Vogels in de sneeuw.

Achter mijn huis is een groot plat dak. Het zal zeker vijftig vierkante meter beslaan en het ligt op gelijke hoogte met mijn balkon. In de zomer zou het bruikbaar kunnen zijn als zonneterras of zo. Nu is het één van die weinige sneeuwvlakten in de stad die nog geheel onaangeroerd haar maagdelijkheid tentoonspreid. Geen verschil tussen verse sneeuw en die er al dagen ligt. Als je heel goed kijkt zijn er de afdrukken te zien van de pootjes van een paar katten. Niet die van mij want die houdt niet van de koude en blijft liever op de hoek van mijn bed tussen de gordijnen door naar dat dak kijken. Uren lang. Naar vogeltjes.
Op een paar plaatsen kan je, als je nog beter kijkt, ook de afdrukken van de pootjes van vogels zien en soms een wat onduidelijk sleepspoor dat meer ruimte vraagt.

Ik kijk net als mijn poes graag naar dat dak. Sinds twee dagen wordt het oppervlak gedeeld én bevochten door een rode kater die in permanente staat van staakt het vuren leeft met mijn poes, een duif die single is en twee eksters die met elkaar spelen. Het kleine grut van kleumende mussen tel ik niet mee. De meest intrigerende bewoners zijn toch wel die zwart-witte geestverwanten van kraaien. Ze zijn een brutaal duo en ze houden van plagen zo te zien. In dit jaargetijde immers houden vogels zich vooral bezig met een algehele winterdufheid en een doorlopende jacht op voedsel. Zo niet deze twee.

Kijk, daar komt hij (hij is de grootste van het stel) met een glijvlucht naar de rand van het dak. Amper twee seconden later is de ander er in een poging op precies dezelfde plek te landen, een sleepspoor in de sneeuw achterlatend wanneer de uitgespreide staart aan het eind van de glijvlucht wat losse sneeuw doen opstuiven zonder die te raken. Aangekomen op de bestemming vliegt de eerste op om op een tak te gaan zitten kijken. Nummer twee vliegt op naar de tak met als gevolg weer een glijvlucht van de eerste naar een ander deel van het dak. De rituele dans herhaalt zich nu al meer dan een uur voor mijn ogen. Het is het spel van elkaar aantrekkende en afstotende geliefden. Zo te zien zijn ze al lang een stelletje, eksters zijn dat levenslang en kunnen wel dertig jaar worden. De zwarte vogels met de helder witte tekening en brutale houding komen al een tijd op dit dak. Ik begin ze te kennen. Andere vogels (mits kleiner) worden getolereerd als vluchtelingen door mensen. Grotere, zoals de meeuwen die hier vlak bij zee zo vaak pogen neer te strijken, worden van het dak verjaagd. Het koppel verdedigd haar territorium. Komt de kat in de buurt dan laten ze die even schrikken om zich snel uit de voeten te maken. Ongrijpbaar voor de snelle maar toch altijd net te trage indringer.

Zo af en toe merkt één van de twee iets op en gaat op een metertje afstand er van zitten om met kleine sprongetjes en gespreide vleugels zijwaarts steeds dichterbij te komen. Totdat de lust gewekt is of niet. In het eerste geval wordt de schat gepakt en meegenomen, in het andere verdwijnt de interesse. Tenminste, zo vergaat het in de maanden voor het nestelen. In deze tijd is de interesse beperkt tot voedsel vinden en spelen. Eksters zijn van die vogels die je niet hoeft te voeren, ze vinden altijd genoeg. ‘Een vliegende kraai vangt altijd wat’ gaat immers in letterlijke zin ook voor de ekster op. Het duo op mijn dak is een krachtig stel dat het territorium beheert en bewaakt gedurende een groot deel van het jaar. Ik kan me natuurlijk vergissen maar het lijkt wel of ik ze elke maand wel een paar keer zie hier.

Nog steeds gaat het spel tussen de twee mooie vogels door. Elkaar achtervolgend en plagend. Heel af en toe zitten ze even bij elkaar, om te genieten van elkaars gezelschap wellicht. Door mijn hoofd speelt dat oude volksgeloof dat deze vogels allerlei kwade eigenschappen toedicht. Misschien omdat ze door hun soms agressieve gedrag wanneer ze kleintjes hebben zo op ons lijken? Maar ik denk, nu ik deze twee zie spelen, ook aan dat ene hoopvolle bijgeloof: één ekster brengt je onheil, twee brengen je geluk. Gisteren zag is ze voor het eerst deze maand en stilletjes hoop ik ze nog heel lang samen te zien.

Alice © 2010