Bureau in de bergen.

De ontbijttafel om zeven uur ’s morgens.

Mijn bureau staat op eenentwintighonderd meter hoogte. Het is een plastic tafel. Er achter een plastic stoel, net comfortabel genoeg om te schrijven. Biertje bij de hand, sigaret er bij en de hond des huizes snurkend aan mijn voeten. In de middag wel ter verstaan. In de ochtend bij het ontbijt rond een uur of zeven ligt er een pannenkoek Nepali style op het bord en staat er een chai naast geparkeerd. Kijk ik over de rand van het scherm van mijn laptop dan verdwijnt mijn blik vlotjes een kilometer of veertig in de verte om te botsen met een paar bergen van uitzinnig formaat. Links de Mount Everest, of is het rechts? Het dal beneden laat auto’s niet meer zien en reduceert huizen tot speldenknopjes. Mensen zijn stofjes, meer niet. Behalve op de rode zandweg die tussen de groene terrassen naar boven kronkelt, daar zijn de mensen variabel in grote afhankelijk van de afstand van hen tot mijn ogen. Het bier smaakt goed na een lange wandeling in de bergen. Mijn conditie is niet geweldig maar na een week hier toch al een stuk beter dan toen ik hier aan kwam. Het bevalt me wel als enige gaste in een groot kamp van de Nepalese scouting.

Mijn werkplek

Geen romantisch bergdorpje of een veraf gelegen en geïsoleerd Boeddhistisch klooster. Die dorpjes liggen hier niet ver uit de buurt. Kakani is op loopafstand. De kloosters zijn verder weg hoewel de kaart suggereert dat er op een afstand van hemelsbreed tien kilometer eentje moet zijn. Hemelsbreed. Over de paden is dat als snel twintig kilometer en dan ook nog verschillende hoogtelijnen kruisend. Het is een dag lopen daar naartoe. Meer isolement dan hier heb ik niet nodig en het voordeel van dit Luxemburgs gesponsorde oort is dat er koud én warm stromend water is zodat het zowaar mogelijk is om een hete douche te nemen. Wat kan dat lekker zijn in de morgen na een toch wat koude nacht. Op mijn bed liggen ‘s nachts steevast twee dekens in plaats van één. Trouwens, je zou de sterrenhemel hier eens moeten zien. Vooral aan de kant van het slaapgebouw waar tussen de heuvels in Kathmandu in de verte is te zien. Een zee van lichtjes sterk gelijkend op een meer met honderden kleine bootjes met lichtjes. De nachten zijn hier wonderlijk. Er zitten hier uilen, koekoeken, beo’s, verschillende soorten zwaluwen die zich stuntvliegers voelen, koninklijke arenden en vernietigende gieren verstopt in de bossen en op de berghellingen. Naast mijn kamer heeft een zwaluwfamilie een nest gebouwd van leem, geplakt tegen de betonnen zoldering van de brede galerij.

Het behang.

Ondertussen voel ik me een koloniaal met een eigen staf. Er is een kop, iemand die de doucheruimte en toiletten elke dag even schoonmaakt, een tuinman c.q. terreinknecht voor de planten en de paden en een manus van alles die de scepter zwaait. Overigens heet hij geen Manus. De schrijfster in mij heeft hier een feestje. De woorden rollen met een tempo uit mijn hoofd mijn computer in dat ik nog niet eerder heb meegemaakt. Vijfduizend woorden per dag, op mijn sloffen. De verhaallijn is zo spannend dat ik zelf niet kan wachten hoe het afloopt en de karakters hebben naast namen ook levens. Mij hier terugtrekken om te schrijven blijkt een gouden greep te zijn en met een investering van zeven euro per dag inclusief alle maaltijden kunnen de meeste schrijvers en zeker ik wel leven. Ik trakteer mezelf om de andere dag op één biertje dat hier in flessen van een halve liter komt en waar ik dus gemakkelijk een dik uur kan teren. In het dorp haal ik naast de gebruikelijke dingen als shampoo en een zeep om mezelf en mijn kleren te wassen vooral snoepjes. In de kleine winkeltjes verkopen ze naast de aardbijen brandy allerlei soorten van zoetige en tegelijk hartige snoepjes. Geen idee waarvan die gemaakt zijn en hoe ze heten, ach ik ben het al vergeten als het me verteld wordt. Maar ze zijn wel lekker. Die aardbijen brandy is trouwens link spul. Ik een fles van dat huis gestookte goedje meegenomen en een paar glaasjes gaven me een opdonder die ik me niet kan herinneren eerder gehad te hebben. Vuurwater met een aardbijensmaak, dat is het. Naast de simpele geneugten des levens zijn er de gebruikelijk ongemakken zoals allerlei insecten waarvan er verschillende vervelend kunnen prikken, dieren die je ‘s nachts wakker houden en een alles verbrandende zon waar je je zonder factor vijftig niet al te lang aan moet bloot stellen. Ondertussen hunker ik naar de zee. Of een zwembad in de wetenschap dat ik daar nog zeker twee maanden op zal moeten wachten. Ach, een mens moet wat over hebben voor een schijfretraite. Terwijl ik mijn glas nog een keer vul met Tuborg en de geiten ondertussen zo luidruchtig grazen dat de hond wakker is geworden en me loom aankijkt, glijden mijn ogen over de heuvels om me heen. Om dan te blijven rusten op een in horizontale gekromde lijnen verdeelde heuvel aan de andere kant van het dal links van me. Ik probeer voor de zoveelste keer te ontdekken hoeveel verschillende soorten vogels ik hoor fluiten maar moet het weer opgeven nadat het tiental overschreden is.

Het leven van een schrijfster in de Himalaya is zwaar. Heel zwaar. Ik raad ook iedereen ten sterkste af om zich hier te vertonen. Punt is natuurlijk dat ik gewoon niet gestoord wil worden, ik ben vrij egoïstisch als het om deze plek gaat. Overigens, die Surya sigaretten zijn best vies bedenk ik me op het moment dat een arend van bizarre proporties zich onttrekt aan het donkergroen van het bos op de heuvel onder me en begint aan een trage spiraalvlucht opwaarts. Het is lastig om in te schatten wat de spanwijdte is maar als ik dan toch moet gokken dan kom ik toch wel op zo’n anderhalve meter. De vogel is gitzwart en zo dichtbij dat ik de gekromde snavel kan zien in de links en rechts draaiende kop die als de geschutskoepel van een tank het gebied beneden hem beziet op zoek naar een prooi. Over twee weken is mijn roman af, het gekke is dat ik dat nu al weet. En dat terwijl ik op een doodlopend spoor in de bergen zit want na mij is er geen weg meer omhoog. Wel voetpaden. Wel vervelend trouwens die zonsondergangen…

Sunset at Kakani Scouting Camp.

Alice © 2011