Verloren uurtje.

Vanmorgen heb ik me verslapen. Eigen schuld. Nooit vertrouwen op een iPhone om je te wekken. Hoewel, het was de derde en volgens ome Steve moest het wel werken vandaag. Die software wekker. Het zal wel.
Ik heb veel liever een opwindwekker op een schoteltje met muntjes. Zo eentje met twee bellen bovenop en een klepel die op de ingestelde tijd die bellen laat rinkelen op een zodanige agressieve wijze dat het hele wekkertje staat te dansen op het schoteltje met muntjes (liefs van echt zilver want dat klinkt mooier) die vrolijk zich laten horen.
Zodat ik die wekker met gesloten ogen kan vinden en me niet met subtiliteiten als het vingeren van een touchscreen hoef bezig te houden maar het ding gewoon kan oppakken om hem door de kamer te slingeren. Terwijl die dan niet een gebroken display heeft maar de volgende morgen hoogstens met een extra deukje weer mishandeld kan worden.

Ik heb me dus verslapen.

Daardoor kon ik mijn psych met de mooie ogen niet ademloos aankijken en verdrinken in die kijkers van haar. In een half uurtje van de Mient naar Voorburg ga ik niet redden immers. Zelfs niet met de heli die ik pas van Adam Curry gejat heb. Het tanken van dat kreng duurt al langer. Dus zat er niets anders op dan heel rustig ontbijten met mijn lieven kleine knul aan tafel. Ouderwets. Boterhammetjes, sapje, melk, kopje koffie. Keuvelen.
De ochtend (die eigenlijk de vroege middag was) verstreek in een aangenaam sloom tempo terwijl ik me vermaakte met het gerommel aan de website van vrienden van me. Updates draaien, teksten aanpassen, nieuwe menukaarten plaatsen. Dat werk. Junior speelde ondertussen vol overgave Angry Birds op de iPhone die ik dus als wekker afgekeurd heb.

Daarna naar Den Engel. Beetje kletsen en onderweg de flyers voor mijn boek ophalen bij de drukker. 100 stuks, meer dan het aantal boeken dat ik bij een andere drukker besteld heb. Na den Engel de stad in want het wordt de nieuwe Narnia vanavond. Mijn zijn tweetjes, heel genoeglijk. Pizza’s eten tegenover de bios en daarna een kop koffie in de bios. De enige bios in Den Haag die van mij filmtheater genoemd mag worden. Pathé Buitenhof, vroeger Tuchinsky geheten. De enige bioscoop met grandeur. Marmer op de vloer van de hal, gietijzeren trapleuningen en verlichting binnen die het een theater maakt. De rest van de bioscopen in mijn zo 21e eeuwse kille stad blinken uit door chroom, beton en tl licht. Ik haat dat.

In het verloren uurtje voor Narnia surf ik over de site van het Filmatelier in Den Haag. Shaffy komt voorbij en ik wordt vanzelf blij. Er worden nog mooie dingen gedaan in mijn stad. En ik schrijf dit stukje. Een overweging bij de dag aan het begin van de avond, hopend op de nacht die volgt. Straks in de stilte van mijn slaapkamer vloeien de woorden weer mijn nieuwe roman in, ik voel ze tegen de binnenzijde van mijn hersenpan drukken en dringen. Ze zijn met zoveel. De aardigheid is dat ik tevoren weet dat ik weer mijn iPhone instel op negen uur in de morgen en ik nu al zeker ben dat ik het ding weer niet hoor. Want ik wil me verslapen. Pas morgenmiddag hoef ik in de stad van mijn hart te zijn. In mijn stamkroeg om te flyeren én om te praten over de film die ik zelf maak dit jaar. En misschien, heel misschien lukt het me deze keer wel om iemand enthousiast te krijgen voor het idee en de vorm die ik voor ogen heb.

Maar eerst maar weer verslapen straks, nà de film.

Alice © 2011