Avond in Boudanath.

Hé hallo, kijk me eens het gras zien groeien. Hé hallo, kijk me eens de wolken zien breken hier slapend in het gras.

Acda en de Munnik zingen vanavond mijn gevoel. Alleen op een kamer in een guesthouse dat grenst aan een Tibetaans klooster in het hart van Boudanath, de Tibetaanse wijk in Kathmandu. Alles in me doet me beseffen dat ik op de mooiste plek van Kathmandu ben. Het gesprek voor het eten met de Fransman die hier al tijden verblijft en die me door de donkere steeg galant naar deze plek brengt. En met de Aussie die hetzelfde doet na het eten als ik alleen door de straten loop met een klein handlampje dat me uitgeleend is door de vriendelijke Nepalees van Tibetaanse afkomst achter de receptie. De mannen zijn galant naar me en er ontspinnen korte maar leuke gesprekken. Met die Aussie zou ik wel een pint willen pakken net als een goed glas wijn met de Fransman.

Dit deel van Kathmandu in de avond die ‘s avonds om negen uur al gelijkenis vertoond met het diepe donker van de Nederlandse nacht, het is een wonderlijke plaats bevolkt door een mengeling van Nepalezen, Tibetanen en paradijsvogels van over de hele wereld die hier hun tijd door brengen. Van meisjes van de universiteit van Wageningen tot mensen die de wereld rond reizen op zoek naar iets dat ze nooit zullen vinden of juist al jaren gevonden hebben. Een bont gezelschap van reizigers over afstand en tijd. Mensen die eigenlijk als vanzelf heel dicht bij me lijken te staan juist omdat ze ieder voor zich iets bijzonders hebben. Reizigers, dolers misschien of bohémiens maar in ieder geval in veel opzichten intrigerende mensen die de wereld bevolken op een manier die ze interessant maakt. Niet gebonden aan één lokatie, geen bewoners van een vast plek of een huis.

Mijn lijf gloeit van de vandaag opgedane warmte die vastgehouden wordt door mijn huid. Mijn rug die door de zon flink onder handen genomen is en die nu dus warm aan blijft voelen. Net als mijn armen. De huid van mijn gezicht is wat stugger geworden de laatste dagen. Door de warmte in combinatie met het stof uit de oostelijke Terai, uit Japha. De beelden van de vluchtelingenkampen spoken in mijn hoofd en even denk ik aan die vrouw die me op een middag thee gaf. De gastvrijheid in gebondenheid en armoede is zoveel warmer dan de gastvrijheid van een vrij en rijk mens. Onbaatzuchtigheid is regel wanneer je weinig hebt en de wereld jouw wereld beperkt tot een paar vierkante kilometers met tienduizenden buren in duizenden hutten in tientallen blokken en een zevental kampen. Naarmate ik er langer over nadenk wordt de wereld me absurder. Het beeld dat sommigen kunnen hebben van relatief comfortabel levende vluchtelingen die door de internationale gemeenschap in goede gezondheid worden gehouden in een beschermde omgeving is hoewel voor de hand liggend zo ontzettend vals. De beklemming van het niet hebben van de vrijheden die ik en de meeste mensen vanzelfsprekend vinden grijpt me naar de keel zodra ik ie besef. Verdreven uit het eigen land, levend in primitieve omstandigheden en geen zicht op een verbetering van de situatie tenzij je er voor kiest om je naar een geheel andere wereld te laten verplaatsen. Om zicht te hebben op een nieuw en wel volwaardig en menswaardig leven. Misschien niet zozeer voor jezelf maar dan wel voor je kinderen.

Het is te gek voor woorden dat zoveel mensen dat moeten meemaken. Net zoals het te gek voor woorden is dat zoveel andere mensen denken dat hun vrijheid vanzelfsprekend is. Morgen interview ik iemand die jarenlang als politiek gevangene in een Bhutaanse gevangenis heeft moeten overleven. Die gemarteld is omdat hij opkwam voor zijn volk om in ongenade te vallen bij zijn feodale koning. Omdat hij opstond, omdat hij niet accepteerde dat hij en de mensen uit zijn bevolkingsgroep achtergesteld en onderdrukt werden, beroofd werden van burgerrechten als recht op onderwijs en gezondheidszorg. Omdat een koning en zijn entourage besloot dat zij zich niet meer mochten kleding in hun eigen kleding maar moesten kleden in de kleding van de minderheid die door diezelfde koning als ‘Bhutaans’ werd gezien. Omdat hij niet kon verkroppen dat hij zijn eigen taal niet meer mocht spreken en dat zijn lotgenoten als illegale immigrant werden aangemerkt, zelfs generaties nadat hun voorouders in dat land zijn komen wonen. Ik vraag me vooral af wat dat alles met deze man gedaan heeft. Zeker omdat een deel van zijn volk hem als de Nelson Mandela van de Zuid Bhutanen ziet terwijl een ander deel hem als een hinderpaal op weg naar een nieuw bestaan ziet. Ik zal vragen stellen, hij zal antwoorden. Zal ik de goede vragen stellen? Zal ik hem leren kennen? En zijn drijfveren? Morgen zal het duidelijk worden in een tuin in de Tibetaanse wijk van Kathmandu. Eigenlijk een bijzondere omgeving omdat juist in die Boeddhistisch gekleurde omgeving het verhaal van Tek Nath Rezal zoveel meer van waarde kan zijn. Als ik mijn werk goed doe.

Alice © 2011

 

One thought on “Avond in Boudanath.

Reacties zijn gesloten.