Politiek

Ik heb het eens even snel nagekeken maar voor zover ik het kan overzien heb ik hier eigenlijk nooit mijn visie op de politiek en de democratie gegeven. Eerlijk gezegd verbaasd me dat zelf want ik houd me wel met die politiek bezig en dan met name over de staat waarin de democratie is komen te verkeren op grond van de huidige mores in de politiek. Dus, naar aanleiding van een Twitter discussie met @herboren (politiek lobbyiste van het CDA), is het nu tijd om daar aandacht aan te besteden.

Er zullen weinig burgers, denkers, filosofen, politicologen en politici zijn die het oneens zijn met de stelling dat het huidig politiek bestel onder druk staat. Onder ethische druk, onder druk van een dominant negatieve publieke opinie, onder druk van eenzijdige en vertekenende media, onder druk van veranderingen in de wereld, onder druk van nieuwe technologie, onder druk van de samenleving en onder druk van de veranderende samenstelling van die samenleving. Mijn observatie is daarbij dat de politiek in het algemeen geen weg weet met die druk en vervallen is tot een relatief oppervlakkig bedrijf dat regelmatig en wellicht zelfs vaak of meestal geen recht doet aan het begrip politiek zelf.

Want wat is eigenlijk politiek? Volgens oude bronnen is politiek niets anders dan het besturen van de samenleving op basis van onderhandelingen en belangenafweging. In de kern een nobele activiteit omdat het inhoudt dat politici een verantwoordelijkheid nemen voor zowel het besturen als het onderhandelen en afwegen van belangen. Uiteraard op een ethisch verantwoorde manier. Maar dat zal de burger inmiddels worst zijn. Want politiek als begrip en politicus als beroep hebben nadrukkelijk negatieve annotaties gekregen. De eerste als een vorm van marchanderen, wealen and dealen, de tweede als het beroep van bedriegers, pluche vaste nastrevers van eigen belangen. Dat beeld is net zo oud als het woord politiek zelf. Er is interessant genoeg een beeld dat ‘het tegenwoordig een grote bende is’. Alsof dat eerder niet zo zou zijn geweest.

Gekoppeld aan dat gevoel van ontkoppeling tussen politiek en samenleving is een tweede emotie: het gevoel dat er minder of zelfs geen sprake meer zou zijn van een democratie. Daar lopen natuurlijk de meningen ernstig over uiteen onder ander afhankelijk van wat iemand verstaat onder democratie. Hierover gaat dit korte essay.

Mijn interpretatie van het begrip politiek is een positieve omdat ik van mening ben dat alleen door onderhandeling en belangenafweging op basis van die onderhandeling en op basis van een meerderheidsstandpunt binnen de regels van onze parlementaire democratie geregeerd kan (en mag) worden. Ik ben een democraat in die zin. Andere regeringsvormen en andere politieke concepten (communisme, socialisme, kapitalisme) zijn beperkte benaderingen van een volwaardige regeringsvorm die recht doet aan ieder belanghebbende. Maar is dat eigenlijk wel zo?

Als ik kijk naar de omgang met minderheden (zij die dus niet tot de groep horen die op grond van hun democratische meerderheid de dienst uitmaken) wordt ik al een stuk minder vrolijk. Want is in het huidige stelsel er ruimte voor die minderheden of is het zo dat minderheden soms (of vaak) slachtoffer zijn van de democratie? Lijden minderheden niet nodeloos onder een terreur van de democratische meerderheid die regels en wetten op kan leggen die de belangen van die minderheden schaadt? Het antwoord is ja als er in het democratisch systeem geen ruimte is voor ethiek. En precies daar gaat het pijn doen. Want ethiek is in de politiek een regelmatig gebruikt woord dat ernstig is gaan lijden onder inflatie. Ethiek wordt regelmatig eenzijdig uitgelegd of benaderd. Ook daar is er al snel sprake van de ‘ethiek van de meerderheid’. Objectiviteit is op dat vlak zelfs onmogelijk. Tenzij je een ethicus van extreem grote klasse en perfectie bent. Een soort God dus. Aangezien die mensen in mijn overtuiging niet bestaan (een overtuiging op de strikt filosofische grond dat de perfect ethische mens niet bestaat, nooit bestaan heeft en nooit bestaan zal) is het een illusie dat een objectief oordeel mogelijk is. Daarmee is het onmogelijk om vast te stellen of minderheden ethisch verantwoord behandeld worden en daarmee is het onmogelijk om vast te stellen dat de democratie ethisch verantwoord functioneert.

Sterker nog, er zijn situaties denkbaar dat die democratie ethisch verantwoord behandelen van minderheden (en individuen) in de weg staat. Wat bijna roept om het kunnen uitschakelen van de democratie. Dat is een onderwerp wat met name opspeelt als de maatschappij veranderd. Als er andere culturen in die maatschappij komen, als technologie de maatschappij veranderd en vragen oproept over bijvoorbeeld privacy, als de belangen van andere landen in strijd komen met de belangen van de ‘eigen’ bevolking zoals regelmatig bij anti terreur wetgeving gebeurt of bij wereldwijde (financiële, economische en klimatologische) crises, et cetera. En laten nu al die aspecten in deze tijd aan de orde zijn. Overigens is dat niet voor het eerst in de geschiedenis en de geschiedenis leert dat de mens verschillende antwoorden toepast. Inclusief de omverwerping van een democratie als dat zo uitkomt.

