NaNoWriMo na één week.

Zo, de eerste week zit er op. De november maand is sinds een paar jaar de vreemdste maand in het jaar voor me. Het is nu de derde keer dat ik mee doe met de jaarlijkse gekte om in één maand een complete roman te schrijven. Nu ben ik hartstikke eigenwijs en trek ik me niks aan van de algemeen geldende regel tijdens NaNoWriMo om vooral te schrijven en je totaal niet druk te maken over de kwaliteit van die ‘roman’. Die aanpak om tot een roman van 50.000 woorden in 30 dagen te komen is mij te gemakkelijk.

Dus, net als vorig jaar, is er sprake van een serieuze plot ontwikkeling, opbouw en uitwerking van de karakters en de nodige research om tot een roman te komen waarvan ik zelf vind dat die door de beugel kan. Het is nu dus één week na de start. Vorige week maandag om 00.00u begon ik en inmiddels heb ik de helft van die 50.000 met mezelf verbijsterend op papier gekregen. Een productie van gemiddeld veertien pagina’s per dag is dermate veel dat er wel iets bijzonders aan de hand moet zijn dit keer en dat is ook zo. De reden van de hoge productie heeft vooral te maken met een plot dat zich tijdens het schrijven ontwikkeld en dat mezelf nieuwsgierig maakt naar de afloop.

Dat zit zo, ik ben zoals altijd als ik begin met het schrijven van een boek, begonnen met een simpel niet uitgewerkt stukje van een verhaallijn. Daarbij komen dan personages, een protagonist en antagonisten en maak ik een eerste incident zodat er een spanningsboog ontstaat. Dan ga ik schrijven en als ik dan geluk heb dan gaan de personages leven voor me. Ik zie ze terug in mijn dagelijkse leven en op straat of in de tram of trein, bij de Turkse bakker of in de kroeg. Net zoals in het normale leven gaan ze hun eigen gang. Ze ontwikkelen zichzelf gedurende het verhaal en na een tijdje sturen ze het verhaal de kant op waar het blijkbaar naar toe moet gaan. Het enige dat ik doe is het verhaal schetsen.

Niet duidelijk? Nou goed dan, hier is een korte synopsis van het verhaal in twee stappen. De eerste stap is waarmee ik begon vorige week maandag en de tweede stap is waar ik nu na een week schrijven ben aangekomen.

Het verhaal begon allemaal met de maandelijkse koffiemiddag in Den Engel. Tweede woensdag van de maand, vaste prik, ruim tien jaar lang al. Kat, Beth en Jolanda hebben in al die jaren nooit één van die middagen over geslagen. Natuurlijk niet want hun ontmoetingen vinden alleen op die middagen plaats en daarbuiten, zo is de afspraak, ontmoeten ze elkaar nooit. Hun levens, werk, liefdes, vakanties en andere reizen, hebben ze altijd zo ingericht dat die voor hun heilige middagen niet verstoord worden. De drie zijn hartsvriendinnen geworden in die inmiddels dus bijna elf jaar. Kat, de hoofdpersoon is een schrijfster die zich door het leven worstelt. Ze woont in de straat waar ik woon, heeft de fiets die ik ook heb en haar kat lijkt ontzettend op die van mij. Net als de inrichting van haar huis. Zelfs haar liefdes vertonen de nodige overeenkomsten met die van mij. Beth is een muzikaal type. Zangeres en vooral harpiste maar daarnaast ook fotografe want van de muziek alleen kan ze niet leven. Ze schuimt met haar camera de stad af en de festiviteiten in de stad. Een soort ‘urban photografer’, te vergelijken met Schlijper in Amsterdam. Ze is de jongste van de drie vrouwen en studeerde nog toen de koffiemiddagen in december 1999 van start gingen. En dan is er Jolanda, de lange mooie en o zo stijlvolle en getalenteerde beeldend kunstenares. Soms met een wat kort lontje. Ze kan haar eigen kleding en schoenen maken, als ze daar zin in heeft. Maakt geweldige schilderijen en opstellingen en cirkelt in de Amsterdamse kunstkringen. Ze woont ergens in de Pijp in Amsterdam en is net wat jonger dan Kat. De koffiemiddagen vinden altijd plaats in Den Engel in Den Haag. Aan de Willem de Zwijgerlaan tegenover de boekhandel. Een zaak die al bijna dertig jaar bestaat en zich kenmerkt door rust en gezelligheid. De vrouwen zijn van Den Engel gaan houden en van Leo die er de scepter zwaait. O ja, Kat is natuurlijk lesbisch in tegenstelling tot haar vriendinnen. En dan op een koffiemiddag eind oktober 2010 komt Beth niet opdagen…

Ziedaar, korte verhaallijn, setting, personages en het begin van ‘Eén latte, een cappu en een espresso.’ Het is nu één week later en wat is er allemaal gebeurt?

De dames bevinden zich inmiddels in Patan, de zusterstad van Kathmanda op de zuidoever van de rivier die de twee steden scheidt. Samen met de buurman van Beth zijn ze na een poging tot brandstichting in het verlaten huis van Beth, de ontdekking van compromitterende foto’s aldaar, een poging tot inbraak bij Kat en een stel mysterieuze briefjes en mailtjes van Beth afgereisd naar Nepal. Op instructie, want een verzoek was het nu niet bepaald, van Beth. Al snel blijkt dat Beth per toeval betrokken is geraakt bij een bende vrouwenhandelaren met vertakkingen in Nederland en Nepal. Eenmaal in Nepal komen Kat en Jolanda er achter dat ze er ingeluisd zijn door Chaim, de zo ‘behulpzame’ buurman van Beth. Ze weten met de hulp van Beth en haar vrienden te ontkomen aan Chaim en zijn kompanen. Dan begint een kat en muis spel.

Het verhaal is nu, zo schat ik in, tot op een derde gevorderd en zal zo’n driehonderd pagina’s gaan beslaan. Zowel personages als locaties bestaan ook buiten het boek. De personages als mengproducten van bekenden en de locaties precies zoals ze beschreven worden. Het manuscript, en dat was niet gepland, ontwikkeld zich tot een thriller waarbij de vrouwenhandel in Nepal aan de orde komt. In Nepal worden er circa 7000 jonge meisjes en weduwen jaarlijks het land uit gesmokkeld naar de bordelen in Dehli en andere plaatsen in India. Naar schatting heeft die trafficking inmiddels ruim 120.000 slachtoffers getroffen. Het is een enorm maatschappelijk probleem dat in stand gehouden wordt door bijgeloof onder de bevolking (weduwen zijn in de ogen van veel mensen vervloekt) en armoede (een meisje laten trouwen kost de ouders veel geld en dat is er vaak niet).
Waar ik volgende week zal zijn met het verhaal weet ik nog niet. In ieder geval verwacht ik dat de vrouwen, mits ze het overleven, niet meer in Nepal zijn. Maar wie weet wat er de komende week echt gebeurt met ze? Ik laat me verrassen door de drie.

‘Eén latte, een cappu en een espresso’ wordt na voltooiing in boekvorm uitgegeven als paperback. Het manuscript wordt al tijdens de creatie gecorrigeerd en vormgegeven waardoor het naar verwachting vrij snel na voltooiing drukklaar zal zijn. Hoe en waar het boek te verkrijgen zal zijn wordt hier natuurlijk gemeld. Interesse in een exemplaar? Mail me gerust.

Heb ik nog een sociaal leven op dit moment vraagt U zich misschien af? Vraag me dat dan over een paar weken maar, ik moet nu verder schrijven…