De kaarsen die ik dit jaar met Kerst brand.

Deze Kerst zal de eerste zijn zonder mijn ouders nu deze zomer ook mijn moeder mij werd afgenomen door wat zo bij het leven hoort. Het is me onmogelijk om deze dagen te vieren. Het enige dat past is stilte en een dag met mijn dierbaarste schatten om mij heen. Ze was tenslotte hun oma.

De kaarsen die ik dit jaar met Kerst brand
zijn alleen voor jou, echt voor jou alleen.
Het is onmogelijk niet een leegte te voelen
want op mijn hart, op mijn hart ligt een steen.
Nu ik deze keer niet in je ogen kijken zal,
omdat je uit mijn leven, mijn leven verdween.
En ik niet je hand in de mijne nemen kan,
besef ik, besèf ik: een mens is slechts te leen.

Pas als je moeder sterft wordt je volwassen
geen kind meer, geen kind meer zal ik zijn.
Wanneer de laatste adem dan verwaaid is
rest slechts, rest slechts  een milde pijn.
Die laatste dagen die we samen kregen
die laatste dagen, díe dagen waren fijn.
De laatste uren van dat zware lange leven
een ondraaglijk, ondraaglijke zware tijd.

De kaarsen die ik dit jaar met Kerst brand
zijn alleen voor jou, echt voor jou alleen.
Wat rest zijn nu mijn gedachten en verleden
aan lieve jaren, die jaren die verdwenen.
Er niet alles gezegd en zeker niet geschreven
dat tijd te kort, veel te kort is zo gemeen.
Toch hoop ik dat jij daarboven naar me kijkt
en trots bent, trots op mijn kleine leven.

Alice Verheij © 2010