Trangender Gedenkdag 2010

Het is weer 20 november geweest. Een datum die sinds een aantal jaren een plaats in mijn agenda heeft gekregen om aandacht aan te besteden. Ieder jaar op (of rond) 20 november worden de vermoorde transgenders wereldwijd herdacht door onze eigen gemeenschap. Ieder jaar is het een dag waar ik tegen op zie, die ik wil mijden maar ieder jaar ook is het en dag waar ik niet aan voorbij kan gaan. Het ene jaar is het me te zwaar gebleken (dat was 2008, het jaar van mijn fysieke transitie), het andere jaar treed ik naar voren om te spreken. Dit jaar was in vele opzichten anders dan de voorgaande jaren. Voor het eerst sinds zes jaar terug ook in Nederland de Trangender Day Of Remenbrance voor het eerst plaatsvond was de lokatie van deze gedenkdag mijn eigen stad. De stad waar ik geboren ben en opgegroeid en de stad waar ik nu woon. Drie jaar na de lafhartige moord op Henriëtte / Harry Wiersinga was de stad waar die misdaad werd gepleegd, mijn Den Haag, het toneel van nadrukkelijk en stil protest. Protest tegen het geweld, protest in de vorm dus van een herdenking.

Ik hou niet van deze dag. Ik hou er niet van omwille van de aanleiding. Ik hou er niet van omwille van het feit dat we gedenken, herdenken. Her-denken. Opnieuw denken. Wederom stilstaan bij het feit dat mensen als ik het risico lopen vermoord te worden omwille van het feit dat we niet passen in de bekrompen denkwereld van geweldenaars die niet in staat zijn ons te behandelen als volwaardige mensen die net zoveel respect verdienen als wie dan ook. Liever zie ik een dag waarop we vieren dat wij representanten zijn van genderdiversiteit. Dat wij een verrijking zijn van de mensheid OMDAT wij zijn zoals wij zijn. Maar helaas, zo werkt het dus niet. Doden vallen nu eenmaal meer op dan levenden.  Op een dag als deze komen we weer bij elkaar. Ik en de leden van de gemeenschap waar ik ongevraagd maar met vreugde lid van ben. Verbonden met elkaar. Ballonnen oplatend met kaartjes er aan met de namen van onze vermoordde medemensen. We proberen de dag te organiseren op een manier dat er voor een ieder een plekje is om zich te uiten.

Dit jaar was de 20e november ook bijzonder omdat op initiatief van mijzelf en Max Douw er in het programma plek was gemaakt voor een persoonlijke uiting door middel van kleinkunst. De uitingsvorm waarin we onze kunst kunnen verbinden met onze emotie bij dit zo persoonlijke en moeilijke onderwerp. Dat hebben we gedaan met een tweetal gedichten van mijn hand, een prachtige hertaling van een lied van Brel van de hand van Max en een lied dat ik geschreven heb en waar Max de muziek voor componeerde. Dit laatste lied is ontstaan als gevolg van mijn debuutoptreden in theater Pepijn tijdens het Haags Kleinkunst Festival eerder dit jaar en waar Max mede organisator van was. ‘De Rode Baret’ is geschreven als ode aan Henriëtte / Harry Wiersinga. Zowel voor Max als voor mij vormde de mogelijkheid voor ons om op deze wijze een bijdrage te leveren aan deze dag een vervulling van de wens om op een mooie wijze onze harten te laten spreken. Zoals op het kaartje van de witte ballon die ik vanavond op het plein liet opgaan in de donkere lucht Toni Alston uit North Carolina in de V.S., die op 3 april dit jaar vermoord werd, vermeld stond. Zo hebben Max en ik vanuit ons hart gepoogd onze vermoorde stadgenoot, aan wie beiden onze specifieke herinneringen hebben, te laten voortleven in de herinnering van een ieder die wilde luisteren. Dit is de tekst van het lied:

Zonnig Voorburg boog.
De straten dansten als
jij er over bewoog
als in een Weense wals.
Rode baret op je oor.
Een rode jas met glans.
Statig ging jij me voor,
soepel als in een dans.

Je bent geen vrouw maar ook geen man,
je bent jij omdat het kan.
Je bent geen vrouw, je bent geen man,
je bent jij omdat dat kan.

Jaren zag ik je lopen,
herkende mij in jou.
Durfde zelfs te hopen
en zwoor mezelf trouw.
Rode baret op je oor,
in rode jas met glans.
Statig ging je er voor
en ik greep ook mijn kans.

Ik ben geen vrouw maar ook geen man,
ik ben ik omdat het kan.
Ik ben geen vrouw, ik ben geen man,
ik ben ik omdat ik dat kan.

Donker Den Haag boog
de straten huilden omdat
jij niet meer bewoog,
kapot gemaakte schat.
Rode baret van je oor.
Rode jas, bebloede glans.
Op ‘t Spui ben je vermoord
en ontsprong daar niet de dans.

Je was geen vrouw maar ook geen man,
jij was jij totdat ‘t niet kon.
Ik ben geen vrouw, en ook geen man,
ik ben ik en weet niet waarom.

Je was geen vrouw maar ook geen man,
jij was jij totdat het niet kon.
Ik ben geen vrouw, ik ben geen man
en ik wou dat het anders kon.

Zonnig Voorburg boog.
De straten dansten als
jij er over bewoog
als in een Weense wals.
Rode baret op je oor.
Een rode jas met glans.
Statig ging jij me voor,
soepel als in een dans.

Tekst: Alice Verheij, muziek: Max Douw

Alice Verheij © 2010