Dag mam

Vandaag zal ik je voor het laatst zien en voor het eerst zie ik daar tegenop. Vanavond komen onbekenden mij de hand schudden met een ernstig gezicht. Bekenden, vrienden zullen me ongetwijfeld een kus geven en me begrijpen. Ongetwijfeld ook zullen sommige mensen zeggen dat je ‘er mooi bij ligt’. Anderen dat je er zo oud uit ziet. Een wassenbeeld van vlees en botten. Maar jij bent er zelf niet bij en ik weet dat ik tegen een zielloos lichaam aan zal kijken.

En ik wil het niet. Ik wil jou niet op mijn netvlies krijgen als iets wat je niet was. Ik wil je bij me houden zoals je altijd geweest bent. Met ogen die levenslust uitstralen, met je kleine maniertjes die ik misschien nooit helemaal begrijp. Ik wil dat je me nog honderd keer vraagt wat ik in mijn koffie heb terwijl dat al dertig jaar hetzelfde is. Ik wil de afwijzing voelen als ik je probeer te helpen want je kan het immers nog zelf doen. Ik wil nog, ach wat wil ik nog? Het zal niet meer gebeuren en ik ben verplicht nog een keer afscheid te nemen. Vorige week van je ziel, vandaag van je lichaam en morgen van een anonieme kist, in een anoniem crematorium in een anonieme buitenwijk. Wel bloemen, geen toespraken, wel muziek, geen persoonlijke woorden. Op voorhand maakt het me koud. Misschien zal ik als ik oud ben ooit begrijpen waarom je kiest voor die soberheid, dat kille afscheid. Is het omdat je er niet meer bent? Is het omdat je je verzet tegen die oude tradities waar je mee opgroeide in dat dorp waar families altijd ruzie maken onderling. Is het omdat je jezelf zo wegcijfert dat je liever geen aandacht ziet voor dit laatste afscheid?

Al dagen hul ik me in zwart ondanks dat ik weet dat jij daar niet zoveel van moet hebben. Maar hoe kan ik anders mijn verdriet laten zien? Straks, na morgen zal ik weer een beetje kleur toelaten en drie weken later leg ik het af want dan gaat het leven verder. Ik moest immers die draad verder afhechten die je me gegeven hebt. Maar dat leven is een stuk minder leuk geworden. Het besef verweesd te zijn is zwaar. Redenen om terug te gaan naar de plek waar ik opgroeide zijn gereduceerd tot een bezoek om naar het verleden te kijken, van mij leeft daar immers niets meer. Een ouderlijk huis is er niet en in mijn hart is kou. Het is buiten het leven thuis niet een veilige plaats voor me gebleken, er is teveel gebeurt dat niet had mogen gebeuren.

Gedachten gieren al dagen door mijn hoofd als roofvogels die af en toe in duikvlucht me een klap geven met hun klauwen. Op de vreemdste momenten zijn er die tranen en veel muziek is onbeluisterbaar. Slapen, waken, het is een patroon dat ik niet meer omarm. Al tijden niet maar de laatste week helemaal niet meer. Ik rust als ik denk te moeten rusten en ik waak als ik de rust niet kan vinden. Als ik in de tram zit of door de stad wandel zie ik soms een blik, het moet ook vreemd zijn zo’n vrouw in het zwart met dit weer. Of misschien is er soms een blik omdat iemand me in de ogen ziet. En vandaag zie ik jou dus nog een keer, ik weet op voorhand dat het één keer teveel een blik op wat rest zal zijn. Maar ik kan niet anders. Vannacht hoopte ik op een teken van je, net als de nachten hiervoor. Ik weet, jij weet, dat er een moment komt waarop jij er ineens weer bent. We weer even met elkaar praten, waarop je me laat weten hoe het daar met je is. Want ik weet, jij weet, dat het niet opgehouden is, dat ergens in wat voor dimensie ook jij er bent. Net als pa dat is. Alleen jij weet wanneer het tijd is voor dat teken. Ik wacht op je. We hebben de groet nooit gebruikt maar ik doe het nu wel want het is de enige passende: namasté mam, namasté.

Alice © 2010

5 thoughts on “Dag mam

Reacties zijn gesloten.