Het dilemma van de stukjesschrijver.

Ik schrijf. Romans, soms een toneelstuk, liedjes of cabaretteksten. En stukjes. Korte teksten van een pagina (of twee) die soms de vorm van een column hebben en soms een andere vorm. Stukjes schrijven is leuk en dat is de reden waarom ik het doe. Al jaren. Deze plek is bedolven onder een tsunami aan teksten van me (wel opvallend trouwens dat et zoveel soorten tsunami’s bestaan tegenwoordig). De teller heeft de 1000 gepasseerd en de meeste teksten sta ik na jaren nog steeds achter. Niet allemaal overigens. Er zijn teksten bij die ik tegenwoordig niet meer zou schrijven, wat niet een reden is om ze hier weg te halen overigens. Ik haal geen teksten weg tenzij het echt niet anders kan.

Soms trap ik op tenen in mijn teksten en soms beschadig ik iemand met een tekst. Woorden kunnen hard zijn. In het algemeen is dat niet mijn bedoeling maar een onbedoeld gevolg van een tekst. Daar zit dan een dilemma voor me omdat ik bij het schrijven soms weet dat iets voor sommigen niet fijn zal zijn om te lezen. Dat heeft dan steevast te maken met een mening die ik geef over een onderwerp waarbij die mening niet gedeeld wordt. Zo af en toe gebeurt iets dergelijks op Facebook. Meestal in groepen of in mijn eigen status tijdlijn. Ongeveer zoals op Twitter er weleens ongelukkig getweet wordt.

Facebook is op sommige plekken een soort knullig discussieforum. In discussies hanteer ik doorgaans dezelfde schrijfstijl als in mijn stukjes hier. Ik ga voor de inhoudelijke discussie waarbij ik geen rekening houdt met de gevoeligheden van individuen. Net zoals ik dat hier ook niet doe en in mijn eigen FB tijdlijn net zo min. Dat wordt nogal eens verkeerd geïnterpreteerd want er zijn nog al wat mensen die zich reacties op een discussie persoonlijk aantrekken. Dat is een misser van de lezer en niet van de schrijver. Ik blijf op de inhoud reageren en pas wanneer een ander dat onmogelijk maakt door grofheden, het off topic gaan en daarmee de discussie frustreren of de zaak persoonlijk maakt, haak ik af. Dat zeg ik dan ook altijd.

Desalniettemin zijn er mensen die dan ervoor kiezen om me te ‘defrienden’ zoals dat bij de sociale media heet. En dat vind ik prima. Graag zelfs. Want ik voel me niet thuis in ‘vriendenlijstjes’ (wat ik toch al een achterlijke benadering vind van groepjes mensen die enige interesse in elkaar hebben) van mensen die me daarin opnemen maar ondertussen niet tegen mijn stijl van communiceren, reageren en schrijven kunnen. Het brengt me wel op het dilemma dat veel schrijvers kennen.

Wil ik aardig gevonden geworden door mijn lezers of wil ik schrijven wat ik nodig vind om te schrijven?

Het eerste is leuk want dat kan zelfs fans opleveren (het schijnt dat ik die ook heb). Het tweede vind ik belangrijker, waarmee het antwoord gegeven is. De consequentie is duidelijk natuurlijk. Ik schrijf wat ik wil schrijven en kan me daarbij niet richten op wat de lezer wil lezen of kan hebben. Dat geldt niet voor mijn romans waarbij ik natuurlijk probeer een literair aantrekkelijk werk te creëren dat zoveel mogelijk lezers aanspreekt. Maar dat geldt dus zeker wel voor mijn stukjes, mijn journalistieke teksten en mijn reacties op discussieplaatsen online. Dat geldt ook voor mijn tekstjes in mijn Facebook en Twitter tijdlijntjes.

Is het schrijversdilemma daarmee opgelost? Ik denk het wel. Maar is het eenduidig opgelost voor al mijn schrijfwerk? Nou, nee dus. Blijkbaar is mijn overweging verschillend als het gaat om literaire kunst ten opzichte van stukjes schrijverij en gedrag op sociale media. Bij de eerste weeg ik woorden, balanceer ik zinnen, componeer ik alinea’s, construeer ik hoofdstukken en weef ik verhalen en gedichten. Bij de tweede reageer ik vanuit mijn buik: direct, zonder omhaal en doelgericht. Voor degenen die zich geraakt voelen daardoor is er de troost dat ik slechts een schrijver ben en het iedereen is toegestaan om het volstrekt oneens met me te zijn. Graag zelfs want een beetje polemiek is heerlijk.

Alice © 2011