Retour Kathmandu.

Ik ben weer terug in Kathmandu, een stad die in al zijn chaos een soort tweede woonplaats is geworden. De afgelopen twee weken heb ik doorgebracht in de oostelijke Terai, de laagvlakte in Nepal. Niet een gebied waar toeristen naartoe gaan tenzij ze van thee houden. Ilam heb ik niet gehaald en naar Taplejung in de bergen ben ik ook niet geweest. Stakingen en een bruiloft weerhielden me.

Wel ben ik in verschillende vluchtelingenkampen geweest om te filmen, mensen te spreken en schrijvers en dichters te ontmoeten. Met zo’n veertien uur video in mijn tas ben ik gisteren weer in de stad aangekomen met een binnenlandse vlucht, een sprongetje van een kwartiertje waarmee een busrit van een driekwart dag werd voorkomen. De ervaringen in de vluchtelingenkampen en de onverwachte bruiloft nog vers op het netvlies.

Filmen in vluchtelingenkampen is een vreemde gewaarwording. Je bent als filmer getuige van het leed van veel mensen, van schrijnende armoede en nog schrijnender uitzichtloosheid. Het luchtballonnetje van beschaving dat door het westen is vol geblazen loopt voor je ogen en voor de lens van je camera in rap tempo leeg. De kampen waren verschillend én allemaal hetzelfde. Het verschil was vooral te vinden in het Goldhap kamp dat op 22 maart zo tragisch getroffen werd door een brand die zo goed als alle hutten (huizen zijn het niet) in de as legde. Het Sanischare kamp dat op dezelfde dag getroffen werd is er beter aan toe. Minder slecht bedoel ik. De mensen in Goldhap voor zover ze nog niet verplaatst zijn naar een ander kamp leven in tijdelijke shelters die bestaan uit bogen van bamboe met een stuk landbouwplastic er over heen gespannen. Voorzieningen zijn er niet, drinkwater is een probleem, elektriciteit en dat soort zaken zijn er niet meer. Alleen wat gebouwen van de school en de verschillende instanties staan nog overeind. Mensen die in een uithoek geïsoleerd leven omdat hun hutten niet verwoest zijn mogen niet zomaar naar een veilige plek in het kamp verhuizen want pas als de mensen van de UNHCR aangeven dat zij aan de beurt zijn om te verplaatsen mag dat. Zolang staan zij bloot aan de risico’s van aanvallen door dieren uit de jungle (olifanten laten zich regelmatig zien in het kamp) en plunderaars. Ze zijn bang.

Ik kan niet voorkomen dat ik met de nodige boosheid in mijn lijf terug gekeerd ben. Niet verwonderlijk gezien de ellende die ik heb moeten aanzien hier. Ondanks mijn respect voor het werk van de UNHCR en verwante organisaties blijft er vooral een gevoel van collectief tekortschieten bij me achter. De blijvende ontkenning van Bhutan van de rechten van zijn eigen inwoners maakt me boos. Notabene een land waar ons land geld in steekt, blind als we zijn voor de permanente schending van de rechten van deze mensen door de regering en koning van dat land. Maar ja, veel kan ik er niet aan doen anders dan de situatie vastleggen in beelden en woorden om dat te laten zien.

Op verzoek van Bhutan Media Society (een collectief van Bhutaanse journalisten in ballingschap die zich inzetten voor de belangen van hun landgenoten) heb ik een video samengesteld over de overhandiging van donaties die via internet zijn samengebracht aan de slachtoffers van de branden in de kampen. Hier kun je hem bekijken:

Alice © 2011