De T zit weer in de maand.

Inmiddels al weer drie maanden. Om de een of andere vage reden is het de laatste jaren schijnbaar zo dat na de ‘zomer’ politici, medici, belangenbehartigers, lijdende voorwerpen en zo meer in het wereldje van van genderandersen (transgenders en zo) wakker worden. Er verschijnen uitspraken, televisieprogramma’s, rapporten en toezeggingen. Was het vorige maand de maand van Human Rights Watch‘ rapport en de politici die aangeven nu echt wat te gaan doen tegen die sterilisatie eis, deze maand begint met een nieuw internationaal behandelprotocol. Holistischer dan het voorgaande. En ook aan de uitgangspunten van dat protocol wordt driftig gesleuteld. De DSM, de diagnosebijbel van de psychologen begint nu ook de contouren te laten zien maar vrolijk wordt ik niet van dat al.

De DSM (en het nieuwe WPATH protocol) zijn niet bepaald in lijn met mijn gedachten over gender. Om te beginnen wordt de transgender gezien als iemand met een stoornis. Met kwalijke gevolgen want stoornissen moeten behandeld worden. Maar als we naar de natuur versus de samenleving kijken dan zien we in die natuur een continuum als het om gender gaat terwijl de maatschappij dichotoom is ingericht. Nu ga ik er vanuit dat de natuur niet onnatuurlijk is en de maatschappij een creatie van het menselijk denken en handelen. Die redenering doortrekkend is het dus nog maar helemaal de vraag of iemand met een andere genderidentiteit dan de maatschappelijke norm een stoornis heeft. Een afwijking, dat wel natuurlijk. Ten opzichte van de maatschappelijke norm. Maar weer niet ten opzichte van de biologische norm want die kent immers een breed spectrum aan genderidentiteiten. Zoveel heeft de wetenschap ons inmiddels wel geleerd op dit gebied.

En toch wordt er gesproken over stoornis. En dat dan ook nog eens bijzonder consequent zodat er nauwelijks een andere interpretatie van de biologie mogelijk blijkt. Wijk je af van de maatschappelijke dichotome gendernorm dan heb je dus een stoornis, is de al te simpele redenering. En daar is dan de volledige behandeling van transgenderisme en zelfs transseksualiteit als uiterste variant van op gebaseerd. Volgens deze redenering is een bakfiets een gestoorde fiets want die voldoet aan de norm van fiets met twee wielen en is een Fries een gestoorde Nederlander want die vormt een minderheid op de bevolking. Als je genderidentiteit niet conformeert met de geldende dichotome – en onnatuurlijke – norm, dan ben je dus gestoord. Wat een onzin!

En wat een leed veroorzaakt dat. Want wat nu als de maatschappij gender nu eens zou bekijken vanuit de mogelijkheid van geheel natuurlijke variatie? Dan zou er geen sprake zijn van een stoornis maar van een volkomen natuurlijke minderheidsvariant. Maatschappelijke aanvaarding zou veel eenvoudiger zijn en behandeling alleen relevant voor die mensen die uit vrije wil voor een andere indeling in het gendercontinuum dan welke zij van geboorte hebben ingenomen. De behandeling zou dan gericht zijn op het verwezenlijken van die wens met als uiterste een ingreep op de fysieke uitvoering van het geslacht voor die groepen die daar behoefte aan hebben. Volledige behandeling en deelbehandeling zouden vanzelfsprekender onderdeel zijn van de behandelmogelijkheden in de zorg en maatschappelijke aanvaarding zou impliciet worden. Gender zou als identificatie criterium bepaald niet meer vanzelfsprekend zijn en dus zouden rare wetten en vermeldingen in allerlei administraties van te beperkte op dichotomie gestoelde aanduidingen onzinnig worden. We zouden allemaal mensen zijn in een oneindige variëteit.

Maar in plaats daarvan volhardt de medische ‘wetenschap’ – die nogal weinig met weten te maken heeft in dit verband – in oude denkbeelden en een op maatschappelijke normen gebaseerde indelingen. Beperkt relevant en in de grond incompleet en onvoldoende. Transgenders zullen er nog decennia last van blijven houden. Deze maanden zijn wat mij betreft geen goede voor de transgenders.

Alice © 2011