Contrasten

Bovenstaande tweet stuurde ik de wereld toen de kist van Mulisch de hoek om kwam. Ik kan het niet nalaten te vergelijken hoe mensen met de dood omgaan op een begrafenis. Ik kan het niet nalaten mensen te vergelijken. Kijk dat zit zo, deze zomer overleed mijn moeder. Ik hield van haar. Deze week overleed Harry Mulisch, een goede maar in mijn mening overschatte schrijver die vooral aan een pathetische vorm van zelfoverschatting leed. Over de doden niets dan goed wordt dan gezegd maar ik doe daar niet aan mee. Op de televisie zie ik een begrafenis, het is vooral een ‘media event’ waar de nodige bekende Nederlanders uit het cultuurwereldje hun opwachting maken. Je kunt het immers niet maken niet gezien te worden op de begrafenis.

Mijn moeder was niet beroemd, geen bekende Nederlander. Ze was vooral een schat van een moeder die als belangrijkste karaktereigenschap had dat ze zich wegcijferde ten opzichte van andere mensen. Nooit op de voorgrond, altijd daar voor een goed woord of een helpende hand. Bescheiden is niet het goede woord, ik zou het liever willen omschrijven als ‘niet voorlijk’.

Mulisch daarentegen was een man die zijn eigen mythe creëerde zoals een ‘groot schrijver’ betaamt. De keizer van de Nederlandse literatuur, in eerste instantie zelfbenoemd maar later in zijn grootheid of grootheidswaan bevestigd door een groot deel van literatuur minnend Nederland. Ik heb het nooit een fijne schrijver gevonden en een aantal boeken zijn wat mij betreft wangedrochten. Als ik aan ‘Twee vrouwen’ denk krijg ik kramp in mijn maag in de wetenschap dat het vooral een karikatuur van de lesbische liefde is zoals gezien door een man die het wezen van een dergelijke liefde nooit zal kunnen doorgronden. De zo veel geprezen ‘Ontdekking van de hemel’ is vooral toch een egodocument dat zijn weerga niet kent. Ondanks dat het diezelfde hemel in geprezen werd is het in mijn ogen vooral een bundel papier zonder ziel. Maar dat is mijn mening en die is irrelevant zoals elke mening dat over een werk van een schrijver is.

Mijn moeder heeft de soberste begrafenis gekregen die ik ooit heb meegemaakt. Het was zelfs geen begrafenis maar een crematie. In een kil crematorium met kille kraaien rond de kist waarvan de opperkraai haar achternaam verkeerd uitsprak. Niemand mocht van haar spreken tijdens die ‘ceremonie’. Ze wilde niet herinnerd worden in woorden van anderen dan zichzelf. Kil, koud, afstandelijk en ontoegankelijk voor wie van haar hielden. Een crematie als een afscheid voor de eeuwigheid en ondanks de pijn die dat bij mij teweegbracht passend bij mijn eigen gedachten over wat er na dit leven over blijft. Een overgang van een leven naar het grote niets.

De kist van Mulisch, gedragen door kraaien en vooraf gegaan door trompet blazende zwanen die in dodenmars de zwanenzang van de schrijver begeleiden. Het hoofd van Mulisch kijkt me aan vanaf de gevel van de Stadsschouwburg. De kist is ‘traditioneel Joods’ zegt de commentaar van het spektakel. Nog een tijd daarna wordt de lofzang der dwazen uitgestort over de restanten van de oude man in diezelfde kist. Groot, virtuoos en ga zo maar door. Het zijn de woorden over Mulisch. Maar citaten die worden uitgesproken gaan over het schrijversvak dat Mulisch uitoefende, geschreven door Mulisch zelf. De man schreef vooral over zichzelf. Helaas. Misschien is dat de reden dat hij in mijn gedachten zo devalueerde na ‘De Aanslag’, het enige boek dat ik wel kon waarderen van die pijp rokende literaire pauw.

Mijn moeder mis ik. Niet als moeder want we leefden bij tijd en wijle op gespannen voet. Wel als mens want toen ik zelf ouder was en de gesprekken meer verworden waren tot gesprekken tussen twee vrouwen met een complex leven achter zich, toen leerde ik de mens kennen in plaats van de moeder. Ze was een mooi mens en gelukkig heb ik haar leren kennen al was dat op een laat moment. Mulisch echter is iemand die ik niet ken en de wijze waarop hij in de media zichtbaar werd gaf me geen aanleiding om die man te leren kennen. Mijn moeder heeft net als Mulisch de oorlog meegemaakt. Mulisch op een vreemde dubbele manier gegeven de zo verschillende rollen van zijn ouders in die donkere jaren. Het kind Mulisch is daar gewond geraakt om nooit meer te herstellen. Mijn moeder heeft een andere ervaring met die oorlog, een ander verhaal en niet minder traumatisch. Oorlog en leed zijn nu eenmaal onverbrekelijk met elkaar verbonden. Jammer genoeg is Mulisch in zijn werk, en wellicht in zijn leven, nooit uit die oorlog terug gekomen. Mulisch spotte met het leven en de dood en de wereld om zich heen. Hij zei ooit in een interview met Adriaan van Dis, een pauw die ik wel enorm bewonder, dat het land stilgelegd moest worden als hij begraven zouo gaan worden. In zekere zin heeft hij gekregen wat hij wou. Een deel van het land ligt stil, ik schrijf dit stuk en in Amsterdam wordt na Sam Klepper, André Hazes, Manfred Langer, Jos Brink en Jasper Grootveld nu Harry Mulisch begraven in welhaast decadent exorbitante grandeur. De muziek is prachtig en niet van een cd. De kist staat te pronk op een podium waar een artiest nu eenmaal op thuis hoort.

Op een wolk in de lucht die donker en zwaar is met een heldere aftekening van de horizon zit een oude man met een pijp. Hij glimlacht. Hij heeft het hem toch maar geflikt. Hij ziet niet die breekbare vrouw achter hem die meewarig toekijkt en er zo haar gedachten over heeft, zich omdraait en een kopje hemelthee gaat drinken. De hemel heeft die Mulisch denk ik uiteindelijk toch niet ontdekt.

Alice © 2010

2 thoughts on “Contrasten

Reacties zijn gesloten.