Met vallen en opstaan.

Buiten al mijn schrijfwerk op internet, mijn toneelscript uit 2007, een waslijst aan (gepubliceerde) columns in vakbladen en op internet én mijn eerdere (ongepubliceerde) romans heb ik tot op vandaag nooit een ‘echte’ schrijversloopbaan gehad. Niet dat ik het schrijversvak niet serieus neem, diegenen die mij kennen weten wel beter, maar gewoon omdat ik het zelf heel erg moeilijk vind om me als ‘schrijver’ te positioneren. Tot op vandaag.

Zoals bij de meeste schrijvers is het verschijnen van een boek een mijlpaal. Bij mij is dat niet anders. Een debuutroman is niet zomaar iets. Mijn boek, Eén latte, een cappu en een espresso, is weliswaar in idioot korte tijd tot stand gekomen (25 dagen en nachten schrijven en tussendoor geredigeerd door een schat van een corrector) maar dat wil niet zeggen dat er minder zorgvuldig mee is omgegaan of dat er minder research voor heeft plaatsgevonden. De korte tijdspanne voor het schrijven betekende dat ik eigenlijk de afgelopen maand nooit ‘uit het verhaal ven geweest’. Sterker nog, het verhaal heeft zichzelf geschreven in zekere zin.

Misschien is het wel aardig om dat schrijfproces eens te analyseren. Want hoe schrijf je eigenlijk een roman, of hoe schrijf ik een roman. Welnu, het begon met een eenvoudige aanzet tot een plot. Drie vrouwen, waarvan er eentje zo’n dikke tien jaar jonger is dan de anderen, ontmoeten elkaar maandelijks op de tweede woensdagmiddag in ‘Den Engel’ om hun levens te bespreken. Dat doen ze al tien jaar zonder ook maar één onderbreking. Tot op een dag één van de drie niet komt opdagen. Tot zover de beginplot.

Met die beginplot begon ik te werken aan een boek waar ik voor deze keer nu eens wél mijn eigen leven als een soort leidraad ging gebruiken. Mensen, situaties, plaatsen die in mijn eigen leven een rol speelden of op korte termijn gaan spelen trok ik het verhaal in en al schrijvend ontstond de ene na de andere situatie. Na een eerste week idioot veel geschreven te hebben (meer dan tien pagina’s per dag is echt nogal veel) heb ik even gepauzeerd. Tenminste als het om de tekstproductie gaat. Die rustdagen gebruikte ik om het plot door te ontwikkelen en om de nodige research te doen naar het onderwerp, situaties en locaties. Een tweede schrijfperiode volgde die net zo neurotisch was als de eerste. Wederom gevolgd door een aantal dagen research en denkwerk. De derde etappe was de zwaarste. De plot kwam zelfs voor mij onverwacht tot een afronding waardoor er op natuurlijke wijze een slot op het verhaal kwam. Eenmaal het verhaal gereed ben ik overgegaan tot mijn eigen correctieslag op het werk dat tijdens de schrijfdagen al door mijn corrector was verzet. Gevolg: na zevenentwintig dagen een afgerond én gecorrigeerd manuscript van een slordige 210 pagina’s.

De afwerking bestond uit het opnieuw vormgeven van het manuscript naar de eisen die de drukker stelt. Een flinke dag werk. Waar ik het schrijven met de nieuwste Word versie voor de Mac gedaan heb (die echt heel fijn werkt) kwam ik er al snel achter dat vormgeven van het boek in dat pakket eigenlijk niet goed kan. Het manuscript werd overgezet naar Pages en daarin bleek de vormgeving een eenvoudig maar ook wel tijdrovende klus. Er toen moest een cover komen. De cover moest niet teveel weggeven maar ook de koper triggeren om het boek te willen lezen en toch nog een relatie hebben met het verhaal. De uitgebrande Porsch Cayenne bracht uitkomst. Weer een dag werk voordat die cover naar mijn zin was. En zo kwam de totale doorlooptijd van het moment waarop de eerste woorden mijn tekstverwerker invlogen tot de PDF bestanden die nu naar de drukker gestuurd zijn op dertig dagen. Precies passend in de maand november. Mijn doel vooraf was om een roman in één maand te schrijven die niet zomaar een roman is maar een roman met een herkenbaar verhaal én een koppeling met een maatschappelijk probleem. Het is niet alleen een roman geworden in de vorm van een ongecorrigeerd en onafgewerkt manuscript maar een roman die volledig afgewerkt nu bij de drukker ligt. Voorzien van een ISBN nummer (mijn eerste want het is immers mijn debuut) en een ondersteunende website in opbouw.

En daar ligt het dan. Een stapel van 220 pagina’s (inclusief de 10 pagina’s rimram die nu eenmaal in een ‘echt boek’ thuishoren) uitgeprint, vormgegeven en voorzien van een enkele illustratie, een passende cover die (zoals het hoort) vragen oproept én netjes gecorrigeerd (hoewel er ongetwijfeld wel ergens een foutje in de tekst staat want daar lijdt elk boek onder). In dertig dagen.
Het is mijn eerste roman die het tot boek geschopt heeft. Mijn vijfde waaraan ik gewerkt heb. Na deze roman volgt over enige tijd mijn dichtbundel. Die is immers al klaar voor wat betreft de selectie van gedichten maar nog niet gecorrigeerd.

Na jaren schrijven, vallen en weer opstaan, is het nu dus zover dat ik een schrijfwerk tot boek heb durven verheffen. En in alle eerlijkheid, ik ben bloednerveus. Is het wel goed genoeg? Leest het prettig? Zitten er geen storende fouten in? Want één ding heb ik gemeen met zo ongeveer al die andere schrijvers: ik ben heel erg onzeker over mijn werk. Misschien moet dat ook wel. En wat ik ook gemeen heb met veel andere schrijvers is dat ik eigenlijk ook wel klaar ben met dit boek. Sterker nog, ik ben al begonnen aan de opbouw van het volgende boek.

Vandaag kreeg ik mijn ISBN nummer binnen en dus is die netjes in het manuscript geplaatst op de copyrights pagina. De bestanden van de roman liggen nu bij de drukker. Over een week heb ik het boek in mijn handen. Tenminste, de proefdruk. De verkoop kan beginnen. En voor iedereen die dit het nu nog niet begrepen heeft: koop hem!

Alice © 2010