Maar goed, politiek en politicus zijn woorden die voor mij geen negatieve lading hebben binnen ons stelsel van de parlementaire democratie. Maar dan moeten de regels van die parlementaire democratie en de eisen die de ethiek daaraan stelt wel gerespecteerd en toegepast worden. Dat gebeurt onvoldoende. Eén van de grootste draken in onze parlementaire democratie is dat wij de kiezers voorhouden dat zijn op een individu van een lijst stemmen om zodra de verkiezingen achter de rug zijn in werkelijkheid op basis van partijprogramma’s en fractiedisciplines te gaan onderhandelen en beslissen. Dit alleen al is een vorm van misleiding die niet te rijmen valt met de kern van onze parlementaire democratie. Want die individuele parlementariër is helemaal geen individu meer. Het is een lid van een fractie die afgeserveerd wordt door fractie en partijleiding wanneer de fractiediscipline verbroken wordt. Het begrip hoofdelijke stemming zoals door Groen Links aangevraagd bij het Irak debat lijkt een mooi mechaniek maar is een vertekening van de werkelijkheid wanneer de praktijk is dat afwijkende meningen binnen fracties op grond van partijpolitieke belangen worden onderdrukt. Dat is het moreel failliet van het individuele parlementslid en een schoffering van de grondbeginselen van de democratie zoals wij die kennen Als gevolg daarvan alleen al verliest de burger het vertrouwen in de zuiverheid van het politieke bedrijf.

Maar het kan erger. Want wat nu als blijkt dat die volksvertegenwoordiging die de regering moet controleren voor het lapje is gehouden? Informatie niet of vertekend heeft gekregen? Door een kabinet of een enkele minister op het verkeerde been is gezet of zelfs – hoe onparlementaire term het ook is – is voorgelogen? Is er dan geen verkrachting van de rol van het parlement aan de orde? Is er dan niet aan de orde dat die toch al moeizame democratie met al haar ethische problemen buitenspel gezet is? Actief, zelfs manipulatief? Is er dan nog wel sprake van een democratie? Of is er sprake van een travestie van de rol van het parlement? Is het niet zo dat dan eigenlijk gesteld moet worden dat het parlement feitelijk buitenspel gezet is door regering of een individuele minister (president)?

Ik vind van wel. Nadrukkelijk. Het woord politieke doodzonde wordt dezer dagen weer volop gebruikt als het gaat om de wijze waarop de regering informatie aan de kamer onthoudt of verminkt. Het zou ook daadwerkelijk een politieke doodzonde moeten zijn. Maar als teken van de tijd zal een kabinet daar niet meer zomaar door tot een val komen. Daarin verschilt de huidige politiek zich met die van enige tijd terug. Het angelsaksische systeem waarin een groep van de happy few de maatschappij bestieren (zowel in het Engelse inmiddels aangetoond corrupte parlement als in het Amerikaanse extreem partijpolitiek gevoelige congres) is al lang doorgedrongen tot onze Nederlandse parlementaire democratie. Eerst in de stijl van campagne voeren, dan in de stijl van het hanteren van ijzeren fractiedisciplines en ontkenning van de (politiek ethische) verantwoordelijkheid van de individuele parlementsleden en uiteindelijk ook in de wijze waarop informatievoorziening van de kant van de regering richting het parlement gaat. Onze parlementaire democratie is afgegleden op het hellende vlak van de corrumpering van de democratische grondbeginselen. Waarom? Om onze stem in het buitenland te kunnen blijven laten horen? Om internationaal serieus genomen te kunnen worden? Yes, mister president!

De huidige politiek zoals door regering en een deel van het parlement tentoongespreid maakt niet alleen mij onpasselijk. Dat geld voor regering en voor verschillende partijen, dat geld voor veel voormannen en voorvrouwen van kamerfracties en dat geld ook voor de media die op manipulatieve wijze verslag doet van de werkelijkheid waardoor wij, de burger, op onze beurt onjuist geïnformeerd worden. Waardoor ook onze beeldvorming vertekend wordt. Met één verschil: de burger kan het zich veroorloven het geloof in een zuiver politiek bedrijf en een functionerende parlementaire democratie te verliezen. Individueel is die burger immers subject en niets meer. Politiek machteloos. Zelfs de stembus biedt inmiddels geen uitkomst meer om boven omschreven redenen. Misschien is het goed om het woord democratie voor onze huidige staatsvorm maar gewoon te schrappen als een mooi romantisch idee dat in werkelijkheid niet bestaat of heeft bestaan. Zullen we voortaan maar gewoon spreken van een parlementaire bestuursvorm?

Wat mij betreft wel. Helaas.

Alice Verheij CC (Creative Commons) 2010 niet commerciële herplaatsing toegestaan.