Kaarsjes en wierook.

Vandaag is 15 augustus. Maria Hemelvaart, de dag waarop Japan capituleerde én de verjaardag van wijlen mijn vader. Het eerste zegt me niets, het tweede iets en het derde alles. Natuurlijk. Vandaag kies ik ervoor om nog eens goed na te denken over wat mijn vader voor me betekent. Niet betekende maar betekent.

Mijn vader was een lieve vader. Wel erg calvinistisch naar mijn idee. Braaf naoorlogs burgerlijk met een verstopt en zwaar oorlogstrauma opgedaan bij het bombardement van de wijk waar hij als kleine jongen woonde. Met een zestiger jaren hard werken mentaliteit wat nodig was om het gezin te laten functioneren. Een man met verantwoordelijkheidsbesef zowel thuis als op het werk. Geen sporter, geen cultuurmens. Een stabiel mens ook die het niet zo op veranderingen had. Verhuizen was niet aan de orde tenzij het niet anders kon, vakanties werden liefs gehouden op dezelfde plek en zelfs de auto was altijd van hetzelfde merk met hetzelfde basismodel. Bescheiden, sober en gericht op praktisch leven. Zoals dat bij veel mensen ging in die tijd. Een vader die door het stellen van regels en normen probeerde zijn kinderen een verantwoord leven in te loodsen.

Pa zou nu negenenzeventig zijn geworden. Na zeventig jaar was hij op. Kapot gerookt, geasfalteerd van binnen en de rikketik kon daar niet tegen. Letterlijk omgevallen.

Het is nu negen jaar geleden dat hij uit mijn leven verdween en hoe het ook zit in die afgelopen negen jaar heb ik mij onttrokken aan de beklemming van het leven waarin ik opgevoed was. De laatste jaren is me steeds duidelijker geworden dat ik in geen enkel opzicht op mijn vader lijk. Vroeger wel maar tegenwoordig dus niet meer. Ik ben niet de verantwoorde gezinsouder, niet de stabiele persoonlijkheid, ik heb de geslotenheid niet, ik kan me niet afsluiten voor cultuur, werk is bij mij iets om leven mogelijk te maken en zeker geen doel, ik raak ontroert door muziek of een mooi schilderij of een mooie tekst, ik probeer mijn kinderen hun weg te laten vinden door fouten te laten maken, ik neem risico’s, ben impulsief, passioneel, regelmatig gek, heb altijd ideeën, wordt onzeker bij de afwezigheid van verandering, ben zoekend en niet vindend, heb geen rust in mijn hoofd, hart en ziel. Ik ben in alles anders. Mijn ogen zijn van mijn moeder, maar van wie mijn hart is weet ik niet.

En toch mis ik mijn vader. De gesprekken over politiek, over techniek, het samen dingen maken en ga zo maar door. Ik mis de boswandelingen die hij eindeloos lang kon maken, de vakanties in een simpel huisje ergens in weer een bos. De wandelingen over de boulevard van Scheveningen. De blik van verstandhouding en de ondanks alles nauwelijks verholen trots van mijn vader over wat ik realiseerde. Ondanks dat alles wat ik realiseerde in de tijd dat we samen waren nu down the drain is. Weg, verdwenen, in de tijd vervlogen naar God mag weten waar.

Mijn vader, ik hield van hem en ik had een hekel aan hem. Niet zoveel anders als andere mensen denk ik.
Mijn vader, ik brand wierook voor hem en steek een kaars aan bij de foto van hem en mijn moeder. Omdat ik vind dat ik dat moet doen.

Alice © 2010