mijn leven geworden.

Alice © 2008

Transgender Chronicles 46 (Kiezen voor mezelf)

 

Het gaat me niet gemakkelijk af. Kiezen bedoel ik. Kiezen is moeilijk, kleren bijvoorbeeld. Het vergt spiegelmomenten. En dat is dan nog de simpele variant. Maar er zijn veel moeilijker keuzes te maken soms. Zoals eerder deze week.

Want was een paar blogjes terug er nog sprake van een mooie nieuwe liefde, nu is die al weer voorbij. Het antwoord op één van de vragen uit de vorige Chronicle is er eerder dan me lief is. Omdat ik heb gekozen. Voor mezelf deze keer en dat is een overwinning. Het is een vreemde gewaarwording om een verlies van een liefde als een overwinning te ervaren. Toch is het precies die tegenstrijdigheid die me verteld dat ik na alles meer veerkracht heb gekregen dan ik ooit dacht.

Goed, die lieve vrouw die ik dacht ontmoet te hebben bleek niet bij mij te passen. Een soort ruwe diamant waar je je aan snijdt. Met de schoonheid van de liefde die ze mij gaf, het zelfvertrouwen dat ik daarmee kreeg en de mooie ervaringen die we deelden kwam er iets anders mee dat uiteindelijk de basis weg sloeg. En terwijl ik mezelf altijd voor houdt dat relaties herstelbaar zouden moeten zijn kan ik dat deze keer niet opbrengen. Na wat nadenken meen ik mezelf te begrijpen en kan ik dat ook verklaren.

Natuurlijk, ik ben overgevoelig voor sommige signalen die mensen uitzenden. Maar soms zijn signalen gewoonweg niet te negeren en heel soms zijn signalen, hoe zwak ook, een onthulling van de werkelijke gedachten van iemand. En daar wordt het lelijk. Wegvallen van gevoel van liefde bij mij kan blijkbaar split second plaatsvinden op het moment dat de ander in een vlaag van onnadenkendheid me raakt op mijn kwetsbaarste plek. Mijn verleden als ‘man’ werd me voor mijn voeten gegooid als een manier om maar niet naar de eigen problemen te hoeven kijken. Een afleidingsmanoeuvre tijdens een twist die mij onthulde dat als het spannend wordt de ander me toch niet kan zien zoals ik werkelijk ben. En dat snijdt. ‘The first cut is the deepest’ zongen verschillende artiesten en dat klopt. Want zo’n opmerking en het effect van de onthulling van de diepere gedachten achter die opmerking zijn zo heftig en hebben zo een enorme slagkracht dat in plaats van een gesprek ik niets anders meer kan dan me terugtrekken in mezelf. ‘Shields up’ in Star Trek termen. Want de aanval waar ik in een relatie altijd bang voor ben is daar. Einde relatie is het onontkoombare gevolg. Zo plotseling als liefde zich kan vertonen zo snel kan het kapot gaan. 

Natuurlijk maakt me het verdrietig om weer te moeten ervaren, de derde keer op rij, dat omwille van wat ik ben een liefdesrelatie onmogelijk blijkt te zijn. Dat is keihard en de gevolgen voor mij zijn groot. Op dit moment is er geen geloof in de mogelijkheid van een relatie met een andere vrouw zonder dat mijn biologische verleden me ooit parten zal spelen. Fact of life is dat de ander er blijkbaar nooit mee overweg zou kunnen. De gemaakte stap om mezelf te willen zijn heeft als gevolg dat ik dan wel mezelf kan en mag zijn maar dat ik er vervolgens wel alleen voor zal blijven staan. 

Een nieuwe relatie? Ik moet er even niet aan denken. Het risico om op enig moment geconfronteerd te worden met de diepere gedachten van de ander over mijn oude biologie wil ik niet lopen. Het is gewoon te oneerlijk. Ik wil mezelf niet aandoen dat weer te moeten ervaren. Dan maar mijn energie en liefde richten op andere zaken als dochter, zoons, werk, schrijven en vriendschappen. Maar misschien zie ik het te somber. Misschien ga ik de fysieke bevestiging van mijn vrouwelijkheid weer keihard missen. Misschien wordt ik gewoon weer een keer verliefd. 

Transen en relaties. God wat ingewikkeld kan dat toch zijn. Waarom is het toch zo vaak een keuze tussen de mooie momenten en de ruimte voor jezelf? Waarom kan ik niet anders dan kiezen voor mezelf?

Alice © 2008

Transgender Chronicles 44 (life sucks)

Wat zou het fijn zijn als ‘leven’ wat minder een werkwoord was. Minder moeite, minder gedoe, minder worsteling. Want ‘het leven’ is behoorlijk ingewikkeld tegenwoordig. Vraag je een parkeervergunning aan dan moet je een leaseverklaring opsturen (wie wist 25 jaar terug eigenlijk wat zoiets was?). Als je telefoon wilt moet je kiezen uit mobiel GSM, mobiel UMTS, analoog, ISDN, VOIP, Skype en ga zo maar door. Ben je je baan kwijt en heb je een uitkering nodig dan moet je 14 maanden aan aanstellingen, loonstroken en werkgeversverklaringen insturen anders kan je je geld vergeten.

En als je je kind wilt opvoeden moet de halve wereld daar over mee praten c.q. lullen.

Als je trans bent moet je de rest van je leven te pas en te onpas uitleggen wat dat is, wat het voor je betekent, hoe je je verhoudt tot anderen (ben je dan hetero of lesbisch?) en zo meer.  Of je wilt of niet, alles in het kader van ‘de acceptatie’. Want, ook of je wilt of niet, er zijn altijd wel weer mensen die zo nodig moeten weten hoe het met je zit. Wat je in je slipje hebt, met wie je naar bed gaat en hoe de ‘verbouwing’ plaats vond. Je bent immers op dat vlak bijzonder en bij een trans mag je je veroorloven de meest intieme vragen te stellen, toch?

Nou, niet dus. Ik ben dat zat en daar ben ik niet de enige in. Als er weer eens een hetero man me vraagt of ‘ut’ er nog zit dan antwoord ik dat ik hem dat vertel onder de voorwaarde dat hij me verteld hoe vaak en in welke standjes hij ‘ut’ met zijn vrouw doet. Voor vrouwen geldt iets anders en de lesbo’s vraag ik dan of ze voor butch of lipstick vallen en waarom.

Het punt is een beetje dat de impertinentie van veel mensen het leven niet bepaald eenvoudiger maakt. Het zorgt er voor dat ik me jammer genoeg maar al teveel bewust blijf van mijn gender verleden. De fascinatie van anderen met dat verleden is hinderlijk. Het is niet van belang voor mijn bestaan als mens, professional of schrijfster wat er nu in verhouding tot vroeger in mijn string huist. Het is voor de opvoeding van mijn kinderen niet belangrijk wat mijn verleden op dat punt is. Tenzij ‘de wereld’ hun daar ook lastig mee valt. En dat gebeurt dus geregeld.

