Terug naar huis

snelweg

In het donker rij ik terug, minder snel, minder vlug.
De ruitenwissers wuiven, druppels verschuiven.
Alsof het zoete tranen zijn rollen ze naar opzij.
Het is zo koud buiten maar er zit damp op m’n ruiten.

Amper op weg mis ik je warmte al
en ik besef dat je mijn hart stal.
Met een glimlach denk ik dan
hoe lief ook een dief zijn kan.

Mijn auto rolt over een brug, ik wil ’t liefste terug.
De wissers wuiven, laten m’n gedachten verstuiven.
Alsof het stofjes zijn, zo vederlicht en klein.
Het is zo koud buiten met die damp op m’n ruiten.

Ik geef gas en zet de verwarming aan
rij stevig door, om toch naar huis te gaan.
Met een grimlach denk ik dan
waarom ik het toch niet kan.

En dan eindigt mijn vlucht, onder de donkere lucht.
Ik rem, zet de motor stil, blijf even zitten en ril.
Ach, het is ook fijn om thuis te kunnen zijn.
Al zal ik weer alleen gaan slapen vannacht.

Alice © 2009