NaNoWriMo 2010 hoofdstuk 13.

Goed dan. Nog maar een voorproefje van de roman. Hoofdstuk dertien, ongecorrigeerd. Omdat ik dertien een mooi getal vind. Na dit hoofdstuk verschijnen er geen hoofdstukken meer op deze website. Wel een bericht over hoe jij het boek kunt bestellen binnenkort. Veel plezier! Let wel, dit is de ruwe versie dus in het boek zal er zo hier en daar nog wel het nodige aan geschaafd zijn.

Hoofdstuk 13. Bommenmakers.

We besloten om de volgende dag een tapijt dat ik nog in huis had naar Beth’ huis te brengen zodat we dat over de schroeiplek in haar achterkamer konden leggen en om de rommel van de brand weg te werken en de werkkamer netjes op te ruimen. Het moest lukken dat ’s avonds te doen zodat het niet in de gaten zou lopen. Ik zou niet meegaan maar Beth zou het alleen doen terwijl ik gewoon braaf thuis bleef.

De maandag verliep zonder incidenten en nadat we Jolanda gebeld hadden en ook verteld hadden dat er politie aan de deur was geweest waren we boodschappen gaan doen om vooral maar zo normaal mogelijk te doen. We zeiden Jolanda niet wat er tussen Beth en mij voorgevallen was, dat hoefde ze nog niet te weten op dit moment en we vertelden ook niet dat de agenten begonnen waren over Chaim. Eerst de dinsdag maar even afwachten. De meeste ‘ingrediënten’ van de bom konden we gewoon in de supermarkt en bij de drogist kopen. We kozen er voor om dat die ochtend bij verschillende winkels te doen zodat het later ondoenlijk zou zijn om ook maar iets te traceren. Eenmaal weer thuis haalden we het niet al te grote tapijt dat ik in de berging had liggen omdat ik het toch niet meer mooi vond achter het schot vandaan en maakten er een rol van vastgehouden door wat tape. Beth’ auto stond recht voor de deur en in no time was het geheel in de kofferbak verdwenen.

Ik zette koffie en even later zaten we broodjes te eten met latte en espresso er bij en bespraken het maken van de bom. Echt ingewikkeld was het allemaal niet maar we wilden geen fouten maken dus overhoorden we elkaar over de constructie zoals die ons was uitgelegd in het kantoortje bij de fabriek van Sunil. Het enige dat we toegespeeld hadden gekregen en wat we niet zelf kochten of maakten waren de ontsteking en vijfenveertig gram Semtex-A, een plastic explosief dat genoeg was om een auto op te blazen en bij montage onder de bodemplaat ter hoogte van het differentieel zouden de passagiers grote kans lopen om zich voortaan in een rolstoel te moeten verplaatsen. Het goedje dat voor de helft uit pentriet en de andere helft uit cycloniet bestond kwam uit een partijtje dat Sunil had weten te bemachtigen via ‘connecties’ die hij voor ons verborgen hield. We wilden het ook niet weten want dat het niet allemaal zuivere koffie was in de strijd tegen de vrouwenhandel was ons in dat kantoortje wel duidelijk geworden.

De ontsteking bestond uit een aangepaste gsm telefoon met een alternatieve batterij die als detonater moest werken en zou ontploffen zodra het gsm nummer gebeld werd. Het apparaat zou op de plak Semtex-A worden vastgezet met tape en omhuld worden met schuimrubber zodat al te harde schokken van de auto de boel niet zouden doen ontploffen. Het leek allemaal eenvoudig om te maken en zonder al teveel risico totdat Beth ineens terloops een opmerking plaatste.

‘Wat nu als er iemand per ongeluk het verkeerde nummer kiest en dit nummer intoetst?’
‘Eh. Shit. Volgens mij knalt ie dan.’
‘Nee hoor dat doet ie niet.’
‘Wat? Hoezo dan? Hij gaat toch af als er gebeld wordt?’
‘Niet helemaal.’
‘O?’
‘Hij gaat af als er twee keer gebeld wordt met tussenpozen van vijf seconden. Dus drie keer over laten gaan en dan ophangen, vijf seconden wachten, weer bellen en weer en meteen ophangen na 1 keer overgaan. Dàn pas is er vuurwerk. Tenminste dat staat hier.’
‘Omslachtig.’
‘ja, maar ook veilig Kat.’
‘Wel stoer eigenlijk, onze eerste bom.’
‘Pardon? Onze eerste? Was je van plan een bedrijfje te beginnen of zo?’
‘Ja tuurlijk: ‘KJB voor al uw bommen en granaten.’
‘O ja tuurlijk en dan alle boeven opblazen.’
‘En de tweede kamer. Zijn we tenminste ook van de kunstbezuinigingen af.’
‘Zo kan die wel weer Beth.’

