Een boerderij in de Terai.

In het zuidoosten van Nepal, in de in deze tijd van het jaar zinderende laagvlakte van de Terai, staat een boerenhuis. Het is een huis op palen waar boven geslapen en beneden op de deel geleefd wordt. Er omheen palmen met kokosnoten en andere vruchten, bananen en mangobomen, een maïsveld en graanvelden. Naast het huis staat een simpele half open schuur met een os en een melkkoe, een geit en op het erf een paar kippen, een haan, een paar handenvol kuikens en een groepje eenden. Langs de weg de waterput waar je vers grondwater naar boven kunt halen dat niet vervuild is. Gewoon even filteren en dan kan je het opdrinken. Onder het dak van de deel hangen touwen gespannen waarover heen tientallen maïskolven hangen te drogen. Stoelen zijn er niet, wel lage krukjes en matjes zodat je eigenlijk zo goed of helemaal als op de grond zit. Een tafel is dan niet nodig wat het leven eerder gemakkelijker maakt dan ingewikkelder. Tafeldekken is op deze plek iets wat de mensen niet begrijpen.

De zon komt ‘s morgen om een uurtje of vijf op en gaat ‘s avonds rond zeven uur onder, het land binnen een uur tijd in absolute duisternis hullend. Het heeft tot gevolg dat de mensen het ritme van de afwisseling van licht en donker automatisch volgen. Na zonsondergang lang opblijven is zinloos want elektriciteit, wie heeft zoiets nu eigenlijk nodig, is er vaak niet en blijven liggen lang na zonsopgang is zinloos als je alleen ligt. Het leven op de boerderij verloopt in een ritme dat zich volledig verhoudt met het ritme van de omgeving. Zelfs de onstuitbare onweersbuien die van de vanuit de bergen met grote regelmaat het einde van weer een hete dag inluiden en gedurende de nacht het land geselen met harde regen, verstoren dat levensritme niet. Wassen doe je in een washok vanuit een teil water dat je net daarvoor uit de put naar boven gehaald hebt. Het toilet is een aanpalend hok met een gat in de grond dat in een gierput uitkomt die soms geleegd wordt.

Eten is iets dat je hier doet omdat eten bij het leven hoort. Het is niet een sociale gebeurtenis maar een noodzakelijkheid. Het maal is schaars een eenzijdig maar het went vanzelf na een tijd. De dagen worden doorgebracht met werken op het land, naar het dichtst bij zijnde stadje lopen dat op een uur loopafstand ligt en het met elkaar de tijd verpozen. Die wandeling naar de stad wordt soms vervangen door een fietstochtje van twintig minuten maar dat je dan wel de mogelijkheid ontneemt tussen de rijstvelden met reigers door te wandelen. Haast is hier zo volslagen overbodig dat die wandeling het gemakkelijk van de snellere fietstocht wint zolang je niet al teveel boodschappen hoeft te sjouwen. Het stadje is overigens van een rommeligheid die je al snel weer naar de rust van de boerderij doet verlangen. Wanneer je vanuit de kleine slaapkamer op de woonetage naar buiten kijkt gaat je blik tussen de hoge kale stammen van de palmen door om zich te vestigen op een tweetal vergelijkbare boerderijen even verderop. Loop je de weg voor het huis af de flauwe bocht door dan kom je bij de grote stenen bank die een ontmoetingsplaats is en waarboven een notenboom staat die harde noten produceert die eenmaal gebroken een romige vulling met een vage smaak van perziken hebben. De noten worden als medicijn gebruikt en staan bol van de vitaminen. Ze zijn ook nog eens bijzonder lekker. Net als de kleine bananen met zoveel meer smaak dan de melige exemplaren die in westerse supermarkten worden verkocht.

Het zal niet verbazen dat het leven op de boerderij met al zijn eenvoud heerlijk is. Je zult maar schrijver zijn en de gelegenheid zijn om een tijd op deze plek je te kunnen terugtrekken. Een meer inspirerende en tegelijk rustige plaats om te schrijven is nauwelijks voor te stellen. Eigenlijk is de boerderij als een eiland van rust en op eilanden wil iedereen wel een tijdje verblijven. Mijn boerderij staat in Damak dorp, een verzameling boerderijen, een buurtschap eigenlijk, dat even buiten Damak stad ligt. Ze wordt bewoond door een familie die bestaat uit de vader en moeder, drie dochters en twee zoons. Een familie die als vanzelf alles delen met wie er bij hun leeft, zonder vragen, zonder iets retour te verwachten. Met een gastvrijheid die alleen arme mensen kennen. Maar of ze echt arm zijn is voor mij de vraag want de rijkdom van hun bestaan is niet te vinden in geld of spullen maar in het leven zelf.

En de boerderij? De boerderij is een plaats waar ik met heel veel warmte aan terug denk. Het is een plaats waar ik weet dat ik altijd welkom ben. Zonder vragen maar met een allervriendelijkste lach van de familie voor een goede vriendin. Het is een plaats waar ik stilletjes verliefd op ben geworden.

Alice © 2011