Krak!

Ja, ik heb het echt geprobeerd. Serieus. Niet even een paar dagen of zelfs een paar weken maar langer.
Nee, het is niet gelukt. Ik ben er niet voor in de wieg gelegd blijkbaar. Had ik maar hetero moeten zijn.
Het was dus een zijspoor en diep in mijn hart wist ik dat wel alleen mijn hoofd wilde niet meewerken. Misschien omdat het allemaal gebeurde in een periode waarin ik kwetsbaar was? Behoefte aan een paar armen om me heen die me ineens werden geboden vanuit een voor mij onnatuurlijke richting?

Ach, hoe of wat, het doet er niet echt toe. Het enige dat telt is dat ik heb moeten kiezen niet voor mezelf opzij te gaan. Het kon niet uitblijven eigenlijk want het was de tweede keer dat de Tweede Wet van Alice overtreden werd. Ik heb maar twee wetten, het zou niet teveel gevraagd moeten zijn om binnen iets wat meer dan een vriendschap was die wetten overeind te houden. Maar dat was het dus wel. Ach, wet één was nog wel te hanteren want dat is gewoon artikel 1 van die Grondwet van ons landje. Maar wet twee, de Tweede Wet van Alice was teveel. Die tweede wet zegt namelijk dat er tegen Alice niet geschreeuwd mag worden. Omdat voor mij schreeuwen net zo hard aankomt als een klap. Er was al een keer een overtreding van die wet geweest in augustus om iets dat toch echt helemaal buiten mijn schuld lag. Tenminste als ik er vanuit mag gaan dat ziekte van een kind in de vakantie mij niet aangerekend mag worden. Maar ach, het was lekker weer, de zon scheen, de omgeving was mooi en ik kon me een dagje afzonderen. Dat hielp toen. Toen nog wel. Zonnemedicijn.

Maar nu? Nee, nu was het schreeuwen een schending van mijn wet die ik niet kan hanteren. Het was alsof ik zelf geschonden werd en in zekere zin is dat ook zo. Met als gevolg dat er dus iets over is wat mooi was en misschien nog lang mooi had kunnen zijn. Kapot, krak! De tekenen waren er al langer. Bij de ander en bij mezelf. De twijfels waren de laatste weken bij mij al steeds groter geworden zoals dat meestal voor een break up gaat. En nu was dus mijn emmer die overliep. Een mens kan maar zoveel hebben wordt er weleens in slecht Nederlands gezegd. Het is waar. Er is een grens.

Goed, je jankt een paar keer. Haalt je spullen terug en als je geluk hebt is je beste vriendin in de buurt. Het is allemaal gebeurt. Volgens het boekje of een script van een B-film. Schreeuwen op het strand tegen de wind lukte niet. Janken wel maar de tranen zijn snel opgedroogd, te snel denk ik. Ik heb teveel aan mijn hoofd, teveel goeds, teveel leuke mensen om me heen die in de boosheid van de ander ook nog eens de hoek in geveegd werden. Zelfs diegenen die me het dierbaarst zijn, die paar waar ik met hart en ziel van hou. Wat het me alleen maar duidelijker maakte natuurlijk.

Ligt het dan echt niet aan mij? Eerlijk antwoord: ik weet het niet. Misschien wel, misschien niet. Wil ik de ander veranderen om nabij te kunnen zijn? Verlang ik teveel? Eis ik teveel ruimte voor mezelf? Een ander zou het me misschien kunnen vertellen, zelf weet ik het echt niet. Dus klop ik het stof van me af. Recht mijn rug, schrijf wat, ga idiote films kijken, teveel chocola eten, het op een zuipen zetten (niet echt hoor), keiharde muziek draaien (echt wel dus), me voorbereiden op mijn optredens van vrijdag en zaterdag, nog wat schrijven, manuscripten doorlezen en corrigeren, werken aan de uitgeverij, het Literair Café van 31 januari voorbereiden, de interviews rond de Amnesty LGBT kwestie regelen en afnemen, het artikel schrijven en nog veel meer. In de hoop dat Kerst me ongemerkt voorbij gaat. Geen gifbeker voor mij alsjeblieft.

En ergens daartussen durf ik te hopen op die ene die niet ingewikkeld is, die weet wat het is om attent te zijn, me wel die knipoog geeft of die omhelzing, die wel met me naar de film wil, die het leuk vindt als ik gek doe, de me niet laat zitten door niet op te komen dagen bij mijn optredens, die wel wil lezen wat ik schrijf, die me af en toe een spontane zoen geeft of tegen me aan kruipt. Iemand waarmee ik wel kan praten over de dingen die mij bezighouden en niet alleen over die dingen die die ander zelf leuk vindt. Die ene. Een zij, geen hij. Iemand die beseft dat ik goed voor haar kan zijn want hoe dan ook, ik heb een ernstig overschot aan liefde in me. Misschien is ze ergens vlak om de hoek te vinden. Uit zicht nog, maar vlakbij. Wie weet. Ik zie wel en ben voorlopig blij met die paar echte vrienden die er altijd voor me zijn, zij zijn mijn echte familie. Vooral die ene die ik heb zien stralen. Het bestaat, geluk. Echt.

Alice © 2009