Oorlogskind

Grote Markt in 1962

Ik ben een oorlogskind, een warchild. Niet uit eigen ondervinding en niet van de eerste generatie maar de oorlog zit ontegenzeggelijk in mijn ziel. Ik ben geboren in het zeventiende vredesjaar, 1962. Ieder jaar op vier mei ben ik tot niet veel meer in staat dan me zo rustig mogelijk houden en werk te doen dat mijn geest niet belast. Want die geest van mij is op vier mei gepreoccupeerd. Allebei mijn ouders hebben de tweede wereldoorlog meegemaakt, ze hebben de verschrikkingen van dichtbij meegemaakt, ze hebben zeker geestelijk geleden en mijn moeder ook lichamelijk als gevolg van de hongerwinter. Zelf ben ik opgegroeid met het verleden van mijn ouders, zoals zoveel ‘eerste generatie’ kinderen.

Of je nu een kind bent van een vluchteling die naar het rijke en betrekkelijk veilige westen is gevlucht, of het kind van een oorlogsslachtoffer of het kind van een NSB-er. Je bent een indirect slachtoffer. Sommige aspecten van je leven behoren bij de ‘collateral damage’ van wat je ouders is overkomen. Het zijn aspecten die je vormen, ongewild maar beslist. Het maakt je deels tot wie je bent. Ontkennen van die invloed op je vorming zou niet alleen dom zijn maar ook een belediging van je ouders. Dus ben ik op vier mei om acht uur ’s avonds stil en erger ik me rot aan mensen die dat niet kunnen of willen opbrengen. Of het nu iemand is die achteloos doorgaat met wat hem onledig houdt of een gek die op de dam de herdenking verstoort en de trauma’s van een aantal mensen daar opstookt.

Op vier mei kan ik niet voorkomen om te denken aan de evacuatie, de gewelddadige ontruiming, van Duindorp. De volkswijk van Scheveningen die door de Duitsers in de oorlog tot ‘sperrgebiet’ werd verklaard bang als ze waren voor een invasie op de Hollandse kust. Nog altijd zijn de restanten van die angst te zien in de ijzeren resten van het afgezaagde hek op de boulevard, de bunkers die nu deels blootgelegd zijn en de vreemdsoortig gevormde betonnen blokken die her en der vindbaar zijn in Den Haag en om de stad heen. Als je er oog voor hebt tenminste en als dat oog getraind is door de verhalen van je ouders. De gevolgen van die oorlog zijn voor allebei mijn ouders groot geweest.

Mijn moeder die met haar familie als evacué terecht kwam in een ‘jodenhuis’ in de Haagse binnenstad waar de Duitsers Joden uit hadden gedeporteerd. Een huis aan de Repelaarstraat, uitkijkend op de Paviljoensgracht en het Groenewegje waar vanuit mijn moeder uitzicht had op de hoerenbuurt zoals ze dat noemde. Even verderop zitten vandaag de dag nog steeds dames achter de ramen. De taal die ze spreken is alleen anders geworden. Nog altijd vraag ik me af welk huis het was en welke familie er gewoond heeft. (Inmiddels weet ik dat het nummer 80 is geweest, het tweede huis uit het rijtje en het staat er nog steeds.) Wat voor mensen het waren. Die vraag zal onbeantwoord blijven, deze mensen zullen niet meer leven. Net als de vraag wie de vrouw was wiens onthoofde lichaam mijn vader aantrof in Bezuidenhout nadat het door een ‘fout’ van de Engelsen was platgebombardeerd. Op een klaarlichte en heldere dag waarbij de piloten gezien moeten hebben dat ze een woonwijk in plaats van een bos me lanceerinstallaties troffen. Mijn vader was een jochie van dertien. Mijn moeder was in dat jaar van die hongerwinter slechts elf toen ze zag hoe die jongen van misschien niet veel ouder dan zestien aan de Parallelweg tegen de muur werd gezet en geëxecuteerd. Gruwelen die op de netvliezen van de kinderen die mijn ouders toen waren zijn gebrand. Mijn vader sprak pas in zijn laatste levensjaar met tranen in de ogen over wat hij had gezien. Alsof hij het er nog uit moest gooien voordat hij overleed. Het moment in die kamer in Scherpenzeel waarin hij ineens begon te vertellen zal ik nooit vergeten. Dezer dagen heeft mijn moeder het zwaar. Morgen ga ik bij haar langs. Ze is er nog en misschien is een gesprek nuttig.

Het ontruimde Duindorp van mijn ouders.

Vanavond op de televisie kijk ik naar het Warchild concert dat eerder werd opgenomen maar heel passend nu nog eens wordt uitgezonden. Het is een zorgvuldig en integer gemaakt programma en ondanks het late uur kan ik het niet afzetten. De verhalen van oude en jonge slachtoffers, van de ooggetuigen én de muziek zijn te boeiend. Het doet me realiseren dat ik vaak aan de oorlog denk omdat ik in mijn opvoeding heel veel over die oorlog van mijn ouders gehoord heb. Ik rij niet in de tram over de Parallelweg zonder aan het verhaal van mijn moeder te denken, de gedachten zijn er gewoon. Net zoals wanneer ik bij het Groenwegje ben. Gedachten over de woorden van mijn moeder die vertelde dat de prostituees de Duitse officieren bezig hielden terwijl de onderduikers in de kruipruimtes onder hun leefden in angst. Als ik door Bezuidenhout rij kan ik niet nalaten de gevels te bekijken en te herkennen waar er een stijlbreuk in de architectuur is in de wetenschap dat die stijlbreuk veroorzaakt is door Engelse bommen. Als ik langs Duindorp fiets weet ik waar de hekken met prikkeldraad stonden. Net als dat ik weet dat na de oorlog schuldigen en onschuldigen in het ‘kamp Duindorp’ werden opgesloten omdat men dacht dat het collaborateurs waren. Vaak zonder proces op slechts een vage verdenking. Al die plaatsen in de stad waar ik geboren ben en het grootste deel van mijn leven gewoond heb en opgegroeid ben.

Bezuidenhout na het bombardement in maart 1945

De oorlog, ik heb het niet zelf meegemaakt in directe zin. Gelukkig maar. Maar die oorlog is er wel in mij en dus gaan mijn gedachten uit naar iedereen die direct en indirect getroffen is door die oorlog en al die andere oorlogen. De wereld is vandaag voor mij een onbegrijpelijke plaats met onbegrijpelijke gebeurtenissen. Mijn hart huilt zachtjes mee. Morgen, morgen pas is die wereld weer een beetje begrijpelijker als er een bevrijding wordt gevierd en ik mijn regenboogvlag als vredesvlag voor mijn raam kan hangen.

Alice © 2010

4 thoughts on “Oorlogskind

  1. Alice, bedankt voor deze blogpost. Ik ben ook een oorlogskind – mijn vader, opgegroeid in Den Haag, moet hebben meegemaakt wat jij beschrijft. Mijn moeder verhuisde in de oorlog vanuit het betrekkelijk rustige Brabant naar Rotterdam. Mijn ouders praten er niet over. Dankzij jouw post heb ik nu toch een inkijkje in een deel van hun geschiedenis – die vanzelf ook mijn geschiedenis is.

  2. Dank allebei. Het blijft een onderwerp dat we terug moeten laten komen en niet onbesproken mogen laten. Zeker met de huidige trent in politiek en samenleving. Geschiedenis heeft de onafwendbare neiging zich te herhalen. Wellicht niet helemaal maar zeker wel ten dele.

Reacties zijn gesloten.