Vreemd besef

Mijn moeder heeft me er jaren terug al eens op gewezen. Ik was er niet aan toe op dat moment maar vanmorgen schoot het door mijn hoofd. Plotseling bij het nalezen van de korte tekst, een soort necrologie, over Hans van Mierlo. Soms lees ik mijn eigen teksten nog eens door, vandaar.

Er komt een moment in je leven dat je mensen om je heen ziet wegvallen. Als je dat eenmaal beseft zal je merken dat dit nooit meer veranderd. Tot het jouw tijd is.

Zo ongeveer was de opmerking van mijn moeder en vanmorgen was het dus zover toen ik besefte nu al voor de vierde keer in een half jaar een necrologie te hebben geschreven. De eerste mensen van wie je beseft dat ze wegvallen zijn de mensen tegen wie je opgekeken hebt, die ouder zijn dan jezelf en die invloed hebben gehad op je leven, je ideeën, je vorming. In mijn geval van uiteenlopend karakter variërend van Eckart Wintzen een tijd terug tot Ramses Shaffy en nu dus Hans van Mierlo. Het zijn er veel meer maar tot mijn eigen verbazing merk ik dat voor een aantal van deze mensen ik een necrologie geschreven heb terwijl ik zelf helemaal met het begrip dood bezig ben.

Op een uitzondering na heb ik het gevoel dat mijn generatie nog niet echt aan de beurt is. Maar de afstand in jaren wordt kleiner en kleiner. De frequentie van het wegvallen van mijn inspiratoren wordt hoger in een vergelijkbaar tempo waarop ik mij in deze verhardende kille maatschappij minder thuis voel. Soms heb ik nog de mogelijkheid om terug te vluchten in een tijdelijke verjongingskuur door een avond of nacht te feesten ergens. Heerlijk, maar tijdelijk. Meer en meer krijg ik de behoefte om te landen. Als mens, als vrouw, als schrijfster, als podiumkunstenaar. Maar ik zie de landingsplaats nog niet. Ik merk dat ik teveel alleen moet doen, deels omdat mijn leven gelopen is zoals het is gelopen, deels omdat ik ben wie ik ben. Tegengesteld aan wat ik eigenlijk zou willen in sommige aspecten.

Nu ik toch nog door de griep gegrepen ben heb ik noodgedwongen tijd om na te denken. Geen negatieve gedachten of depressieve spinsels maar simpel besef van mijn werkelijkheid. Ik ben geen ‘ambitieuze dromer die NRC Next’ leest. Dat zijn andere mensen die nog een wereld voor zich hebben vol kansen en mogelijkheden. Mijn wereld krimpt, in mensen, in kansen, in mogelijkheden. Zelf groei ik waardoor ik tegen de grenzen van die krimpende wereld op loop. Geen mogelijkheid meer om een eigen zaakje op te zetten waar ik oud mee kan worden. Wel kansen om mezelf op het podium (virtueel en reëel) te presenteren en waar te maken. Ik grijp ze. Mijn eerste product de komende weken is niet mijn toneelstuk en niet de roman die ik in november schreef maar mijn dichtbundel. Negentien gedichten geschreven in drie jaar, geselecteerd, nog een keer bewerkt en gebundeld omdat ik het nu tijd vind om ze te bundelen.

Een zachte strijd tegen het besef over een tijd ook aan de beurt te zijn. Net als die mensen waar ik tegenop keek.

Alice Verheij © 2010