Zaterdagavond

Links achter mij speelt mijn kleine knul op de computer een spelletje met allerlei geluidjes. Ik zit aan de eettafel in mijn huiskamer met de schemerlamp aan achter mijn laptop. Scherm aan scherm met de laptop van mijn liefste. Zij werkt een de cursus Nepali die we volgen, ik schrijf. Er loert inspiratie. De glazen met koffie naast ons zijn voorzien van een zorgvuldig samengestelde mix van Ethiopische koffie, kardamom, gemalen gemberwortel, suiker en melk met melkschuim. Bovenop de witte laag zijn nog sporen te zien van cacao. En ik voel me een rijk mens. Vandaag is het 18 september 2010, een dag in een periode in mijn leven dat de toekomst me lokt. Samenleven en samenwerken met mijn vriendin, plezier maken maar ook moeilijkheden samen het hoofd bieden. Smaken, eten, gevoel, interesses en doelen delen. Liefde voor de kinderen delen ook.

Maar vooral ook het plezier delen over wat misschien wel het grootste avontuur in ons leven zal blijken te zijn. Hoewel je zoiets natuurlijk nooit echt met zekerheid kunt zeggen. Het project krijgt net als onze verbintenis vorm. Steeds duidelijker wordt wat we willen doen, wat we willen maken en steeds sterker wordt de drang om het leven hier achter ons te laten. Niet dat we dezelfde motieven hebben, hoe zeker kun je zijn van de gedachten van een ander dan jezelf? Hoe zeker kun je zelfs zijn van je eigen gedachten? Maar het gevoel van noodzaak om ons leven te verleggen naar een ander werelddeel, al is het maar voor een beperkte tijd wellicht, is een gedeeld gevoel. Het maakt dat we ons samen sterk voelen. Ieder met ons eigen aandachtsgebied, ieder met onze eigen behoeften.

De situatie van nu doet me beseffen dat het leven aanlokkelijk kan zijn zonder de ingewikkeldheid van het bestaan in ons zo rijke en overdadige maar ook verwende en nodeloos gecompliceerde westen. Eigenlijk is er niet veel meer nodig om gelukkig te zijn dan dit. Het is me ook duidelijk geworden dat hoewel het er niet zo lang terug nog zo grim uitzag en het me onmogelijk leek een toekomst te formuleren zo’n toestand van geestelijke verstarring niet zo permanent hoeft te zijn als ik toen wellicht dacht. Soms gebeurt er iets in het leven dat op zich niet tot vreugde stemt maar dat tegelijkertijd de aanleiding is, niet de oorzaak, van veranderingen die al lange tijd lagen te gisten in een verborgen ruimte. Plots gaat de deur open en blijkt er een kans op geluk te zijn die zich in al haar glorie laat zien. De kunst is wel er niet bang voor te zijn. Door alles wat er in de afgelopen laten we zeggen tien jaar gebeurt is zou immers angst een logische reactie zijn op die nieuwe toekomst. In de kern ben ik een onzeker mens geworden en alleen door stug volhouden lukte het me op de been te blijven. De onzekerheid van het bestaan is niet minder geworden de afgelopen jaren en het verlies aan vertrouwen in het goede van de mens en de samenleving bijna ondergegaan in het dagelijkse gevecht dat gevoerd moest worden. Wat mij verbaasd is dat ik in tegenstelling tot wat te verwachten viel dus geen angst meer ervaar. Onzekerheid wel.

Maar onzekerheid is misschien wel een deugd. Niet te vinden in de lijst van Christelijke deugden als geloof, hoop en liefde en niet te vinden in het rijtje Platonische deugden als prudentie, rechtvaardigheid, moed en gematigdheid. Maar wel een deugd. Een aspect van de levenshouding die er toe leid dat een mens geen dwaasheden begaat. Misschien wel de basis van de prudentie van Plato. In plaats van irritatie over mijn onzekerheid begin ik te begrijpen dat ik deze misschien moet koesteren hoewel die onzekerheid een moeilijk te temmen merrie is. Ze probeert me met enige regelmaat op de grond te gooien maar de laatste tijd vergaat haar dat steeds moeilijker. Zo af en toe is ze echter nog sterk. Vooral op momenten dat ik me verkeerd begrepen voel, als ik merk dat mijn intenties niet overkomen bij de ander of de twijfel in de ogen gelezen worden door me. Op die momenten schrik ik als vanouds. Maar het kost me steeds minder moeite om me in die situaties te herpakken. De kans dat ik dagen van slag ben na een voorval dat knabbelt aan mijn fundamenten wordt steeds kleiner. Sommige mensen zouden dat interpreteren als dat ik sterker wordt maar dat is onjuist. Het is niet meer dan een groeiende vaardigheid om om te gaan met die onzekerheid.

Sinds een goed jaar probeer ik elke dag een momentje te vinden om me te wijden aan een meditatie en een paar oefeningen. Ik doe dat op aangeven van mijn psychologe die me introduceerde in Mindfullness als manier om stabieler te worden. De eerste tijd vond ik het maar complex. Waardenvrij maken van gebeurtenissen is een ontzettend lastige benadering van lastige zaken waar je mee geconfronteerd wordt. Maar simpele fysieke oefeningen en het voor me zelf opzeggen van affirmaties en een enkele mantra hebben tot effect dat ik steeds minder slecht wordt in dat waardenvrij maken. Maar alleen als ik mezelf beloof dat ik na uitstel van de eerste reactie mezelf veroorloof wel degelijk een oordeel te vormen over wat er speelt. Het is een aanpak die ik iedereen kan aanraden die net als ik soms last heeft van een hoofd waar stormen in woeden.

Na veel moeite is nu zo ver dat ik dus in alle rust kan ervaren hoe mooi een zaterdagavond kan zijn. Hoeveel rust er kan heersen als ieder zich maar kan richten op wat die persoon graag doet en de druk van het dagelijkse leven naar de achtergrond is verdwenen. Zoals dus vanavond.

Noem het misschien maar gewoon ‘gelukkig voelen’. In ieder geval wordt het voor mijn knulletje tijd om naar bed te gaan en voor mij om de wierook maar eens te branden en de kaarsen aan te steken en mooie muziek uit te zoeken.

Alice © 2010