Transgender Chronicles 41 (de laatste trein)


Het is zover. Nadat vorig jaar de verzameling computers die ik in mijn vorige leven had opgebouwd er aan moest geloven en eindigde in het depot van het Museon in Den Haag zijn nu de treintjes aan de beurt. Jaren terug toen ik niet meer een klein jongetje was maar een groot jongetje heb ik revanche genomen op mijn ouders. Ik kocht treintjes en alles wat daarmee te maken had dat het een lieve lust was. Maar waarom revanche dan vraag je je misschien af?

Welnu, toen ik dus nog echt een kleine jongen was mocht ik nog bij sinterklaas op schoot kruipen voor een verhaaltje, vermaninkje en vooral kadootje. En daar zat hem de bron van mijn revanche. Punt is dat ik zo graag treintjes wilde hebben want dat hadden mijn vriendjes ook. Ja, ik was in die tijd ‘gewoon’ een jongetje dat met vriendjes ‘cojbojtje’ speelde in de grasvelden tussen de flatgebouwen en verder vooral Dinky Toys, treintjes en zo meer leuk vond. Geen Barbies, geen verkleedspullen (anders dan natuurlijk een cowboy en indianenpak), nee autootjes en treintjes. En eerlijk is eerlijk, dat heb ik heel lang volgehouden. Wist ik veel dat poppen ook leuk konden zijn en niet ‘stom’, dat jaren later verkleden en make up me ook bekoorden. Nee, een kleine blonde gezonde Hollandse knul was ik met een vurige wens om een treinbaan te hebben.

Het is er nooit van gekomen in die tijd. Wellicht was het te duur voor mijn ouders en misschien vonden ze iets anders gewoon leuker voor me. Het werd een racebaan van Jouef met een rode en groene raceauto. Van die zestiger jaren modellen die we nu vooral primitief vinden. Mijn ouders hebben er heel wat plezier van gehad en mijn zus en ik ook. Uren hebben we rondjes gereden en het werd een ware sport om in de vlakke bochten zo het ‘gas’ in te houden dat de autotjes slippend door de bocht gingen maar wel in de sleuf bleven. Je kon er knoepertjes hard mee rijden, zoveel weet ik nog wel. Maar geen treinbaan dus, geen seinen, geen straatverlichting, huizen, autootjes en alles wat er zoal bij een echte modeltrein hoort.

Dat kwam pas veel later toen ik een gezinnetje stichtte en ik en wijlen mijn vader het erg leuk vonden om voor mijn oudste een treinbaan te maken. We gingen voor het betere spul en een specifiek ‘tijdperk’ zoals dat in modeltreinenjargon heet. Roco met NS 50er en 60er jaren materieel. De huisjes werden aan de tijd aangepast en de autootjes ook. Het werd een bloemkool Hollands landschap in extreme kneuterigheid. Eerlijk gezegd allemaal best mooi. Het heeft jaren op zolder gestaan, stof verzamelend, tot het moment dat ik er aan toe zou komen om het van de hand te doen. Gek toch, dat zoiets niet gemakkelijk gaat. Het was het laatste ‘project’ van mijn vader met mij samen. Het was een soort revanche toen, een laatste opflakkering van het kleine jongetje in mij. Trouwens, diegenen die mij goed kennen weten inmiddels welk stukje van dat kleine jongetje er nog steeds zit. Misschien schrijf ik daar nog weleens apart over.

Mijn pa is al jaren terug overleden, mij heeft hij nooit echt gekend. En de treintjes zijn niet meer aangeraakt. Mijn beide jongens vinden het ook niet echt boeiend want er wordt nooit mee gespeeld. Het modelbouw virus slaat bij ons duidelijk een generatie over, misschien wel meerdere. In ieder geval is het tijd om op te ruimen. De treinen zijn in doosjes gedaan, de rails en scenery opgeruimd en alles staat nu te koop. Met een beetje mazzel vindt ik een koper om het in één keer aan over te doen. Het is nog heel erg mooi allemaal en volgens mijn oudste knul rijdt het geweldig. Maar de treintjes moeten gaan. Het eindstationnetje van mijn vorige leven is bereikt, ik rij niet meer mee.

Daarmee is er dus ook aan dit deel van mijn leven een einde gekomen. Geen modelbouw meer, geen gepieterpeuter met lijm, verf en al die knutseldingetjes die nodig zijn om een wereld in het klein te maken. Ik ben te groot geworden voor die wereld. De interesse is hormonaal verschoven naar schrijven, mode, make up en hobbies als wandelen, rennen en reizen. Het is over met de 1000, de 2200, de Sik, de wagons type D en al die andere zo Hollandse treinen. Nog een paar weken en dan rijdt de laatste trein mijn station uit naar een nieuwe exploitant. Misschien kan ik van de opbrengst een mooie jurk kopen en een camera voor mijn oudste zoon. Nu ik dit schrijf valt het me op dat ik er zelfs niet weemoedig onder ben.

Toch zal het wel altijd zo blijven dat als er een trein langs rijdt ik even kijk welk type het is en welke beschildering van welk jaar er op zit. Sommige zaken gaan nooit verloren terwijl het belang er van al lang niet meer bestaat.

Alice © 2008

Advertenties

One thought on “Transgender Chronicles 41 (de laatste trein)

  1. Gelukkig kom ik de laatste tijd meer teransvrouwen tegen die graag met technische dingen bezig waren/zijn; en transmannen die ‘iets’ met Barbies hadden. Vroeger dus. En misschien nog. Vond het zelf altijd jammer dat ik er zodra het voorbij de mechanica ging, er niet veel meer van snapte.
    Mijn trein gaat nu naar een neefje toe.

Reacties zijn gesloten.