Beroerd

Buiten kijkt de zomer al dagen om een hoekje met een gulle lach maar voor mijn moeder is het herfst geworden met een invallende ijskoude winter. Het gaat beroerd met mijn moeder die steeds meer verliest van de sterke vrouw die ze was. Na onderzoek (eindelijk) in het ziekenhuis werd duidelijk dat er geen sprak is geweest van een tia of van mini-tia’s zoals eerst gesuggereerd was maar van een beroerte. Ik wist niet wat het onderscheid was maar dat is nu duidelijk. Ze zal geestelijk niet meer herstellen en fysiek hoogstens een klein beetje verbeteren met fysiotherapie. Waarmee voor mijn moeder in veel opzichten het licht langzaam maar zeker uit gaat.

Ma heeft altijd gezegd nooit een verzorgingshuis in te willen. Eerdere ervaring na een ongeluk was zo slecht dat een verzorgingshuis is geworden tot een instituut van desinteresse en mishandeling. In haar hoofd en dat is nog begrijpelijk ook. Haar behandeling bestaat op dit moment zoals gebruikelijk uit medicatie om herhaling te voorkomen. Mijn sterke en doortastende moeder die altijd haar leven in eigen hand heeft willen houden moet nu ervaren dat onderdelen van dat leven nu niet meer aan haar worden toevertrouwd. Ze zoekt nu dagelijks naar de medicijnendoos om haar medicatie te regelen maar we zorgen er voor dat ze die niet vindt. De medicatie wordt door anderen dan haar zelf geregeld. Het geheugen laat haar in de steek. In ieder geval het middellange termijn geheugen is slecht geworden. Vandaag is ze kwijt wat er gisteren gebeurde. Tijdbesef is heel slecht want ze weet echt niet meer welke dag van de week het is al doet ze nog zo haar best. De spraak is erg achteruit gegaan. Het zal niet meer terug komen.

Het breekt mijn hart om dit te moeten meemaken. Mijn moeder waar ik altijd tegen op keek is een breekbare oude vrouw geworden die bij het minste of geringste het leven zal moeten laten. Een kleine transparante moeilijk bewegende en sprekende wat krom lopende vrouw met ogen waar een sluier voor hangt. De bewegingen van de armen onzeker, rollator afhankelijk en tegen wil en dank gebonden aan een stoel en een bed in flatje in Den Haag. Nooit meer lekker zelfstandig in de zon wandelen, nooit meer achter de naaimachine, nooit meer met het gezicht in de frisse zeewind. Voor mij voelt het als een langzaam en tergend proces van afscheid nemen. Stukjes van mijn moeder zijn al weg om niet meer terug te komen. Het zullen er meer worden, hoe lang het gaat duren en welke situaties ze nog zal moeten doorstaan weet niemand. Met de dood van mijn vader en de problemen in de familie en met haar eigen lijf is de zin om verder te gaan allang verdwenen bij haar. Maar er was nog felheid in de ogen, nu is die gedempt.

Gelukkig is ze nog aanspreekbaar en is het nog mogelijk met een appelgebakje aan te komen zetten om over de koffie een spelletje te spelen, om op het te kleine balkonnetje een beetje zonlicht te vangen. Straks ga ik haar weer zien in mijn nieuwe rol van mantelzorger. Want natuurlijk hebben ze in dit maffe landje ook een naam voor mensen die voor hun onmachtige dierbaren zorgen. Voor mij is het een eretitel.

Voor mijn vrienden en kennissen zal het betekenen dat ik lang niet meer zo beschikbaar ben als ik was. Afspraken op de dinsdagen tot en met de vrijdagen zal ik moeten afwijzen en er zijn er een aantal die ik al zal moeten veranderen. Het zij zo, het hoort er bij. En ondertussen is er door mijn zus met mijn instemming de zoektocht begonnen naar een plaats voor mijn moeder in zo’n huis waar ze ‘nog niet dood zou willen worden gevonden’. De kans dat haar angstbeeld volledige werkelijkheid wordt is groot en ik weet echt niet hoe dat te voorkomen. Sorry mam. Zullen we straks maar weer eens mens erger je niet doen. Met koffie en appeltaart?

Alice © 2010