De komende tijd komen ingewikkelde zaken als echtscheiding en opvoeding weer aan de orde. En weer zijn er ‘instanties’ die zich met ons bemoeien. Ze moeten wel in dit kapot georganiseerde land. Maar ik ben niet ingewikkeld. Ik ben ontwikkeld. Ontwikkeld tot mens, tot vrouw, tot ouder, tot professional. En daar zal ‘men’ het mee moeten doen. Dat betekent dan wel dat ik niet zonder weerwoord over me heen en weer laat lopen. Dat op zich brengt dan weer mee dat mensen me lastig zullen vinden. Vroeger vond ik dat vervelend, tegenwoordig maakt het me niks meer uit. Als ik niet uitkijk ga ik me zorgen maken als ik niet lastig wordt gevonden door instanties en dergelijke.

Ondertussen zie ik levens van mensen om me heen instorten. Ziekte, verlies van werk, tegenwerking, bedrog. Ik zie het, voel het soms en irriteer me er natuurlijk enorm aan. De oneerlijkheid van ‘het lot’ dat om de één of andere reden altijd de verkeerden en ook nog in meervoud treft. Vaak is er niks tegen te doen. Het maakt me wel verdrietig en opstandig.

Het nadeel van dit al is dat het zo vermoeiend is. Soms breekt het me op en ontbreekt het me aan de fut om weer op te staan, verder te leven. Gelukkig duurt dat niet heel erg lang en gelukkig heb ik tegenwoordig mensen om me heen die me zo af en toe een duwtje in de rug geven en ik hun for that matter. En natuurlijk zijn er de special effects als liefde, genegenheid en succes. Want ook die zijn er regelmatig. Zo waar lukken er ook dingen die ik belangrijk vindt. Zo waar blijkt dat er zo hier en daar ineens iemand op duikt die gewoon helpt in plaats van de wereld moeilijker maakt. En zo waar is er dus liefde in verschillende vormen: kinderen, ‘vriendin’, vriendinnen, de poes. Als die zich weer eens laten zien merk ik dat ik ook in een wereld leef waarin mensen (en dieren) van elkaar houden, zonder voorwaarden en zonder gedoe.

Dus ja, ‘life sucks, but the special effects are awesome.’ en daar hou ik me net als veel anderen maar aan vast.

Alice © 2008

Transgender Chronicles 43 (onzichtbare man)

Ik weet het wel, het hoort er gewoon allemaal bij. Gaat het tijden lang goed en zal niemand je verleden ongevraagd op je bordje schuiven en dan is er ineens weer ‘zo’n situatie’. Of twee.
‘Zo’n, situatie’?
Ja, zo een moment dat ongevraagd iemand je met het gepoederde neusje op de genetische feiten drukt. Je straight-faced vraagt of je nu man of vrouw bent. ‘Want als ik uw stem hoor dan weet ik het niet meer.’ Zoiets zal de dame gezegd hebben. Ik was er zo door geraakt dat ik niet eens meer weet wat precies het zinnetje was want ‘zo’n impertinentie’ verwacht je gewoon niet. Tenminste, ik niet.

Goed het was lekker weer, heet zelfs. Ik zag er niet al te vrouwelijk uit want een spijkerbroek en een t-shirt laten dan misschien wel boobs zien maar geen hips. De make-up lag er ook niet al te dik op en mijn hersenen waren toch echt met vriendin en kinderen bezig. En dan verraad je jezelf. De vraag doet je ineens realiseren dat voor anderen het misschien wel lijkt alsof je een rol speelt terwijl nu juist het tegendeel waar is. Dat van die rol spelen was immers vroeger toen ik een meneer schijn te zijn geweest. Nu niet meer, nu ben ik mezelf. Ben ik dan ook echt mezelf? Mijn hoofd vertelt van wel maar mijn lijf verraadt me dus soms. En laten we eerlijk zijn, het is voor mij ook stukken slimmer om gewoon een leuke rok aan te doen dan een spijkerbroek. Grappig genoeg worden er dan geen vragen gesteld is mijn ervaring.

De dame in kwestie kan ik het niet kwalijk nemen. Oud, eenzaam, om een praatje verlegen en misschien niet meer helemaal op deze wereld. Wat doe je dan als je iemand tegenkomt die je niet kunt plaatsen? Dan vraag je het dus gewoon aan zo’n persoon hoe het zit. Laffe ik geeft natuurlijk een fabuleus ontwijkend antwoord en dat helpt de situatie niet bepaald. De wereld wordt voor iedereen ineens ongemakkelijk. Maar goed dat er dan kinderen zijn.

Terwijl ik een drankje haal gaat het gesprek verder tussen de dame en mijn kleine oogappel. Eenmaal terug bij de tafel lijkt het allemaal wat opgeklaard. Nog later hoor ik het ‘million dollar answer’ van mijn lieverd. ‘Alice is mijn vader. Maar dat is zo een lang verhaal, daar heb ik geen tijd voor om dat te vertellen hoor.’ De waarheid is soms zo simpel dat wij volwassenen er de woorden niet voor kunnen vinden terwijl een kind er totaal geen moeite mee heeft. Want gelijk had ie natuurlijk.

Het is maar een incident, van geen betekenis. Wel tekenend voor mijn werkelijkheid. Hoe langer ik er over nadenk en hoe meer ik met mijn ‘zusjes’ praat over dit soort gebeurtenissen, hoe duidelijker het wordt dat die onzichtbare man soms niet onzichtbaar is. Dat die man, ook al wil ik dat niet, gewoon in me huist. Als de omstandigheden er zijn, mijn bewustzijn er juist niet mee bezig is dan kan die onzichtbare man zich zomaar laten zien. Niet voor mezelf maar wel voor anderen. Dat zal veel vaker zijn dan ik zelf in de gaten heb of wil toegeven. Sociale codering is iets wat ook bij mij heeft plaatsgevonden. Gewenst sociaal mannelijk leven noem ik dat maar. Het is bijna heel mijn leven bij me geweest. Met moeite, maar toch. Al die gewoonten, bewegingen, die kleine dingetjes die zo typisch mannelijk zijn zitten er nog een beetje. Sommige wil ik ook niet kwijt, andere maar al te graag. Te lage schoenen? Dan loop je minder vrouwelijk. Geen make up gebruikt? Dan spreken mijn ogen minder en zijn ze op zijn minst ‘sekse neutraal’. Spijkerbroek aan betekent geen heupen en dus man. En ga zo maar door. Honderden kleine details, even zovele aanpassingen in mijn dagelijkse bestaan die meestal lukken en onbewust gaan maar die soms heel veel moeite vergen. De voice mail stem, de telefoonstem. Ze zijn anders dan de gewone gespreksstem. Geen direct zichtbaar contact met de gesprekspartner betekend verzakelijking. Verzakelijking maakt onbewust mijn stem lager. Door de telefoon is de score 50% goed, 50% door de mand vallen.