De Semtex-A ende ontsteking zouden volgens Sunil al op gescheiden plaatsen in het huis van Beth aanwezig zijn. Weer andere ‘vrienden’ waren ingehuurd om het af te leveren bij Beth twee dagen na onze terugkeer in Nederland, op diezelfde dag dus waarop wij rustig over het bommen maken spraken met een kop koffie in de hand.

‘Beth, ik neem aan dat je dat kleed alleen wegbrengt? Lijkt me niet handig als ik me in de buurt van jouw huis vertoon, toch?’
‘Hoe dat zo? De politie weet dat we vriendinnen zijn. Alleen Jolanda en de anderen weten het nog niet.’
‘Eigenlijk wil ik dat zo laten tot na de aanslag. Het zou mij niet verbazen als de anderen het afblazen als ze dit horen.’
‘Nou dat zal wel meevallen denk ik. Ik maak er meer zorgen over hoe we in hemelsnaam die week na de aanslag doorkomen zonder elkaar te zien.’
‘Hoe bedoel je schat?’
‘Nou ja, het lijkt mij verstandig om elkaar een paar dagen niet te zien want die aanslag zal wel voor de nodige heisa zorgen.’
‘Maar niemand kan ons er toch aan koppelen?’
‘Nu nog niet nee. Maar of dat zo blijft. Misschien maken we wel een stomme fout, of doet één van die Nepalezen dat. En dan kunnen we maar beter los van elkaar zijn.’
‘Misschien wel maar ik heb eigenlijk een ander idee om dat op te lossen.’
‘O, vertel?’
‘Nou kijk we zitten toch in Brussel die dag? Tenminste dat is de bedoeling dat iedereen om ons heen weet dat we daar zijn in plaats van in 020.’
‘Ja, en?’
‘Als we nu zorgen dat we na de aanslag als de donder écht naar Brussel gaan. Wij samen. Jolanda blijft in de stad want die moet aan een kunstproject werken voor één of andere expositie in Delftshaven. Dus wij hebben vrij spel. We gaan dan met de gewone trein zodat we niks hoeven reserveren en we zorgen dat er in plaats van alleen voor de zestiende we ook op de zeventiende daar kunnen verblijven, tenminste volgens de gegevens van het hotel daar.’
‘Maar hoe had jij dan de timing precies in gedachten want het wordt nu wel wat anders dan we eigenlijk gepland hadden.’
‘Ja Kat, maar ik denk dat wij tweeën ons eigen plan moeten trekken willen we veilig samen verder kunnen gaan. Wat dacht je ervan als we het zo zouden doen. De zestiende ’s morgens met de auto naar Brussel, inchecken in het hotel en de auto daar laten. Het is een hotel waar we ongezien naar binnen kunnen en weer weg kunnen. Dan met de trein naar Amsterdam en dan overnachten bij Jolanda nadat we ’s avonds de bom onder de auto geplaatst hebben. De zeventiende pik ik alleen de auto op en ga dan op de juiste tijd naar de parkeergarage waar de auto van die klootzakken staat met de bom er onder om te wachten tot ze wegrijden. Ik volg die lui alleen en laat de poging op de Torontobrug voor wat die is. Op het Prins Bernhardplein trigger jij de bom vanuit Dauphine zodra de mannen op de rotonde rijden. Vanaf de eerste etage heb je vrij zicht op de rotonde. Ik rij de rotonde af naar Dauphine en zet de auto volgens plan op de parkeerplaats achter het restaurant en ga koffie drinken beneden. Dan wachten we totdat we zeker weten dat de auto ontploft is en die gasten niet weg zijn gekomen, pakken de auto en rijden zoals afgesproken naar de Ysbreeker. ‘
‘Klinkt doordacht maar waarom rij jij dan eigenlijk nog achter die kerels aan dan?’
‘Voor het geval dat er vertraging is omdat ze van mijn part sigaretten moeten halen of voor als ze een andere route nemen. Mocht dat gebeuren dan doe ik het alleen op een punt waar het ’t veiligst is.’
‘Weet Sunil dit? En Jolanda?’
‘Nee, ik bedacht het me vannacht toen ik je neukte.’
‘Bitch dat je bent! Idiote gestoorde mafketel. Dus als we seks hebben bedenkt jij moordplannen. Nee, die is lekker hoor.’

We schoten in de lach maar werden even snel ook weer serieus.

‘Ok, nou het klinkt allemaal goed maar wat gaan we nu dan precies doen na de aanslag?’
‘Nou kijk. We melden ons af in de Ysbreeker, grote kans dat er dan aardig wat politie op de been is en er een helikopter cirkelt. De telefoon hebben we gesloopt en in de Amstel gegooid dus ze kunnen ons niet meer aan de hand van dat ding traceren. Verder zijn we niet eens in de directe nabijheid van de ontploffing geweest en ook niet samen. Dus we kunnen kalmpjes aan doen dan. Vervolgens pakken we de trein naar Brussel naar ons hotel daar en neuken de veren uit het bed. Dan op de achttiende vertrekken we met mijn auto naar de Ardennen, naar klein hotel dat ik weet te liggen aan een meertje met een watermolen dat zo fucking romantisch is dat je daar nooit meer weg wilt om daar de rest van de week te blijven. Daarna gaan we gewoon op ons dooie akkertje naar huis. Wat denk je? Is dat wat?’

