Einde winterdepressie.

De afgelopen weken waren zwaar. Ik kan niet tegen het duister van de winter, de grijsheid van de straten en de zwaarmoedigheid van de regen. Noch tegen de kilheid van het land en de desinteresse van de mensen. Ik moet weer vechten om niet weg te zakken in een diepe depressie maar ik weet ook dat zodra de zon zich laat zien, beter nog: doet voelen, die depressie-neiging en dreiging het raam uit vliegt. Alleen het duurt nog zolang voordat die zon er weer zal zijn.

Toch zet de winterdepressie in tegenstelling tot haar meteorologische evenknie zich niet door. Omdat ik een manier gevonden heb om me er aan te onttrekken. Het voorbereidende werk aan mijn documentaire, het project waar ik het komende jaar en misschien wel de komende jaren aan zal werken, begint haar vruchten af te werpen. Vruchten in de zin van contacten met de juiste mensen om me te stimuleren en inspireren, vruchten in de zin van de mogelijkheid om de eerste fase van het werk aan te vangen en mogelijkheden om samen te gaan werken met diezelfde mensen op een manier die mij de zekerheid geeft dat wat er gemaakt gaat worden ook de kwaliteit krijgt die ik verlang.

Gesprekken over de documentaire over de vluchteling uit Bhutan, het verhaal van Ram, hebben me duidelijk gemaakt dat het unieke van het werk niet zit in het specifieke van het verhaal van mijn hoofdpersoon of zijn volk. Ook niet in het feit dat ik bezig ben om zijn verhaal cinematografisch te reconstrueren. Het unieke zit hem er in dat ik dat doe. Het is meteen ook de reden waarom alleen ik dit kan maken en een ander dat niet zal kunnen. De uitkomst is het besef dat er een verwantschap is tussen mij en mijn hoofdpersoon en dat dit besef bepalend is voor wat ik maak. Voor hoe ik dat maak en wat er te zien zal zijn.

De verwantschap is het besef beiden een vluchteling te zijn. De een ontheemd in letterlijke zin. De nader ontheemd in figuurlijke zin. Waar ik de pijn herken van de man die zijn familie nooit meer tegelijk op dezelfde plaats zal kunnen zien is dat omdat ik zelf hetzelfde ervaar vanuit een ander perspectief. Want ook ik zal mijn familie nooit meer allemaal tegelijk bij elkaar zien. Mijn ouders zijn er niet meer en mijn zus wil mij niet meer zien. Mijn ‘familie’ heeft zich in mijn beleving gereduceerd tot mij en mijn kinderen en zo nu en dan een contact met neven of nichten. Buiten dat is er niets meer en dat maakt me in zekere zin ook ontheemd. De pijn in de ogen van mijn hoofdpersoon is deels dezelfde als mijn pijn. Net als hij heb ik een nieuwe familie gekregen van vrienden. Ik ben geen eenzaam mens hoewel ik dat lange tijd dacht te zijn, ik ben juist een rijk mens met waardevolle anderen om me heen.

Het resultaat zal zijn dat wat ik aan het maken ben net zo nadrukkelijk over mij zelf gaat als over mijn hoofdpersoon. Het wordt daarmee een documentaire waarin ik niet alleen zijn verhaal vertel maar ook het mijne. Dat laatste niet expliciet maar impliciet doordat ik de verteller ben en doordat dat ook zichtbaar zal zijn. De ene vluchteling verteld het verhaal van de andere vluchteling. Naarmate ik (geholpen door die donkere winter) mezelf verder dissocieer met mijn wereld wordt het gemakkelijker om me te identificeren met de wereld van die ander. Ik weet natuurlijk best wel dat het mij bijkans onmogelijk is om een werk te maken zonder dat het begrip ‘gender’ de kop op steekt. Simpelweg omdat ik dat werk maak en mijn achtergrond en verleden altijd een rol zullen spelen in de manier waarop ik naar de wereld kijk.

Het mooie is dat het me nu lukt om die mensen om me heen te verzamelen die me precies die inspiratie en feedback geven om dit werk te maken. Ervaren mensen met geweldige kwaliteiten én die mij begrijpen. Maar die me ook een kant op sturen die er voor gaat zorgen dat er niet zomaar de zoveelste documentaire ontstaat over vluchtelingen maar een documentaire over de betekenis van het woord vluchteling. Zoals vanmorgen in een heel bijzonder gesprek met iemand duidelijk werd dat de woordenboek beschrijving van het begrip niet juist is omdat die veel te beperkt is. Van Dale zegt er immers dit over:

vluch·te·ling de; m,v -en, vluch·te·lin·ge de; v -n iem die op de vlucht gaat of is: politieke, economische ~ iem die zijn of haar land om politieke, economische redenen ontvlucht

Die vluchteling ben ik niet. Maar ik ben wel die andere vluchteling. Degene die een leven ontvlucht is en een totaal nieuw leven opgebouwd heeft met andere waarden, andere mensen, andere gevoelens en andere wetmatigheden, uitdagingen en passies. Die op zoek is en dat nog een lange tijd zal blijven om misschien nooit te vinden wat er gezocht wordt omdat er geen dekkende omschrijving is van het gezochte. Ik raak de verbindingen met de wereld waarin ik leef steeds meer kwijt en dat is geen verlies maar juist winst omdat het me steeds verder vrij maakt.

Op mijn scherm zie ik in het hoekje rechtsboven het dropbox venstertje naar boven komen met de melding dat er bestanden zijn geplaatst. Mijn werk stroomt langzaam mijn computer in. It’s time to go. In meerdere opzichten. Weg van de winterdepressie.

Alice © 2011

2 thoughts on “Einde winterdepressie.

  1. Ik kan me zo voorstellen dat je denk ,, zou er nu geen mens meelezen.denken of voelen” ?

    Hier is dus het bewijs.

    Dank voor je in ieder opzicht mooie verhaal.Was & is ook een feest der herkenning : weet veel van vluchtelingen en hun hel en die valt niet te beschrijven.Wij witten zij daar bang voor….

    Groet

    ik heb via andere, zwaar “geselecteerde ” sites je blogs onder de aandacht gebracht

Reacties zijn gesloten.