En dan heb ik het nog gemakkelijk in verhouding tot zoveel zusjes. Mijn uiterlijk is aangekleed wel in orde. Gezicht, ogen, handen, benen en zelfs een beetje figuur in combinatie met goed gekozen kleding zorgt er voor dat het eigenlijk gewoon een probleemloos bestaan is geworden. Alleen verslappen kan ik me dus niet goed veroorloven. Dat geeft gelukkig geen spanning maar leidt dus wel tot ‘zo’n situatie’ af en toe. Ik zal er mee moeten omgaan en met vallen en opstaan lukt het me wel om me te wapenen. Moeilijker vind ik het voor die ander die er soms bij is. Vooral als ik mijn leven met die ander deel. Want ook die zal er aan moeten wennen dat dit af en toe gebeurt en ook die wordt met de neus op mijn onzichtbare man gedrukt. Moeder, geliefde, vrienden en vriendinnen, collega’s, ze maken het allemaal wel een keer mee. Ik kan ze denk ik alleen maar helpen door er voor mezelf niet zo’n punt van te maken of in ieder geval niet te laten merken dat ik geraakt ben. En dat moet ik nog leren.

Alice ©  2008

Transgender Chronicles 42 (second life)

Deze Chronicle is misschien wat heftig voor jullie lieve lezers. Toch kan ik het niet laten het er maar eens uit te gooien zoals het is. Niet uit boosheid of frustratie maar omdat er aan sommige dingen een eind moet komen. Want ik ben een flink stuk van mezelf kwijt, onvrijwillig, onomkoombaar en wat mij betreft ‘good riddens’! Dat stuk is een verleden dat pijn doet gecombineerd met een overschot aan onterecht begrip voor de tere zieltjes van mensen die het maar moeilijk hebben met mijn geluk.

Ik kan natuurlijk een obligaat verhaal schrijven over hoe geweldig het is om eindelijk ‘mezelf’ te kunnen zijn. Wat dat ‘mezelf’ dan ook wezen moge. Ik kan ook schrijven hoe fijn het is me vrouw te voelen, wat dat ‘vrouw voelen’ dan ook moge betekenen. Ik kan schrijven over het geluk dat ik heb gevonden na mijn operatie en dat het herstel zo goed gaat. Of over mijn nieuwe liefde en het geluk dat ik met mijn dochter nu heb gevonden. Ik zou dat kunnen doen en dat doe ik ook wel. Maar niet nu. Nu is het wat mij betreft tijd om maar eens duidelijk te maken hoe het echt zit. En dat is niet altijd een pretje om te lezen denk ik.

Goed dan. Reality sucks, dus daar gaan we dan maar.

Zo aan de buitenkant bezien wordt ik door de maatschappij in het algemeen als vrouw gezien. Dat wil ik ook want ik heb de overtuiging dat ik dat ook ben. Wat nader bekeken blijkt dat ik ook zo ongeveer alles bezit wat een vrouw met haar geboorte heeft meegekregen. Op de eierstokken, baarmoeder en passende chromosoomcombinatie na dan. Emotioneel ben ik vrouwelijk ofwel ‘vrouw gelijk’ of nog beter ‘op vrouw gelijkend’. Het is maar hoe je naar woorden kijkt nietwaar? Ik functioneer als vrouw, gedraag me als vrouw en meestal reageer ik als vrouw. En dat voelt goed want het klopt, voor mij in ieder geval.

Niet voor iedereen trouwens. Een oude vriend blijft moeite hebben met mijn transitie, mijn eigen zus wil me niet zien, mannen nemen me minder snel serieus dan vroeger, inparkeren gaat lastiger en ik huil om de geringste dingen. Vooral als het om kinderen en fluffy animals gaat. Die vriend en die zus, acht hun moeite of gebrek aan acceptatie (wat een rotwoord is dat overigens) is wat mij betreft hun moeite. Het raakt me niet. Ja ik loop over van begrip. So what! Jullie probleem, niet het mijne en gelukkig van geen betekenis meer in mijn leven.

In mijn werk merk ik dat IT managers soms maar al te gemakkelijk de indruk wekken dat het natuurlijk niet zo mijn terrein is om een mening over IT te hebben. Wat weten (blonde) vrouwen daar van af immers? Nou, eh… deze dame meer dan jullie mannen! Instanties laten met het grootste gemak weten zich geen lor van mijn transitie aan te trekken en blijven me gewoon adresseren als meneer. Ze moesten eens weten hoe gvd veel pijn zo’n operatie is… Kerken en ‘gelovigen’ laten bij tijd en wijle weten dat het toch wel erg goddeloos is om je ding er af te laten halen ten gunste van iets veel leukers en ga zo maar even door. Get a life!

Het is wel over met mijn moeite om altijd en eeuwig te ‘moeten inzien dat het voor anderen moeilijk is om te accepteren.’… Dat terwijl een lieve prachtige vriendin die ‘net als ik’ is regelmatig volslagen idiote reacties krijgt omdat ze is zoals ze is. Het is mooi geweest. Ik ben transgender (oke, transseksueel dan) en ik ben er trots op! Ik heb er pijn voor moeten lijden en niet zo’n beetje ook. En regelmatig heb ik nog pijn. Ik heb het er graag voor over maar zeur er dan niet over tegen mij! Ga iets nuttigs doen, arme mensen rijk maken, ouderen helpen, vluchtelingen opvangen of wat dan ook maar laat mij en mijn lieve lotgenotes met rust. Wat maakt het nou uit dat ik heb moeten laten sleutelen aan mijn lijf ten koste van gigantische pijn, een hoop moeite en veel geld. Het is voor mij een weg naar geluk, naar een second life. En wat wie dan ook daarvan mag vinden, het is mijn lijf en mijn weg en die volg ik. Wees liever blij dat je zelf die ellendige transitie niet hebt hoeven meemaken (hoe mooi sommige aspecten daarvan ook zijn trouwens maar dat begrijpt zowat niemand).

Natuurlijk zijn er lieve mensen die goed met het vraagstuk, dat ik ze soms ongevraagd door de strot duw, om gaan. Da’s allemaal mooi en prachtig maar vraag mij niet dankbaar te zijn voor jullie tolerantie of acceptatie. Ik wil niet getolereerd en al helemaal niet geaccepteerd worden. Alsof wie dan ook mij te tolereren of accepteren heeft! Ik ben er gewoon, live with it! Weg gaan ben ik toch niet van plan, ik heb net nog gehoord dat ik 111 jaar oud wordt en die hele transitie heeft me sowieso al jonger gemaakt. Dus wen er maar aan en als je uitleg wilt hebben vraag dan uitleg zonder schroom want die is nergens voor nodig.

Want zeg nu zelf, waarom zou ondergetekende zich eigenlijk moeten laten tolereren of accepteren? Moet ik zonodig een ‘goedgekeurd door de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen’ stempel krijgen? Een accreditatie? (mooi woord vindt ik dat trouwens). Of een kwaliteitskeurmerk ‘echte trans van passabele kwaliteit’. Nee, tolereer me niet. Accepteer me niet. Ga gewoon met me om, ik heb het verdiend en de lieve mensen die er voor me zijn zonder gedoe verdienen dat ook. Leef je eigen leven, wees vooral gelukkig en laat mij mijn tweede leven leven. Mijn ‘second life’ inderdaad want dat is het. Reïncarnatie nog tijdens mijn leven. Door bad karma gedreven transformatie van lijf en ziel. Het positieve is dat ik er niet voor dood hoef te gaan maar gewoon door blijf leven. Gewoon een nieuw level bereikt, een tweede ronde, een second life.

