Uitersten

Foto: © 2011 Alice Verheij – een vriend die nu gevangen zit en gemarteld is

De laatste maanden, weken en dagen is het alsof de ingewikkeldheid van het leven me influisterd dat er iets is veranderd. Het lukt mij ondanks alle pogingen niet los te komen van een wereld zo ver van de mijne maar zo diep in mijn hart gedrongen. Terwijl ik worstel om in deze rijke wereld te overleven aan de ondergrens van het bestaan is het me onmogelijk niet de taal te laten stromen. Maar de taal doet soms pijn.

Ze vertelt me de verhalen van een vriend die in een cel gemarteld wordt en het leven niet zeker is en het kind dat met haar moeder en zusjes uit het krot is gezet bij een rivier in een stad waar andere regels gelden dan in mijn wereld. Ik hoor de verhalen van mensen zonder licht die ondanks hun verlies in staat zijn verder te leven en eigenlijk vooral mooier zijn geworden en ik geniet met een vriend van wat we ervaren. De volgende morgen wordt ik overspoeld door beelden van ver weg en ik voel de verhalen van het leed van diegenen die verjaagd zijn van wat hun ‘huis’ was, ze galmen door mijn hoofd. De hele dag voel ik me wankel en machteloos. Dan komt het bericht dat die vriend niet meer gemarteld wordt en ik besef dat hij desondanks een mens zonder toekomst is geworden.

Natuurlijk vertaald het zich in teksten want dat is nu eenmaal mijn ademtocht. Waar het leven naar mij lacht kan ik niet voorkomen dat die teksten over pijn gaan. Niet zozeer mijn pijn als de pijn van de wereld. De pijn die niet geweten wordt van mensen die niet gezien worden. Voor deze mensen is dit lied.

‘Kepen in mijn hart’

Terwijl de niet zienden zien
en ik slechts observeer
Wanneer de wereld sluimert
en ik me niet verweer
Gaan tijdens het zingen van het lied
mijn gedachten alweer
naar de man in pijn en zijn verdriet
in zijn cel doet alles zeer

Beelden kerven kepen in mijn hart
Geluiden echoën ongezegde pijn
Geuren herinneren aan smart
En toch zal er altijd nog liefde zijn

Wanneer ik dan alsnog ontwaak
uit mijn ongedroomde droom
Beelden zie van mensen verjaagd
wijzigt mijn hart opnieuw van toon
Het kind zonder een dak vandaag
zegt: ik weet niet waar ik woon
ik hoor haar o zo stille vraag
en toch hou ik mijn hart in toom

Beelden kerven kepen in mijn hart
Geluiden echoën ongezegde pijn
Geuren herinneren aan smart
En toch zal er altijd nog liefde zijn

Terwijl de niet zienden zien
heb ik een licht verloren
Wanneer de wereld sluimert
en niemand haar wil horen
Gaan tijdens het zingen van het lied
mijn gedachten steeds weer
naar dat kind met haar verdriet
en de man valt in zijn cel neer

Beelden kerven kepen in mijn hart
Geluiden echoën ongezegde pijn
Geuren herinneren aan smart
En toch zal er altijd nog liefde zijn
Toch zal er altijd nog liefde zijn

Alice © 2012

One thought on “Uitersten

Reacties zijn gesloten.