Zaterdagmorgen

morning-light48-x-48

‘Morning Light by Jim Inzero – www.shoreartist.blogspot.com

Langzaam doe ik mijn ogen open. De oogleden zwaar van de nacht. Echt wakker ben ik niet. Ik ben niet van de soort die wakker wordt en fris en fruitig het bed uit springt om een nieuwe dag aan te vallen. Nooit geweest ook. Bij mij zijn de oogleden zwaar en moet de dag moeite doen om tot mij door te dringen. De kleine jongen ligt nog zachtjes naast me te snurken, het was gisteren laat geworden voor hem. Het is ook een hele rit van daar naar hier. Ik luister naar zijn ademhaling en geniet. Het is al een flinke knul met zijn tien jaar maar als hij zo slaapt is hij nog zo lekker klein. Een kamer verder slaapt de jongedame. We hadden gisteren even ruzie maar daarna was het gelukkig wel weer goed. Zo gaat dat tussen ouders en pubermeiden. Ik weet zeker dat ook zij nog in diepe slaap ligt.

Ik ben niet alleen vanmorgen zoals op de meeste andere dagen wel. Er is leven in mijn huis hoewel in diepe slaap. De poes ligt ook bij me met haar kopje op mijn voeten. Ik hou ze maar stil want het snorren klinkt zo lekker. En verder is er geen geluid. De wereld is nog stil, in ieder geval bij mij in de straat. Heel af en toe komt er een bus voorbij maar meestal hoor ik die pas als ik besluit te luisteren of ik hem hoor. De auto’s zijn nauwelijks hoorbaar en als de schuifdeuren dicht zijn al helemaal niet. Mijn huis is meestal een stil huis. Doordeweeks hoor ik de mannen van de loodgieter beneden werken. Auto’s volladen, dingen zagen en zo. Maar niet op zaterdag en zondag.

De regen van de afgelopen dagen is verdwenen, alleen de plassen zijn stille getuigen van het weer van gisteren. Wind is er niet of nauwelijks. De zon schijnt – zoals elk najaar en winter – nadrukkelijk via mijn huiskamer, tussen de schuifdeuren door mijn slaapkamer in. De ochtend is lichtgeel. Door de gordijnen heen zie ik de andere huizen waar eigenlijk nooit bedrijvigheid te bespeuren valt. Ik draai me nog eens om en luister naar slapende kinderen en kat. Met mijn ogen open dwing ik mezelf niet te denken aan al het werk dat er ligt. Het huishouden, de was, papieren en nog meer papieren, rekeningen. Niet aan denken nu! Mijn boek komt in mijn hoofd. Ik vraag me af hoe de zaterdagmorgen in Boedapest is. Hoe zij die ervaart. Ik bedenk me dat op al die plaatsen uit de roman zaterdagmorgens zijn. Met zon, regen, stilte, lawaai, mensen of juist afwezigheid van mensen. Elke stad, elk dorp haar eigen licht. Grijs, rozerood, lichtgeel, misschien wel wit. Groen in het bos. In mijn hoofd zoom ik uit op de aarde, stijg virtueel op om dan af te dalen naar die plaatsen waar ik geweest ben dit jaar. Ik herbeleef zaterdagmorgens in een hotel in het hart van Barcelona met de geluiden van de toeristen die al vroeg door de straat onder het raam lopen terwijl de bakkers hun winkels openen. Ik zoom weer uit om daarna af te dalen naar Parijs, derde etage in een anoniem hotel in een anonieme straat in de natte regenstad. Gegons, auto’s en een lift die zich laat horen. En weer vlieg ik omhoog om daarna te landen in Californië, een tent in de bergen. Het licht piept door de kier van het tentdoek en schijnt in mijn gezicht. Een lichte geur van verbrand hout laat me weten dat de kampvuren lang gebrand hebben. Geen berenalarm vannacht. Iemand is buiten instantkoffie aan het maken, ze was eerder wakker dan ik. Wég ben ik weer om wakker te worden van getoeter van auto’s en de zang van de moskee. Ik ben in de bijenkorf van Cairo waar alles gehaast gaat. Al die mensen in de warmte, al die drukte. In gedachten draai ik me nog even om.

En dan, even later wanneer ik wakker schrik van het geluid van de kat die van bed af springt op zoek naar iets wat buiten is, dan bedenk ik me dat die zaterdagmorgen hier, in mijn eigen huis, mijn bed, heel mooi is. Er hangt slaapgeur om me heen en er bekruipt me een gevoel dat het goed is. Mijn te kleine huisje verteld me dat er teveel in staat want als ik mijn ogen open doe zie ik zoveel. Ik neem me voor om als ik straks op ben gestaan dat maar eens te veranderen. Minder dingen, minder aanslag op mijn zintuigen, rust. De kunst van het weglaten, van het loslaten. De kunst van opgelucht ademen als er weer iets minder is in plaats van meer. De kunst om er voor te zorgen dat dat gele licht geen belemmeringen tegen komt om mij te wekken. Ik weet dat ik begin te begrijpen terwijl het licht langzaam van kleur veranderd en de ochtend voorbij glijdt. Het knulletje kruipt slapend tegen me aan en ineens voel ik me zomaar gelukkig op zaterdagmorgen.

Alice © 2008