Het eerste leven van mij had goeie dingen in zich zoals een onbezorgde jeugd tot mijn pubertijd. Tot de verkrachting door drie rotmeiden. Ja, goed gelezen. Dat kan ook blonde jongetjes overkomen. Goed was een periode op school, een andere goede periode was in mijn nu voorbije huwelijk. Slecht waren dus die verkrachting, het gepest op de diverse scholen. Slecht waren de keren dat ik op school in elkaar geramd ben, de jaloezie die ik voelde na de geboorte van mijn kinderen, de frustratie van het jarenlang leven in een fout lichaam, de schaamte voor een gedeeltelijk dubbelleven, het verdriet over de pijn die ik mijn liefsten heb moeten doen door mijn verandering. Allemaal rottigheden uit een eerste leven. Een vooral voorbij eerste leven want nu ben ik aan het tweede begonnen.

Dat ‘second life’ bevalt me prima. Goed ik heb weinig bezit en zo goed als geen geld. Ik woon eenvoudig en kan me geen financiële uitspattingen veroorloven. Status interesseert me niet meer, gelukkig maar. Het maakt het er allemaal stukken eenvoudiger op. De wereld ziet me zoals ik aan het begin van deze tekst schreef zoals ik gezien wil worden: een gewone vrouw. In dit leven heb ik tenminste een aantal schatten van vriendinnen en een enkele vriend, een geliefde die zo mooi is (van binnen en van buiten) dat ik me tien keer daags in mijn armen knijp van geluk, geweldige kinderen, een prima baan, allerlei interesses en een leven voor me. In dit second life kan alles weer. Als ik wil zingen zing ik, als ik wil spelen speel ik, als ik wil liefhebben heb ik lief. Dit second life is alles wat het eerste niet was of op zijn minst maar voor een klein deel was.

Goed, ik heb ‘een verleden’ zoals dat soms wat eufemistisch omschreven wordt. Maar het is niet belangrijk want dat verleden is precies dat, een verleden. Ik leef nu, niet gisteren en nog niet morgen. Nu is het goed, nu leef ik, nu geniet ik. Eindelijk ben ik er en hoef ik me niet meer voor te doen als een mens die ik niet echt ben. Eindelijk is het harnas weg en de behoefte aan een nieuw heb ik niet. Mensen om me heen weten dat als ze mij zien ze de echte Alice zien. Zonder een schaduw of een filter. Er is geen enkele reden om mezelf anders voor te doen dan wie ik werkelijk ben dus dan doe ik dat ook maar niet meer.

Het verleden heeft me niet sterk gemaakt, wel verwond. Wat me sterk gemaakt heeft is de transitie van first life naar second life. De moeite, de pijn, de worsteling gevolgd door de aankomst, de overwinning op mijn eigen angsten. En daar sta ik dan plots. Midden in mijn second life. Niet alleen, maar samen met de liefste mensen die er te vinden zijn om me heen, naast me, achter me. Mensen waar ik van kan houden. Ik heb geen medelijden nodig, geen begrip en dus ook geen tolerantie of acceptatie. Ik redt het nu wel verder.

Waarom deze tekst nu ineens? Tsja, misschien alleen maar omdat pas nu al het gedoe achter de rug is ik merk dat ik open sta voor die ander. Dat ik de liefste vrouw gevonden heb die er te vinden is en dat haar liefde me sterk maakt maar de impact van mij als mens op haar me ook aan het denken heeft gezet. Zo aan het denken dat ik eindelijk in staat ben om achter me te laten wat achter me gelaten moet worden. Al is het alleen maar omdat het enige wat echt telt de toekomst is. Mijn toekomst, onze toekomst en misschien een gezamenlijk second life. Gewoon omdat we het verdienen, zij en ik. Samen.

Alice © 2008

Transgender Chronicles 41 (de laatste trein)


Het is zover. Nadat vorig jaar de verzameling computers die ik in mijn vorige leven had opgebouwd er aan moest geloven en eindigde in het depot van het Museon in Den Haag zijn nu de treintjes aan de beurt. Jaren terug toen ik niet meer een klein jongetje was maar een groot jongetje heb ik revanche genomen op mijn ouders. Ik kocht treintjes en alles wat daarmee te maken had dat het een lieve lust was. Maar waarom revanche dan vraag je je misschien af?

Welnu, toen ik dus nog echt een kleine jongen was mocht ik nog bij sinterklaas op schoot kruipen voor een verhaaltje, vermaninkje en vooral kadootje. En daar zat hem de bron van mijn revanche. Punt is dat ik zo graag treintjes wilde hebben want dat hadden mijn vriendjes ook. Ja, ik was in die tijd ‘gewoon’ een jongetje dat met vriendjes ‘cojbojtje’ speelde in de grasvelden tussen de flatgebouwen en verder vooral Dinky Toys, treintjes en zo meer leuk vond. Geen Barbies, geen verkleedspullen (anders dan natuurlijk een cowboy en indianenpak), nee autootjes en treintjes. En eerlijk is eerlijk, dat heb ik heel lang volgehouden. Wist ik veel dat poppen ook leuk konden zijn en niet ‘stom’, dat jaren later verkleden en make up me ook bekoorden. Nee, een kleine blonde gezonde Hollandse knul was ik met een vurige wens om een treinbaan te hebben.

Het is er nooit van gekomen in die tijd. Wellicht was het te duur voor mijn ouders en misschien vonden ze iets anders gewoon leuker voor me. Het werd een racebaan van Jouef met een rode en groene raceauto. Van die zestiger jaren modellen die we nu vooral primitief vinden. Mijn ouders hebben er heel wat plezier van gehad en mijn zus en ik ook. Uren hebben we rondjes gereden en het werd een ware sport om in de vlakke bochten zo het ‘gas’ in te houden dat de autotjes slippend door de bocht gingen maar wel in de sleuf bleven. Je kon er knoepertjes hard mee rijden, zoveel weet ik nog wel. Maar geen treinbaan dus, geen seinen, geen straatverlichting, huizen, autootjes en alles wat er zoal bij een echte modeltrein hoort.

Dat kwam pas veel later toen ik een gezinnetje stichtte en ik en wijlen mijn vader het erg leuk vonden om voor mijn oudste een treinbaan te maken. We gingen voor het betere spul en een specifiek ‘tijdperk’ zoals dat in modeltreinenjargon heet. Roco met NS 50er en 60er jaren materieel. De huisjes werden aan de tijd aangepast en de autootjes ook. Het werd een bloemkool Hollands landschap in extreme kneuterigheid. Eerlijk gezegd allemaal best mooi. Het heeft jaren op zolder gestaan, stof verzamelend, tot het moment dat ik er aan toe zou komen om het van de hand te doen. Gek toch, dat zoiets niet gemakkelijk gaat. Het was het laatste ‘project’ van mijn vader met mij samen. Het was een soort revanche toen, een laatste opflakkering van het kleine jongetje in mij. Trouwens, diegenen die mij goed kennen weten inmiddels welk stukje van dat kleine jongetje er nog steeds zit. Misschien schrijf ik daar nog weleens apart over.

