Kater

Vandaag was een rare dag.

In de ochtend een heftige terugslag van de nog steeds onverklaarbare verlating door mijn lief. Geen uitleg vreet een mens immers op en reken maar dat ondanks alle harde werk de laatste weken het me raakt dat ze weg ging zonder toelichting. Het verdriet zit diep en ik denk niet dat dat snel verdwijnt. Verlaten terwijl er niet lang daarvoor trouwplannen waren, sommige dingen kan een mens niet accepteren. In de middag volgde een langzaam herstel en in de avond was er de persoonlijke herstart van de cursus Nepalees, zonder lief maar vol warmte van mijn lieve medecursisten. En dan tot slot de trein naar huis terug.

Door de herfstblaadjes bestaat het reizen met de trein voor een deel uit het omgaan met vertragingen. Vertragingen op Utrecht Centraal, ons grootste station, leiden vaak tot een belevenis. Deze keer was dat een kwartier wat ik moest overbruggen. Dus op perron 8a moest ik wachten op de intercity naar Den Haag CS. Amper was ik de roltrap af gekomen of de trein van perron 9a liep leeg. Ineens waren ze daar.

Jongens en jonge mannen, sommige met de caps op het achterhoofd zodat de wat grote klep pront omhoog steekt. Zo hier en daar een matje. Baseball jacks, jeans, sneakers en bij sommigen een tattoo of een opdruk op hun jack die deed vermoeden dat ze behoorden tot het uitschot van de samenleving, de op de voeten gezetten inhoud van de vuilnisbakken van blank asociaal Nederland. De ratten schreeuwden als roofdieren, aangevoerd door een enkeling en gepapegaaid door de rest ‘Joden, Joden’ schreeuwend. En ik? Ik schrok.

Ik schrok niet alleen maar werd direct boos. Ik kan nu eenmaal niet tegen racistische Neanderthalers die met die enkele hersencel in hun botte kop niet verder komen dan het onnadenkend, er is immers niets om mee na te denken, een bevolkingsgroep te beschimpen. Het zal wel over Ajax gegaan zijn of zo. De smaak in mijn mond werd acuut ranzig. Het ongewassen tuig, want sommigen hebben overduidelijk een majeur probleem met de persoonlijke hygiëne, was best goed in de groepsleus. De timing deugde aardig en ze hadden ook overduidelijk plezier. Voor even was dat rapaille baas van het perron, baas van het station.

Maar erger dan dat was de observatie waar ik niet onderuit kwam. De gezichten van de omstanders vrolijkten op. Het was overduidelijk dat de meeste mensen op het perron het wel aardig vonden om te zien. Die jonge testobommetjes die zo vrolijk aan het scanderen van leuzen waren. Alsof niemand hoorde dat er ‘Joden, Joden, Joden, Joden, Joden, Joden, Joden…’ geroepen werd. En godverdomme, wat werd ik boos. Ik liep langs twee vrouwen van mijn leeftijd die lachten en ik hoorde de ene tegen de andere zeggen ‘nou, die hebben lol.’ In het voorbij lopen gromde ik ‘jammer dat het racistisch moet zijn…’ naar ze. Ze keken me godverdomme verbaasd toe en toen ik eenmaal drie meter verder waren moesten ze ontzettend lachen. Ik werd uitgelachen door die twee vrouwen.

Misselijk van boosheid stapte ik later de trein in, de twee mutsen van middelbare leeftijd kwamen na mij binnen en gingen in mijn treineilandje zitten. Tegenover me. Eentje keek me aan en hield mijn blik vast. En toen kon ik het niet laten.

‘Vonden jullie dat nou zo vermakelijk daarnet?’
‘Ach, het zijn gewoon opgeschoten jongens. Dat stelt toch niks voor?’
‘O? Hoorde je wat ze riepen?’
‘Nee niet echt geloof ik.’
‘Ze riepen Joden, Joden.’
‘Ach dat geeft toch niet?’
Ik werd bozer.
‘Dus dat vindt je om te lachen? Of moest je lachen omdat ik geschokt reageerde?’
‘Wat wind U zich toch op over zoiets onbenulligs?’
‘Vind je dat werkelijk.’
‘Ja, tuurlijk.’
‘Als je het niet erg vindt ga ik ergens anders zitten. Ik ben misselijk en kan niet tegen het zicht op mensen die racisme goedkeuren.’
‘Nou nou.’
‘Dag, wees trots op jezelf.’

Ik stond op en ging drie banken verder zitten. Een oude vrouw zat achter me en klapte even. ‘Goed zo, jij durft tenminste.’
De andere vrouw van het duo keek de ander kant op en pakte een krant om zich in te verdiepen. Alsof ze niet wilde dat de rest van de wereld haar zag.
Trots voelde ik me niet. Integendeel. Ik voelde me vooral gekwetst en ben dat nog steeds en daarom pak ik nu mijn jas om naar het strand te gaan en in de wind te schreeuwen tegen alles wat ik in dit land verafschuw en zelfs haat.

Om de kater weg te blazen.

Alice © 2010

3 thoughts on “Kater

  1. mooi geschreven over iets dat niet mooi is, dat kan niet iedereen, daar heb je lef voor nodig, ‘Joden’ roepen kunnen alleen lafaards

  2. Het meeste superioriteitsgedrag komt voor door een minderwaardigheidsgevoel.
    Het overschreeuwen van eigen onzekerheden gaat vaak ten koste van alle fatsoenlijke normen en waarden.
    Ja, schaamtevol om daar mee geconfronteerd te worden.
    Vriendelijke groet uit Amsterdam-ZuidOost

Reacties zijn gesloten.