Vreemde dagen.

De maand loopt net als het jaar naar haar einde. Nederland schakelt net als een groot deel van de wereld uit. Komend weekend is voor de meeste mensen voorbehouden aan samenzijn met familie. De ‘familieweek’ van het jaar gaat weer van start morgen. Kerstavond, 1e kerstdag, 2e kerstdag en dan een pauze tot oudejaarsavond. Dagen waarin de meeste mensen naar elkaar toe kruipen.

Maar niet iedereen. Niet iedereen heeft (nog) die familie of die vriendenkring die niets liever doet dan samen de dagen warm maken. Er zijn zelfs veel mensen die dat moeten ontberen en die deze komende week maar liever overslaan. Wèg met al die toestanden. Ze isoleren zichzelf van die wereld die er eigenlijk niet voor hun is. Je komt ze tegen, op de straten, in een enkele kroeg. Alleen achter een tafeltje met een kop koffie voor zich. En dat zijn dan nog degenen die er in slagen om in de wereld te blijven bewegen. De anderen zijn weggestopt, uit zicht. In een tehuis of verzorgingshuis of alleen thuis. Ze zijn niet te benijden.

Maar er is nog een groep. Mensen die soms al jaren eigenlijk niet goed weten wat aan te vangen met deze periode. Mensen die alleen leven omdat ‘die ene’ er voor niet of niet meer is. Die de kerstdagen vullen met een bezoek aan familie en vrienden en vooral genieten van het gezelschap dat er op sommigen moment dan toch wel blijkt te zijn. Maar die na afloop alleen naar huis gaan en waarbij er in het donker geen andere ademhaling te horen is dan die van henzelf. De laatste jaren behoor ik tot die groep. Ik noem ons maar de kerst-ambivalenten. Alle gedoe rond deze tijd doet ons niet veel. De overspannen toestanden van een uitgebreid kerstdiner stoten eerder af dan dat ze aantrekken. Het gezelschap is leuk zolang we maar niet hoeven te denken aan de pijn die er is wanneer ’s avonds het licht uit gaat.

Dit jaar is de eerste kerstdag vol bij mij. Alle kinderen. Eén van de zeer weinige keren dit jaar dat we ik alle drie om me heen heb. Een dag waarop warme chocolademelk, sneeuwballen, spelletjes en een simpel kerstdiner er zullen zijn, waarop we ons aan elkaar zullen warmen en ik zie er naar uit. De tweede kerstdag is een onverwachte. Een onverwachte uitnodiging om de middag en avond door te brengen bij een vriendin. De dagen er na staan in het teken van ‘rommelen in huis’ en gewoon werken. Websites bouwen, boeken afleveren, schrijven, werken aan de documentaire en eindelijk dat videomateriaal editen dat al weken ligt te wachten. Afronden dus van zaken die afgerond moeten worden.

De grote vraag wordt natuurlijk hoe ik die oudejaarsavond ga doorbrengen. Eigenlijk is er niemand om naar toe te gaan en die paar plekken die me wel trekken leveren zonder uitzondering een link logistiek probleem op. Na de twaalf slagen gaat het misschien nog een paar uurtjes door maar thuiskomen is dan niet meer te doen en een slaapplek is er niet. Wat me verhindert om er naar toe te gaan. Misschien dan maar in mijn eigen stad in alle anonimiteit ergens uitgaan? Dat trekt me helemaal niet. Ach ik zie wel. Zoals de meeste jaren zal er wel weer een oplossing komen. Het wordt uiteindelijk gewoon 1 januari. Ook deze keer. Maar oliebollen ga ik niet kopen en champagne ook niet.

Misschien dat volgend jaar eindelijk weer beter zal zijn. De voortekenen zijn niet slecht.

Alice © 2010