Mijn pa is al jaren terug overleden, mij heeft hij nooit echt gekend. En de treintjes zijn niet meer aangeraakt. Mijn beide jongens vinden het ook niet echt boeiend want er wordt nooit mee gespeeld. Het modelbouw virus slaat bij ons duidelijk een generatie over, misschien wel meerdere. In ieder geval is het tijd om op te ruimen. De treinen zijn in doosjes gedaan, de rails en scenery opgeruimd en alles staat nu te koop. Met een beetje mazzel vindt ik een koper om het in één keer aan over te doen. Het is nog heel erg mooi allemaal en volgens mijn oudste knul rijdt het geweldig. Maar de treintjes moeten gaan. Het eindstationnetje van mijn vorige leven is bereikt, ik rij niet meer mee.

Daarmee is er dus ook aan dit deel van mijn leven een einde gekomen. Geen modelbouw meer, geen gepieterpeuter met lijm, verf en al die knutseldingetjes die nodig zijn om een wereld in het klein te maken. Ik ben te groot geworden voor die wereld. De interesse is hormonaal verschoven naar schrijven, mode, make up en hobbies als wandelen, rennen en reizen. Het is over met de 1000, de 2200, de Sik, de wagons type D en al die andere zo Hollandse treinen. Nog een paar weken en dan rijdt de laatste trein mijn station uit naar een nieuwe exploitant. Misschien kan ik van de opbrengst een mooie jurk kopen en een camera voor mijn oudste zoon. Nu ik dit schrijf valt het me op dat ik er zelfs niet weemoedig onder ben.

Toch zal het wel altijd zo blijven dat als er een trein langs rijdt ik even kijk welk type het is en welke beschildering van welk jaar er op zit. Sommige zaken gaan nooit verloren terwijl het belang er van al lang niet meer bestaat.

Alice © 2008

Transgender Chronicles 40 (sharp dressed woman)

Afgelopen vrijdag ben ik voor het eerst na mijn geweldige Amerikaanse vakantie weer naar mijn stamkroeg gegaan. En omdat ik nog lekker bruin ben voor mijn doen en in een stoere bui was had ik besloten ‘op stoer en sexy’ te gaan. Zwarte jeans, spannend beetje bloot topje, zwart satijnen gilet, netkousen, zwarte pumps, haren in een staartje. Hot dus. Nou ja, voor mijn doen dan. Het mooie is dat als je zelf vindt dat je er wel oke uit ziet dat dit dus blijkbaar voor anderen te zien is. Uitstraling of zo?

Anyway, het was helaas, helaas, een super rustige vrijdagavond in de kroeg. Pas na tienen kwamen er een paar mensen en twee lieve vriend(inn)en. Daarmee werd het in ieder geval een stuk gezelliger want om tekst zitten we echt nooit verlegen. Zo kabbelde de avond verder zonder dat er al teveel leek te gebeuren. En toen kwam zij. Vreselijk mooie ogen, onvoorstelbaar figuurtje, little black dress die behoorlijk wat been liet zien. ‘Heee, wat leuk. Tijd niet gezien jullie…’. Op zo’n moment wordt de wereld een beetje mooier. Trouwens, misschien kennen jullie haar nog van ‘Blondjes’ van een half jaartje terug.

Het heen en weer gepraat over vakanties, elkaar en van alles wat ik me niet meer herinner werd vergezeld met een ogenspel tussen ons beiden. Of ik lesbisch was. Eh, ja? Echt? Nou ja, misschien niet helemaal maar eigenlijk toch wel. O leuk, is ook veel fijner hoewel een vriendje ook wel leuk is. Ja soms wel maar die zie ik niet en jou wel…Hou oud ben je eigenlijk. Nou raad maar. 38 misschien? Nee? Ouder, o dan moet ik natuurlijk uitkijken wat ik ga zeggen. 40? Nee sorry. Jeetje, echt? Tsja, verjongingskuurtje gehad. Wow, je ziet er anders geweldig uit. Lief van je… En ga zo maar door. Kortom een voorbode voor mooie tijden als je tenminste een stapje durft te maken. Telefoonnummers uitwisselen is dan helemaal geen slecht idee.

Rond middernacht was het wel een goed moment om richting de Sappho te gaan. De nacht wegdansen is zo af en toe echt heel erg lekker. Zo ook deze nacht. Eindelijk klopte de muziek, het weer was redelijk en dus stond de stoep vol en was er binnen tenminste nog ruimte om te bewegen (en ademen). Het sfeertje was erg leuk dus heb ik nog uren gedanst. En wat daarna die avond nog gebeurde vertel ik hier niet maar het leven is toch weer een stukje mooier geworden. Waar een beetje extra moeite voor het uitgaan al niet goed voor is.

Alice © 2008

Transgender Chronicles 39 (shit happens)

Ik hou van reizen. Niet van douane’s. Het is nu de tweede keer in een paar jaar dat ik een vervelende ervaring bij een douane heb meegemaakt. Niks schokkends hoor deze keer, maar wel irritant. Ik noem zoiets ‘transgender momenten’. Dat zijn van die momenten waarop je er door iemand weer eens fijntjes op gewezen wordt geen vrouw van geboorte te zijn maar een ‘trans’. Zo ook deze keer dus.

Hoe ging het in zijn of haar werk? Welnu, het vertrek van Schiphol ging zo soepeltjes dat ik me eigenlijk niet zoveel meer herinner van het gedoetje daar. Anders dan twee jaar terug werd ik nu niet apart genomen voor een body search en het enige dat ik me nog goed herinner van deze keer is dus de opluchting dat dat niet gebeurde. De vlucht er na was lang maar genoeglijk en omdat we overdag vlogen was er genoeg te beleven. De ijsbergen bij Groenland, de bergen en meren boven Canada en tot slotte de landing met zicht op de skyscrapers van Chicago. Eenmaal aan de grond op Chicago O Hare moesten we door de douane. Niet alleen wij zelf maar ook onze bagage. Ondanks dat het een transfervlucht was is het zo dat je de douane perikelen krijgt zodra je voet op American soil gezet hebt.

De rij bij de douane verliep redelijk vlot. Iets wat zeker niet gezegd kon worden van de bagageafhandeling na de douane. Maar goed zover zijn we nog niet, eerst de douane nog. Nu moet ik er even bij vertellen dat ik weliswaar een post-opje ben volgens het transenjargon maar dat mijn paspoort nog steeds een ‘M’ vermeldt en geen ‘V’. Ik en mijn paspoort zenden dus nog steeds een dubbele boodschap uit. (Mijn vliegticket stond op naam van een zekere Mevr. Alice Verheij en de boarding passes benoemden ene Verheij/Alice zonder geslachtsaanduiding.) Ondanks dat die dubbele boodschapen vaker voorkomen loop ik dus het risico dat er bij grensoverschrijdingen grenzen worden overschreden. Zo ook deze keer.

Bij het loketje van de douanebeambte kwamen de bekende vragen langs als ‘waar gaat u naar toe?’, ‘waarvoor?’ en ‘waar logeert u?’ en vooral ‘wanneer vertrekt u weer?’. Niet het meest gastvrije vraaggesprekje dat ik me kan herinneren, maar goed ze moeten het nu eenmaal vragen in deze gevaarlijke tijden nietwaar? Na de vragen werden mijn vingertopjes gescand en ondertussen keek de douaneman nadrukkelijk in mijn paspoort. Er werd nog wat van dat paspoort ingescand, UV lampje er over heen en ga zo maar door. Ik dacht dat het allemaal wel achter de rug was en normaal gesproken zou dat ook zo zijn.