Beth keek me glunderend aan. Té glunderend, ze had het verdomme allemaal perfect uitgedacht. Té perfect en te aanlokkelijk om er niet in mee te gaan.

‘En jij dacht dat ik daar zomaar in mee ga?’
‘Ja natuurlijk. Je wilt immers niks liever dan mij dagelijks je bed in sleuren?’
‘Nou jongedame, dat gaan we dus echt niet zomaar even doen.’

Beth keek me stomverbaasd aan.

‘O?’

Ze klonk teleurgesteld.

‘Nee natuurlijk niet. Wat denk je nou zeg. Het is allemaal super link en ik heb geen zin gesnapt te worden. Dus dit is niet goed.’
‘Wat is er mis dan? Alles is helemaal uitgedacht hoor en ik zou echt niet weten wat er niet goed aan is.’
‘Nou heel simpel, als jij denkt dat een love nest van een weekje in de Ardennen genoeg is dan heb je het helemaal mis. Ik heb minimaal twee weken nodig om er achter te komen welke standjes en perverse seks jij allemaal lekker vindt. Dus moeten er twee weken vakantie zijn en moeten we de jaarwisseling maar met ander soort vuurwerk vieren. In bed wat mij betreft en met champagne.’

De volgende dag verliep zoals gepland. Beth bracht het tapijt naar haar huis om de schroeivlek af te dekken nadat ze die had geschuurd en met bijenwas geprobeerd onzichtbaar te maken wat volgens haar maar matig gelukt was. Ze had ook gekeken of er bij Chaim’s huis iets bijzonders te zien was maar dat was niet zo gelukkig. Haar eigen huis was precies zoals we het achter gelaten hadden.
Onderwijl kon ik mijn eigen etage eens goed onderhanden nemen en flink schoonmaken. Doing the domestics is zo’n beetje mijn persoonlijke therapie tegen paniekaanvallen dus ik stortte me met zeepsop dweilen en op mijn vloeren en kasten. De slaapkamer pakt ik aan en ontruimde een kast zodat Beth haar spulletjes er in kon doen. De grote kus van Klimt tegenover mijn bed werd voorzien van een spotlight en de daarnaast hangende poster ‘Kiss’ van twee lesbische meiden in een lijst gehangen. Op het plafond plakte ik glow in the dark sterren in een spiraal en om mijn bed hing ik toch maar weer mijn vlasgordijn op. Na Barb moest mijn slaapkamer weer een boudoir worden. Op tactische plaatsen zette ik kaarsen neer en ondertussen ruimde ik alle rommel en rondslingerende kleren op. Na de slaapkamer was de huiskamer aan de beurt. Ik stak een stokje sandelhout wierook aan want daar voelde ik me altijd prettig door en brandde een waxinelichtje voor mijn altaartje met Shiva, rozen, water, rijst en een foto van mijn ouders.

Sinds een paar jaar had ik een eigen symbolentaal ontwikkeld om mezelf op te peppen. Daarin kwam elementen uit Hindoeïsme en Boeddhisme samen met allerlei andere zaken.
De dansende Shiva Nataraja inspireerde me want ik hield die voor een universele verbeelding van de contante verandering die de basis vormde voor mijn leven en mijn werk. De gedroogde rozen in verschillende tinten stonden voor de liefde in al haar vormen, het water voor de kracht om te leven en de rijst voor de voeding die ik daar bij nodig had. Het branden van kaarsen voor mensen die belangrijk voor me zijn is een gewoonte geworden en twee keer per week werd er een kaarsje geofferd aan mijn overleden ouders. Aangezien mijn moeder aan het begin van de zomer het tijdelijke voor het eeuwige had verwisseld was de gedachte aan haar nog erg intens. In zekere zin rouwde ik nog steeds, zij het dat het een milde rouw was. De handelingen die bij mijn ritueel hoorden verrichte ik instrumenteel in alle rust. Ze hielpen me om rustig te worden want ik voelde de spanning in heel mijn lijf.
Op de gang scheurde ik november van het jaar af om december te onthullen. Morgen zou het 1 december zijn. Nog zestien dagen te gaan voordat ik mensen zou gaan verminken voor de rest van hun leven. En misschien, als de bom te groot was, ze vermoorden. Want ik vertrouwde er niet helemaal op dat ons bommetje klein genoeg was om niet een moordwapen te zijn. Wat wist ik nu eenmaal van bommen af? In plaats van een soort wreker voelde ik me een terrorist.
De wierook was al uren gedoofd en tot fijne grijze as vervallen toen Beth weer voor de deur stond. Na een glas wijn verdwenen we de slaapkamer in. Moe, te moe om te vrijen.

Alice © 2010