Over rouwarbeid.

© Peter van Straaten

Eerder ben ik er niet zo geconfronteerd mee geweest als nu. Rouwen is werken. Freud sprak van rouwarbeid en hoe vaak ik het ook oneens ben met mensen als Freud en Jung, op dit punt moet ik hem gelijk geven. Er is een Amerikaanse psycholoog, Willam Worden (waarom hebben Amerikanen toch vaak zulke lekker allitererende namen?), die spreekt van rouwtaken. Het zijn er grofweg vier: onder ogen zien, toelaten van verdriet, aanpassen aan ander leven, de draad weer oppakken.

Ik herken ze helaas. De eerste is niet meer aan de orde maar de andere drie wel. Met name het aanpassen aan een ander leven is wat me zwaar valt. Verdriet toelaten doe ik wel, ik onderdruk het in ieder geval niet en regelmatig valt het als een zware deken over me. Maar die andere invulling aan mijn leven, na het wegvallen van een zo belangrijk referentiepunt als mijn moeder was, valt me zwaar. De dagen voelen doelloos nu ik niet meer even langs kan gaan en het besef dat er niemand meer op mij zit te wachten doet pijn. De draad weer oppakken, zelfs al heeft ze mij dat zo expliciet gevraagd, is vooralsnog onmogelijk. Ik kom er niet uit nog. Nog lang niet.

Toch is er meer dan wat Worden omschreef. De rouwfasen zoals die door anderen omschreven werd zijn ook aan de orde. Het verloop van wat ik ervaar sluit zelfs eng aan op dat model. Ik merk dat ik punt II voorbij ben. De woede is er niet meer. Woede is sowieso een te groot woord. Boosheid is passender. Ergens rond punt III bevindt ik me nu. Hoewel ook daar het woord marchanderen niet past, het is eerder werken geworden of vechten.

Ik weet dat er sprake is van stapeling. Mijn toch al moeilijk leefsituatie, de constante en toenemende druk van buiten op financieel vlak met als gevolg een schokkende armoedeval, de problemen rond de gezondheid van één van de kinderen, het gemis van alle drie, de moeilijkheden die mijn eigen lijf me geeft en de gevolgen van een lange (inmiddels twee jaren lange) in intensiteit wisselende depressie, ze werken niet mee om verder te kunnen. In zekere zin is de rouw die ik doormaak in hoge mate een combinatie van rouw om het verlies van mijn moeder met rouw om het verlies van zoveel in mijn leven.

Het levert me in deze tijd vooralsnog twee dingen op.

  1. De gedachten over een (wellicht tijdelijk) ander bestaan ergens in een buitenland waar ik me weer nuttig kan gaan voelen.
  2. Een onvoorstelbare moeheid.

Die moeheid is vreselijk. Het maakt dat ik vaak niet in staat ben om een initiatief uit te werken of een stap te nemen. Het verlamt me. Zoals gisteren. Moe en laat opgestaan lukte het me amper om me door de dag te slepen. Het vooruitzicht van een lange avond hinderde me en dus ben ik vroeg naar bed gegaan. Doorgaans kan ik dan uren schrijven in bed maar deze keer was ik veel te moe. Ik ben snel in slaap gevallen en werd rond een uur of zes wakker. Na een uurtje schrijven voelde ik me uitgeput om vervolgens weer in te slapen tot vanmorgen tien uur toen de poes me kwam wekken. In een etmaal heb ik zeker vijftien uur geslapen en nog steeds voelen mijn ledematen als lood. Ik weet dat het nog een paar uur duurt totdat ik energie verzameld heb om iets te gaan doen. Ik weet ook dat vanavond net als gisteren verloopt tenzij ik mezelf dwing om er uit te breken.

Straks ga ik weg, naar Amsterdam om daar de middag rond te lopen en om te doen wat ik al heel lang wil: me een jurk aan laten meten. Hoe de dag zal eindigen weet ik niet. De trip op zich is nutteloos en ik weet dat ik vooral zal dolen zonder plan. Misschien besluit ik straks nog om niet weg te gaan maar ga ik verder met het onderzoeken van de mogelijkheden voor dat andere, een tijd lang mijn tijd besteden aan iets wat er echt toe doet in een land waar mensen hulp nodig hebben. En misschien gebeurt geen van beide.

Ik ben niet meer in staat om de gevolgen van de complexiteit van mijn leven en de rouw over het verlies van mijn moeder voor mijn gedachten te ordenen tot een consistent beeld. Het loopt door elkaar in een duivelse onduidelijkheid en vreet me op. Weerstand bieden kan ik er niet aan omdat het me niet lukt zelfstandig een dagelijkse routine in stand te houden.

Eén ding heb ik wel gedaan. Ik heb besloten dat mijn formele rouw op 12 augustus eindigt. Drie weken na het afscheid van mijn moeder. Tot die tijd ga ik geen eisen aan mezelf stellen, alles wat ik doe in de tussentijd is mooi meegenomen. Ik zal die paar afspraken die er staan uitvoeren en wellicht komen er af en toe andere bij. Maar uitgaan anders dan naar een concert of zo doe ik niet en voor een sociaal gebeuren anders dan contact met vriendinnen voel ik al helemaal niet. Mijn huis is verboden terrein voor bezoek wat mij betreft behoudens voor die enkele belangrijke trouwe vriendin. Mijn kleding blijft vooralsnog sober en donker, net als mijn stemming. Gezellig ben ik niet in deze tijd en dat weet ik. Het is niet anders.

Alice

3 thoughts on “Over rouwarbeid.

  1. @Vreer het is misschien gek maar het voelt niet zo. Het voelt niet alsof er een ordening is. Het voelt juist of alles door elkaar loopt en elkaar vast hangt. Het irritante is dat het zoveel energie kost dat ik aan echt schrijven (mijn toneelstuk en boek niet toe kom.
    Ik heb ook helemaal niet het gevoel dat ik het goed doe. Integendeel zelfs.

    Weet je wat ik graag zou doen? Al mijn gedichten bij elkaar schuiven (het zijn er nu een kleine 120) en die samen met iemand (jou) doorlopen en toetsen op kwaliteiten als emotie en eerlijkheid. En ze dan in de bundel opnemen. ‘Passiezeren’ moet er nu echt eens komen en bij gebrek aan een uitgever is er ook gebrek aan een maatje om dit te maken. Het materiaal is er en er is een beetje geld voor een eerste oplage.
    Enne die strandwandeling moet nu ook maar een keer gebeuren.

    Liefs,
    Alice

  2. “k ben niet meer in staat om de gevolgen van de complexiteit van mijn leven en de rouw over het verlies van mijn moeder voor mijn gedachten te ordenen tot een consistent beeld.”

    En wat doe je hier dan? Precies, datzelfde ordenen,zit je in je genen. Maar dat het niet aankomt, dat kan ik me voorstellen, deels ook herinneren. Het enige wat ik je wil zeggen verder is: blijf schrijven, blijf ook een beetje dolen. Zo houdt je enig contact met de rest van de wereld. Je doet het goed, meissie.

    hugz

  3. Lieve Alice,

    Ik heb geen raad of woorden die je uit de put kunnen trekken, want die bestaan niet. Ik kan je alleen zeggen dat ik het stuk gelezen heb en dat je ontzettend duidelijk verwoord waar je nu staat. Ik vind het heel erg knap hoe je in deze periode zo duidelijk je gevoelens kan verwoorden. Ik bewonder dit.
    Heel veel sterkte gewenst en wat je ook zegt, rouw en zoek steun bij je vriendinnen.

    Groetjes, José

Reacties zijn gesloten.