Geheel tot mijn verrassing kwam er nog één vraag uit de mond van de douanier, niet om hem beantwoord te krijgen overigens. Zijn ogen zeiden genoeg wat dat betreft. ‘So, you’re a guy?’. Ik heb hem alleen maar aangekeken en antwoordde zoiets als ‘Well, not exactly.’. Toen gebaarde hij dat ik door kon lopen.

Kijk het is niet dat er weer eens iemand het nodig vindt om me op die manier te laten weten wat voor mens ik in zijn ogen ben. Het is de inbreuk op je privacy die er weer eens gepleegd wordt dat me hindert. Want het hinderde me wel. Niet zodanig dat ik er iets mee wou doen of zo, teveel gedoe immers. Maar wel genoeg om me te irriteren. Het is gewoon niet leuk om weer zo’n ervaring op te doen. Het is ook allemaal niet erg hoor en ik kan er inmiddels mee om gaan. Maar je vergeet het niet, het blijft hangen zogezegd.

Verder is het me in de hele vakantie geen enkele keer overkomen dat ik verkeerd gelabeld werd. Het was toch vooral ‘Yes, ma’am’ en ‘No, ma’am’ wat ik te horen kreeg en dat klonk wel goed. Mijn vakantieplezier is er niet door beïnvloed, mijn gevoel voor eigenwaarde al helemaal niet. Alleen is er wel even die irritatie omdat ik ook wel weet dat de beste man geacht wordt dit niet te doen. Way out of line dus. Het is overigens wel iets waar ik voor de reis al rekening mee gehouden had en in die zin is mijn gevoel dan ook eerder te omschrijven als ‘well, shit happens’ in plaats van gekwetstheid.

Alice © 2008

Transgender Chronicles 38 (zelfbeeld)

Eén van de zaken waar veel mensen als ik mee worstelen is het zelfbeeld en dat geldt natuurlijk ook voor mij. Immers, een groot deel van mijn leven heb ik als jongen en man geleefd. Inmiddels is dat al een tijd anders. Leven als man terwijl je het niet bent heeft iets surrealistisch. Net zoals het voor sommigen die mij langer kennen surrealistisch is me nu als vrouw te zien.

Mijn zelfbeeld wordt voor een belangrijk deel bepaald door hoe ik me op een bepaald moment voel. Als ik relaxed ben zit het wel goed. Zelfvertrouwen te over in die gevoelstoestand. Het kost me verbazingwekkend weinig moeite om gewoon mezelf te zijn. De kans dat iemand me meneer noemt of me twijfelachtig aan kijkt is erg klein tegenwoordig. Er is een soort basis identiteit waarop ik blijkbaar kan terugvallen en die identiteit is vrouwelijk. Voel ik me daarentegen niet prettig dan besteed ik al snel minder aandacht aan mijn uiterlijk. Meer casual / slordig gekleed, geen make up of hoogstens lipstick. Toch wordt ik ook dan niet meer verkeerd ‘gelabled’ door onbekenden. In die zin ben ik dus wel tevreden over mijn uiterlijk en dat steunt mijn zelfbeeld. Ik heb wat dat betreft geluk denk ik. Zo ben ik niet al te groot en zijn mijn trekken niet mannelijk (meer). De hormoontjes hebben overtuigend hun werk gedaan.

Maar zelfbeeld is meer. Er is een mentaal zelfbeeld dat niet zozeer met uiterlijk te maken heeft maar veel eerder met innerlijk en gedrag. Met hoe mensen me ervaren in plaats van wat hun ogen hun vertellen. Bijzonder genoeg merk ik daar de laatste maanden een verschuiving op. Vrouwen zien me als een vrij zachtaardige maar zelfverzekerde vrouw van middelbare leeftijd waarmee je een gesprek kunt hebben. Soms kom ik een vrouw tegen die me zelfs leuk lijkt te vinden. Mannen voelen zich niet meer bedreigd door wie ik ben. Dat is weleens anders geweest. In het begin van mijn transitie kwam ik nog weleens mannen tegen die geschokt waren door mijn verschijning als ‘voormalige man’ die toch wel vrij vrouwelijk is. Wat er in de psyche van die mannen gebeurde weet ik natuurlijk niet maar ik vermoedt dat het op zijn minst bevreemdend is dat iemand lichamelijk veranderd op een punt dat voor mannen toch nogal gevoelig ligt. Dat levert een confrontatie op die weleens lastig kan zijn. Gelukkig zijn de meeste geschokte reacties van mannen inmiddels ook verleden tijd. Dat zal vooral liggen aan mijn gedrag denk ik dan maar. De mannelijke kantjes zijn er zo langzamerhand wel afgesleten en dus spreken zij en ik niet langer dezelfde taal.

De beste bevestigingen van mijn zelfbeeld zijn de reacties van anderen op mij als ze me niet of net kennen. Een gesprek met een boeiende vrouw die me na een tijdje zegt dat ik mooi ben en dat letterlijk bedoeld. De jongen in de supermarkt die me na rent ‘mevrouw, mevrouw u hebt uw sleutels laten vallen’ roepend. De mannen vanmorgen, toen ik bij een vriendin weg ging en in de ochtendvroegte naar buiten stapte, die  me vrolijk goedemorgen wensten en waarvan er eentje een knipoogje naar me gooide. Het is eigenlijk het alledaagse dat me bevestigd in mijn zelfbeeld van vrouw op middelbare leeftijd die er best wel aardig uit schijnt te zien. Het is een mooie maar ook rare ervaring omdat het precies die ervaringen zijn die in mijn leven er niet waren. Goed ik ben niet de jongste meer en zeker niet een schoonheid of zo. Maar blijkbaar wordt ik gezien en blijkbaar is dat niet al te vervelend, zowel voor mannen als vrouwen.

En als dan één van mijn kinderen bij me is en we plezier maken dan wil het zomaar voorkomen dat mensen me toch echt als een moeder met zoon of dochter zien. Ondanks de kwetsbaarheid van die observatie is dat een signaal dat me, meestal heimelijk, veel plezier doet. Goed ik ben dan biologisch wel een vader maar mentaal zeker niet. Ik weet dat ook die gevoelens veranderd zijn en blijkbaar is dat zichtbaar voor buitenstaanders.

Ben ik nu tevreden met mijn zelfbeeld? Is het een mooi zelfbeeld? Als ik heel eerlijk ben zal ik zeker niet klagen. Goed, er kan uiterlijk altijd iets beter en mooier. Tsja welke vrouw heeft dat nu niet? Maar naarmate ik me vaker goed voel en soms zelfs gelukkig wordt me duidelijker dat ik best blij mág zijn met de mens die ik nu ben. Ondanks een groot deel van mijn leven dat als verloren voelt. De komende dagen ben ik in Parijs te vinden. Vooral flanerend en plezier makend. Een dame die misschien niet meer zo jong is maar die eindelijk begint te leven. Kijk ik naar de foto boven dit stukje, gisteren genomen in de prachtige Harense Hortus, dan zie ik mezelf en ben ik blij.

