Titels.

Ik ben voorgedragen voor een titel. Nu ben ik niet zo van de titels en neig ik – hoe ongeloofwaardig dat ook misschien is in de ogen van sommigen – naar ernstige verlegenheid wanneer ik gecomplimenteerd wordt. Dus weet ik me niet zo goed een houding te geven. Het is namelijk zo’n titel waarvoor je voorgedragen wordt en vervolgens op basis van het aantal stemmen die titel al dan niet toegewezen krijgt. Een soort publieksverkiezing dus en we weten inmiddels allemaal wat er met Elsevier ringen en Gouden Kalveren gebeurt. Wat de titel waard is ligt hem in zowel de erkenning door de ontvanger als door hoe ‘men’ over die titel denkt.

Zet ik de mogelijkheden tegen elkaar af op een twee-bij-tweetje (ja, oude gewoonte tot versimpelen van de werkelijkheid en ik weet het) dan is de aanblik daarvan zo verontrustend als de negatieve uitersten van de assen aangeven. Maak ik een vier kwadrantenplaatje waarin de ene as die van persoonlijke waarde van de titel met de uitersten ‘flut’ en ‘wow’ en de andere as die met dezelfde beoordelingen maar dan vanuit het collectieve beeld van mij zijn. Dan levert dat kwadranten in termen van mijn beleving op die variëren van ‘waardeloos’, ‘niet van belang’, ‘deprimerend’ en ‘geweldig’ op. Zo oppervlakkig bezien ga ik alleen voor het kwadrant ‘geweldig’ en dus is zo’n verkiezing een verontrustende zaak in relatie tot mijn gemoedsrust. En erg rustig is mijn gemoed toch al niet.

Maar goed, ik ben dus voorgedragen voor de titel ‘LesbICOONingin’. De gruwelijke woordspeling daargelaten en de reductie tot doods object, want dat zijn iconen doorgaans, staat zo’n titel dus voor iemand die blijkbaar iets met lesbiennes heeft en een voorbeeldfunctie vervuld. Even serieus, dat is de strekking van de tekst van de Stichting OndersteBoven die opkomt voor lesbische, biseksuele en transgender vrouwen en zo. Nu heb ik inderdaad heel graag iets met lesbiennes, hoewel de voorkeur toch wel gaat naar één tegelijk hoor. Ik hoor immers zelf ook tot het pottenleger. Er zijn, hele lieve, vriendinnen die dus blijkbaar vinden dat ik een positieve voorbeeldfunctie vervul binnen de ‘lesbische gemeenschap’. Wat die gemeenschap dan ook wezen moge. De reden voor de aanbeveling, en die waardeer ik echt wel hoor, is dat ik soms onthullend schrijf over gesodemieter in die gemeenschap. Want zoals in elke gemeenschap bestaat ook daar gesodemieter.

Jaren terug leerde een ex-baas van me mij een wijze les. Die ging als volgt. ‘Weet je Verheij, als een organisatie groot genoeg is kun je er maar beter vanuit gaan dat ze een afspiegeling van de samenleving is. En dat houdt in dat er dieven, moordenaars, verkrachters, oplichters en viezerikken in die organisatie werken.’ De uitspraak is me altijd bijgebleven als de ultieme ontnuchtering van de positieve blik op de samenleving. Er zijn dus bedriegende Angolese asielzoekers waardoor Mauro het extra moeilijk krijgt en er zijn criminele lesbiennes. En omdat ik nu eenmaal een wat losse pen heb kan ik het niet laten om daar over te schrijven als ik daarmee geconfronteerd wordt. Een paar onthullende artikeltjes op deze schrijfplek over gelazer op Lesbos en de criminele praktijken in lesbisch ondernemersland zijn daar voorbeelden van. Net als mijn teksten waarin ik ageer tegen de marginalisering van transgenders in deze maatschappij en de bedenkelijke rol van de overheid daarbij. Ik schrijf dat soort artikelen en stukjes met gemengde gevoelens. Enerzijds heb ik de journalistieke drang om een stevig commentaar te geven op de actualiteit maar anderzijds vind ik het erg dat te moeten doen over zaken waar dat niet bij nodig zou moeten zijn. Transgenders mogen immers niet gemarginaliseerd worden en in de lesbische scene kan ik het maar moeilijk verdragen dat er sprake van criminaliteit is.

Edoch, voorgedragen worden voor een dergelijke titel is, zeker wanneer dat gemeend gebeurt alleraardigst. Het is een soort waardering voor dat wat ik doe en waar ik voor sta. Wat mij betreft ook iets waarvan ik hoop dat het niet meer nodig zal zijn. Dit soort titels mogen wat mij betreft afgeschaft worden wanneer de reden van toekenning niet meer bestaat. In dit geval wanneer lesbische, biseksuele en transgender vrouwen op alle gebieden volwaardig in de samenleving staan en als zodanig gewaardeerd worden. Kortom, als eigenlijk iedereen een LesbICOONingin zou moeten zijn. Tot die tijd echter kan er dus gestemd worden op iemand die zo’n titel verdiend. Dat ik daarbij voorgedragen ben als transgender lesbienne zie ik dan maar als een erkenning.

Ik ga hier niet zeggen hoe en waar er gestemd kan worden, dat is niet zo mijn manier van zelfpromotie. Google biedt wellicht uitkomst mocht U, lieve lezer, willen stemmen. En op mijn hoeft U echt niet te stemmen hoor. Het màg natuurlijk wel. O, en mocht ik nu gekozen worden door een schare enthousiaste fans dan beloof ik de Gouden Lesbo niet uit het raam van de taxi te gooien.

Alice © 2011

PS Rijk is dood en dat vind ik jammer. Ik hield van de grumpy old man al was het maar omdat hij zijn Gouden Kalf met genoegen op straat flikkerde…