Ze kennen van alles de prijs en van niets de waarde.

Vandaag is de eerste dag van de Algemene Beschouwingen. Ik hou niet van politiek en al helemaal niet van de politiek in Nederland. Toch kijk ik zo af en toe even naar wat er gebeurt. ‘Niet houden van’ betekend immers niet hetzelfde als ‘geen interesse in’. Het laatste decennium is wat mij betreft Nederland politiek verworden tot een angst en politiestaat waarin opeenvolgende kabinetten de bevolking murw maken met onheilstijdingen, overtrokken bezuinigingen, crisislawaai en terroristenangst. Met als gereedschap (of is het doel) de steeds verdere inperking van de persoonlijke vrijheden en onderdrukking van die mensen in de samenleving die het minst de mogelijkheid hebben om hun stem te laten horen.

© 2011 ANP

Het vervelende is natuurlijk dat de wijze waarop dat gebeurt bijzonder populistisch is, aangevoerd door de opruiende taal van Wilders en ogenschijnlijk willoos gevolgd door de achterkamer retoriek van de VVD en het CDA. Het progressieve geluid dat van de PvdA verwacht kon worden is verworden tot conservatief gezever en Groen Links, hoezeer ik die ook steun, is en blijft krachteloos. Zelfs met krachtige leidsters. Net als de SP en de Partij voor de Dieren immers zijn ze vooral de partijen die vanaf de zijlijn roepen maar nooit zelf de regeringsverantwoordelijkheid hebben genomen of hebben kunnen nemen. Het maakt ieder geluid uit die hoek krachtelozer dan het in werkelijkheid zou moeten zijn. En D66, ach D66. Het blijft een partij die bestaat bij de gratie van een krachtige partijleider en Pechtold is dat slechts bijna, ondanks zijn rede en debatteer kracht.

En dus heb ik maar weer even gekeken naar een uurtje Algemene Beschouwingen.

Het zouteloze interruptiedebatje kon me niet wakker houden. Totdat Cohen zomaar ineens een uitspraak doet die ijzersterk is. En daarmee heel erg niet-Cohen. Een uitspraak die in een enkele eenvoudige zin het karakter van dit kabinet waar het land onder zucht samenvat. Scherp en precies gericht op de kern van zowel het beleid als de kritiek op dat beleid. Een enkele zin die, dat zou me in ieder geval niet verbazen, nog jaren kan blijven nagalmen. Zo’n zeldzame zin in onze eigen taal die iedereen zal begrijpen en die gemakkelijk te onthouden is. Die zelfs herbruikbaar is in allerlei situaties waar mensen voor gesteld worden.

Ze kennen van alles de prijs en van niets de waarde.

Het zal maar gezegd worden over je kabinet als premier. Wat moet je daar nu op zeggen? Verdedigen tegen een dergelijke uitspraak is nauwelijks mogelijk en komt per definitie als zwak over. Ontkennen heeft geen enkele zin want daarvoor zijn de feiten die in de miljoenennota geschreven staan en is de kaalslag in cultuur, zorg en samenleving te groot. Een liberaal antwoord is nauwelijks mogelijk want zijn het niet de liberalen (hoewel de VVD eigenlijk ook niet meer liberaal genoemd mag worden) die inderdaad zo gericht op de economie zijn dat men een verdomd goed besef van prijzen heeft en bereid is zaken van waarde op te offeren wanneer de economische prijs te hoog is naar hun zin? Ongeacht andere waarderingsgronden als welzijn en geluk?

Dit kabinet, deze premier en zeker ook de partijen die hun in het zadel houden kennen inderdaad de prijs van hun beleid en beseffen niet de waarde van wat ze kapot maken. Bij het volk, inclusief die mensen die op ze gestemd hebben.

Alice © 2011