Alice © 2008

Transgender Chronicles 37 (anijsmelkdag)

Het is weer zover. De wiebeldagen zijn aangebroken (zie eerder in deze reeks). Dagen waarop ik me niet lekker voel, beetje verdrietig ben zonder duidelijke reden, melancholische muziek draai en het buiten regent. Het een zal wel met het ander samenhangen. Het is een anijsmelkdag. Komt bij dat ik een beetje brommerig ben, mijn eufemisme voor een licht schorre keel die doet vermoeden dat ik teveel testo’s in mijn bloed heb of flink gerookt en gedronken heb. Niet de sexy lage vrouwenstem die ik mooi vindt maar gewoon een beetje schraperig.

Maar goed, het is dus een anijsmelkdag. Zo’n dag waarop mijn lieve Mimi de pootjes en haar kop op mijn arm komt leggen omdat ze ook wel door heeft dat het even niet gaat zoals ik wil. Op een anijsmelkdag maak en drink ik dus anijsmelk. Het doet me aan vroeger herinneren wanneer ik weer eens buikpijn had. Dat had ik als kind vaak en mijn moeder had een prima oplossing die me altijd is bijgebleven en die de laatste tijd weer erg nuttig blijkt te zijn. Een beker warme melk met een paar anijsblokjes er in opgelost. Het zoetpittige goedje doet mijn gevoel teruggaan naar voor mijn twaalfde jaar naar voor 1975. Er is weinig lekkerder dan zo’n beker. Het werkt het beste vlak voor het slapen gaan maar ook overdag geeft het rust. De anijs heeft een vreemde kalmerende werking. Het zal niet voor niets zijn dat het in allerleid dranken wordt gebruikt als ingrediënt. Anijs wordt onder meer gebruikt in de pastis, het Griekse ouzo en het Turkse raki. Het is een belangrijk ingrediënt van absint, sambuca, arak, Bénédictine, Brokmöpke, Elixir d’Anvers, tsikoudia, tsipouro, rakia, rakija en patxaran. Zo leert WikiPedia me. Een aantal van die drankjes ken ik wel maar er is er eigenlijk geeneen die het kan opnemen tegen warme anijsmelk.

In gedachten komt mijn moeder me een bekertje brengen. Vergezeld van een beschuitje met suiker. Zo ging het bij ons thuis toen het leven nog mooi was. Toen het soms gewoon lekker was om een beetje ziek te zijn met een beetje koorts en veel slaap. Met een warm bed en zacht licht. De harde wereld bestond nog niet voor me, die kwam later in mijn leven. Als ik nu dus anijsmelk drink waan ik me weer even terug zonder de problemen die volwassenen op hun weg vinden, zonder discriminatie, geweld, liefdeloosheid en manipulaties. Anijsmelk, het laat me weer even jong zijn. Een beker vol kleine slokjes geluk die me laat weten dat je geluk kunt drinken, in je lijf kan voelen stromen, weldadig, vriendelijk.

Het is misschien raar maar de laatste maanden drink ik meer anijsmelk dan in de jaren daarvoor. Misschien omdat het me helpt alleen te zijn en mezelf niet onder te dompelen in donkere gedachten. Misschien omdat het een pijnlijke keel verzacht. Misschien omdat ik wil vergeten wat er allemaal gebeurt is in een jaar. Omdat ik wil vergeten hoe zwaar dat jaar was, hoeveel er kapot is gegaan, hoe vaak ik kapot ben gegaan. Misschien omdat ik me sterk wil voelen maar het niet ben. Misschien omdat ik die moeder met haar anijsmelk nog een keer terug wil hebben. Die moeder de me verteld alles maar even te vergeten, mijn ogen dicht te doen, te slapen maar eerst mijn anijsmelk laat opdrinken. Misschien staat die anijsmelk wel voor het doorleven van een nieuwe jeugd in een tweede leven. Misschien is het een metafoor voor onbezorgd leven. Misschien is dat de reden waarom ik zo graag die anijsmelk weer drink en me dan telkens weer even gelukkig voel.

Alice © 2008

Transgender Chronicles 36 (liefde, lijf en lust)

Liefde

Nauwelijks zichtbaar staat ze langs de rand van de heide met de hand boven de ogen tegen de zon in te kijken. Van binnen onrustig, van buiten de kalmte zelve. Tot kort terug de vrouw waar ik van hield als geliefde, tot iets langer terug werkelijk mijn geliefde. En nu? Nu zo langzamerhand mijn zus. Gevoelsgenote, met een gedeeld, verdeeld, geknipt leven. Net als ik. Sterk en onzeker. Met een enkele blik in staat mijn ziel in te dringen. Zoveel van mij wetend en zo goed aanvoelend waar het soms moeilijk bij me is, alsof we altijd samen waren. En het is nog maar een goed jaar dat we elkaar kennen. Sterker dan ik met haar zelfstandigheid, zwakker met armpje worstelen. Altijd de woorden vindend die ik zelf niet vindt. Aanwezig op de momenten dat het echt nodig is. Niet meer elke dag in mijn gedachten maar wel vaak. Mijn zus. Mijn zus ook die me eigenlijk dwingt om mijn eigen leven in te vullen, zich over me zorgen maakt en me beschermt. Die me laat weten dat ik haar nooit kwijt raak. Ach kon het maar zo zijn dat die werkelijkheid bestond. Ooit zal die dag komen maar dat is misschien pas een leven verder.

We hebben al zo vaak samen gewandeld, samen genoten van wat de natuur geeft, van het terras, van elkaars gezelschap. Van elkaars verdriet soms maar zoveel meer van elkaars lach. We hebben elkaar in elkaars leven toegelaten, zo ver dat er geen weg meer terug is. Met een zusterliefde die tegen alles bestand is. Allebei hebben we gevochten met gevoelens, met draken in ons hoofd, met pijn over wat er niet kan zijn. Maar we zijn er nog, we hebben nog steeds plezier. En ik? Ik ben vrij, vrij van de drukkende verliefdheid, vrij om mijn leven in te richten op een manier die bij mij past. Hoe dat er uit ziet begint zich langzaam af te tekenen.

Lijf

De afgelopen verwarrende tijd stond in het teken van het herstel van mijn lichaam en daarmee het herstel van mijn gewone functioneren. Maar dat niet alleen. De afgelopen maanden stonden ook in het teken van liefde, vriendschap en gevoelens. Hoe ik daarmee om ging en om wil gaan. Wat belangrijk is, wat dat niet is en hoe ik als mens verder wil en kan gaan. Misschien moet gaan. En intiemer, de afgelopen tijd stond in het teken wat het verschil tussen lust en liefde voor mij is. Allemaal onderwerpen die zich aan me opdringen door de verandering van mijn lijf als gevolg van de operatie zelf en van de daardoor veranderde hormoonhuishouding. En dat laatste is een gebied dat al snel over het hoofd wordt gezien. Naast het fysieke gevecht ben ik geconfronteerd met mijn eigen verlangen, zelfs met mijn eigen lust en uiteindelijk met de vraag wat liefde voor mij betekend als die in de vorm van beantwoorde lust achterwege blijft maar er mentaal wel is. Deze confrontatie is moeilijk, soms verwarrend en gaat diep. Ze valt me zwaar en dat moet ook want het gaat om mijn eigen waarden. Hoe denk ik over deze onderwerpen en kan ik werkelijkheden accepteren of wordt ik ongelukkig?

