For future reference.

Ik probeer de geluiden in me op te nemen. Omdat ik weet dat dezelfde geluiden straks anders zijn. Treinen in Nederland hebben een eigen klank. Ieder type zijn eigen distinctieve geluid. De gladde gestroomlijnde intercity’s met hun gezoem, de vierkante blokkerige dubbeldekkers met hun gerammel en hun compartimentdeuren die altijd uit zichzelf open en dicht gaan. Of die nieuwe bijna metroachtige treintjes die vanzelf een treintje in plaats van een trein lijken te zijn. Vandaag is een reis met een zoemgeluid dat schakelt als de versnelling van een auto wanneer de trein versnelt. De toenemende snelheid draagt het geluid tot op een volgend punt waarbij er een halve octaaf teruggeschakeld wordt om vervolgens in toonhoogte weer toe te nemen tot het volgende versnellingspunt. Na een tijdje houdt het op en nemen de geluiden van de toeristen en de kinderen die met hun gekwetter als vanzelf de wagon in bezit nemen de macht over. Zakenmannen in anonieme strakke pakken praten Duits en gaan in een hoek rustig en zakelijk zitten zijn. Alsof uitbundigheid niet in hun wereld voorkomt. Misschien is dat ook zo.

Schiphol Airport. De zakenmannen staan op en rijden hun gelijkvormige laptopkoffertjes door het gangpad. Om de drie rijen stoelen komt er eentje even bijna klem te zitten. Koffertjes met wieltjes zijn moeilijk te besturen. Het rammelen houdt even op om binnen een paar seconden overgenomen te worden door de luchthavenlingen die mijn wagon infiltreren. Volledig op elkaar gericht, druk pratend met de camera over de schouder en een overschot aan tassen. Hotsend en botsend het gangpad doorkruisend om luidruchtig neer te ploffen in de zitkuil naast me. Lawaaiig zijn tegenover elkaar in plaats van achter elkaar is nu eenmaal leuker. De trein van Amsterdam naar Den Haag heeft zijn eigen karakteristiek.

Achter in de wagon zit ze stil voor zich uit te kijken, ogenschijnlijk gedachteloos en ogenschijnlijk somber. Heel even kruisen onze blikken zich om zich te vermengen. Ik knipoog en haar ogen fleuren op. Lachende ogen met een blik vol herkenning die even later neerslaan en verder gaan om woorden te scannen in het boek dat ze bij zich heeft. Ze zal ergens in de dertig zijn, niet meer de jachtige jagende twintiger maar een jonge vrouw in zichzelf geland met een patina van zekerheid over zich. Ik glimlach en verleg mijn blik naar buiten. De zoem is overgegaan in een gelijkmatige gons die met een eenduidige frequentie verstoord wordt door het karakteristieke geluid van betonnen bielzen die gekruist worden. Ik moet scherp luisteren om het te horen. Leiden. Een station dat zo modern als het oogt een kille efficiëntie suggereert die het niet werkelijk heeft. Contrasterend met de stad waarin het staat. Zonder zicht op die oude gestudeerde stad begint het zoemlied weer dat me begeleid naar wat mijn huis maar niet mijn thuis is.

Ik besef dat over een tijd ik misschien wel in andere trein zit. Met mensen en kippen gestapeld en luidruchtig en voorzien van een dienstregeling die wel bestaat maar niet gehouden wordt. Een soort mobiele tijdmachine die me van het moderne leven brengt naar een wereld die voor een deel nog gevormd is volgens eeuwenoude regels en structuren. Anders dan ik gewend ben. Andere geluiden en geuren. Ineens vraag ik me af er wel een trein is in het land waar ik straks zal zijn. Of ik wel een vergelijking kan maken van geluiden van treinen. Ik zal straks thuis uitzoeken hoe dat zit. Zou het zo zijn dat er zelfs geen trein bestaat daar? Dat ook dat westerse beeld daar niet bestaat.

Ik luister extra scherp naar de geluiden als een auditieve spons. Ik verwerk ze en sla ze op. For future reference.
Eenmaal thuis kom ik er achter dat in ieder geval in Nepal er geen trein is. Wel in India. Treinen klinken vast anders vanaf het dak.

Alice © 2010

One thought on “For future reference.

Reacties zijn gesloten.