Begrijpt Gerrit Komrij de wereld niet meer?

Op 19 mei schreef Gerrit Komrij, U weet wel die gelauwerde schrijvende oude man, een frutseltje in de NRC over WikiPedia. Nu ja, eigenlijk over de teloorgang van de encyclopedieverkoper. Het is een Keeniaans* stukje waarin nieuwe media en het gebruik ervan neergezet worden als de kwade genius achter de algehele vervlakking in de maatschappij en het denken.

Hier is het nog eens na te lezen.

Het stukje is een oude mannen zuurpruimen stukje wat mij betreft. Typisch een schrijfseltje van iemand die niet begrepen heeft hoe diezelfde media ook een verrijking is en nieuwe mogelijkheden schept voor heel veel mensen. Natuurlijk is er veel af te dingen op diepgang en kwaliteit van informatie bij Wikipedia en de ‘diepgang’ van facebook. Maar daar gaat het niet om. Want het is heel erg gemakkelijk en ook heel erg traditioneel om je af te zetten tegen technologische mogelijkheden die plotsklaps beschikbaar komen voor de massa. Met de boekdrukkunst, de trein, de auto en de telefoon was dat niet anders.

Komrij’s fulmineren tegen Wikipedia klinkt een beetje als de commentaren van salonjonkers op het gebruik van de telefoon om een gesprek te voeren. Immers, toen Bell en consorten de telefonie naar de massa brachten stonden er de toenmalige kranten ook stukjes van stukjesschrijvers dat die apparaten slecht oppervlakkigheid zouden brengen.

Wat de Komrij’s van deze wereld vergeten (zie ook mijn eerdere teksten over Andrew Keen) is dat het niet gaat om het banale scharrelgebruik van Wikipedia, facebook en verwante toepassingen maar dat het gaat om het intelligente gebruik er van. Gebruik waarbij de geboden mogelijkeheden voor informatievergaring en communicatie worden toegepast en aangevuld voor een specifiek doel. Een paar voorbeelden.

Op dit moment schrijf ik aan een roman over een schildersmodel aan het eind van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste in het post Victoriaanse Londen. Ik doe natuurlijk onderzoek om me in te leven in die tijd, de personen, de kunst en de maatschappelijke verhoudingen. Mijn bronnen zijn daarbij natuurlijk de zoekmachines (altijd meer dan één natuurlijk), specifieke websites, Wikipedia, Youtube en uiteindelijk na verloop van tijd mensen die ik op die wijze weet te traceren die me verder kunnen helpen.

Ander voorbeeld. Ik ben mijn film aan het afmonteren. Het is een documentaire over vluchtelingen uit Bhutan die decennialang in kampen in Nepal gewoond hebben en nu over de hele wereld in diaspora gebracht worden door de internationale gemeenschap. Mijn belangrijkste communicatiemiddelen met hun is – wanneer ik niet ter plaatse ben – facebook, yahoo en email. Dat zo ‘oppevlakkige’ facebook is in dit geval zonder meer een stevige navelstreng waardoor ik heel snel informatie krijg over de situatie in en rond de vluchtelingenkampen en contacten opbouw en vast houdt met de mensen waar mijn film over gaat die werkelijk van Alaska tot Nieuw Zeeland zijn verstrooid.

Gerrit Komrij is in zijn NRC stukje veels te kort door de bocht en laat eigenlijk vooral zijn eigen beperkingen zien in omgaan met nieuwe media. Het verbaasd me dat een dergelijk flinterdun en al te gemakkelijk stukje de NRC haalt. Maar ja, die krant is natuurlijk ook wat aan het vervlakken. Toch?

Alice © 2012

* Keeniaans – naar Andrew Keen, zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Andrew_Keen