Mijn lijf verteld me zoveel de laatste weken. Het verteld me wat ik prettig vindt, wanneer ik teveel gevergd heb, wanneer ik iemand bij me wil voelen, wat ik al aan kan en wat niet. Mijn lijf is een wispelturiger vriendin dan mijn zus. Maar het is wel mijn vriendin aan het worden. Nog nieuw in sommige opzichten, ongelooflijk sterk maar ook kwetsbaar. Soms gesloten, soms toegankelijk. In staat om zich te spannen, in te spannen, te reageren op nieuwe manieren met een intensiteit die me verrast. Om zelfs nu al flinke wandelingen te maken. Langzaam maar zeker leer ik lief te zijn er voor. Langzaam aan begin ik mijn eigen lijf te verstaan. En langzaam aan begin ik echt te luisteren er naar. De waarschuwingen die het me geeft serieus te nemen om dan mijn rust te nemen. Maar ook om het uit te dagen, stappen te laten maken. De ene dag hard werken, inspannen, de andere dag rusten, herstellen, sterk worden.

Lust

Naast liefde en lijf is er lust. Waar ik dat vroeger moeilijk vond en vijandig, me er verlegen bij voelde, is dat tegenwoordig een geschenk. Het betekent niet alleen dat lijf en liefde er voor me zijn maar ook dat ik mezelf mooi kan vinden. En dat krijg je ook terug van anderen. Mooie vriendschappen en geen ongemak meer in gewoon menselijk contact. De twijfel is er wel soms om me uit te spreken als iemand me aan trekt. Dat is ook wel begrijpelijk als lijf nog niet helemaal in orde is en fysieke liefde me net in de steek heeft gelaten. Ik kan er nu mee om gaan en dat is al heel wat meer dan ik ooit tevoren kon. Maar juist lust dwingt me om te leren waar nooit ruimte voor was. Om te ervaren, te voelen hoe het is om als vrouw te leven. Me te verhouden tot mannen en vrouwen. Lust brengt me regelmatig in prettige verwarring. De behoefte is er, de wens ook wel maar de vorm is niet duidelijk. Als een jonge vrouw ontdek ik mezelf, leer ik mezelf in balans te houden. Leer ik van mezelf te houden zonder die spanning van vroeger. Maar ik ben niet jong.

Die vrouw die aan de rand van de heide met de hand boven de ogen de verte in kijkt heeft me onbedoeld vrijgemaakt, me gedwongen om mijn weg te zoeken. Ze is nu mijn zus en daarmee veilig gezelschap. De veranderingen die we hebben ondergaan in onze onderlinge band heeft in plaats van een verwijdering juist verdieping van gevoelens bij mij gegeven. Duidelijkheid dat ik met al mijn gevoel, met mijn liefde, mijn lijf en mijn lust mijn eigen weg ben op gegaan. Waar die weg naar toe gaat weet ik niet maar dat hoeft ook niet. Het is in ieder geval geen onprettige weg om te gaan zelfs ondanks dat onvervuld verlangen.

Alice © 2008

Transgender Chronicles 35 (is het ‘t waard?)

Zo af en toe vraagt iemand me of het ‘t allemaal waard is. Dat gebeurt dan meestal in een heel persoonlijk gesprek. De vraag is in het algemeen natuurlijk goed bedoeld maar voor mij als bevraagde de moeilijkste die me gesteld kan worden.

Het gaat er dan bij die ander om er achter te komen of alle offers en verliezen die ik als transseksuele vrouw heb moeten brengen en accepteren het waard zijn. Andersom, of die overgang van man naar vrouw al die ellende waard is. In alle eerlijkheid: ik heb er geen antwoord op, wel vragen aan mezelf.

Soms maak ik me met het antwoord er maar een beetje vanaf door te zeggen dat het ‘t zeker waard is, want wat is er nu fijner om eindelijk jezelf te kunnen en mogen zijn. De leugen voorbij, ook fysiek. Maar bijna zonder uitzondering week ik dat ik me er dan te gemakkelijk van afmaak. Soms probeer ik uit te leggen welke vragen ik mezelf stel. Dat zijn vragen als: is het ‘t waard dat mijn huwelijk voorbij is, de liefde die er eens was verdwenen? Is het ‘t waard om alleen te leven zonder mijn kinderen bij me en met een dagelijkse leegte in mijn hart? Is het ‘t waard dat ik mijn bedrijven verloren heb? Is het ‘t waard dat ik (een deel van mijn) familie ben kwijt geraakt? Is het ‘t waard dat ik huis en bezit heb verloren? Is het ‘t waard dat ik alleen leef terwijl ik dat niet kan? Is het ‘t waard om soms buitengesloten te worden in het dagelijks leven? Is het ‘t waard om die periode van moeizaam herstel en pijn door te maken? Is het ‘t waard mezelf jaren lang psychisch te belasten met wachten, onzekerheid, twijfel? Is het ‘t waard om me telkens weer te onderwerpen aan een overheid die niet met mensen als ik kan omgaan? Is het ‘t waard om zo vaak te moeten uitleggen hoe het met me zit aan mensen waarvan ik vindt dat het ze niet aan gaat maar waar ik wel afhankelijk van  ben? Is het ‘t waard om zoveel mensen om me heen ongevraagd te moeten confronteren met iets wat ik zelf al nauwelijks begrijp? Is het ‘t waard om een paar mensen die dicht bij me staan of stonden pijn te doen? Omdat ze niet voelen wat ik voel? Is het ‘t waard om zoveel geld te moeten besteden aan het veranderen van mijn leven? Is het ‘t waard?

Al die vragen brengen me in verwarring want ondanks alles kan ik niet anders dan zijn wie ik ben. Accepteren hoe ik ben, omgaan met de verandering die ik zo graag wil, leven met de fysieke ongemakken en zelfs pijn. De afgelopen maanden, jaren heb ik gemerkt dat bijna alles voorbij gaat. Wat een half jaar terug me bang maakte is voorbij. Wat me drie jaar terug als een zwart gat voorkwam waarbij ik twijfelde of ik het zou redden, is sneller voorbij gegaan dan ik verwacht had. Bij vriendinnen die het al jaren achter de rug hebben zie ik dat zelfs na al die jaren ze toch nooit helemaal die overgang achter de rug hebben. Er nog altijd mee geconfronteerd worden. Stuk voor stuk zijn ze getekend maar stuk voor stuk zijn het mooie en heel lieve mensen geworden. Dat is een mooi vooruitzicht.

Maar uiteindelijk, aan het eind van de marteling van al die vragen, blijft er toch ondanks alles maar één gevoel over: ik ben er en ik mag er zijn zoals ik nu ben. Dan is ook bij mij het antwoord een hard ‘ja, het is het waard. Natuurlijk!’

Alice © 2008