De hand van de regisseur.

Ik hou er van om als ik in de nacht niet schrijf naar een film te kijken. Het punt is dat ik niet in staat ben om de hele nacht te slapen. Net als dat ik niet in staat ben om de ochtenden productief te zijn. Mijn etmaal speelt zich in bewuste zin af tussen het einde van de ochtend en het duister van de diepe nacht. De slaap laat zich gelden tussen het diepe duister en de vordering van ochtend.

Ik hou van de avond, ik hou nog meer van de nacht. Ik hou van de stilte waarin gedachten vrij kunnen stromen en zich uitstorten in mijn wereld in de vorm van mijn vingers die al touch typend woorden weven tot teksten. Net zo goed hou ik van de intimiteit van de nacht om in het donkerste donker naar een goede film te kijken en mij mee te laten slepen in het verhaal of in de personage die me in de film het meeste nabij staat.

Ik schrijf veel. Steeds meer. En ik kijk veel films. Ook steeds meer. Na verloop van tijd heb ik gemerkt dat ik de taal van film steeds beter begin te begrijpen. De camerastandpunten, de beeldwisselingen, de kleuren en mate van beweging. Allemaal passend op een verhaallijn als een strak gesneden jurk. Afhankelijk van de kwaliteit van de regisseur een meer of minder goed passende jurk. Net zoals schrijvers te herkennen zijn aan hun typerende stijl is het me goed mogelijk, wellicht zelfs nog beter dan bij schrijvers, om te herkennen welke regisseur de film gemaakt heeft.

Net als favoriete schrijvers en favoriete stijlen om in te schrijven heb ik favoriete regisseurs en favoriete cinematografische stijlen. En favoriete films en favoriete scènes. De longshot van Atonement kan ik niet vaak genoeg zien juist om de kwaliteit van die reis door de gekte van een oorlog die in één shot alles duidelijk maakt. Geen oorlogsfilms is zo helder als slechts deze ene shot. De allegorische metaforische waanzin van Mulholland Drive maakt het nog steeds tot één van mijn favoriete films en David Lynch tot één van mijn favoriete regisseurs. Als het gaat om de verbeelding van de kwetsbaarheid van de mens blijft Almodóvar onverslaanbaar en dat heeft niet zozeer te maken met zijn liefde voor Penelope Cruz die goed te vergelijken is met de erotisch geladen liefde van Hitchcock voor platinablonde actrices als wel met zijn inlevingsvermogen in zijn kwetsbaar sterke karakters die soms zo dichtbij dat van mij liggen. En sinds enige tijd is er een regisseur bijgekomen die me met iedere film die hij maakt mij meer weet te verbazen. Julio Medem.

Sinds zijn ‘Lucia y el sexo’ ben ik de vier jaar ouder dan mij zijnde regisseur gaan volgen. Ondanks dat hij al een behoorlijk oeuvre heeft is hij me dus pas de laatste tijd gaan opvallen. De oorzaak daarvan ligt bij mijzelf denk ik want soms zie je gewoon niet wat voor je ogen ligt te wachten op je blik. De Spaanse regisseur uit het Baskische San Sebastian is met Almodóvar op dit moment onbetwist de beste regisseur uit dat land en waar de eerste minder uitdagend en vernieuwend wordt is juist deze Julio Medem steeds boeiender.

Vannacht heb ik zijn nieuwste film ‘Room in Rome’ gezien. Het is een film over twee vrouwen die elkaar ontmoeten in een hotelkamer in Rome en ongeacht de ogenschijnlijke heteroseksualiteit van één van hen een liefdesrelatie ontwikkelen die zo mooi verteld en zo perfect in beeld wordt gebracht dat aan het eind van de film alleen maar ontroering over blijft. Het is de meest erotische film die ik ooit gezien heb, niet omdat die erotiek de drager van de film is maar de spanning tussen de vrouwen zo geweldig in verhaal en beelden vertaald is dat het welhaast onmogelijk is om niet te dromen over precies zo’n ontmoeting als die tussen deze twee vrouwen. De keuze van Medem was om het oorspronkelijke verhaal waarin er sprake van een man en een vrouw was om te vormen naar een verhaal met twee vrouwen. De wijze waarop hij dit heeft gedaan is zo verbijsterend mooi en integer en getuigd van zoveel gevoel in relatie tot de vrouwelijke psyche dat het nauwelijks te vatten is dat een man deze film gemaakt heeft. Nergens in de film komt een spatje heteronormativiteit of machismo voor, iets wat bijna geen mannelijke regisseur weet te voorkomen. Wel wordt er met veel humor gekeken naar de vrouwelijke seksualiteit in deze film en die dan vervolgens op een esthetisch prachtige manier in beeld wordt gebracht.

Die kwaliteit van Medem, zijn niet normatieve wijze van filmen en zijn weglating van de eigen referentiekaders bepalen zijn handtekening. Het maakt het wachten op zijn volgende film op voorhand te lang. Het is bijzonder dat deze regisseur van de documentaire ‘La pelota vasca’ waarin hij het Baskisch nationalisme in beeld bracht in staat is om ook met dit meesterwerk zo los van zijn eigen persoon een film te maken.

Misschien is het dat Amodóvar en Medem bij mij favoriet zijn omdat zij beiden meestal zelf verantwoordelijk zijn voor het script van hun films. Hetzij als schrijver, hetzij als dramaturg. De hand van deze regisseurs is in die zin voor mij herkenbaar als de hand van de schrijver waarin het verhaal leidend is en het beeld de esthetische vertaling van het verhaal. Zo ongeveer als Ettore Scola’s onevenaarbare ‘Una Giornata Particolare’ dat vierendertig jaar terug ook was.
Mij doet ‘Room in Rome’ verlangen naar net zo’n kamer en ik weet zeker dat ik daarmee niet de enige ben.

Alice Verheij © 2011